Oud 23-01-2011, 20:16
MaxiDirk
Avatar van MaxiDirk
MaxiDirk is offline
Ik laat u overduidelijk zien dat de God van de Islam bij verre van de God van Abraham is! Christenen horen te weten dat Allah absoluut niet de God is die in de Bijbel beschreven staat, ook al zeggen de meeste Moslims dat om te kunnen refereren naar namen uit het oude testament, alsnog, dat is simpelweg een leugen. Allah is niet de Heer die wij Christenen aanbidden, verre van dat zelfs.

Johannes 8:31-32
31 Tegen die Joden die in Hem geloofden, zei Jezus: ‘Als u vasthoudt aan mijn woord, dan bent u werkelijk leerlingen van Mij; 32 dan zult u de waarheid leren kennen, en de waarheid zal u vrij maken.’


Allah - de Maangod
De archeologie van het Midden-Oosten



Centraal in de religie van de Islam staat de aanbidding van de god "Allah". De moslims beweren dat Allah in pre-islamitische tijden de bijbelse God was van de patriarchen, profeten en apostelen. De kwestie is er dus een van continuïteit: was "Allah" de bijbelse God, of was hij een heidense god in het Arabië van vóór de Islamisering? Indien "Allah" werkelijk deel uitmaakt van de goddelijke openbaring in de Schrift, dan is de Islam de volgende stap in de bijbelse religie, maar indien Allah een pre-islamitische heidense god was, dan is de islamitische bewering weerlegd.

Valse beweringen vallen dikwijls door de resultaten van harde wetenschappen zoals de archeologie. We kunnen eindeloos speculeren over het verleden, of, we kunnen gaan graven en zien wat de bewijzen aantonen. Dat laatste is de beste manier om de waarheid te weten over de oorsprong van Allah. Zoals we zullen zien tonen de harde bewijzen aan dat de god Allah een heidense godheid was. In feite was hij de maangod en de sterren waren zijn dochters.

Maangod tempels over het gehele Midden-Oosten

Archeologen hebben tempels ontdekt die opgedragen waren aan de maangod, over het hele Midden-Oosten. Van de bergen van Turkije tot aan de banken van de Nijl was de meestverspreide religie van de oude wereld de aanbidding van de maangod. In de eerste geschreven geschiedenis hebben de Sumeriërs ons duizenden kleitabletten nagelaten waarin zij hun religieuze geloven beschrijven. Zoals aangetoond door Sjoberg en Hall, aanbaden de oude Sumeriërs de maangod die aanroepen werd met verschillende namen. De populairste namen waren Nanna(r/n) Suen en Asimbabbar. Zijn symbool was de maansikkel. Door de hoeveelheid gevonden voorwerpen die te maken hebben met de aanbidding van deze maangod, is het duidelijk dat dit de dominante religie was in Sumerië. De cultus van de maangod was de meest populaire religie in geheel Mesopotamië. De Assyriërs, Babyloniërs en Akkadiërs namen het woord Suen en veranderden het in Sin als de naam van de maangod. Zoals professor Potts erop wees: "Sin is een essentiële Sumerische naam die ontleend werd door de Semieten".

Maangodin Sin in 4-de fase: 'Il of Ilah'


In het oude Syrië en Kanaän werd de maangod Sin gewoonlijk afgebeeld door de maan in zijn eerste fase. Soms werd de volle maan binnen de maansikkel geplaatst om alle fazen van de maan te benadrukken. De sterren waren de dochters van Sin. Zo was bvb. Ishtar de dochter van Sin. Offers aan de maangod worden beschreven in de Pas Shamra teksten. In de Ugaritische teksten wordt de maangod soms Kusuh genoemd. In Perzië, zowel als in Egypte, wordt de maangod afgebeeld op muurschilderingen en op de hoofden van beelden. Hij was de Rechter van mensen en goden. Het Oude Testament berispt voortdurend tegen de aanbidding van de maangod (zie: Deut 4:19;17:3; 2 Kon 21:3,5; 23:5; Jer 8:2; 19:13; Zef 1:5, enz.). Toen Israël in afgoderij verviel was dat meestal door de cultus van de maangod. Eigenlijk kan overal in de oude wereld het symbool van de maansikkel gevonden worden op zegelindrukken, stèles, aardewerk, amuletten, kleitabletten, cilinders, gewichten, oorringen, halssnoeren, muren, enz. In Tell-el-Obeid werd er een koperen kalf gevonden met een maansikkel op zijn voorhoofd. Een afgod met het lichaam van een stier en het hoofd van een man heeft een maansikkel-inleg van schelpen op zijn voorhoofd.

