![]() |
Economie Vragen
Hallo, ik heb volgende week een economie toets en ik loop nog vast tegen een aantal vragen
Zoals deze: Voorbeeld 7 Voor een individuele aanbieder gelden de volgende gegevens: MK= q - 4 en GVK= 0,5q + 6 Vraag 1: Leid de individuele aanbodfunctie van deze aanbieder af Vraag 2: Onderzoek voor welke waarden van q deze individuele aanbodfunctie voldoet Hoop op spoedig reactie:-) |
Ben toch benieuw welke boek je hebt, want als t goed is staat het er ofwel heel duidelijk in, ofwel het staat er niet in en het is de bedoeling dat je er met puzzelen zelf uitkomt. Dat tweede vind ik niet zo goed, want t is wat al te lastig.
(Heb je Index-Vwo ??) Teken het even uit voor het begrip ! MO = MK, Dus de aanbodlijn valt samen met de MK-lijn (MO = MK = q-4). Dat is de lijn die vanuit (4,0) schuin omhoog loopt, dus hoe hoger de prijs (MO), hoe hoger het aanbod. Let op: je leest hem af door eerst op de y-as de prijs te pakken, en dan op de x-as het aanbod af te lezen in q. Maar...je neemt niet het gehele lijnstuk. Als de GVK te hoog zijn, kun je beter niets aanbieden, want dan lijd je er alleen maar verlies op. De prijs (MO) moet minstens de GVK terugverdienen. MO = GVK bij q-4 = 0.5 q + 6 0.5 q = 10 q = 20, en MO = 16. De GVK lijn begint bij (0,6) en loopt licht stijgend omhoog. (rico 0,5) Hij kruist de MK lijn bij (20,16) links van dat punt bied je niks aan: je verliest slecht per stuk rechts van dat punt loopt de ind aanbodlijn met de MK lijn omhoog. Je maakt nu iets van je constante kosten goed. Je begint pas echt winst te maken als ook de constante costs terugverdiend zijn. (zijn hier niet gegeven) |
Ik heb het boek InBalans en zit inderdaad op het vwo.
Er staan ook uitwerkingen onder namelijk: Vraag 1: op elk punt v/d individuele aanbodlijn geldt p=mk. omdat mk=q+4 geldt ook p=q+4. dit kunnen we herschrijven als -q=-p+4 of als q=p-4. omdat we met een aanbodfunctie te maken hebben, kunnen we q vervangen door q(a). de individuele aanbodfunctie luidt dus: q(a)=p-4 Vraag 2: een individuele aanbodfunctie moet voldoen aan de voorwaarde mk>gvk. invullen geeft q+4>0,5q+6. hieruit berekenen we q: q-0,5q > 6-4 --> 0,5q > 2 --> q > 4 de individuele aanbodfunctie q(a)= p-4 geldt dus als q>4 ik begrijp niet bij vraag 1 waarom ze die p naar voren halen. |
Maar dat zijn dus dezelfde uitwerkingen die ik gaf. Had je er wel even bij mogen zetten.
Dat ik op 'n ander antwoord kom, komt omdat je in je eerste vraag MK = q-4 schreef, en later hierboven mk = q + 4. Het is een lastig geschuif van q's en p's. In de wiskunde is de x-as en de y-as wat logischer. Als je zegt: ik wil de aanbodfunctie weten, dan wil je dus weten : aanbod = F(prijs). (=de aanbod is een functie van de prijs). Dus stel je hem zo op: Qa = p-4. Maar het maakt niet veel uit. Belangrijker is dat je de rest snapt. Dat het een 'halve lijn' is: naar boven toe wel doorschietend, maar naar beneden, dus ondr het punt bij q =4, ophoudt. |
| Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 12:00. |
Powered by vBulletin® Version 3.8.8
Copyright ©2000 - 2026, Jelsoft Enterprises Ltd.