Ik denk dat het als volgt moet:
Jongens hebben een X en een Y chromosoom. Bij 1 op de 3500 jongens is het X-chromosoom een afwijking. Dus XaY.
[EDIT]
Ik bedenk me dat hij volgens mij toch net wat anders moest. Ik neem aan dat je ook de Hardy-Weinberg constante wel hebt gehad? Deze mag je hier gebruiken, omdat binnen de populatie in deze opgave geen selectie optreedt.
Je weet dat bij 1 op de 3500 jongens het gen voorkomt, dus binnen p + q = 1 (waarbij p = XA en q = Xa) is q = 1/3500, omdat er slechts één X-chromosoom bij een man aanwezig is. Aangezien meisjes twee X-chromosomen hebben, moeten zij voldoen aan q2 (XaXa) (binnen p2 + 2pq + q2 = 1). Dus is q2 = (1/3500)2 = 1/2.250.000
[/EDIT]
Laatst gewijzigd op 03-02-2009 om 19:43.
Reden: Wijziging
|