In de jaren 1950 werd een belangrijke tempel van de maangod opgegraven in Hazor, Palestina. Er werden daar twee afgodsbeelden van de maangod gevonden. Elk was een beeld van een zittende man op zijn troon, met een maansikkel op zijn borst. De begeleidende inscripties maken duidelijk dat dit beelden waren van de maangod. Verscheidene andere beelden werden gevonden die door hun inscripties geïdentificeerd werden als de ‘dochters’ van de maangod.

En wat te zeggen over Arabië? Zoals prof. Coon zei: "de moslims zijn notoir onwillig om hun tradities van het vroegere paganisme te bewaren en ze houden ervan de pre-islamitische geschiedenis te verminken in anachronistische termen".

Tijdens de 19de eeuw gingen Amaud, Halevy en Glaser naar Zuid-Arabië en groeven duizenden Sabeaanse, Mineaanse en Qatabaniaanse inscripties op, die daarna vertaald werden. In de jaren 1940 deden de archeologen G. Caton Thompson en Carleton S. Coon enkele bijzondere ontdekkingen in Arabië. Gedurende de jaren 1950 groeven Wendell Phillips, W.F. Albright, Richard Bower en anderen, de terreinen op bij Qataban, Timna, en Marib (de oude hoofdstad van Sheba). Ook duizenden inscripties op de wanden en rotsen in Noord-Arabië werden verzameld. En ook werden reliëfs en votiefschalen ontdekt, gebruikt bij de aanbidding van de "dochters van Allah". De drie dochters, al-Lat, al-Uzza en Manat worden soms samen afgebeeld met Allah de maangod, vertegenwoordigd door een maansikkel boven hen. Het archeologische bewijs demonstreert dat de dominante religie van Arabië de cultus was van de maangod.

Sinaï: 'de wildernis van Sin'


In oudtestamentische tijden bouwde Nabonidus (555-569 v.C.), de laatste koning van Babylon, Tayma in Arabië als een centrum van de maangodaanbidding. Segall zei: "De stellaire religie van Zuid-Arabië werd altijd gedomineerd door de maangod, in verschillende variaties". Vele specialisten hebben ook meegedeeld dat de naam van de maangod "Sin" deel uitmaakt van zulke Arabische woorden als "Sinaï", de "wildernis van Sin", enz. Toen de populariteit van de maangod overal achteruitging, bleven de Arabieren trouw aan hun overtuiging dat de maangod de grootste van alle goden was. Alhoewel zij 360 goden aanbaden in de Kaäba in Mekka, was de maangod de hoofdgod. Mekka was in feite gebouwd als een schrijn voor de maangod. Dit is het wat Mekka tot de heiligste plaats maakte van het Arabische heidendom. In 1944 openbaarde G. Caton Thompson in haar boek "The Tombs and Moon Temple of Hureidha", dat zij een tempel had blootgelegd van de maangod in Zuid-Arabië. De symbolen van de wassende maan en niet minder dan 21 inscripties met de naam Sin werden in deze tempel gevonden. Een afgod die de maangod zelf kan zijn, werd ook ontdekt. Dit werd later bevestigd door andere welbekende archeologen. De bewijzen tonen aan dat de tempel van de maangod nog steeds in gebruik was in de christelijke tijd. Bewijzen vergaard uit zowel Noord- als Zuid-Arabië tonen aan dat de maangodaanbidding zelfs duidelijk actief was in Mohammeds dagen, welke cultus toen dominant was. Terwijl de naam van de maangod "Sin" was, was zijn titel overeenkomstig talloze inscripties "Al-Ilah", d.w.z. "de god", en dat betekent dat hij de oppergod was onder de goden. Zoals Coon erop wijst: "De god Il of Ilah was oorspronkelijk een fase van de maangod". De maangod werd Al-Ilah genoemd, d.w.z. "De God", en dat werd ingekort tot Allah in pre-islamitische tijden. De heidense Arabieren gebruikten zelfs Allah in de namen die ze aan hun kinderen gaven. Zo hadden zowel Mohammeds vader als zijn nonkel "Allah" als deel van hun namen. Het feit dat zulke namen gegeven werden door hun heidense ouders bewijst dat zelfs in Mohammeds tijd Allah de titel was voor de maangod. Prof. Coon zegt verder: "Evenzo werd onder Mohammeds voogdijschap, de relatief anonieme Ilah: Al-Ilah, De God of Allah, het Opperste Wezen".

