![]() |
Nationale wetenschapsquiz 2005
Hij is er weer hoor :)
De vragen van dit jaar zijn: Vraag 1: Stel je woont op de maan en de aarde staat pal boven je. Wanneer verdwijnt de aarde aan de horizon? A) 12 uur later. B) 27 dagen, 7 uur en 43 minuten later. C)Helemaal niet. Vraag 2: Elk uur vertrekken er vanaf station Abcoude drie treinen richting Breukelen met verschillende tussenpozen. Je komt op een willekeurig tijdstip op het perron in Abcoude voor de trein naar Breukelen. Hoe lang moet je gemiddeld wachten? A) Meer dan 10 minuten. B) Precies 10 minuten. C) Minder dan 10 minuten. Vraag 3: Een verliefd stelletje kerft op twee meter boven de grond een hartje in een boom. De boom is dan vijf meter hoog. Na tien jaar is de boom tien meter hoor. Hoe hoog zit dan het ingekerfde hartje? A) Twee meter B) Drie meter. C) Vier meter. Vraag 4: Maak in een ijsblok een kuil. Vul de kuil met water. Verwarm het geheel in de magnetron. Wat gebeurt er? A) Het water wordt heet en het ijs blijft ijs. B) Het water blijft koud totdat het ijs is gesmolten. C) Het ijs ontploft. Vraag 5: Waarom lopen pinquins zo eigenaardig? A) Omdat hun wetlagen in de weg zitten. B) Omdat ze geen knieen hebben. C) Omdat ze zulke korte poten hebben. Vraag 6: Kun je een geslaagde foto maken van een fata morgana? A) Ja, zonder probleem. B) Nee, want het is gezichtsbedrog. C) Ja, maar alleen met een infrarood camera. Vraag 7: Kan water branden? A) Ja, bij zeer hoge druk gecombineerd met zeer hoge temperatuur en voldoende zuurstoftoevoer. B) Ja, bij zeer lage druk gecombineerd met voldoende koolzuurtoevoer. C) Nee. Vraag 8: Waarom lijken alle pausen en bisschoppen zo op elkaar in de eerste gedrukte, geillustreerde boeken? A) De illustratoren mochten geen goed gelijkende potretten maken om religeuze redenen. B) De illustratoren gebruikten voor elke geestelijke dezelfde houtsnede. C) De illustratoren verzonnen maar wat omdat ze de geestelijken nooit hadden gezien. Vraag 9: Een parachutespringster hangt boven zee aan haar parachute op 300 meter hoogte. Achter haar de avondzon, voor haar een regenbui. Ideale omstandigheden voor een regenboog en die ziet ze dan ook. Hoe ziet ze die? A) Als een boog. B) Als een horizontale band. C) Als een cirkel. Vraag 10: Een trampolinespringer springt met springstelten (schoenen met bladveren eronder) vanaf een stellage die 1 meter hoger is 1 keer op een trampoline. Hij zet zich zo hard mogelijk af op de trampoline. Wanneer springt hij duidelijk het hoogst? A) Met de springstelten aan zijn voeten. B) Met de springstelten in een rugzak. C) Maakt niet uit. Vraag 11: Heeft een melktand een wortel? A) Nee, een tijdelijk gebit heeft dat niet nodig. B) Ja, maar bij het wisselen drukt de nieuwe tand de oude wortel weg. C) Ja, maar de wortel is zo klein dat je hem niet ziet. Vraag 12: Je legt een bezemsteel horizontaal op je twee evenwijdig uitgestoken wijsvingers. Je beweegt rustig de ene vinger naar de andere toe. Wat gebeurt er? A) De bezemsteel beweegt mee op de bewegende vinger tot hij van de andere vinger afvalt. B) De bezemsteel steunt beurtelings op de ene en de andere vinger, tot die elkaar raken. C) De