Door gebruik te maken van Scholieren.com of door hiernaast op ‘akkoord’ te klikken, ga je akkoord met onze gebruiksvoorwaarden en geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Als je niet alle cookies wilt toestaan, ga dan naar ‘instellingen aanpassen’ om dit in te stellen. Ben je jonger dan 16 jaar? Zorg dan dat je toestemming hebt van je ouders om onze site te bezoeken. Hier lees je alles over hoe wij omgaan met je privacy.

Oud 23-01-2004, 14:24
Verwijderd
Mijn verhaal. Deel van mijn profielwerkstuk. Het speelt zich af in 1415, maar als beoordelend docent lees je dat in de rest van het werkstuk.
Ik wil graag alles van jullie weten. Verkeerde woordkeus, verkeerde komma's, taal- spel- en stijlfouten... alle muggezifterij mag je op me loslaten. Jullie zijn mijn aanvullende Word-spellingscontrole.

Alvast bedankt voor het lezen.

Krummeltje.
P.S. Ik heb ook nog geen titel. Voel je geroepen.

...

Op de oude man na was de kamer leeg.
Het had de hele dag al gesneeuwd. Een direct gevolg daarvan was geweest dat hij zich een weg had moeten banen door de sneeuw, één keer toen hij naar het kasteel was geweest en één keer toen hij terugkeerde.
Het haardvuur was bijna uit. Hij voelde de kilte van de sneeuw buiten, maar hij kon de moed niet opbrengen om het vuur weer op te stoken. En dit keer hielden zelfs de versleten wandkleden, een ode aan een tijd lang geleden, de kou niet tegen.

Hij strekte zijn voeten in de richting van het vuur, in de hoop dat hij nog iets van warmte door zijn lichaam zou voelen. Maar het vuur was nu echt uit: zelfs de kolen gloeiden niet meer. En zijn oude lichaam had de puf niet meer om op te staan. Daarom bleef hij maar zitten.
Hij was al bijna vergeten hoe oud hij eigenlijk was. Hij wist dat hij al bijna zestig winters had meegemaakt – misschien wel teveel voor één mens. En hoewel zijn geest over het algemeen voldeed aan zijn eisen, was zijn lichaam al jaren terug opgehouden met gehoorzamen aan zijn wil. Want hij wilde wel. Hij wilde nog zoveel dingen doen, maar zijn lichamelijke gesteldheid liet het eenvoudigweg niet toe. Dat deed hem verdriet, maar dat liet hij niet merken. Dat betekende toegeven aan zijn zwakte – dat was iets wat hij slechts één keer eerder had gedaan. En voor zijn vrouw was het ook niet goed hem ongelukkig te zien. Zij had het zelf al moeilijk genoeg. Ze wilde graag kinderen, maar tot haar grote spijt was dat nooit gelukt. Het kon hem zelf niet zoveel meer schelen.
Tien jaar geleden wel – tien jaar geleden had hij zich vast druk gemaakt om de opvolging. De oude man grinnikte zachtjes en streek met een bibberende hand door zijn grijze haar. Er was niemand meer nodig om hem op te volgen. Zijn kasteel was hem afgepakt, zijn landerijen ingepikt en slechts zijn familiebezit mocht hij houden. Hij staarde naar de wandkleden aan de muur. Ze hadden hem weinig geluk gebracht.
Hij, Reinoud de vierde van Coevorden, heden ten dage leenman van de Hertog van Gelre. Voorheen Heer van Coevorden en Drenthe. Heer met een hoofdletter nog wel, net als zijn geliefde oom Reinoud de derde. En net als zijn vader. Zijn verkrampte vingers maakten een machteloos gebaar. Zijn vader was veel te vroeg gestorven. Hij had hem, Reinoud, zijn enige zoon, die op dat moment nauwelijks meerderjarig was, zomaar achtergelaten. Het had hem veel verdriet gekost, maar niemand had zoveel verdriet gehad om zijn vaders dood als zijn moeder. Hij was gedwongen haar weg te zien kwijnen totdat het haar dood werd. En het kostte hem tot op de dag van vandaag moeite om te geloven dat dit Gods wil was geweest. Zijn moeder, één van de meest devote vrouwen die hij kende, behoorde niet zo zwaar gestraft te worden. Het was niet eerlijk.
Maar dat had hij al eerder gezegd.

