![]() |
in de val
Totaal verdwaasd werd hij wakker. Toen hij zijn armen probeerde te bewegen om aan de eigrote buil op zijn hoof te voelen, merkte hij dat zijn handen en voeten gekneveld waren.
Hij had zoveel hoofdpijn dat het suizen in zijn oren zelfs een aanslag pleegde op zijn trommelvliezen. Hoe lang lag hij hier al? Zijn geheugen was een zwart gat na de klap op die hij op zijn hoofd gekregen had. En hij dacht nog wel o zo slim te zijn door die donkere steeg te nemen zodat hij sneller thuis zou zijn. Wie had hem mee naar hier genomen? Alvast geen beurzensnijders of rabauwen, die hadden hem allang de keel overgesneden. Wie stelde er dan zoveel belang in hem, een gewone leerlooier, dat zij het risico hadden genomen om hem in de weliswaar donkere, maar toch bewaakte straten van de stad te ontvoeren? Hij zou vast snel een antwoord krijgen op tenminste een aantal van zijn vragen. Zijn ontvoerders hadden hem niet mee naar hier genomen om hem te laten verhongeren. In afwachting van tekens van menselijk leven keek hij eens rond in zijn cel. Het enige beetje licht dat hij had, kwam van een onaanwijsbare lichtbron die enkele stralen door het tralieraampje van zijn celdeur wierp. Het leek een doodgewone cel in een doodgewone kerker, ware het niet dat er vlak boven de plaats waar hij vastgebonden zat een pentagram geschilderd was in een rode kleurstof die verdacht veel op bloed leek. Hij probeerde zichzelf wijs te maken dat dat vast niets betekende, dat het een sinistere grap was van een van de vorige celbewoners, maar hoe langer hij erover nadacht in zijn donkere, kille cel, hoe meer een klein stemmetje in zijn hoofd hem toefluisterde dat hij reddeloos verloren was en dat hij nooit meer de zon zou zien. Op het randje van totale paniek begon hij aan zijn boeien te rukken en met overslaande stem te schreeuwen om hulp. Hij bleef schreeuwen en rukken en pas na wat voor hem wel uren leken, gaf hij het op. Met zijn bloedende polsen in zijn schoot begon hij stilletjes te huilen en heen en weer te wiegen, en uiteindelijk huilde hij zichzelf in slaap. Na een niet al te verkwikkende slaap vol donkere nachtmerries ontwaakte hij en vroeg hij zich verbaasd af waarom hij niet in zijn vertrouwde bedstee lag naast zijn vrouw. Maar dan, als een schok, kwam alles weer terug en met de herinnering ook het constante gevoel van onderdrukte angst. In de schaduw van de deur bemerkte hij plotseling een kleine nap water met een homp brood op. Het was veel te weinig om zijn lege maag te vullen en zijn verdroogde tong weer een beetje vochtig te maken, maar het wees er tenminste op dat zijn ontvoerders hem niet vergeten waren. Voorzichtig, als om zoveel mogelijk te genieten van het weinige dat hij gekregen had, nipte hij van de nap met water en knabbelde hij aan de harde homp brood. Ondertussen melancholisch geworden door zijn herleefde hoop op een goede afloop, dacht hij aan zijn gezin;hoe het zou zijn als hij zijn zoontje zou terugzien, hoeveel meer aandacht hij aan zijn vrouw zou besteden, hoeveel beter hij zijn leven zou leiden als hij hier ooit levend uitkwam. Als… Om de tijd te verdrijven begon hij allemaal onzinnige activiteiten te verzinnen. Hij telde de stenen van zijn cel drie keer, tekende diezelfde stenen vervolgens vol met poppetjes en na de muren moest ook de vloer eraan geloven. Zo verstreken er naar zijn gevoel 3 dagen waarin hij 2 maal per dag eten kreeg. Op de vierde dag werd hij gewekt door het geluid van voetstappen op de stenen in de kerkergang. Zijn hart begon luid te bonzen in zijn borst en hij werd bijna duizelig van opwinding. Eindelijk zou er iets gaan gebeuren. Of dat goed was of slecht, daar wilde hij nog niet teveel over nadenken maar hij dacht dat hij gek geworden zou zijn als hij nog veel langer op de vier muren van zijn cel had moeten staren. Naarmate de voetstappen in de gang naderbij kwamen, groeide ook zijn spanning tot hij dacht dat zijn hart uit zijn borst zou springen. Toen de sleutel eindelijk in het slot knarste, kroop hij angstig weg in een hoekje van zijn cel. Luid krakend vloog de deur open, en hij bedekte zijn ogen met zijn handen om zijn noodlot niet te hoeven aanschouwen. Twee mannen in donkere gewaden stapten ruisend binnen, de maskers op hun gezichten slechts schaars verlicht door de fakkels die ze in hun handen droegen. De dansende vlammen wierpen angstaanjagende schaduwen op de duivelse tronies, wier demonische grijnzen slechts sporadisch oplichten door de sputterende fakkels Ruw en zonder woorden pakte elk van hen een arm en ondanks zijn smeekbeden sleepten ze hem mee de gang in… |
In het begin stoorde ik me aan de ouderwetse taal, maar toen ik doorlas paste het er juist wel bij, of ik wende er aan, of allebei.