Waarom Allah in Koran niet gedefinieerd wordt?!


Dit feit beantwoordt de vragen: "Waarom wordt Allah in de Koran nooit gedefinieerd?
Waarom veronderstelde Mohammed dat de heidense Arabieren reeds wisten wie Allah was?" Mohammed werd grootgebracht in de religie van de maangod Allah. Maar hij ging een stap verder dan zijn heidense mede-Arabieren. Terwijl zij geloofden dat Allah, d.w.z. de maangod, de grootste van alle goden was en de oppergod in het pantheon van godheden, besloot Mohammed dat Allah niet louter de grootste god was, maar de énige god.

In feite zei hij: "Kijk, jullie geloven reeds dat de maangod Allah de grootste van alle goden is. Alles wat ik jullie vraag is het idee te aanvaarden dat hij de énige god is. Ik neem de Allah die jullie reeds aanbidden niet weg. Ik neem enkel zijn vrouw weg, zijn dochters en alle andere goden". Dit kan gezien worden in het feit dat het eerste gegeven in de moslimkreet niet is "Allah is groot" maar "Allah is de grootste", d.w.z. dat hij de grootste is onder de goden. Waarom zou Mohammed zeggen dat Allah de "grootste" is, anders dan in een polytheïstische context? Dat Arabische woord wordt gebruikt om het grotere te doen contrasteren tegen het kleinere. Dat dit waar is wordt gezien in het feit dat de heidense Arabieren Mohammed er nooit van beschuldigden een andere Allah te prediken dan degene die ze alreeds aanbaden. Deze "Allah" was de maangod, overeenkomstig het archeologische bewijsmateriaal. Mohammed wilde het dus op twee manieren stellen: tegen de heidenen zei hij dat hij nog steeds geloofde in de maangod Allah. Tegen Joden en Christenen zei hij dat Allah ook hún God was. Maar zowel Joden als Christenen wisten wel beter en daarom wijzen zij zijn god Allah af als een valse god.

Al-Kindi, een van de vroege christelijke apologeten tegen de Islam, wees erop dat de Islam en zijn god Allah niet uit de Bijbel stammen maar uit het heidendom van de Sabaeërs. Zij aanbaden niet de God van de Bijbel maar de maangod en zijn dochters al-Uzza, al-Lat en Manat. Dr. Newman besluit zijn studie over de vroege christen/moslim-debatten door te stellen: "De Islam laat zien dat ze … een afzonderlijke en antagonistische religie is die uit de afgoderij opsprong". Islamspecialist Caesar Farah concludeerde: "Er is daarom geen reden het idee te aanvaarden dat Allah doorging naar de Moslims vanuit de Christenen en de Joden". De Arabieren aanbaden de maangod als de oppergod, maar dat was geen bijbels monotheïsme. Niettegenstaande de maangod groter was dan alle andere goden en godinnen, hebben we hier nog steeds een polytheïstisch pantheon van godheden.

Nu we de eigenlijke afgodsbeelden van de maangod hebben, is het niet langer mogelijk het feit te vermijden dat Allah in Islamitische tijden een heidense god was. Is het dan verwonderlijk dat het symbool van de Islam een wassende maan of maansikkel is? Dat er een maansikkel staat op de top van hun moskeeën en minaretten? Dat de maansikkel gevonden wordt op de vlaggen van Islamitische naties? Dat de moslims vasten gedurende de maand die begint en eindigt met de verschijning van de wassende maan aan de hemel?

Kortom

De heidense Arabieren aanbaden de maangod Allah door verscheidene malen per dag in de richting van Mekka te bidden, door het maken van pelgrimstochten naar Mekka, te lopen rond de tempel - de Kaäba - van de maangod, het kussen van de zwarte steen, het offeren van een dier aan de maangod, stenen te werpen naar de duivel, een maand te vasten van wassende maan tot wassende maan, enz. De bewering van de moslims dat Allah de God van de Bijbel is en dat de Islam opstond uit de religie van de profeten en apostelen, wordt weerlegd door solide, overstelpende archeologische bewijzen. De Islam is niets meer dan een opleving van de oude maangodcultus. Het heeft zijn symbolen, riten, ceremonieën, en zelfs de naam van zijn god uit de oude heidense religie van de maangod. Als zodanig is de Islam pure afgoderij en moet ze worden afgewezen door allen die het Bijbelse Evangelie volgen.