bezemsteel blijft liggen op de niet bewegende vinger. De andere vinger schuift onder de bezemsteel door tot de bezemsteel kantelt. Vraag 13: Een eend zwemt met haar jongen in een diepe sloot. Een van de kuikens dwaalt af. Moeder eend haalt het kuiken snel in. Wat is het verschil in de hoeken van de V-vormige boeggolven van moeder en jong? A) De hoek die de moedereend maakt is scherper. B) De hoek die de moedereend maakt is stomper. C) er is geen verschil. Vraag 14: Waardoor is een rode wijnvlek op een tafelblad in het centrum lichter dan aan de randen van de vlek? A) Bij het vallen vloeien de gekleurde deeltjes naar de randen. B) Bij het opdrogen trekken de gekleurde deeltjes naar de randen. C) Het is gezichtsbedrog tussen de vlek en de omgeving. Vraag 15:Hoe komt het dat we de vage geur van een gaslek beter ruiken als we snuffelen in plaats van rustig door de neus inademen? A) Snuffelen maakt van de constante prikkel pulsen. Dit voorkomt gewenning. B) Snuffelen veroorzaakt wervelingen die zorgen dat de geur hoog in de neusholte dringt. C) Het snuffelen regelt onze aandacht. Vraag 16: Als een fotograaf zijn camera 45 graden scheef houdt, vinden we alles op de foto hinderlijk scheef staan. Maar als je je hoofd scheef houdt, heb je daar geen last van. Hoe komt dat? A) We weten dat bomen en huizen rechtop staan. B) Onze ogen compenseren onze hoofdbeweging door om hun kijk-as te draaien. C) Onze hersenen corrigeren het gedraaide beeld. Vraag 17: Bouw een toren van vierkante stoeptegels die zo ver mogelijk naar een kant overhelt. De tegels mogen alleen op elkaar gelegd worden, niet naast elkaar. Hoe ver helt hij maximaal over? A) Precies twee tegels. B) Ongeveer anderhalve tegel. C) Oneindig ver. Vraag 18: Waarom zie je in het centrum van je gezichtsveld minder sterren dan daarbuiten? A) De randen van je gezichtsveld bestrijken een groter stuk heelal. B) De rand van je netvlies is lichtgevoeliger dan het centrum. C) Het is gezichtsbedrog. [B]Vraag 19: Een zwembad gebuld met maizena wordt gemengd met water totdat een dikke pap ontstaat. Wat gebeurt er als je over het mengsel naar de overkant probeert te rennen? A) Je bereikt de overkant zonder weg te zakken. B) Na elke stap zak je dieper weg. C) Je zakt direct weg. Vraag 20: Als mensen een grote geestelijke inspanning verrichten dan wordt de temperatuur van hun: A) voorhoofd aan de oppervlakte lager. B) wangen aan de oppervlakte hoger. C) neus lager. |
vraag 6 is A
|
ik ben te lui om hem nu te maken toen ik deerste vragen even door keek was mijjn eerste impuls
bij 1tm 4 allemaal A |
is 1 niet C?
want je kijkt toch altijd naar hetzelfde stukje maan, ze hadden t toch ook altijd over 'the darkside of the moon' oftewel je zal nooit de aarde achter een horizon zien verdwijnen, maar t zal wel. |
Citaat:
mijn fout de maan draait even snel om haar als als omd e aarde |
Is 2 niet B?
7 C 12 B 13 A 18 B 19 B lijkt me |
Erg irritant die nationale wetenschapsquiz. Daardoor moest ik mijn tentamen ergens in een collegezaal maken :mad: . Grrr @ VU.
|
Vraag 1: Stel je woont op de maan en de aarde staat pal boven je. Wanneer verdwijnt de aarde aan de horizon?
