![]() |
economie, koopkracht vraag
Ik snap het tot op zekere hoogte..
Komt uit LWEO, 6VWO Annette stort 1300 op een spaarrekening met een rente van 4.5% Prijzen stijgen in hetzelfde jaar met 2%. a. Bereken met hoeveel procent de koopkracht van haar spaargeld toe- of afneemt. Oke.. Koopkracht is naar mijn idee Ric = (Nic/Pic) x 100 Maar hoe kom je nu aan Nic en Pic? Ik heb in m'n boek: Ric = koopkracht/volume Nic = Waarde Pic = prijs Maar dat kan ik hier niet uit opmaken.. (Ik heb het antwoord in een antwoordenboekje, maar daar staat: Indexcijfer ree๋l spaargeld (Ric) = (104,5/102)x100 = 102.45, dus gestegen met 2,45%) Alvast heel erg bedankt! xx Dees |
Om Annette haar koopkracht op peil te houden is de minimum rente die ze op haar spaarrekening wilt krijgen 2% (is gelijk aan de inflatie) ze krijgt echter 4,5% en dus stijgt haar koopkracht
In cijfers is dit als volgt: Om koopkracht te behouden wilt ze: €1300 * 1,02 = €1326 Ze krijgt in werkelijkheid: €1300 * 1,045 = €1358.5 De procentuele stijging is dan (1358,5 - 1326) / 1326 * 100% = 2.45% (oftewel nieuw - oud gedeeld door oud maal 100 procent) In het antwoord doen ze het stukje simpeler door het waarde indexcijfer (100% + 4.5% rente) te delen door de inflatie index (100% + 2%) |
Citaat:
Maar, hoezo is de minimum rente 2%? Is dit een standaard gegeven in Nederland? |
Citaat:
Uit de opgave kan je deze 2% wel afleiden. Omdat de prijzen met 2% stijgen wil je ook minimaal 2% rente omdat je er anders in koopkracht op achteruit gaat. |
Die 1300 maakt het ingewikkelder.
Stel ze stort 100 euro op de bank. na een jaar is dit 104,5 de prijzen zijn nu ↑ tot 102 - wat je voor die 100 euro kon kopen, daar ben je nu 102 aan kwijt (gemiddeld he !) Dus je gaat er wel iets op vooruit, maar geen 4,5 %. bij het rekenen met indexcijfers zijn de werkelijke getallen (hier 1300) niet meer nodig, alleen de relatieve stijgingen |
Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 08:24. |
Powered by vBulletin® Version 3.8.8
Copyright ©2000 - 2025, Jelsoft Enterprises Ltd.