===============================================
Mohammed en de Satansverzen
Inleiding



Wat zijn “de Satansverzen”? Salman Rushdie maakte deze woorden beroemd nadat hij ze gebruikte voor de titel van zijn boek, maar waar verwijzen deze woorden naar? De Satansverzen verwijzen naar een gebeurtenis in Mohammeds leven. Deze gebeurtenis wordt in de koran verslagen.

En Wij hebben voor jouw tijd geen gezant of profeet gezonden zonder dat de satan hem, wanneer hij iets wenste, iets [om] volgens zijn wens [voor te lezen] had ingegeven. Maar God schaft af wat de satan ingeeft en dan stelt God Zijn tekenen eenduidig vast. (Soera 22:52, Leemhuis)

Nooit hebben We een enkele profeet of gezant gezonden voor jou (Mohammed) met wiens wensen Satan zich niet bemoeide. Maar God abrogeert de ingevingen van Satan en bevestigt Zijn eigen openbaringen. (Soera 22:52, vertaald uit de Engelstalige koran van Dawood)

Dit gedeelte van de koran is geadresseerd aan Mohammed om hem te troosten door hem te herinneren aan de profeten die er voor hem waren. Zoals jij kunt zien verwijst dit vers duidelijk naar Satans daden. Het vers zegt dat iedere profeet en gezant Satans “bemoeienis” met hun “wensen” heeft gehad, en zijn woorden (Satans woorden) plaatst in de openbaring van Allah, maar dat Allah de “ingevingen van Satan” geabrogeerd heeft.

Wat is de gebeurtenis achter zo’n vers? Wat waren de “wensen” van Mohammed waar satan zich mee bemoeide? Wat waren de “ingevingen van satan” die Allah moest abrogeren van wat Mohammed reciteerde? Waarom heeft Mohammed vertroosting nodig? De gebeurtenissen die achter dit vers liggen zijn goed opgeschreven en aanvaard als authentiek door de vroege islamitische geleerden Ibn Ishaak, Wakidi, Ibn Sa’d, en Tabari. In dit artikel zullen we bekijken wat de islamitische geleerde Ibn Ishaak schreef over de Satansverzen. Ibn Ishaak is het oudste verslag van Mohammeds leven en de complete tekst van wat Ibn Ishaak schreef is voorzien in de bijlage.

Mohammed en de afgodsbeelden van Mekka


Terwijl Mohammed in Mekka was probeerde hij de Qoeraisj (Mekkanen) te overtuigen de islam te aanvaarden. Zij waren niet ontvankelijk voor hem en maakten zijn leven en die van zijn volgelingen moeilijk, en dus werd Mohammeds verlangen te zien dat zijn volk hem en de islam aanvaarden onvervuld. Dit was totdat Mohammed het volgende vers reciteerde.

Ziet Laat en Oezza, en Manaat, de derde... Dit zijn de verheven kraanvogels, op hun voorspraak kan worden gehoopt. (Ibn Ishaak, pp. 72-73)

Laat, Oezza en Manaat waren enkele van de lokale afgodsbeelden die in Mekka aanbeden werden. Eerder had Mohammed tegen hen gesproken in zijn monotheïstisch prediking maar nu aanvaardde Mohammed de afgodsbeelden en reciteerde dat “op hun voorspraak kan worden gehoopt.” De islamitische uitleg waarom Mohammed de afgodsbeelden aanvaardde is dat satan deze woorden op Mohammeds lippen legde.

Satan... legde de volgende woorden in de mond: ‘Dit zijn de verheven kraanvogels, op hun voorspraak kan worden gehoopt. (Ibn Ishaak, p. 71-72)

Mohammed reciteerde deze woorden alsof deze van God waren terwijl zij in feite van satan waren. Dit is wat bedoeld wordt met de frase “de Satansverzen”: deze zijn verzen van satan die Mohammed reciteert alsof deze van God waren. Nu Mohammed gereciteerd had dat de afgodsbeelden aanvaardbaar waren, aanvaardden de Qoeraisj hem.