Zijn gedachten dwaalden af naar zijn jongere jaren, de jaren na de dood van zijn ouders. Hoewel hij onnoemelijk veel verdriet had om de dood van zijn moeder, kon hij dat niet laten merken aan de buitenwereld en dus was hij gedwongen zijn leven door te leven zoals hij het daarvoor had gedaan. Waardoor iedereen vervolgens dacht dat hij een norse, emotieloze man was.
In die tijd kostte het hem nog moeite om mensen af te snauwen. Dat had hij echter na de eerste vete met de bisschop van Utrecht wel gauw afgeleerd. Een hoogst akelige man, die bisschop van Utrecht, dat herinnerde hij zich nog goed. Het gedonder was begonnen bij één van zijn voorvaderen – waar hij er overigens nogal veel van had, maar dat terzijde. Zijn voorvaderen dus. Hij kon zich niet meer herinneren welke, maar één van hen had het op een akkoordje gegooid met de bisschop van Utrecht. Als hij zich niet vergiste – zijn geheugen ging wat achter uit de laatste tijd – was het resultaat daarvan dat de bisschop het kasteel verkocht had. En hij had er nog wel een flinke smak geld voor gekregen ook nog.
Hij was nog niet eens acht jaar toen hij de bisschop voor het eerst ontmoette. De bisschop kwam zijn oom bezoeken. Reinoud de derde, heer van Coevorden en Drenthe, was uiterst beleefd geweest – iets wat hem verbaasd had, over het algemeen schuwde hij wat ruiger taalgebruik absoluut niet. Zijn moeder probeerde hem altijd uit de buurt van hem te houden, maar Reinoud fascineerde hem mateloos, niet in de minste plaats omdat hij dezelfde naam droeg als hij. Als klein kind voelde hij zich altijd heel belangrijk omdat iedereen altijd zijn naam riep. Negen van de tien keer werd daarmee zijn oom bedoeld, maar dat deerde hem niet zo.
Er waren echter meer redenen waarom hij zich zo in zijn oom interesseerde. Een gevoel wat overigens geheel wederzijds was: Reinoud de derde hield veel van zijn kleine neefje. Zijn moeder vond dat een kwalijke ontwikkeling. Zij vond de broer van haar man een onbeholpen boer met slechte manieren, zoals ze ooit eens had gezegd.
Ze wist niet dat hij dat gehoord had.

De dood van Reinoud de derde had hij nooit helemaal goed begrepen. Op een dag stierf hij gewoon. De sfeer die er de volgende ochtend in het kasteel had gehangen had hij nooit helemaal uit zijn gedachten kunnen bannen. Van zijn moeder mocht hij niet bij zijn overleden oom komen. Hij had het toch gedaan. Hij wilde afscheid nemen van degene die misschien wel het meest van hem had gehouden.
Hij wist waar Reinoud lag: in de grote kamer, waar de deur van gesloten was. Dat was ook het werk van zijn moeder geweest. Ze probeerde in alles hem weg te houden van Het Dode. Het had hem echter mateloos gefascineerd. Zoals veel dingen die zijn moeder hem verboden had. Zijn oogleden werden zwaar. Hij knipperde even met zijn ogen en probeerde zijn gedachten erbij te houden, maar al gauw viel hij in een diepe, maar rusteloze slaap.

Daar was de kamer van zijn oom. Spoedig zou zijn vader daar gaan zitten en dan zuchten zoals Reinoud dat deed. Gedaan had. Toen hij nog leefde. Hij vond het moeilijk. Nu moest hij ineens anders praten. “Reinoud had dat zo gewild” had zijn vader gezegd. Wel twee of drie keer misschien, toen de volwassenen het over de begrafenis hadden. Veel dingen daarvan begreep hij niet, en kon hij zich ook niet indenken dat zijn oom het zo wilde. Had gewild. Als hij nog leefde. Hij begreep het niet, hij begreep niet waarom Reinoud dood was, waarom zijn vader zo geheimzinnig deed en waarom hij zijn moeder niet had zien huilen. Zelf waren zijn tranen pas opgedroogd toen zijn vader had gedreigd hem ondersteboven aan de zoldering te hangen.
De deur was zwaar en ging pas open toen hij er met zijn volle gewicht - hij woog niet veel voor zijn acht jaar - tegenaan ging hangen. Hij ging naar binnen en hield even zijn adem in. Het rook in de kamer naar rottend vlees. Het kostte hem moeite om niet toe te geven aan zijn braakneigingen, maar na een paar keer slikken lukte hem dat.
De kist stond in het midden van de kamer. Hij voelde aan de witte kleden die over de kist gedrapeerd lagen. Ze voelden akelig koud aan. Hij begreep ook niet waarom ze over de kist lagen – warm hoefde Reinoud het niet meer te hebben.
Hij trok de kleden voorzichtig naar beneden zodat de houten kist tevoorschijn kwam. Openmaken durfde hij echter niet. Omdat zijn moeder het niet zou willen. En omdat hij Reinoud niet wilde zien. Terwijl dat wel de reden was waarom hij nu hier stond.
De voetstappen achter hem hoorde hij te laat. Zijn moeder greep hem bij zijn arm vast en begon te gillen en te schreeuwen dat hij geen respect voor de doden had. Zijn arm raakte een van de kaarsen die rondom de kist stonden. Geschrokken wilde hij zijn arm terugtrekken, maar zijn moeder probeerde zijn arm in de kaars te houden. Zijn wereld werd langzaam zwart.


