![]() |
Rechten
deze vraag heb ik al eens bij KCV gesteld, maar echt antwoord krijg ik niet, ik neem ook aan dat er weinig studenten rechten zijn die dit onderdeel lezen, dus probeer ik mijn vraag nog maar eens hier:
Het verschil tussen Ius en Fas: het ene is het menselijk recht, het andere het goddelijk recht. Zover ben ik mee, nu echter zei mijn prof dat Ius voor de Romeinen is, terwijl Fas voor de slaven is. Dit snap ik nu even niet... ik hoop dat ik dit hier mag plaatsen? er is niet echt een onderdeel specifiek voor rechten... |
Citaat:
|
Ik ben niet sterk in rechtsgeschiedenis maar ik zou denken dat ius, het positieve Romeinse recht, voor de Romeinen geldt omdat zij Romeinse burgers zijn. Ze verkrijgen die rechten en plichten op grond van hun hoedanigheid. Slaven werden in het oude Rome niet gezien als subject van rechten en plichten: 'servus caput non habet'. Voor hen gold het ius dus niet. Het enige alternatief was dus een beroep op goddelijk recht, iets dat sterk verweven is met maar zeker niet synoniem voor natuurrecht; recht dat ook geldt indien het niet geschreven, niet geschapen door een wetgever is. Goddelijk recht is dan ook, evenals natuurrecht, universeel; zijn werking kan niet worden uitgesloten door een aardse wetgever en men heeft een aardse wetgever niet nodig om het in te kunnen roepen en uit te kunnen oefenen.
|
hé bedankt,
nu begrijp ik meteen ook wat ze met goddelijk recht bedoelen! Mijn prof van burgerlijk recht haalde dit even aan, ik neem aan dat het terug zal komen in romeins recht, maar dat heb ik pas volgend semester... |
Oke :)
Dit is trouwens alleen wat ik denk he, er is geen garantie dat het ook juist is, het leek mij alleen wel logisch. Met goddelijk recht wordt inderdaad vaak bedoeld 'hoger' recht, recht waarvan de werking buiten bereik van de mens ligt. Sommigen (bijv. de oude kerkvader Augustinus) schreven dat recht toe aan God, anderen (bijv. Thomas van Aquino) aan de orde van de natuur. Vandaar de term natuurrecht. Goddelijk recht is dus ook iets heel anders dan kerkelijk recht. Dat laatste wordt in de regel aangeduid als 'canoniek recht', recht dat gewoon 'aards' geschreven is, maar gemaakt door de kerk en rechtstreeks bindend voor burgers. De kerk had immers vroeger in heel veel landen gewoon rechtstreeks inbreng in de wetgevingsprocedure. |
dank je :)
In de hoop dat je dit topic nog eens leest: Nu gaat het over begrippen (het boek hiervan krijg ik pas volgende week, het is besteld, maar als ik het nu al kan weten zullen mijn notities in orde zijn...) Er zijn 3 soorten processen 1. hipotetisch 2. categorisch 3. disjunctief Nu wordt deze laatste door Kelsen ondergedeeld in primeraire en secundaire normen en door Cossio in perinormen en endonormen. Primaire normen of perinormen wordt voorgesteld als 'A is gegeven, maar het moet P zijn', secundaire normen of endonormen als 'P wordt niet gegeven, dus moet het S zijn' Dat snap ik nu niet echt... een voorbeeld zou misschien wel helpen? ps: ik volg rechten in het Spaans dus heb ik de talen vertaald zoals ik meen dat ze vertaald worden |
Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 05:54. |
Powered by vBulletin® Version 3.8.8
Copyright ©2000 - 2025, Jelsoft Enterprises Ltd.