Toen de Qoeraisjieten dit hoorden waren zij blij en het beviel hun zeer dat hun godinnen erin vermeld werden. ... Daarop verlieten de mensen het bedeoord en gingen uiteen. Ook de Qoeraisjieten gingen weg, blij dat zij hun godinnen hadden horen noemen, en zeiden: ‘Mohammed heeft onze goden op de best mogelijke manier’ (Ibn Ishaak, p. 73)

Mohammeds verlangen was gerealiseerd; de Qoeraisjieten aanvaardden hem. De Qoeraisjieten aanvaardden Mohammed omdat hij hun goden en afgodsbeelden had aanvaard. Echter, na enige tijd realiseerde Mohammed de fout van wat hij gezegd had. De islamitische uitleg is dat Mohammed door de engel Gabriël vermaand werd:

Toen kwam Djibriel [Gabriël] bij de Profeet en zei: ‘Mohammed, wat heb je gedaan? Je hebt de mensen iets gereciteerd wat ik je niet heb overgebracht van God en je hebt iets gezegd wat Hij niet tegen jou heeft gezegd!’

Mohammed veranderde nu van gedachten en zei dat God hem verteld had te spreken tegen de afgodsbeelden en deze te verwerpen.

Toen de openbaring kwam die de influistering van de Satan aan de Profeet afschafte zei Qoeraisj: ‘Mohammed heeft spijt gekregen van wat hij heeft gezegd over de positie van onze godinnen bij God, hij heeft het veranderd en is met iets anders gekomen.’ (Ibn Ishaak, p. 74)

Mohammed moest nu aan zowel zijn volgelingen als aan de Qoeraisjieten uitleggen waarom hij van gedachten over hun afgodsbeelden was veranderd en die niet langer aanvaarde. De reden die hij gaf was het volgende vers uit de koran.

Nooit hebben We een enkele profeet of gezant gezonden voor jou (Mohammed) met wiens wensen Satan zich niet bemoeide. Maar God abrogeert de ingevingen van Satan en bevestigt Zijn eigen openbaringen. (Soera 22:52, vertaald uit de Engelstalige koran van Dawood)

Mohammeds uitleg was dat zijn kortdurende aanvaarding van de afgodsbeelden was omdat satan zich met zijn wensen bemoeide en hem woorden gaf waarvan hij dacht dat die van God waren, maar dat God nu deze verzen verwijderd had en de hele situatie gecorrigeerd had.

Enkele opmerkingen over de Satansverzen

Een dergelijke gebeurtenis waarbij Mohammed de woorden van satan spreekt en beeldendienst en veelgodendom aanvaardt vraagt om enkele opmerkingen:

Onthouden dient te worden dat het de koran is die schrijft dat satan zich met Mohammeds wensen bemoeide en ingevingen deed in wat hij (Mohammed) reciteerde (soera 22:52). En het is Ibn Ishaak, Wakidi, Ibn Sa’d, en Tabari die de details van deze gebeurtenis opschreven en aanvaardden. Als dit verhaal verteld was door mensen die tegen de islam zijn dan zou het eerlijk zijn om af te vragen of zij dit verhaal hadden bedacht als een middel om Mohammed in het diskrediet te brengen. Maar het is ondenkbaar dat Ibn Ishaak, Wakidi, Ibn Sa’d, en Tabari een verhaal over Mohammed die afgodsbeelden aanvaardt zouden verzinnen.

De koran beschrijft dat andere profeten ook op deze manier zondigden. Adam pleegde deze zonde (soera 7:189-192) en evenzo Aäron (soera 4:163, 7:150-153). Beiden werden vermaand voor hun gedrag. Zij bekeerden zich en God toonde hen genade en vergaf hen. Daarom kan niet worden geredeneerd dat een profeet niet in staat is om dit te doen omdat de koran duidelijk beschrijft dat andere profetem dit deden..

De koran beschrijft ook dat soms verzen van de koran werden veranderd.
En wanneer Wij het ene teken [of vers] in plaats van het andere brengen - en Allah weet het beste wat Hij openbaart - zeggen zij: “Gij verzint slechts.” Neen de meesten hunner weten het niet. (Soera 16:101)

In dit vers zien we mensen klagen over Mohammed door te zeggen dat hij een “vervalser” is omdat de inhoud van wat hij reciteerde veranderde. Dit is consistent met het verslag van de Satansverzen waar verzen die hij eerder reciteerde, later werden veranderd.