C)Helemaal niet. Vraag 2: Elk uur vertrekken er vanaf station Abcoude drie treinen richting Breukelen met verschillende tussenpozen. Je komt op een willekeurig tijdstip op het perron in Abcoude voor de trein naar Breukelen. Hoe lang moet je gemiddeld wachten? A) Meer dan 10 minuten. (stond iets over in de pythagoras, ik heb 't niet helemaal gelezen maar volgens mij was het wel meer dan) Vraag 3: Een verliefd stelletje kerft op twee meter boven de grond een hartje in een boom. De boom is dan vijf meter hoog. Na tien jaar is de boom tien meter hoor. Hoe hoog zit dan het ingekerfde hartje? A) Twee meter Vraag 4: Maak in een ijsblok een kuil. Vul de kuil met water. Verwarm het geheel in de magnetron. Wat gebeurt er? geen idee Vraag 5: Waarom lopen pinquins zo eigenaardig? A) Omdat hun wetlagen in de weg zitten. volgens m'n vader Vraag 6: Kun je een geslaagde foto maken van een fata morgana? B) Nee, want het is gezichtsbedrog. is toch nep? Vraag 7: Kan water branden? C) Nee. water is al verbrand, dacht ik. 8-11 weet ik niet Vraag 12: Je legt een bezemsteel horizontaal op je twee evenwijdig uitgestoken wijsvingers. Je beweegt rustig de ene vinger naar de andere toe. Wat gebeurt er? C) De bezemsteel blijft liggen op de niet bewegende vinger. De andere vinger schuift onder de bezemsteel door tot de bezemsteel kantelt. Vraag 13: Een eend zwemt met haar jongen in een diepe sloot. Een van de kuikens dwaalt af. Moeder eend haalt het kuiken snel in. Wat is het verschil in de hoeken van de V-vormige boeggolven van moeder en jong? A) De hoek die de moedereend maakt is scherper. 14 - 18 weet ik niet [B]Vraag 19: Een zwembad gebuld met maizena wordt gemengd met water totdat een dikke pap ontstaat. Wat gebeurt er als je over het mengsel naar de overkant probeert te rennen? A) Je bereikt de overkant zonder weg te zakken. was een keer in Hoe?Zo! geloof ik Vraag 20: Als mensen een grote geestelijke inspanning verrichten dan wordt de temperatuur van hun: C) neus lager. die was een keer in editie NL |
Vraag 1: Stel je woont op de maan en de aarde staat pal boven je. Wanneer verdwijnt de aarde aan de horizon?
C)Helemaal niet. Vraag 2: Elk uur vertrekken er vanaf station Abcoude drie treinen richting Breukelen met verschillende tussenpozen. Je komt op een willekeurig tijdstip op het perron in Abcoude voor de trein naar Breukelen. Hoe lang moet je gemiddeld wachten? C) Minder dan 10 minuten. Vraag 3: Een verliefd stelletje kerft op twee meter boven de grond een hartje in eboom. Den e boom is dan vijf meter hoog. Na tien jaar is de boom tien meter hoor. Hoe hoog zit dan het ingekerfde hartje? A) Twee meter Vraag 4: Maak in een ijsblok een kuil. Vul de kuil met water. Verwarm het geheel in de magnetron. Wat gebeurt er? B) Het water blijft koud totdat het ijs is gesmolten. Vraag 5: Waarom lopen pinquins zo eigenaardig? C) Omdat ze zulke korte poten hebben. Vraag 6: Kun je een geslaagde foto maken van een fata morgana? A) Ja, zonder probleem. . Vraag 7: Kan water branden? C) Nee. Vraag 8: Waarom lijken alle pausen en bisschoppen zo op elkaar in de eerste gedrukte, geillustreerde boeken? A) De illustratoren mochten geen goed gelijkende potretten maken om religeuze redenen. Vraag 9: Een parachutespringster hangt boven zee aan haar parachute op 300 meter hoogte. Achter haar de avondzon, voor haar een regenbui. Ideale omstandigheden voor een regenboog en die ziet ze dan ook. Hoe ziet ze die? B) Als een horizontale band. Vraag 10: Een trampolinespringer springt met springstelten (schoenen met bladveren eronder) vanaf een stellage die 1 meter hoger is 1 keer op een trampoline. Hij zet zich zo hard mogelijk af op de trampoline. Wanneer springt hij duidelijk het hoogst? A) Met de springstelten aan zijn voeten. Vraag 11: Heeft een melktand een wortel? B) Ja, maar bij het wisselen drukt de nieuwe tand de oude wortel weg. Vraag 12: Je legt een bezemsteel horizontaal op je twee evenwijdig uitgestoken wijsvingers. Je beweegt rustig de ene vinger naar de andere toe. Wat gebeurt er? . C) De bezemsteel blijft liggen op de niet bewegende vinger. De andere vinger schuift onder de bezemsteel door tot de bezemsteel