![]() |
Lied- Middeleeuws-Nederlands
Voor literatuur moeten wij een Middeleeuws-Nederlandse lied vertalen, ik weet niet of iemand hier goed in is anders graag wat hulp:)
Duckdalve ben ick gheheeten, Een Man van booser aert: Veel had ick my vermeten, Mijn Naem was wijdt vermaert: Ghelijck een Wolf die Schapen bewaert So had icks oock verbeten, Tis elck gheopenbaert. Over al gingh ick setten Mijn Spangiaerts hier int Landt, De Duytschen te verpletten Met Sweert en oock met Brandt: Bruyckt ick niet een quaet verstant, Mijn Sweert dat ginck ick wetten Op die Edelste van het Lant. Nu wast soo verre ghecomen, Ick had mijn best ghedaen, Vrijmoedich sonder schromen So deed ick een vermaen, Den thienden Penninck wou ick ontfaen Dit hebben sy vernomen, Sy ghinghen my wederstaen. Fortuyn die liep my teghen, Dat seg ick u goet rondt, Ick en haddet niet vercreghen Het ghene daer ick na stondt, Dit werck brocht my heel inden grondt, Och had ick stil ghesweghen, Dat waer ons seer ghesont. Een werck sachmen brouwen , Ten Briel en daer ontrent, Zeelant ofte der Gouwe, Noorthollant wel bekent, Hoewel de Prins noch was absent, Sy worden hem ghetrouwe, Haer hert was van my ghewent. Raedt, Monicken ende Papen, Tis qualick met ons ghestelt, Och had ick doch gheslapen, En ghy behouden u ghelt: Wy hebben ons beyden so seer ghequelt, Niemant en past op ons gapen Want daer wordt schriftuere vermelt. Nu noch ten alderlesten Worde ick gheset ter leur, So coemt my uit den Westen Een nieuwe Gouverneur, Met nieuwe Placaten, met nieuwen keur Dus raet my nu ten besten, Waer vind ick een open deur. Aylacen in alle hoecken Maeck ick die luyden gram: Niemant en sal my soecken Te Bruessel of tAmsterdam, Om dat ick veel ghelts te leen daer nam Daerom sy die ure daer vervloecken, Dat ick in tNederlandt quam. Nu moet ick weder gaen decken Na Spaengien, al ist my swaer, Veel sullen my beghecken, Die anderen maken misbaer, Ick nammer so menigen man van daer, Om na Brabant te trecken, Seer weinich breng icker tot haer. Dit antwoort sal ick gheven, Ist dat my yemant vraecht, De gheen die niet en leven, Die zijn te laet beclaecht, Veel zyn der swinters van coude gheplaecht, Die ander int Velt ghebleven, Haer leven met strijdt ghewaecht. Oorlof is best ghenomen, Al eert nu valt te laet, Ducx macht hem wel beromen Dat hy is uut die gaet: Tis wonder wat daer voor handen staet: Spangiaerts ghy mocht wel schromen Ghy verwacht een cleyne baet |
ik vertaalde dat lied maar ik niet zeker ben of het is goed? Kunt iemand even checken deze vertaling?
Dukdalf heb ik geheten, Ik kom uit verschrikkelijk land Ik had veel mij vermeten Mijn naam was wijd vermaard Gelijk een wolf die schapen bewart Zo had ik ook woedend Tis elck geopnebaard. Ik ging zetten mijn Spanjaards Overal hier in dit land De Nederlanders te verpletten Met zwaard en ook met brand: Ik gebruik niet een kwaad verstand, Mijn Sweert dat ging ik weten Op die edelste van het land. Nu was ik zo ver gekomen, Ik had mijn best gedaan, Vrijmoedig zonder schromen Zo deed ik een vermaan, Den thienden Penninck wou ik ontvangen Dit hebben zij vernomen, Zij gingen mij wederstaan. Fortuyn die liep mij tegen, Dat zeg ik goed rondt, Ik en haddet niet verkregen Het gerard daar ik na stond, Dit werck brocht mij heel inden Grondt, och had ik stil gezwegen, Dat waar ons zeer gezond. Een werck schamen brouwen, Ten Briel en daar ontrent, Zeeland alsof der Gouwe, Noordholland wel bekend, Howel de prins nog was afwezig, Zij worden hem getrouw, Haar hart was van mij gewend . Raedt, monicken ende papen, Tis qualick met ons gesteld, Och had ik toch geslapen, En hij behoudt u geld: Wij hebben ons beyden so zeer ghequelt, Niemand en past op ons gapen Want daar wordt schriftuere vermeld. Nu nog ten alderlesten Worde ik gezet ter leur, Zo coemt mij uit het Westen Een nieuwe Gouverneur, Met nieuwe placaten, met nieuwen keur Dus raad mij nu ten besten, Waar vind ik een open deur. Aylacen in alle hoeken Maeck ik die luden gram: Niemand zal mij zoeken In brussel of in Amsterdan, Om dat ik veel geld te leen daar nam Daroom zij die uur daar vervloeken Dat ik naar het Nederland kwam. Nu moet ik weer gaan dekken Na Spaengie, al is mijn zwaar, veel Zullen mij bekeken, Die anderen maken misbaar, Om na Barbant te trekkken, Zeer weinig breng nikker tot haar. Dit antwoord zal ik geven, Is dat mij ieamand vragt, de Geen die niet leven, Die zijn te laat beklacht, Veel zijn der ’s winters van koude gepleecht, Die ander in het Velt gebleven, Haar leven met strijd gevochten. Oorlog heeft best genomen, Al eert nu valt te laat, Ducx macht hem wel beroemd Dat hij is uit die gaet: Tis wonder wat daar voor handen staat: Spanjaards hij mocht wel schromen Hij verwacht een cleyne baat. |
Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 06:51. |
Powered by vBulletin® Version 3.8.8
Copyright ©2000 - 2025, Jelsoft Enterprises Ltd.