23-03-2004, 21:00
|
|
Citaat:
LaResistance schreef op 23-03-2004 @ 21:55:
de jeugd van tegenwoordig
De vier bovenstaande woorden zullen niemand onbekend in de oren klinken. Het zijn de woorden die ouderen gebruiken om aan te geven hoe erg de jeugd aan het verloederen is. Zij schijnen vergeten te zijn dat deze woorden een aantal decennia geleden nog over hen zelf werden geuit. Wat niet veel mensen weten is dat deze zelfde vier woorden al in de vijfde eeuw voor Christus werden uitgesproken door niemand minder dan Socrates. Zijn we met zijn allen echt al 2500 jaar ten onder aan het gaan? In mijn ogen heeft de eeuwige strijd tussen jong en oud hier niets mee te maken, en is deze strijd zelfs functioneel te noemen.
De vijandige houding van ouderen tegenover jongeren heeft veel te maken met de grote mate van onzekerheid waar veel ouderen last van hebben. Dit komt door het feit dat hun rol in de samenleving enorm is veranderd sinds hun jeugd. Ik zeg veranderd, niet verkleind! Het is echter wel moeilijker voor ze om die rol precies te definiëren. In de tijd van hun jeugd waren deze mensen modern, de wereld was van hun. Naarmate een mens ouder wordt ziet hij echter steeds meer dingen om zich heen gebeuren die hij niet begrijpt, of waar hij geen band mee heeft. Deze dingen komen vervolgens al snel in een kwaad daglicht te staan. De oude, vertrouwde samenleving waarin deze mensen zijn opgegroeid lijkt plotseling nog mooier dan deze al was in hun jeugd. De nieuwe lichting jongeren, symbool en boegbeeld van de nieuwe samenleving, wordt het slachtoffer van deze negatieve houding van ouderen tegenover de “nieuwe wereld”. Wat de ouderen echter niet doorhebben is dat ze op deze manier hun eigen levens nieuwe invulling geven. In de strijd tegen de zogenaamde verloedering werpen zij zich op als beschermers van de klassieke cultuur, alles waar zij mee zijn opgegroeid en nu naar de achtergrond geduwd is.
Maar waar komt dan het idee vandaan dat jongeren zo agressief zijn tegenover ouderen? Dit valt, in tegenstelling tot het eerdergenoemde, niet te verklaren door te kijken naar psychische ontwikkelingen door de jaren heen. Waarom zijn ouderen zo bang voor jongeren terwijl er absoluut geen sprake is van buitensporig agressief gedrag? Een paar dagen geleden kwam ik achter het antwoord.
Op mijn weg van school naar huis kwam ik met de trein in Hilversum aan. Zoals gewoonlijk moest ik nog een klein half uur wachten op mijn bus. Ik besloot een rondje over de markt te lopen om de tijd te doden. Bij het eerste kraampje ging het al mis. “Heeft U deze in donkerblauw?”, vroeg een oude man aan de marktkoopman. “Ik zal even voor U kijken meneer”, antwoordde de man vriendelijk. “Als ik geen donkerblauw meer heb, is zwart dan ook goed?”. “Ja hoor, als U geen donkerblauw meer heeft is zwart ook goed, maar ik heb liever donkerblauw.” De temperatuur van mijn bloed begon te stijgen.
Gelukkig liet de bus niet lang op zich wachten. Ik zou snel thuis zijn, weg uit die regen, lekker met een kop thee voor de televisie. De deuren van de bus kwamen recht voor mijn neus tot stilstand. Naar mijn weten was er geen wedstrijd bezig, maar toch begon een klein oud vrouwtje zich in de 50 centimeter tussen mij en de deur te manoeuvreren. Vervolgens keek ze verontwaardigd om omdat ze blijkbaar toch niet genoeg ruimte om te ademen had daar. Koorts, 40 graden minstens.
Eenmaal in mijn stoel beland keerde de rust weer terug in mijn lichaam. Even lekker de ogen dicht, die thee komt nu wel heel dichtbij... “Vier zones, chauffeur, vier zones! U heeft er vijf afgestempeld!” De volgende overlevende van het Jura tijdperk had zich aangemeld om mijn rust te verstoren. Natuurlijk moest de dino ook nog eens bij het raam tegenover dat van mij gaan zitten. Alleen het gangpad scheidde mij van haar en haar man. “Ik zeg nog tegen die chauffeur dat het vier zones is! Weet je wat hij deed? Hij stempelde er vijf af!” Ik betwijfel of deze mededeling nieuw was voor haar ongelukkige wederhelft aangezien hij erbij stond toen het gebeurde. Ik haalde mijn vingers langs mijn oren om te kijken of er bloed uit kwam.
Met mijn gezicht op onweer keek ik even naar rechts. Oogcontact. Het gezicht dat mij aankeek keek minstens net zo kwaad als dat van mij. Als blikken konden doden... nog vier bekende woorden...
EUREKA! Ik had het! Zat ik nu ook maar lekker in een warm bad, was de eerste gedachte die daarop volgde. En dan was ik er lekker in blijven zitten ook. Zeiknat en naakt over straat rennen kan misschien op Sicilië, maar hier word je er meteen verkouden van!
Maargoed ik dwaal af, terug naar mijn conclusie. De blik die de oude vrouw van mij ontving liet haar duidelijk onmiddellijk geloven dat ik haar iets aan wilde doen. Als je als oudere genoeg van zulke blikken krijgt is het logisch dat je gaat denken dat de jeugd zich agressief tegen je opstelt. Dat het gedrag van diezelfde ouderen ten grondslag ligt aan dit geheel is echter iets wat pas een paar dagen terug tot mij doordrong.
Er kan dus worden geconcludeerd dat ouderen in eerste instantie bang zijn voor jongeren omdat zij hun plaats in het middelpunt van de belangstelling overnemen. Daarnaast zorgt hun meer dan irriterende gedrag ervoor dat de gezichten van jongeren op onweer komen te staan, het tweede verschijnsel dat angst opwekt bij de oudere bevolking. Dit is geen ontwikkeling van de laatste tijd, maar een tijdloos fenomeen waar elke generatie mee te maken heeft.
|
bedankt! voor deze compleet nutteloze mededeling.
|