Tranendruppel kleurt tapijt stippenzwaar
al één al één al één
zingt mijn geweten van weleer,
van frisse, koele waaierijen, weggezakt in luchtkasteel
zachte aubergine knuffelingen twinkelend
tintelend
kietelend
kriebelend
jeukend.
Krab ik zelf de wonden open,
wrijf ikzelf het zout en na het fijne
weggeschrapt te hebben, merk ik pas
dat ik verga, alvorens gezien te hebben
dat het schapen waren in wolfskleren,
dansend door mijn hoofd?
Hmm.
Mooi gedicht.
De woorden vind ik goed gekozen en het leest prettig.
En die opsomming moet je zo laten, geen woorden weglaten.
Het gaat van zacht naar hard, dat vind ik goed.
__________________
geef je niet zo gauw gewonnen,
alles is nu pas begonnen
'al één al één al één' inderdaad echt super! de opsomming vind ik ook leuk, alleen de 5e regel vind ik een beetje te 'geforceerd', als je begrijpt wat ik bedoel.