Gaaf verhaal in elk geval, ik kan me er goed iets bij voorstellen. Alleen waarmee tekende die man de poppetjes op de muur? dat vroeg ik me wel af. Verder ga zo door (y) |
In je verhaal zitten volgens mij ontzettend veel fouten en zinnen die niet lekker lopen. Ik noem de eerste zin een klap op zijn hoof?? Hoofd lijkt mij.
Ik heb niet de hele tekst uitgelezen, want het las niet erg lekker. Je gebruikt erg veel moeilijke woorden, terwijl je zinsbouw niet altijd even best is. Ik zou zeggen, probeer eerst mooi te schrijven met gewone woorden, voordat je je woordenschat de vrije loop laat. Of ben ik nu te hard? |
Ik heb de tekst nu wel helemaal uitgelezen en hij werd naar het einde toe steeds iets beter, maar ik vind alsnog dat je teveel moeilijke woorden gebruikt voor de rest van je schrijfstijl. Het stoort me een beetje.
|
weet je dan niet wat een hoof is???? ;)
ja srry ik heb de tekst niet echt goed nagekeken blijkbaar van die moeilijke zinnen, ik heb een beroepsmisvorming :s ik doe 2klassieke talen (latijn en grieks) en daar zijn zulke zinnen echt geen uitzondering |
ik heb de tekst nog eens gelezen en ik vind niet dat ik zoveel moeilijke woorden gebruik maar goed.
die poppetjes tekent hij met stukken steen die hij uit pure woede met zijn blote vuist uit de massieve muur heeft geslagen :p ;) |
okee haha dat vind ik knap ^^
|
jah als je wilt laat ik hem de bewakers in elkaar slaan
wordt ie een soort hulk :p |
Citaat:
|
Citaat:
En ja dat doel begrijp ik ook wel, maar probeer dan iets meer energie te steken in het schrijven van mooie zinnen. Dat kan namelijk ook zonder al dat moeilijk gedoe. |
Citaat:
tx ik vond ook niet echt dat mn tekst zo bomvol it met moeilijke woorden maar miss ligt dat wel aan onze intelligentie ;) :D |
Citaat:
De tekst is inderdaad naast het Middeleeuwse idee een beetje onnodig lastig, maar ik vond het persoonlijk niet echt storend. Het is mogelijk om dat nog veel verder te overdrijven. ;) |
mja ik eg het ik heb beroepsmisvorming door die %ù*$ klassieke talen
1 zin, 43 woorden deed ik dat of heb jij dat gedaan? |
Citaat:
|
lol een goeie
als ik nog eens tijd heb zal ik er een maken van meer woorden, aangezien ik nu te druk bezet ben met het schrijven van een totaal zinloos tekst voor de school, over een sociale stage waarin we gehandicapten moesten hebben; ik had er helemaal niets aan dus nu moet ik allemaal mooie ervaringen uit mijn duim zuigen hoewel ik nog mooie, noch nuttige ervaringen heb gehad in de dertig uur die ik met die minder valide mensen moest doorbrengen. +- 80 woorden :p |
Ehh hoe kan het dat hij op de laatste dag voetstappen hoort, maar als zijn eten gebracht wordt helemaal niet?
|
ze brengen het eten alsie slaapt
|
kan -je niks zegge over stijl enzo aub
|
Hmm ik weet niet precies hoe het genoemd kan worden, maar ik vind het een beetje 'overacting'.
Kijk, dat ouderwetse vind ik op zich helemaal geen probleem (beetje a la Thea Beckman), maar soms neig je een beetje té dramatisch te worden: De dansende vlammen wierpen angstaanjagende schaduwen op de duivelse tronies, wier demonische grijnzen slechts sporadisch oplichten door de sputterende fakkels. Ik zou zeggen, chill' een beetje met de bijvoegelijke naamwoorden. :) En alsnog blijf ik erbij dat het van de voetstappen niet klopt: als jij zelf in een kerker opgesloten zat en je wist dat je eten gebracht werd als jij sliep, zou je toch wel slim genoeg zijn om te doen alsof je slaapt om zo je cipier te kunnen zien en misschien op die manier informatie te verschaffen over je verblijfplaats en de reden van je opsluiting? |
waw hij is nu ook niet meteen een superheld ofzo hé die gewledige plannetjes uitkient om te ontsnappen.
De man is een leerlooier for gods sake! en al die adjectieven, mja het is de apotheose van het vehaal :p ik wou gewoon een beeld scheppen, je moest het je kunnen voorstellen als in een film ofzo |
Is dit overigens een short story, of is het idee dat dit in hardcover ooit in de boekwinkel ligt? :)
|
hehe ials ik nog eens zin heb zalik de rest schrijve
het wordt nog spannend hoor maar ik heb het ffe te druk |
Schrijf maar door.