kantelt. Vraag 13: Een eend zwemt met haar jongen in een diepe sloot. Een van de kuikens dwaalt af. Moeder eend haalt het kuiken snel in. Wat is het verschil in de hoeken van de V-vormige boeggolven van moeder en jong? A) De hoek die de moedereend maakt is scherper. Vraag 14: Waardoor is een rode wijnvlek op een tafelblad in het centrum lichter dan aan de randen van de vlek? C) Het is gezichtsbedrog tussen de vlek en de omgeving. Vraag 15:Hoe komt het dat we de vage geur van een gaslek beter ruiken als we snuffelen in plaats van rustig door de neus inademen? B) Snuffelen veroorzaakt wervelingen die zorgen dat de geur hoog in de neusholte dringt. Vraag 16: Als een fotograaf zijn camera 45 graden scheef houdt, vinden we alles op de foto hinderlijk scheef staan. Maar als je je hoofd scheef houdt, heb je daar geen last van. Hoe komt dat?. C) Onze hersenen corrigeren het gedraaide beeld. Vraag 17: Bouw een toren van vierkante stoeptegels die zo ver mogelijk naar een kant overhelt. De tegels mogen alleen op elkaar gelegd worden, niet naast elkaar. Hoe ver helt hij maximaal over? A) Precies twee tegels. Vraag 18: Waarom zie je in het centrum van je gezichtsveld minder sterren dan daarbuiten? B) De rand van je netvlies is lichtgevoeliger dan het centrum. Vraag 19: Een zwembad gebuld met maizena wordt gemengd met water totdat een dikke pap ontstaat. Wat gebeurt er als je over het mengsel naar de overkant probeert te rennen? .[/B] [B]Vraag 20: Als mensen een grote geestelijke inspanning verrichten dan wordt de temperatuur van hun: B) wangen aan de oppervlakte hoger. |
Waar staan de antw van die dingen :)
|
Citaat:
Verbranding is heel simpel een scheikundige reactie van de brandstof (water H2O) met zuurstof (O2). Omdat dit elementen zijn verbrand water normaal gesproken niet, bij extreme omstandigheden van druk en temperatuur volgens mij echter wel. Antwoord A. |
Citaat:
|
Citaat:
over die bezemsteel. Naarmate je vinger dichterbij de ander komt, en de bezemsteel verder over die vinger heen uitsteekt, wordt de oplegreactie op die vinger toch groter? Dan zou je op een gegeven moment zo'n grote oplegreactie krijgen dat de wrijvingskracht tussen die vinger en de bezemsteel groter is dan die tussen de stilstaande vinger en de bezemsteel, dus zal die over de andere vinger gaan glijden. En dan wisselen ze weer, en dan weer, etc. |
Citaat:
Er wordt dus gesteld dat water zou moeten verbranden om water te zijn... Juist ja. Citaat:
|
Vraag 2: Elk uur vertrekken er vanaf station Abcoude drie treinen richting Breukelen met verschillende tussenpozen. Je komt op een willekeurig tijdstip op het perron in Abcoude voor de trein naar Breukelen. Hoe lang moet je gemiddeld wachten?
A) Meer dan 10 minuten. B) Precies 10 minuten. C) Minder dan 10 minuten. volgens mij is het antwoord B, precies 10 minuten. Er vertrekken 3 treinen per uur, dus dat is gemiddeld 1 trein per 20 minuten. Als je dit getal onthoudt en verder gaat naar het gem. tijdstip om te wachten. Het ene uiterste is dat je meteen kan instappen, het andere uiterste is dat je de gem. 20 minuten moet wachten. Precies daar tussen in zit 10 minuten. Over die bezemsteel heeft sketch gelijk. Heb het namelijk zelf uitgeprobeerd. dus antwoord van vraag 12 = B |
Citaat:
en over die bezemsteel, ik ook uitgeprobeerd e kwam c uit :p |
Citaat:
Denk ik. |
Citaat:
|
Citaat:
Alleen is dat niet bepaald stabiel. |
Citaat:
2 H2(g) + O2(g) -> 2 H2O(g). |
Ik heb i binas gekeken
een mogelijke reactie 2 H2O > O2 + 4 H+ + 4e- O2 + 2 H+ + 2e-> H2O2 dans taat de reductor wel boven de oxidator maar misschien kan het ? |
Water kan niet branden, omdat voordat het brandt de stof al ontleedt.
|
Citaat:
|
Citaat:
|
Citaat:
Op die bezem kom ik trouwens terug. is idd B ik weet niet hoe het komt dat er eerst C gebeurde. |
Citaat:
|
Mijn leraar (natuurkunde) had overlegd met die van scheikunde, maar ze waren er nog niet helemaal over uit. Misschien dat het onder een van de geschetste omstandigheden verder verbrand tot H2O2
|
Citaat:
|
We hebben hier niet alleen met een zeer hoge temperatuur te maken maar ook met een zeer hoge druk. Misschien dat die invloed heeft.