Hier is een ander voorbeeld van hoe Mohammed een eerder vers veranderde om het passender te maken.

Verteld door Al-Bara: Er werd geopenbaard: “Niet gelijk zijn die gelovigen die thuis zitten aan degenen die met hun rijkdommen en hun persoon terwille van Allah strijden.” (Soera 4: 95) De Profeet zei: “Roep Zaid voor mij en laat hem het bord brengen, de inktpot en het schouderbladbot.” Toen zei hij: “Schrijf: Niet gelijk zijn die gelovigen die thuis zitten ..”, en op dat moment zat ‘Amr bin Oem Maktoem, de blinde achter de Profeet. Hij vroeg: “O Allah’s Apostel! Wat is uw gebod voor mij (ten aanzien van bovengenoemd vers) aangezien ik een blinde ben?” Dus, in plaats van het bovengenoemde vers, werd het volgende vers geopenbaard:“Niet gelijk zijn die gelovigen die thuis zitten, , met uitzondering der onbekwamen, aan degenen die met hun rijkdommen en hun persoon terwille van Allah strijden.” (Soera 4: 95) (Sahieh al-Boechari: volume 6, boek 61, nummer 512)

Deze hadieth doet helder verslag van de wijziging van soera 4:95 van zijn eerste tot zijn finale vorm. Dit type wijziging is precies wat gebeurde in het verslag van de Satansverzen. Dus de Satansverzen zijn niet het enige voorbeeld van dit type wijziging. Mohammeds wijzigingen van verzen lijken een karakteristiek te zijn van hoe de koran ontwikkelde.

Mohammed pleegde een zonde. Afgodenbeeldendienst en veelgodendom aanvaardden is zondig. Mohammed deed dit een korte periode terwijl hij een profeet beweerde te zijn. Het is waar dat Mohammed berouw toonde over deze zonde en dit is tot zijn krediet, maar de gebeurtenis laat desondanks een groot falen in zijn leven zien. Deze gebeurtenis moet niet worden genegeerd omdat het onaangenaam of irrelevant is, want het toont aan dat Mohammed zoals jij en ik was; hij moest zijn zonden erkennen en om vergeving vragen.
(Mohammed bad) O Allah! Vergeef mij fouten en mijn onwetendheid en mijn overtredingen van gerechtigheid in mijn daden; en vergaf wat U beter dan ik weet. O Allah! Vergeef het verkeerde dat ik serieus en niet-serieus heb gedaan, en vergeef mijn toevallige en bewuste fouten, alles dat in mij aanwezig is. (Sahieh al-Boecharie: volume 8, boek 75, nummer 408)

Weet dan dat er geen god is dan God en vraag om vergeving voor jouw zonden en voor de gelovige mannen en vrouwen. (Soera 47:19)

We zagen dat het volgende vers uitlegt waarom Mohammed kortdurend beeldendienst aanvaardde en satans woorden sprak.
Nooit hebben We een enkele profeet of gezant gezonden voor jou (Mohammed) met wiens wensen Satan zich niet bemoeide. Maar God abrogeert de ingevingen van Satan en bevestigt Zijn eigen openbaringen. (Soera 22:52, vertaald uit de Engelstalige koran van Dawood)

Het vers zegt dat alle profeten en gezanten satans beïnvloeding hadden. Dit vers is gedeeltelijk waar, want het is waar dat satan veel van Gods profeten tot zonde heeft geleid. De bijbel beschrijft zulke gebeurtenissen, bijvoorbeeld, Adam en Eva rebelleerden tegen God (Genesis 3); Aäron maakte het gouden kalf (Exodus 32), David telde zijn leger (1 Kronieken 21:1); Juda verraadde Jezus (Lucas 2:3), en Petrus verleidde Jezus ( Mattheüs 16:23). Echter dit vers in de koran is geheel onjuist wanneer het over Jezus gaat want Jezus zondigde nooit. Jezus werd verleid door satan op precies dezelfde manier als Mohammed was, maar in tegenstelling tot Mohammed zondigde Jezus nooit. Mohammed werd verleid valse goden te erkennen om zijn verlangen dat de Qoeraisj hem aanvaarde te vervullen; hij gaf toe aan deze verleiding en erkende hun goden. Jezus werd ook verleid om zijn verlangen te vervullen om als Christus te regeren door valse goden te erkennen, maar toen satan Jezus verleidde:

Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’ (Mattheüs 4:10)

Hoe verschillend is Jezus van Mohammed! Jezus gehoorzaamde altijd God :

die geen enkele zonde beging en over wiens lippen geen leugen kwam. (1 Petrus 2:22)

hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde. (Hebreeën 4:15)

Jezus is de enige persoon die volmaakte onderwerping aan God gegeven heeft. Wat een groot voorbeeld is hij voor ons!

