![]() |
wiskunde
wat is het verschil tussen wiskunde a en wiskunde b?????
|
wiskunde a is statistiek, matrixrekenen, een beetje de basis-direct toepasbare wiskude
b is abstracter. Gaat meer om het bewijzen en begrijpen dan a. A is meer het toepassen en B meer het vatten... zo zie ik het |
a heeft veel kansberekeningen/statistiek
b heeft veel functievergelijkingen |
Wiskunde A1 is voor lekkere chicks
Wiskunde A1,2 is voor huisvrouwen Wiskunde B1 is voor wanna-be nerds Wiskunde B1,2 is voor behaarde ruige ronkende mannen die nog op hun 32ste thuis wonen :rolleyes: |
Citaat:
|
Citaat:
|
Citaat:
|
Citaat:
|
Kans berekenen is echt een groot onderdeel van zowel wiskunde B als (volgens Rosi) wiskunde a.
Wiskunde B is voor de echte wiskundiggen en die ook een technische studie willen doen, en wiskunde A is om de mensen van de straat te houden. Dus wil je echte wiskunde, neem dan wiskunde A. Ook kan iederen wiskunde B'er ook wel wiskunde A doen maar heel weinig wiskunde A'ers kunnen wiskunde B doen. |
Citaat:
|
Wiskunde A bevat statistiek en kansberekening en een stuk over functies en (voor h.a.v.o.) elementaire differentiaalrekening. Voor v.w.o. komt hier nog matrixrekening en het werken met grafen bij, alsmede het werken met rijen en voor de A2-variant ook nog optimaliseren, discrete dynamische modellen en lineaire programmering.
Wiskunde B bevat analyse (functies en differentiaalrekening), kansrekening en statistiek (kennismaking voor leerlingen met een N&T-profiel) en ruimtemeetkunde (althans voor h.a.v.o.). Voor v.w.o. komt hier voor analyse nog integraalrekening en continue dynamische modellen en rijen en reeksen bij, alsmede kansrekening en statistiek en vlakke meetkunde (inclusief kegelsneden en hun eigenschappen). Wiskunde A is bestemd voor leerlingen met de profielen C&M (Cultuur en Maatschappij) en E&M (Economie en Maatschappij) en wiskunde B voor leerlingen met de profielen N&G (Natuur en Gezondheid) en N&T (Natuur en Techniek). |
Citaat:
|
Citaat:
|
Citaat:
|
Citaat:
Het gemiddelde vind ik niet passen in de omschrijving examenstof, dat is mi. iets wat iedereen die aan de tweede fase begint (dus wiskunde tot en met klas 3 heeft gehad) wel MOET kunnen om verder te gaan. De onderdelen normale verdeling, binomiale verdeling en het toetsen van hypothesen vind ik, op de manier waarop de eindtermen in de wet beschreven staan, niet veel met statistiek te maken hebben. De meeste gegevens die gebruikt moeten worden op schoolexamens en eindexamens worden zo voorgekauwd en hebben mi. niet veel te maken met 'de juiste informatie halen uit veel gegevens' en dus informatie verwerking (wat statistiek is). |
Bij wiskunde A stellen ze zulke idiote vragen dat je er meer achter gaat zoeken en daardoor nooit tot het goede antwoord komt. Wiskunde B is lekker simpel en duidelijk.
Zo ervoer ik het :o Ik had in de 3e ook een inzichtstoets voor zowel A en B. Voor A had ik een 6.5, voor B een 10. Heb toen uiteraard B gekozen :) |
Wiskunde A is huis, tuin en keuken -wiskunde die iedere wasbever met een iq boven de honderd moet kunnen.
Wiskunde B i svoor mensen met inzicht en een vorm van intelligentie. (Primitieven en een berg integralen berekenen enz) Maar vooral functies hier en functies daar. En als je ze hebt op 4 veschillende manieren kunnen schrijven. Ik snap niet dat mensen een lager cijfer voor wiskunde A dan voor B kunnen halen. |
Citaat:
|
Citaat:
|
| Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 04:40. |
Powered by vBulletin® Version 3.8.8
Copyright ©2000 - 2025, Jelsoft Enterprises Ltd.