|
tis ook best moeilijk :o
|
:(
Water kan never nooit niet branden, omdat bij een verbranding in ieder geval water en koolstofdioxide vrijkomt. Bovendien is water al het meest stabiele molecuul. Waterstofperoxide (H202) vormt overigens radicalen, omdat het niet stabiel genoeg is. En inderdaad, bij grote druk en hoge temperatuur zal een watermolecuul zich splitsen. Dmv een katalysator (platina) kan er dan weer water gevormd worden. |
Citaat:
|
Ik ben er in ieder geval van overtuigd dat 17 A is. Toen ik echter op het discussieforum van de wetenschapsquiz ging kijken, bleek dat bijna niemand die mening deelde. :s
|
Citaat:
2H2O (l) + O2 (g) --> 2H2O (l) + O2 (g) Conclusie: water kun je niet verbranden, want het enige reactieproduct is water zelf! Dus het zou ten hoogste mogelijk zijn om O-atomen om te wisselen, maar dat lijkt me niet zo waarschijnlijk. (aangezien je dat eerder zou kunnen beschouwen als een ontleding van water en vervolgens de verbranding van het waterstof) |
Citaat:
Je kan het ook testen door muntjes schuin op te stapelen. Daaruit kon je al opmaken dat antwoord A en B fout waren (ik weet zeker dat jij meer dan 2 muntjes schuin op elkaar kan stapelen;)) |
en als je water over een frituurpan gooit , die in de fik staat?
Dan krijg je toch een heftige reactie , wat verbrand er dan? De waterstof? De zuurstof? |
Citaat:
|
Citaat:
|
Citaat:
|
Citaat:
|
Volgens mijn natuurkundeleraar is 't antwoorrd oneindig. Inderdaad dat met die mooie reeks enzo maar ik weet 't niet precies meer.
De pinquins is trouwens dat ze zulke korte poten hebben. |
Als je eerst een stapel van de stenen maakt en dan de bovenste steen zo schuitt dat hij net niet omvalt, dan steekt hij voor de helft over.
De steen daaronder verschuif je nu zo ver dat de toren weer net niet omvalt. Deze tweede steen kan maar voor 1/4 deel uitsteken. De bovenste steen steekt dan voor 3/4 uit. Zo kan je verder gaan en dan is het antwoord uiteindelijk oneindig. De truc is dus bovenaan beginnen... |
Dat is onzin. Het klopt inderdaad dat de 2e steen maar voor 1/4 deel uitsteekt, maar de 1e steen steekt nog altijd maar voor 1/2 uit. De totale overhelling bedraagt dan 3/4.
Zo kan je inderdaad oneindig doorgaan, maar de wiskundige rij die ontstaat, waarbij de totale overhelling met steeds kleinere stapjes toeneemt bij elke tegel die erbij komt (1/2 + 1/4 + 1/8 etc), is eindig. Die heeft namelijk grenswaarde 1 en daarom kan de maximale overhelling nooit meer dan (1 + 1 (grondtegel) = 2) bedragen en zal die uiteindelijk precies 2 zijn. |
Citaat:
|
Oh shit, ik heb een hele stomme denkfout gemaakt. De rij moet niet 1/2 + 1/4 +1/8 + 1/16 ... zijn, maar 1/2 + 1/4 + 1/6 +1/8 ...
Dan is de rij dus wel oneindig en hebben jullie absoluut gelijk, sorry. :p Wat stom. :( |
We hebben er vorige week een demo en discussie over gedaan bij vakdidaktiek... ook afgestudeert TN-ers maakte jou denkfout, dus zo dom is het niet :)
Maar goed, je zou het ook eens met een pak kaarten kunnen proberen als je je verveeld :) |
Citaat:
|
Citaat:
|
hmm, mijn leraar (we doen 't met de klas) kwam vandaag aanzetten met dat je eigenlijk per steen die je stapelt niet elke keer precies op het randje moet laten balanceren want dat gaat natuurlijk fout. en als je dan elke keer +/- 5 mm van dat randje afzit dan kom je op 1,5 tegel uit als die stapel zo hoog is als een flink flatgebouw.
Dus in theorie is 't wel oneindig maar dat is eigenlijk niet haalbaar. |
Vraag 1: Stel je woont op de maan en de aarde staat pal boven je. Wanneer verdwijnt de aarde aan de horizon?
