Oud 31-05-2004, 15:34
Manon14
Avatar van Manon14
Manon14 is offline
kan iemand mij helpen?? pleazz help me

ik moet voor morgen (1 juni 2004) een verslag af hebben van nask (natuurscheikunde) maar k weet nix om te beginnen het moet gaan over geluid en de titel moet zijn geluid in beeld kan iemand mij helpen pleazz?? of weet iemand een goede site voor een werkstuk van af te pakken??
Met citaat reageren
Advertentie
Oud 31-05-2004, 16:29
Verwijderd
-> Exacte Vakken
Met citaat reageren
Oud 31-05-2004, 17:05
wildeman
Avatar van wildeman
wildeman is offline
www.scholieren.com wil nog wel eens wat op staan
Met citaat reageren
Oud 31-05-2004, 17:34
xx-daantje-xx
xx-daantje-xx is offline
Geluid

inleiding

Geluid is eigenlijk wat met de gehoororgaan wordt waargenomen. Eigenlijk is dat dus de elastische trillingen in je oor, volgens de regel van lucht, die door middel van het gehoororgaan worden waargenomen. Een enkelvoudige toon is een zuivere trilling met een bepaalde frequentie (f). Men noemt de toon hoger als de f groter is. Een muzikale toon met sterkste frequentie f bestaat uit een rij van goed samenklinkende trillingen met frequenties f, 2f, 3f, enz. Ontvangt je oor twee (of meer) tonen met frequenties f1 en f2, dan worden deze bij elkaar doorgegeven en geregistreerd. Bij geruis of ruis komen trillingen van zeer heelveel frequenties voor.De geluidssterkte (geluidsdruk) wordt meestal uitgedrukt in de eenheid decibel (dB). Een normaal menselijk oor hoort alleen golven met een frequentie tussen ongeveer 20 Hz en 20!000 Hz. Trillingen met hogere frequentie noemt men ultrasonische trillingen.

Karakteristieke geluidsgolven

Ieder muziekinstrument maakt een kenmerkende trilling. Die gaan door de lucht als geluidsgolven en worden dan weer opgevangen door je oren, waardoor je kunt horen welk instrument er wordt gespeeld, zelfs als je het niet kunt zien.. Een stemvork maakt een zuiver geluid dat regelmatig trilt in een ronde golfvorm. Een viool brengt een helder geluid voort met een puntige golfvorm. De fluit maakt een warm, zuiver geluid en een relatief ronde golfvorm. De stemvork, viool en fluit speelden dezelfde toon, dus de afstand tussen de twee toppen (de hoogste punten van de golf) is bij elke golfvorm hetzelfde. Een gong trilt niet in een regelmatig patroon zoals de eerste drie instrumenten. De golfvorm die een gong maakt is puntig en onregelmatig en je kan de toonhoogte er niet in herkennen. geluidsabsorptie

Geluidsabsorptie is de omzetting van de trillingen die werken op het gehoororgaan door een daardoor stof in warmte. De absorptie is de wrijving tussen de bewegende geluidsdeeltjes en het materiaal. Als het stof water kan doorlaten, wordt het wrijvingsoppervlak vergroot, op grond daarvan worden waterdoorlatende stoffen (sponsrubber, houtwol-cementplaten, textiel) als geluidsabsorberende materialen gebruikt.

Geluidsintensiteit

Geluidsintensiteit wordt gemeten in decibels (dB). De geluidsintensiteit van de gehoordrempel is gesteld op 0 dB, de intensiteit van fluisteren op ongeveer 10 dB en de intensiteit van ruisende bladeren op bijna 20 dB. Geluidsintensiteit is uitgezet op een logaritmische schaal, wat wil zeggen dat een stijging van 10 dB overeenkomt met een stijging in intensiteit met factor 10. Het geluid van ruisende bladeren is dus ongeveer 10 keer zo sterk als dat van fluisteren.
(geluidsintensiteit = mate van kracht of hevigheid)