Bijlage: Het volledige verslag van Mohammed die de Satansverzen uitspreekt zoals verslagen door Ibn Ishaak


De Profeet hield het welzijn van zijn stam voor ogen en wilde toenadering tot hen op elke mogelijke manier.

Jazied ibn Ziaad al-Madani leverde over van Moehammad ibn Ka’b de Koeraiziet: Toen de Profeet zag dat zijn stamgenoten zich van hem afwendden en het moeilijk vond om aan te zien hoe zij afstand namen van de boodschap die hij hun van God overbracht, wenste hij dat er van God iets zou komen wat toenadering teweeg zou brengen. Met al zijn liefde en zorg voor zijn stam had het hem plezier gedaan als hij de hardheid die hij van hen ondervond wat had kunnen matigen; daarover dacht hij na en hij wenste het vurig. En toen God openbaarde: Bij de ster als hij ondergaat: uw gezel dwaalt niet en is niet misleid, en hij spreekt niet uit een bevlieging [53:1-3] en hij bij de woorden kwam: Ziet u Laat en Oezza, en Manaat, de derde, de andere? [53:19-20] legde de Satan hem, op grond van zijn eigen gedachten en wens, de volgende woorden in de mond: ‘Dit zijn de verheven kraanvogels, op hun voorspraak kan worden gehoopt.

Toen de Qoeraisjieten dit hoorden waren zij blij en het beviel hun zeer dat hun godinnen erin vermeld werden. Zij luisterden naar hem, terwijl de gelovigen, die geloof hechtten aan de boodschap die hun Profeet bracht van hun Heer, hem niet van fouten, waanideeën of misstappen verdachten. Toen hij bij de teraardewerping kwam, aan het eind van de soera, wierp hij zich ter aarde en de moslims deden het hem na, omdat zij geloof hechtten aan de boodschap van hun Profeet en hem volgden. De heidenen uit Qoeraisj en anderen die in het bedeoord waren deden dat ook, omdat zij hun godinnen hadden horen noemen. Er bleef niemand in de moskee, gelovige of ongelovige, die zich niet ter aarde wierp, behalve Walied ibn Moeghiera, die zo oud was dat hij het niet meer kon, maar die nam een handvol grind en boog zich daarover. Daarop verlieten de mensen het bedoord en gingen uiteen. Ook de Qoeraisjieten gingen weg, blij dat zij hun godinnen hadden horen noemen, en zeiden: ‘Mohammed heeft onze goden op de best mogelijke manier vermeld en hij heeft in zijn reciet gezegd: “Dit zijn de verheven kraanvogels, op hun voorspraak kan worden gehoopt.”’

Het nieuws van deze teraardewerping bereikte de gezellen van de Profeet die in Ethiopië waren en er werd al gezegd dat Qoeraisj tot de islam was overgegaan. Sommigen van hen maakten aanstalten om terug te keren, anderen wilden nog blijven.

Toen kwam Djibriel bij de Profeet en zei: ‘Mohammed, wat heb je gedaan? Je hebt de mensen iets gereciteerd wat ik je niet heb overgebracht van God en je hebt iets gezegd wat Hij niet tegen jou heeft gezegd!’ Toen werd de Profeet zeer bedroefd en vreesde God zeer, maar God zond een openbaring neer, want hij had erbarmen met hem, om hem te troosten en de zaak te vergemakkelijken. Daarin liet Hij hem weten dat er vóór hem geen profeet of gezant was geweest die iets wenste of begeerde zonder dat de Satan hem iets naar zijn wens in de mond had gelegd, zoals hij dat nu bij de Profeet had gedaan, en zonder dat God daarna had afgeschaft wat de Satan hem had ingegeven en Zijn verzen had vastgesteld; met andere woorden: dat het hem net zo verging als sommige andere profeten en gezanten, en Hij openbaarde: Wij hebben vóór jou geen gezant of Profeet gezonden zonder dat de Satan, als hij iets wenste, hem iets naar zijn wens in de mond legde. Maar God schaft af wat Satan ingeeft; dan stelt God Zijn verzen vast. God is wetend en wijs. [22:52]