A) 12 uur later. Vraag 2: Elk uur vertrekken er vanaf station Abcoude drie treinen richting Breukelen met verschillende tussenpozen. Je komt op een willekeurig tijdstip op het perron in Abcoude voor de trein naar Breukelen. Hoe lang moet je gemiddeld wachten? A) Meer dan 10 minuten. Vraag 3: Een verliefd stelletje kerft op twee meter boven de grond een hartje in een boom. De boom is dan vijf meter hoog. Na tien jaar is de boom tien meter hoor. Hoe hoog zit dan het ingekerfde hartje? A) Twee meter Vraag 4: Maak in een ijsblok een kuil. Vul de kuil met water. Verwarm het geheel in de magnetron. Wat gebeurt er? C) Het ijs ontploft. Vraag 5: Waarom lopen pinquins zo eigenaardig? C) Omdat ze zulke korte poten hebben. Vraag 6: Kun je een geslaagde foto maken van een fata morgana? B) Nee, want het is gezichtsbedrog. Vraag 7: Kan water branden? C) Nee. Vraag 8: Waarom lijken alle pausen en bisschoppen zo op elkaar in de eerste gedrukte, geillustreerde boeken? C) De illustratoren verzonnen maar wat omdat ze de geestelijken nooit hadden gezien. Vraag 9: Een parachutespringster hangt boven zee aan haar parachute op 300 meter hoogte. Achter haar de avondzon, voor haar een regenbui. Ideale omstandigheden voor een regenboog en die ziet ze dan ook. Hoe ziet ze die? A) Als een boog. Vraag 10: Een trampolinespringer springt met springstelten (schoenen met bladveren eronder) vanaf een stellage die 1 meter hoger is 1 keer op een trampoline. Hij zet zich zo hard mogelijk af op de trampoline. Wanneer springt hij duidelijk het hoogst? A) Met de springstelten aan zijn voeten. Vraag 11: Heeft een melktand een wortel? A) Nee, een tijdelijk gebit heeft dat niet nodig. Vraag 12: Je legt een bezemsteel horizontaal op je twee evenwijdig uitgestoken wijsvingers. Je beweegt rustig de ene vinger naar de andere toe. Wat gebeurt er? A) De bezemsteel beweegt mee op de bewegende vinger tot hij van de andere vinger afvalt. Vraag 13: Een eend zwemt met haar jongen in een diepe sloot. Een van de kuikens dwaalt af. Moeder eend haalt het kuiken snel in. Wat is het verschil in de hoeken van de V-vormige boeggolven van moeder en jong? B) De hoek die de moedereend maakt is stomper. Vraag 14: Waardoor is een rode wijnvlek op een tafelblad in het centrum lichter dan aan de randen van de vlek? C) Het is gezichtsbedrog tussen de vlek en de omgeving. Vraag 15:Hoe komt het dat we de vage geur van een gaslek beter ruiken als we snuffelen in plaats van rustig door de neus inademen? A) Snuffelen maakt van de constante prikkel pulsen. Dit voorkomt gewenning. Vraag 16: Als een fotograaf zijn camera 45 graden scheef houdt, vinden we alles op de foto hinderlijk scheef staan. Maar als je je hoofd scheef houdt, heb je daar geen last van. Hoe komt dat? B) Onze ogen compenseren onze hoofdbeweging door om hun kijk-as te draaien. Vraag 17: Bouw een toren van vierkante stoeptegels die zo ver mogelijk naar een kant overhelt. De tegels mogen alleen op elkaar gelegd worden, niet naast elkaar. Hoe ver helt hij maximaal over? C) Oneindig ver. Vraag 18: Waarom zie je in het centrum van je gezichtsveld minder sterren dan daarbuiten? C) Het is gezichtsbedrog. Vraag 19: Een zwembad gebuld met maizena wordt gemengd met water totdat een dikke pap ontstaat. Wat gebeurt er als je over het mengsel naar de overkant probeert te rennen? B) Na elke stap zak je dieper weg. Vraag 20: Als mensen een grote geestelijke inspanning verrichten dan wordt de temperatuur van hun: C) neus lager. [/QUOTE] |
| Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 11:32. |
Powered by vBulletin® Version 3.8.8
Copyright ©2000 - 2026, Jelsoft Enterprises Ltd.