Geluidsbarriere

Bij geluidsbarrière moet je bijvoorbeeld moeilijkheden overwinnen om met bemande vliegtuigen snelheden gelijk aan of groter dan de snelheid van het geluid (ongeveer 1200 km/h) te bereiken. Deze moeilijkheden worden als eerst veroorzaakt doordat bij de nadering van de geluidssnelheid zodanig sterke schokgolven in de stroming om het vliegtuig ontstaan, dat de vliegtuigweerstand zeer sterk toeneemt, waardoor de eigenschappen ten aanzien van stabiliteit en besturing op gevaarlijke wijze kunnen veranderen en sterke trillingen kunnen optreden. Men voorkomt dit door de vleugel en de staartvlakken een passende vorm te geven (dunne pijl- of deltavleugel) en krachtige straalmotoren toe te passen. (Stukje geschiedenis) De geluidsbarrière werd op 14 okt. 1947 door Ch. Yeager voor het eerst gehaald, met het experimentele Amerikaanse raketvliegtuig Bell X–1.

Geluidshinder

Geluidshinder is de hinder en/of beschadiging die ondervinden van geluid dat o.a. wordt veroorzakkt door bedrijven, verkeer en in woonhuizen. Echte schade (schade aan het gehoororgaan) is er pas bij een geluidsniveau boven 85 dB. Lawaai van lager niveau leidt tot een uitgebreid klachtenpatroon van stress, moeheid, onrust en irritatie. Daarom maakt men tegenwoordig gebruik van geluidsisolatie, geluidswal en geluidswerende verf.

Ultrasone materiaalonderzoek

Ultrasone materiaalonderzoek is een methode waarbij men gebruik maakt van ultrasone trillingen die toegepast worden voor het onderzoek van werkstukken op inhomogeniteiten (slakinsluitingen, scheuren, holten). Men maakt gebruik van frequenties van 1 tot 20 MHz. De mechanische trilling wordt via een water- of olielaagje overgebracht op het voorwerp dat onderzocht moet worden. De vloeistof vergroot het contact met het (meestal) ruwe oppervlak. Bij een onderzoek waarbij er de hele tijd geluid is brengt een taster (ook wel zender genoemd) een hele tijd doorgaande geluidsbundel over op het voorwerpoppervlak. De aan de andere kant aangebrachte zelfde taster (ontvanger) ontvangt het doorgelaten geluid, een afwijking in de geluidsdoorlatendheid van het werkstuk kan op een fout (scheur of holte) duiden. Bij onderzoek met intermitterend geluid meet men het tijdverschil tussen zenden en ontvangen van een echo met behulp van een elektronenstraalbuis, en daarmee dus ook de door het signaal doorlopen afstand. Ontmoet de geluidsbundel een fout, dan zal een foutecho verschijnen, waarvan de ligging afwijkt van normale echo's.
Met citaat reageren
Oud 31-05-2004, 17:34
xx-daantje-xx
xx-daantje-xx is offline
Inleiding
Het is avond, een discoavond. Er wordt muziek gedraaid. Het geluid staat hard. Mensen dansen en schreeuwen…
De geluidsbronnen in een disco zijn: de geluidsinstallatie en de mensen in de disco die schreeuwen. Deze geluidsbronnen laten de lucht trillen. De lucht is het medium. De trillende lucht komt bij je oor. Je oor is de ontvanger. Als de trillende lucht in de gehoorgang van je oor is aangekomen gaat het trommelvlies meetrillen. De gehoorbeentjes geven de trillingen door aan het slakkenhuis. In het slakkenhuis worden de trillingen omgezet in impulsen die via de gehoorzenuw naar je hersenen gaan.
Maar omdat het geluidsniveau in een disco vrij groot is kan er schade aan het gehoor ontstaan. Hoe harder het geluid hoe meer de trillingen heen en weer gaan. De geluidssterkte die je gehoor kan verdragen zonder dat er gehoorbeschadiging optreedt, is 80 decibel.
Maar in een disco is de geluidssterkte gemiddeld 100 decibel.
Hard geluid is al snel schadelijk en verraderlijk omdat je gehoor zijn gevoeligheid aanpast aan het geluidsvolume. Als je in een discotheek binnenkomt denkt je: "Oei, dat is hard!"
Na een uurtje ben je er aan gewend en ervaar je het niet meer als keihard. Toch kun je je alleen verstaanbaar maken als je iemand in zijn/haar oor schreeuwt. Gezond is dat dus niet voor je oren.
Hoe langer de belasting duurt, hoe meer schade. Die schade is bovendien onherstelbaar. Het is wel zo dat je enkele uren na het verlaten van de disco weer langzaam meer gaat horen, de verdoving verdwijnt langzaam weer, maar welk gedeelte van je gehoor níet meer terugkomt, weet je niet...
Wat beschadigd raakt bij langdurige blootstelling aan hard geluid zijn de trilharen in het slakkenhuis in je oor.
Niet je trommelvlies, zoals wel gedacht wordt.
Als er onvoldoende tijd is voor tussentijds herstel raken de trilharen definitief beschadigd. De gehoorschade is dan blijvend.