Hij schrok wakker. Even duizelde het hem van alle indrukken. Hij kon zich dit niet meer herinneren. Hij dacht dat hij bij de deur was omgekeerd, uit pure angst. Maar angst waarvoor? Hij wilde Reinoud zien – iets wat hem niet gelukt was – maar hij wist niet waarom dat zo belangrijk voor hem was. En waarom hij ongehoorzaam was geweest.
Zijn vingers vonden de mouw van zijn gewaad en schoven het een stukje omhoog. Dezelfde brandplekken. Zijn moeder had hem nooit gevraagd hoe die daar kwamen. Nu begreep hij waarom.
Haar kille reactie had hij nooit begrepen. Ze had geen verdriet gehad om de dood van Reinoud. Maar hij was familie en bovendien: haar zoon was naar hem vernoemd. Zoiets deed je toch uit liefde voor iemand? Maar ze had nooit van hem gehouden, en misschien van zijn vader ook niet.
Toch hield hij van zijn moeder, ze was een goede vrouw geweest. Hij hield nog steeds van haar. Ook al was ze al tientallen jaren dood – voor hem maakte dat geen verschil. Verder was er toch niemand om van te houden. Misschien zijn vrouw. Hij hield van zijn vrouw, maar niet met zijn hele hart. Het was meer een soort gewenning. Of een verstandskwestie.
Of hij ooit van zijn vader gehouden had wist hij niet. Hij was op hem gesteld, dat wel. Hij had het er moeilijk mee. Zijn vader was de sturende factor in zijn leven geweest. Hij vertelde hem wat hij moest doen en hoe hij het moest doen. Maar zijn vader wilde zijn evenbeeld scheppen, niet een kind opvoeden. Dat was iets wat hij pas veel later begrepen had. Dat zijn vader hem nodig had om voort te leven, om de opvolging. Of hij toen al wist dat hij vroeger zou sterven dan gepland – het bleef hem een raadsel. Zelfs zijn moeder wist het waarschijnlijk niet, maar hij had nooit de moed gehad het haar te vragen. Dat soort dingen vroeg je niet.
Er waren zoveel dingen in zijn jeugd geweest die hij niet had mogen vragen, dat hij met vele vragen was blijven zitten, of er zelf een antwoord op had gezocht. Hij wilde nu dat hij de moed had gehad zijn moeder het vuur aan de schenen te leggen. Dan had ze hem kunnen antwoorden dat hij zich dingen in zijn hoofd haalde en dat hij niet zulke vreselijke dingen mocht denken van zijn eigen vader en moeder. En dan had hij zijn moeder geloofd en was hij tevreden geweest.
Nu twijfelde hij echter over alles. Had hij wel de fijne jeugd gehad die zijn moeder hem voorgespiegeld had? Wat als hij nog meer gebeurtenissen als deze verdrongen had? Wat was er vijftig jaar geleden in het kasteel gebeurd wat het daglicht niet kon verdragen?
Hij wist het antwoord niet. Nu had hij zijn ouders nodig om de antwoorden te geven en nu waren ze er niet. Al betwijfelde hij of ze hem dan de antwoorden hadden gegeven die hij nodig had. Maar nu zou hij het toch nooit weten.
Dat was het wrange van ouder worden. Hij vroeg zich te veel af, hij piekerde teveel en hij kreeg niet de antwoorden die hij wilde. Hij kon ze immers niet zelf bedenken? Geschiedvervalsing zou dat zijn. Als hij zelf kinderen had gehad…
Maar die had hij niet, en die zou hij niet krijgen.

Hij hoorde zijn moeder. Haar schelle stem kwam overal bovenuit. Hij wilde het niet horen, probeerde zijn dekens over zijn hoofd te trekken, maar hij kreeg het te benauwd. Nu moest hij wel. Hij moest het horen, of hij wilde of niet.
Zijn vader en moeder hadden ruzie. Hij weigerde de woorden die ze uitwisselden te geloven. Het kon niet. Het mocht niet. Het was nooit gebeurd. Reinoud was dood. Een natuurlijke dood gestorven. Zijn moeder zou dat nooit doen. Nooit. Zijn verstand weigerde te onthouden wat ze zei. En wat zijn vader zei was ook niet waar. Het was niet Reinouds schuld. Dat kon niet. Nooit.
Toen ze zwegen kroop hij diep weg onder zijn dekbed. Als hij nu maar zo snel mogelijk in slaap viel, kon hij misschien vergeten wat er was gebeurd. Het is maar een droom. Het is maar een droom.


