![]() |
Duits leertips
What's happenin' forum?
Ik zit HAVO 4, en van alle vakken heb ik enorme moeite met Duits. Ik haal steeds slechte punten door steeds van die kleine rotfouten te maken. Denk aan nèt die verkeerde naamval, of van zo'n woord wat een beetje op het Nederlands lijkt 1 letter verkeerd schrijven, waardoor hij volledig fout wordt gerekend. Heeft iemand hetzelfde probleem en, nog belangrijker, een tip/strategie/wijze les voor het leren zodat ik niet steeds van die mini-foutjes maak? Alvast bedankt, Rutger PS: M'n 1ste post hier op Scholieren.com, dus zeg het even als ik verkeerd doe. :) |
je maakt de toets en wat je even niet weet sla je over.
als je klaar bent ga je een voor een alle vragen langs en maak je de vragen in je hoofd en controleer je ze op spel en schrijffouten dan maak je de vragen die je nog niet wist en dan controleer je de vragen die je nog niet wist ik hoop dat ik niet te laat ben... |
Bedankt, maar ik bedoelde tips voor tijdens het leren.
M'n leraar is te streng tijdens SO's om al dit te kunnen doen. |
Woordenlijsten overschrijven in der/die/das-kolommen (A4tje horizontaal/landscape neerleggen, 3 kolommen tekenen en elke kolom nogmaals in twee delen zodat je in totaal 6 kolommen hebt. De ene kolom zet je het NLse woord en de ander het Duitse woord. Je kan het blad vouwen en dan jezelf (altijd schriftelijk) toetsen.
Op achterkant maak je kolom 'werkwoorden' en kolom 'overig'. Vooral heel veel schrijven en opnieuw schrijven. Met een pen (geen computer) want dan zit t op een gegeven moment als automatisme in je hand. Voor grammatica: maak voor jezelf eens een schema met wanneer je welke naamval gebruikt. Zo overzichtelijk mogelijk, desnoods schrijf je t daarna nog n keer int net over. Hou dat schema erbij telkens als je oefeningen doet. Je kan onthouden dat de 'nominatief' gebruikt wordt voor het 'onderwerp' in de zin. Bv. De man is blond. De man is het onderwerp en dus nominatief (der/die/das/die) De 'akkusatief' wordt gebruikt voor het 'lijdend voorwerp'. Bv. De man heeft een gele jas aan. De man is onderwerp en de jas is dus lijdend voorwerp. Die maak je akk (den/die/das/die). Na 'für' is altijd akk. De 'datief' is geloof ik 'meewerkend voorwerp', maar dat moet je even nakijken dat weer ik niet zeker. Bv. De man heeft een gele jas aan van het werk. De man is nom, jas akk, van het werk datief (dem/der/dem/den). Na 'von' is altijd datief. De 'genitief' gebruiken we in het NLs als 'wier' (vrouwelijk) of 'wiens' (mannelijk. Bv. De man wiens zoon (of de vrouw wier zoon) geslaagd was... . De man is dus weer nom, wiens zoon is datief (des/der/des/der). Het is oud-hollans voornamelijk: de commissaris DER koningin zeggen wij bijvoorbeeld, of de man 'des huizes'. We zeggen ook wel De man'S zoon. Die apostrof s wijst op de genitief. Succes en volgende keer een tien he! |
| Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 13:47. |
Powered by vBulletin® Version 3.8.8
Copyright ©2000 - 2026, Jelsoft Enterprises Ltd.