Theorie
Ik weet niet precies wie de definitie van trillingen heeft uitgevonden maar ik denk dat ik wel een uitvinder heb gevonden die er iets mee te maken heeft gehad:
Heinrich Hertz: naar deze Duitse natuurkundige is de frequentie-eenheid, Hertz, genoemd. Hertz wordt genoteerd met de afkorting Hz.
1 Hz staat gelijk aan 1 trilling per seconde. Heinrich Hertz heeft zelf nooit een Nobelprijs gekregen.
Een andere Duitse natuurkundige genaamd Gustav Hertz wel.
Deze Gustav Hertz won in 1925 samen met James Franck een Nobelprijs natuurkunde, voor hun ontdekking van de wetten die de invloed van op atomen botsende elektronen beheersen.
Of deze mensen familie van elkaar zijn geweest, weet ik niet.

Als eisen stel ik aan geluid:
- dat het niet te hoog moet zijn, hoge tonen vind ik irritant klinken. De trillingen die worden gemaakt moeten dus niet te dicht bij elkaar staan.
- dat het geluidsniveau niet te hoog is, want daar krijg ik hoofdpijn van en als ik weer in een rustige omgeving kom gaan mijn oren suizen. De trillingen mogen dus niet te sterk op en neer gaan.
Ik denk niet dat elk mens dezelfde eisen aan geluid stelt want mensen die een beetje slechthorend zijn vinden het geluid in de disco helemaal niet te hard.
Als je verkouden bent hoor je ook minder goed. Verder heb je mensen die Bastonen heel mooi vinden klinken terwijl anderen dat niet mooi vinden.

Waarom je hoort…
Voor je iets hoort gebeurd er een hele hoop in je oor; trillende lucht komt bij je oorschelp. Je oor is de ontvanger. Als de trillende lucht in de gehoorgang van je oor is aangekomen gaat het trommelvlies meetrillen. De gehoorbeentjes geven de trillingen door aan het slakkenhuis. In het slakkenhuis worden de trillingen omgezet in impulsen die via de gehoorzenuw naar je hersenen gaan. Je hersenen zorgen ervoor dat jij de trillingen gaat horen als geluid. Als je niet hoort dan is er iets in het proces van horen dat het niet goed doet, bijv. Het slakkenhuis zet de trillingen niet goed om in impulsen, dan ben je slechthorend of doof.
(zie tekening achterin voor de onderdelen van het oor)

Je kunt op een oscilloscoop zien hoe hard de verschillende trillingen klinken door te kijken naar de amplitude. Wanneer de trillingen sterk op en neer gaan heb je te maken met een harde toon. Hoe dichter de trillingen bij elkaar staan hoe hoger de toon.

Bij stereotoren gaat de stereotoren trillen bij lage tonen.