Btw, ik heb geen moeilijk woord gezien. Kan eraan liggen dat ik ook een klassieke opleiding volg. Het eerder aangehaalde stukje deed echter wel weer een beetje cliché aan. :P Demonische grijnzen... De stijl ervan is net iets anders, daar vind ik dan weer wél dat je overdrijft. En nee, liever geen hulk, tenzij je je thuis voelt in het schrijven van komische, absurdistische stukjes. Ik zou de hoofdpersoon juist kwetsbaar en instabiel houden, zodat hij des te meer problemen kan krijgen en het verhaal een beetje blijft lopen. |
ja baas! ;)
Bedankt, dat van die hulk was ook een mopje hoor. Ik heb het momenteel echter een beetje te druk met allerlei eindwerken om te schrijven maar er heeft zich al een idee in mn hoofd gevormd. Alleen nog maar hopen dat het er goed uitkomt :) dat van die demonische grijnzen; zie vroeger in reacties. |
dit stukkie hebik in iets midner dan een uur geschreven dus miss is het iets minder goed en zitten er nog fouten in maar please bear it with me! :p
Nu de moed, of beter hysterie, der wanhoop hem te pakken had begon hij luid te krijsen en tegen te spartelen. Hij was er van overtuigd dat hij ging sterven. Al zijn hoop was gesmolten als sneeuw in de zon toen die 2 mannen met hun demonische maskers hun intrede maakten in de cel waar hij dus zijn laatste dagen en uren had doorgebracht. En daarom vocht hij. Hij vocht voor zichzelf, voor zijn leven, voor zijn zoontje, voor zijn vrouw. Hij vocht om het zonlicht terug te zien, om zich nog een keer te laten omarmen door haar warmte, hij wilde nog niet sterven. Niet hier, niet nu. Maar het gevecht dat hij vocht was tevergeefs. De twee hielden hem muurvast in bedwang. Nog steeds spartelend leidden ze hem binnen in een grote, onderaardse ruimte, slechts schaars verlicht door paarse waskaarsen in kandelaars die hem deden .denken aan die in de kerk De ruimte verschilde eigenlijk in weinig van zijn cel. Ze was ook gebouwd in donkere natuursteen, maar op bepaalde plaatsen waren de wanden behangen met robijnrode banieren met mysterieuze tekens op die hij vaag meende te herkennen. Rond een zwartgranieten altaar op een verhoog met een rood pentagram op geschilderd zaten een honderdtal mensen, ook gekleed in gewaden met maskers op hun gezicht, heen en weer wiegend terwijl ze dreigende mantras neurieden. Ze droegen dezelfde donkere gewaden als zijn twee bewakers maar bij sommigen waren tekens aangebracht die waarschijnlijk op hun rang duidden. Ze leken allemaal zo in trance dat ze zijn lawaaierige entree niet eens schenen te bemerken. Voor het altaar opgesteld stond een man die klaarblijkelijk de leider was, aangezien hij de meeste tekens op zijn gewaad had, en er ook het meest gestoord uitzag. Hij richtte enkele woorden tot de neuriënde menigte in een vreemde taal en die begon vervolgens luid te juichen en iets in wat diezelfde taal moest zijn begon te scanderen. Op zijn teken brachten de bewakers hem verder de ruimte in tot aan de voet van het altaar en de sekteleden begonnen opgewonden naar hem te wijzen en het scanderen verstomde tot een gefluister. Met een tong die het niet gewoon leek om mensentaal te spreken, gebood de leider hem de treden van het altaar te bestijgen en op het altaar te gaan liggen. Met knikkende knieën en een gebroken geest ging hij gewillig op het altaar liggen, wachtend op de dolkstoot die een einde aan zijn leven zou maken. De leider haalde inderdaad een grote offerdolk van obsidiaan uit de plooien van zijn mantel, Hief hem boven zijn hoofd en…. Toen zijn de mouwen van zijn gewaad naar beneden gleden bij het heffen van de dolk, Onthulde zich een merkwaardige tatoeage op zijn voorarm. Een tatoeage die hij nog maar 2 maal gezien had… |
Hehe, geinig stukje. Weinig op aan te merken; enkel deze zin:
Citaat:
Of bijna, want volgens mij moet je het meervoud van 'mantra' als 'mantra's' schrijven, vanwege de lange klinker. Verhaaltechnisch zit de spanningsopbouw goed. Je voelt al wel aankomen dat er geen echt offer, of in ieder geval iets afwijkends staat te gebeuren, maar dat is niet erg. Ik ben nu wel benieuwd of die tattoo van zijn jaren geleden 'overleden' broertje is, of dat er iets anders mee aan de hand is. :P |
tx!
dat munt is natuurlijk nt de bedoeling hé ik ben btw nog aan het twijfelen wat er met hem gaat gebeuren maar nutuurlijk sterft ie niet écht |
Citaat:
|
Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 00:51. |
Powered by vBulletin® Version 3.8.8
Copyright ©2000 - 2025, Jelsoft Enterprises Ltd.