Scholieren.com forum

Scholieren.com forum (https://forum.scholieren.com/index.php)
-   Huiswerkvragen: Exacte vakken (https://forum.scholieren.com/forumdisplay.php?f=17)
-   -   [BIO] Hardy-Weinberg Vraag (https://forum.scholieren.com/showthread.php?t=1731365)

Gebruiker 23621 16-12-2008 22:27

Hardy-Weinberg Vraag
 
Hallo,
Ik zit met een groot probleem want ik heb morgen een proefwerk van biologie, maar kom niet uit deze opgave over de Hardy-Weinberg Theorie:

Bij een bepaalde wespensoort is het allel voor zwarte oogkleur dominant over het allel voor bruine oogkleur. Het allel voor lange borstelharen is dominant over het allel voor korte borstelharen.
Uit een populatie van deze wespensoort worden 400 individuen gevangen. De fenotypen van de gevangen wespen zijn:
- zwarte oogkleur en lange borstelharen: 288 individuen
- zwarte oogkleur en korte borstelharen: 96 individuen
- bruine oogkleur en lange borstelharen: 12 individuen
- bruine oogkleur en korte borstelharen: 4 individuen
Wat is de genfrequentie van het allel voor bruine oogkleur? En wat de genfrequentie van het allel voor korte borstelharen?

Genfrequentie voor bruine oogkleur Genfrequentie voor korte borstelharen
A 0,01 0,01
B 0,04 0,25
C 0,08 0,5
D 0,2 0,5

Het juiste antwoord is: D.
Ik kom echter niet verder met redeneren dat 4% van de populatie die bruine oogkleur heeft en 25% van de populatie korte borstelharen heeft, maar waarom is het dan toch 0,2 en 0,5??

Ik hoop dat iemand me nog kan helpen..
In ieder geval bedankt

mathfreak 17-12-2008 11:33

Zie de reply van Roosje in http://forum.scholieren.com/showthre...hardy+weinberg

sdekivit 20-12-2008 15:18

In dit soort vraagstukken moet je uitgaan van 2 onafhankelijke gebeurtenissen en dan de regels voor de kansrekening toepassen.

Er wordt gevraagd naar de allelfrequentie van het recessieve allel voor bruine ogen (q)

--> uit je populatie haal je nu q^2 uit de wespen met bruine oogkleur:

16 uit 400 --> 0.04. Dus q = sqrt 0.04 = 0.2

Zelfde doe je voor koirte borstelharen:

100 uit 400 --> q^2 = 0.25 --> q = sqrt 0.4 = 0.5

Achterliggende theorie (waar vaak d elink niet wordt gelegd):

stel ik heb een kruising met 1 eigenschap X dominant over x. Nu is pappie Xx en mammie Xx.

Pappie heeft dus kans om X of x door te geven en hetzelfde geldt voor mammie. Door deze gebeurtenissen onafhankelijk te beschouwen is dus de kans dat je XX krijgt 0.5 x 0.5 = 0.5^2 = 0.25, Xx 2 * 0.5 * 0.5 = 0.5 en xx = 0.5^2 = 0.25

Door dit te extrapoleren naar een populatie waarbij je een kans p voor een dominant allel en een kans q voor een recessief allel hebt, krijg je dus dat in een populatie die deze ideale kruisingcondities volgt een kans van p x p = p^2 op homozygoot dominant, 2 * p * q voor heteroyzgoot en q x q = q^2 voor homozygoot recessief in de nakomelingen


Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 18:14.

Powered by vBulletin® Version 3.8.8
Copyright ©2000 - 2026, Jelsoft Enterprises Ltd.