Trillingen worden gemeten in Hertz, afkorting Hz.
1 Hertz staat gelijk aan 1 trilling per seconde.
Hoe meer trillingen per seconde hoe hoger de toon.
Als een trilling 0,2 seconde duurt, is die 5 hertz, want 0,2x5= 1 seconde

Het geluidsniveau wordt uitgedrukt in decibel, afkorting dB.
Je meet de geluidssterkte met een decibelmeter.

Decibel en Hertz kan je allebei meten dus het zijn grootheden.

Aanvullende opmerkingen
Deze apparaten en dieren kun je niet of voor een beperkt deel horen:
• Vleermuis, een vleermuis kan geluiden maken van ongeveer 10.000 Hz tot over de 100.000 Hz De mens heeft een gehoorgrens tot ongeveer 18.000 . Als een vleermuis geluiden maakt van boven de 20.000 kan de mens de vleermuis niet meer horen.
• Hondenfluit, de mens heeft een gehoorgrens tot ongeveer 18.000 Hz. Een hondenfluit heeft een frequentie van iets boven de 20.000 Hz Mensen kunnen de hondenfluit dus niet horen.
• Bruinvis, de bruinvis maakt geluiden van ongeveer 5500 Hz tot 100.000. De mens kan horen tot ongeveer 18.000. De bruinvis geluiden maakt van boven de 20.000 kan de mens de bruinvis niet meer horen.

Geluidsbronnen:
• Instrumenten zoals de gitaar, deze bron maakt geluid doordat de snaren trillen.
• Stem van een mens, een mens kan praten doordat de stembanden trillen.

Mijn mening
Ik vond het heel leerzaam om dit verslag te maken.
Ik ben veel op zoek geweest naar de uitvinder van de definitie van trillingen. Ik kon hem niet precies vinden maar ik weet nu wel heel veel van beroemde natuurkundigen. Zo heb ik de lijsten bekeken van alle Nobelprijswinnaars.
Maar ik vond dat het maken van het verslag veel tijd kostte.
Met citaat reageren
Oud 31-05-2004, 17:35
xx-daantje-xx
xx-daantje-xx is offline
Inleiding
* Het geluid dat je hoort wordt bepaald door de eigenschappen van: bron, medium en ontvanger. In schema:

bron -> medium -> ontvanger

§2 Trillingen
* Een geluidsbron is alles wat geluid maakt (maakt geluid door te trillen). Zo heb je bijvoorbeeld een stemvork, de benen trillen in een periodiek beweging: de trilling wordt naar een bepaalde tij herhaald. Je kunt dus stellen dan een trilling een heen-en-weer beweging is.
Het verband tussen de trillingstijd en de frequentie wordt zo weergegeven:

(T is trillingstijd in s en f de frequentie in Hz)

* De harmonische trilling is de uitwijking u en een sinusfunctie van de tijd t:

u = r . sin(2 . . f) -> u = r . sin(2 . . )
(T is trillingstijd in s, f de frequentie in Hz, t de tijd in s, u de uitwijking in m en r de amplitude in m).

* Bij een harmonische trilling geeft de fase f het aantal uitgevoerde trillingen vanaf het tijdstip t = 0:

f =
(f is de fase (dimensieloos), t de tijd in s en T de trillingstijd in s).

Bij een gereduceerde fase fr worden de hele getallen vaak weggelaten. Bij een fase f van 1¼ en 2¼ hoort dus een gereduceerde fase fr = ¼
De formule voor de gereduceerde fase wordt gegeven door:

->f =
(->f is de gereduceerde fase (dimensieloos), ->t het tijdsverschil in s en T de trillingstijd in s.
Deze is constant als beide voorwerpen met dezelfde trillingstijd trillen).

* De beweging van een trillend voorwerp is steeds een herhaling van een vertraagde beweging vanuit de evenwichtsstand naar een uiterste stand en een versnelde beweging van die uiterste stand terug naar de evenwichtstand. Voor het uitvoeren van deze beweging is een naar de evenwichtsstand gerichte kracht nodig. Voor een harmonische trilling moet het verband tussen die terugdrijvende kracht Ft en de uitwijking recht evenredig zijn: Ft / u = constant.
De terugdrijvende kracht Ft is de component van de zwaartekracht in de richting van de baan van het voorwerp: Ft = Fz · sin a / (l · sin a) = Fz / l = m · (g / l) = constant. De slinger voert dan een harmonische trilling uit.
Bij de trilling van een massaveersysteem geldt:

Fv = C · u.