Zo nam God de droefheid van zijn Profeet weg, stelde hem gerust over wat hij had gevreesd en schafte af wat de Satan hem in de mond had gelegd, namelijk dat van hun godinnen, die verheven kraanvogels op welker voorspraak werd gehoopt. Hij liet nu op Laat en Oezza en Maanaat, de derde, de andere de woorden volgen: Hebt u dan de mannelijke en Hij de vrouwelijke [kinderen]? Dat is een onrechtmatige verdeling! Het zijn slechts namen, die u en uw vaderen gegeven hebt, tot aan: [...] aan wie Hij wil en met wie Hij tevreden is. [53:21-26] – dat wil zeggen: hoe kan de voorspraak van jullie godinnen bij Hem dan ergens goed voor zijn?

Toen de openbaring kwam die de influistering van de Satan aan de Profeet afschafte zei Qoeraisj: ‘Mohammed heeft spijt gekregen van wat hij heeft gezegd over de positie van onze godinnen bij God, hij heeft het veranderd en is met iets anders gekomen.’ (Ibn Ishaak, Het leven van Mohammed, Bulaaq, 2000, p. 73-74)
===============================================

De Koran is geinspireerd door de Satan zelf, het is onmogelijk dat een profeet zogenaamd groter dan de Christus is en de zonde niet kan weerstaan. Dit getuigt zeer duidelijk naar een cult die Mohammed liet ontstaan waarbij hij nogal duistere en door satan beinvloede lessen verkondigde.

Dan nog is het overduidelijk dat de Bijbel Jezus Christus als Alpha en de Omega beschrijft. Het begin en het einde dus! Hoe zou Jezus het einde zijn als na hem een zogenaamd grotere profeet zou op komen dagen.

Wat ook zeer duidelelijk uitspringt is dat de Islam precies dezelfde rituelen en principes heeft als de oude maan-religies. Denk hierbij aan de wassende maan als symbool van de Islam, en de Ramadan die op de maan gebasseerd is.

Zeer duidelijk dus niet van God en zeer zeker niet afkomstig van de God van Abraham!
Advertentie
Oud 23-01-2011, 20:57
Kaka8
Kaka8 is offline
Je zorgt hier alleen voor meer discussie. En dat weet je zelf.
Het zijn mensen zoals jij, dat het term "religie" vies maakt.
Een Christen, Moslim of een Jood zijn, betekent jezelf verbeteren in elke zin en het helpen van alle mensen. Maakt niks uit of ze zwart, blank, roodharig, joods, moslim, christen, minder valide, bejaard zijn. 1 van de grootste redenen van religie, is het helpen van de medemens. En niet wat jij doet, het verlagen van andermans religie, om ervoor te zorgen dat het Christendom er beter uit komt te zien.

Ik leef liever in een wereld met 99% christenen dan 99% atheisten. En als jij topics opent zoals deze, dan blijf je maar bevestigen dat "religies tegen elkaar strijden en dat zij ervoor zorgen voor allerlei oorlogen".
Oud 23-01-2011, 20:59
Verwijderd
GodAllah machtig wat een lap tekst
Oud 23-01-2011, 21:10
Kitten
Avatar van Kitten
Kitten is offline
Dit is geen topic voor scholieren.com
__________________
Altijd nuchter
Advertentie
Topic gesloten

Topictools Zoek in deze topic
Zoek in deze topic:

Geavanceerd zoeken

Regels voor berichten
Je mag geen nieuwe topics starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag geen bijlagen versturen
Je mag niet je berichten bewerken

BB code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit

Spring naar

Soortgelijke topics
Forum Topic Reacties Laatste bericht
Levensbeschouwing & Filosofie God en Allah
Uice
51 14-10-2009 08:41
Levensbeschouwing & Filosofie zijn alle geboden even zwaar?
martje16
172 24-04-2008 23:23
Levensbeschouwing & Filosofie voel me leeg
tjappie
183 03-03-2007 15:53
Levensbeschouwing & Filosofie "God is dood"
RanC
500 16-05-2005 18:08
Verhalen & Gedichten verhaaltje...
terror4life
9 14-01-2005 19:09
Levensbeschouwing & Filosofie Christenen die zeker weten dat hun god echt bestaat?
Upke
289 09-07-2004 07:39


Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 13:51.