(Fv is de veerkracht in N, C is de veerconstante in Nm-1 en u is de uitrekking van de veer in m).

* De trillingstijd T van een slinger hangt alleen af van de slingerlengte l en het zwaartepunt van de slingermassa:

T = 2 · p ·

De trillingstijd T van een massaveersysteem hangt af van de massa m en de veerconstante C:

T = 2 · p ·
(T is de trillingstijd in s, l de lengte in m, g de valsnelheid in ms-2, m de massa in m en C de veerconstante in Nm-1).

§3 Lopende golven
* Een trillingsbron veroorzaakt een golf die van de ene plaats naar de andere ‘loopt’ (lopende golf).
In een koord of een veer kun je een transversale golf opwekken door het uiteinde op-en-neer te bewegen. Eén beweging op-en-neer veroorzaakt in het koord of de veer een golfberg en een golfdal (samen één golf). Zo’n transversale golf plant zich in de loop van de tijd voort.
In een veer kun je een longitudinale golf laten lopen door het uiteinde vooruit en achteruit te bewegen. Eén trilling van het uiteinde van de veer veroorzaakt in de veer een verdichting en een verdunning (samen één golf). Zo’n longitudinale golf plant zich in de loopt van de tijd voort.
Als het uiteinde van het koord of veer een aantal trillingen achter elkaar uitvoert, ontstaat een reeks van golfen die achter elkaar lopen. In een reeks golven zit een patroon dat zich na een bepaalde afstand herhaalt. Die afstand is de golflengte ->.
De snelheid waarmee een golf zich voortplant, is de golfsnelheid v (m/s). Bij een eenparige beweging van de golf wordt de golfsnelheid gegeven door:

-> . f
(v is de snelheid in ms-1, -> de golflengte in m, T de trillingstijd in m en f de frequentie in Hz).
-> de golfsnelheid v, mag je vaak beschouwen als de geluidssnelheid: 343 ms-1.

* Met de fase bedoelen we het aantal uitgevoerde trillingen op een bepaald tijdstip en dat af hangt van de plaats van het deeltje. Het deeltje bij de kop van de eerste golf heeft als fase 0. Naarmate je dichter naar de trillingsbron toe gaat wordt de fase groter. Er is een faseverschil ->f tussen de trillingen op twee verschillende plaatsen in de reeks golven:

->f =
(->f is het faseverschil (zonder eenheid), ->x is de afstand tussen twee plaatsen in m en -> is de golflengte in m).

* Als een geluidsbron nadert met een snelheid vb, verplaatst de bron zich tijdens het uitzenden van één golf over de afstand ->x = vb · tb. De uitgezonden golf wordt daardoor als het ware in elkaar gedrukt: de waargenomen golflengte ->w is daardoor kleiner dan in een situatie met een stilstaande bron:

->w = ->w - ->x = v · Tb - vb · Tb = (v - vb) · Tb = (v - vb) / fb -> er geldt ook: fw = v / ->w.

Nu kun je bij het Dopplereffect een formule maken, de Dopplerformule voor de waargenomen frequentie bij een bewegende geluidsbron:

. fb
(fw is de waargenomen frequentie in Hz, v de (geluid)snelheid in ms-1, vb de snelheid van de bron in ms-1 en fb de frequentie van de bron in Hz).

-> de formule geldt bij een naderende geluidsbron. Als de geluidsbron zich van de waarnemer verwijdert wordt de snelheid vb van de geluidsbron negatief gerekend.
Bij het op korte afstand passeren van een geluidsbron daalt de waargenomen frequentie fw veel scherper dan wanneer de geluidsbron op een grote afstand passeert.

§4 Staande golven
* Als je bij een lopende transversale golf in een koord het uiteinde van het koord vastmaakt zullen de golfen bij dat uiteinde terugkaatsen. Er lopen in het koord dan transversale golfen. Onder bepaalde omstandigheden ontstaan er in het koord een staande transversale golf.
Bij een staande transversale golf trilt het koord als geheel op-en-neer tussen twee uiterste standen. De amplitude is niet op ieder punt even groot. Punten waar de amplitude nul is noem je een knoop. Punten waar de amplitude maximaal is noem je een buik. De punten tussen twee opeenvolgende knopen trillen in fase, de punten aan weerskanten van een knoop trillen in tegenfase.
De golflengte -> van een staande transversale golf is gelijk aan tweemaal de afstand tussen twee opeenvolgende knopen.
Het vastgemaakte uiteinde is altijd een knoop, het andere uiteinde is vrijwel altijd een knoop.
Bij een lopende golf geldt ook: v = -> · f.
De golflengte van een staande golf kan slechts een bepaald aan waarden hebben (doordat de uiteinden altijd een knoop vormen):

= n · ½ · ->n (n = 1, 2, 3, …)

( is de lengte van het koord in m, n het aantal halve lengtes en ->n de golflengte in m).

* De frequentie kan dus ook maar een bepaald aantal waarden hebben: de eigenfrequenties. De manier waarop het koord bij deze trilt, noemen we de eigentrillingen van het koord.
De eenvoudigste eigentrilling van een koord is de grondfrequentie:

f1 =

De hogere eigenfrequenties fn van hetzelfde trillende koord kun je uiteraard ook berekenen. Dit doe je aan de hand van de grondfrequentie f1:

fn = n · f1

* Een koord gaat trillen door een uiteinde te laten trillen. Als de frequentie van deze gedwongen trilling gelijk is aan een van de eigenfrequenties van het koord, ontstaat een staande golf. Er treedt ook resonantie op: De maximale amplitude waarmee het koord trilt, wordt veel groter dan de amplitude van de ‘opgelegde’ trilling. Daarom worden eigenfrequenties van het koord ook wel resonantiefrequenties genoemd.
Door de geluidsgolven van een luidspreker door een buis met lucht te laten gaan, lopen er door terugkaatsing in de luchtkolom longitudinale golven tegen elkaar in en kan er onder bepaalde omstandigheden in de luchtkolom een staande longitudinale golf ontstaan. Er treedt dan ook resonantie op en het geluid klinkt ineens veel harder. In de buiken bevinden zich ook buiken en knopen. De ligging van de knopen en buiken is bij een open luchtkolom anders dan bij een gesloten luchtkolom.

* Bij een open luchtkolom (resonantiebuis die aan beide uiteinden open is): er ontstaat aan beide uiteinden een buik. Hier geldt weer hetzelfde verband als voorgaande met de grondfrequenties en hogere boventonen:

f1 =

De hogere eigenfrequenties fn van hetzelfde trillende koord kun je uiteraard ook berekenen. Dit doe je aan de hand van de grondfrequentie f1:

fn = n · f1

* Bij een gesloten luchtkolom (resonantiebuis die aan één uiteinde open is)geldt: aan het open einde ontstaat een buik, aan het gesloten uiteinde een knoop. Er geldt hier degelijk wat anders dan bij de open luchtkolom:

l = (2 · n - 1) · ¼ · ->n (n = 1, 2, 3, …).

De grondfrequentie f1 is ook te bepalen aan de hand van een formule:



Bij een gesloten luchtkolom kun je uiteraard ook de hogere boventonen bepalen aan de hand van de grondfrequentie:

fn = (2 · n - 1) · f1

§5 Geluid
* De trillingsenergie van de lucht kunnen we ook geluidsenergie noemen. De sterkte van een geluidsbron hangt af van de hoeveelheid geluidsenergie die de bron per seconde uitzendt. De hoeveelheid geluidsenergie per seconde is het geluidsvermogen. Een betere maat voor de waargenomen geluidssterkte is de geluidsintensiteit I:


(I is de geluidsintensiteit in Wm-2, Pbron het vermogen in W en A het oppervlak waarover het geluid zich verspreid in m2).

In een volledig open ruimte verspreid het uitgezonden geluidsvermogen zich over een bolvormig oppervlak, waarbij geldt: A = 4 · r2.
Je kunt de formule herschrijven:

(I is de geluidsintensiteit in Wm-2, Pbron het vermogen in W en r de straal van de cirkel in m).

* In de praktijk wordt in plaats van de geluidsintensiteit meestal gesproken over geluidsniveau met als eenheid decibel (dB):

Lp = 10 · log -> I0 = 1,0 . 10-12 Wm-2
(Lp is het geluidsniveau in dB, I is de geluidsintensiteit in Wm-2 en I0 is de minimum geluidsintensiteit (10-12 Wm-2).

* Als je de geluidsintensiteit I wilt weten, moet je logaritmische functies kunnen oplossen

Lp = 10 · log -> Lp = 10 · 10log

10log -> 10Lp/10 =

I = 10Lp/10 . 10-12

Nu kun je zien hoe je een logaritmische functie moet oplossen.




Ik hoop dat je hier wat aan hebt
Met citaat reageren
Oud 04-06-2004, 12:36
Tha Gladnekker
Tha Gladnekker is offline
jaja, dan levert iemand van 13 dat in, en de leraar denkt dan dat die dat allemaal zelf bedacht heeft..?
Met citaat reageren
Oud 04-06-2004, 17:57
Dr HenDre
Avatar van Dr HenDre
Dr HenDre is offline
Citaat:
Tha Gladnekker schreef op 04-06-2004 @ 13:36 :
jaja, dan levert iemand van 13 dat in, en de leraar denkt dan dat die dat allemaal zelf bedacht heeft..?
tja nask is vmbo he, daar zitten altijd de genieen
Met citaat reageren
Oud 06-06-2004, 14:12
Verwijderd
Citaat:
Dr HenDre schreef op 04-06-2004 @ 18:57 :
tja nask is vmbo he, daar zitten altijd de genieen
Ik vind dit opzich best een lullige opmerking. Nask wordt ook gegeven op sommige scholen in de onderbouw als gewoon vak.
En op het vmbo inderdaad, maar alsof die mensen dom zijn, zo klinkt het, maar zo is het vast niet bedoeld...
Met citaat reageren
Oud 06-06-2004, 14:56
mathfreak
Avatar van mathfreak
mathfreak is offline
Citaat:
Evatjuhhhh schreef op 06-06-2004 @ 15:12 :
Nask wordt ook gegeven op sommige scholen in de onderbouw als gewoon vak.
Als het goed is wordt dit op alle scholen gegeven in het kader van de basisvormig, en vindt er vanaf de derde klas pas een afzonderlijke splitsing in natuurkunde en scheikunde plaats.

Citaat:
Evatjuhhhh schreef op 06-06-2004 @ 15:12 :
En op het vmbo inderdaad, maar alsof die mensen dom zijn, zo klinkt het, maar zo is het vast niet bedoeld...
Laten we hopen van niet. Ik heb zelf eerst m.a.v.o. gedaan (nu de theoretische leerweg in het v.m.b.o.) en daarna h.a.v.o., dus zo dom zijn v.m.b.o.-ers niet.

@xx-daantje-xx: Je laatste reply is qua niveau niet geschikt. Het enige wat bij geluid op het v.m.b.o. wordt behandeld zijn de formules f=1/T en s=v*t. Verder is de behandeling grotendeels kwalitatief.
__________________
"Mathematics is a gigantic intellectual construction, very difficult, if not impossible, to view in its entirety." Armand Borel
Met citaat reageren
Advertentie
Reageren

Topictools Zoek in deze topic
Zoek in deze topic:

Geavanceerd zoeken

Regels voor berichten
Je mag geen nieuwe topics starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag geen bijlagen versturen
Je mag niet je berichten bewerken

BB code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit

Spring naar


Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 13:03.