Hij hoestte. Zijn ademhaling ging langzaam en klonk als de wind en hoe die soms langs de muren kon loeien. Hij was het vergeten. Ook dit. Alweer een jeugdherinnering die hij koste wat kost verdrongen had. Waarom ze nu allemaal weer terugkwamen wist hij niet. Waarom hij zich nu pas, aan het eind van zijn leven afvroeg, was hem een raadsel. Maar de feiten lagen er en de twijfel was gezaaid. En wat hij zaaide, zou hij oogsten. Hij kon dit niet verzonnen hebben, daarvoor leken de dromen veel te levensecht.
Maar hoe groot was de kracht van zijn fantasie? En hoe groot was de kracht van zijn herinneringen?

“Ik heb geen zin om op jou te wachten, Reinoud!” schreeuwde zijn vader.
“De dag dat ik doodga, zal jouw zoon op mijn plek zitten,” antwoordde Reinoud rustig. “Hij zal heersen. Hij heeft de naam, en meer hersens dan jij.”
“Mijn zoon… waarom de kleine?” vroeg zijn vader. “Hij is te jong, hij zal het niet begrijpen!”
Reinoud glimlachte even en schudde zijn hoofd. “Hij zal niet meer jong zijn bij mijn sterven. En bij mijn sterven zal ik hem de waarheid vertellen.”
“Reinoud, nee,” zei zijn vader geschrokken. “Dat gebeurt niet. Hij hoeft het niet te weten.”
“De schande die het zo veroorzaken! Gelukkig dat ik er dan niet meer ben,” zei Reinoud met een sarcastisch lachje. “Jij zult nooit op de troon van Coevorden zitten, Johan. Alleen de echte afstammeling Reinoud de derde van Coevorden zal die bestijgen. En hij zal het weten. Hij zal weten dat hij míjn zoon is.”


Hij was te moe. Hij kon het niet meer opbrengen om verder na te denken. Zijn dromen hadden hem uitgeput. Lichamelijk niet, nee, lichamelijk was hij toch al een wrak. Maar zijn geest kon de onuitputtelijke stroom van herinneringen niet meer aan. Het was te veel. Een oude man zou op zijn oude dag niet meer geplaagd mogen worden door deze twijfels. Het was teveel. Het moest ophouden.
Maar zelfs daar had hij geen moed meer voor.

“Vader, vader!”
“Reinoud.” Het was geen vraag, geen verwijt, maar een constatering. Zijn vader strekte zijn armen uit en ving het achtjarige jongetje op. “Ga je mee naar je oom? Hij heeft je gemist.”
Het jongetje vouwde zijn vingers om de hand van zijn vader en huppelde aan zijn hand mee. “Houdt u van mij?”
Het bleef even stil. De man glimlachte. “Natuurlijk. Je bent mijn zoon.”
Hij had nog een vraag. “En oom Reinoud? Houdt u van oom Reinoud?”
“Natuurlijk. Hij is mijn broer.”
Hij wist het wel. Hij wist het zeker. Iedereen hield van elkaar. En ze hielden allemaal van hem.
Nu kwam het allemaal goed.


Op de oude man na was de kamer leeg.
De kist was gesloten en de kleden waren er over heen gelegd. De bezoekers waren net weer vertrokken. De kaarsen die rondom de kist opgesteld stonden, waren nodig aan vervanging toe. Spoedig zou er iemand komen. En morgen was de begrafenis. De mensen bij de kist hadden mooie woorden gezegd. Dat hij zo’n dappere man was, en dat zijn vrouw zich zo flink hield. Dat hij zo’n mooi leven had gehad. Alsof hij zich daarin interesseerde. Er was niets dappers aan hem – hij had vragen moeten stellen toen het nog kon. Hij had zich niet moeten laten afschepen met vuige leugens. En zijn leven was één groot toneelspel geweest. Geluk had hij nooit gekend.
Het enige wat dan overbleef was dat zijn vrouw zo flink bleef. Hij had haar inderdaad niet horen huilen. Maar dat kwam dan waarschijnlijk doordat ze nooit van hem gehouden had.

Laatst gewijzigd op 23-01-2004 om 14:30.
Met citaat reageren
Advertentie
Oud 23-01-2004, 19:14
.boris
Avatar van .boris
.boris is offline
Ik heb even niet veel zin om te lezen maar dit viel me op in het stukje dat ik heb gelezen

'Het had de hele dag al gesneeuwd. Een direct gevolg daarvan was geweest dat hij zich een weg had moeten banen door de sneeuw, één keer toen hij naar het kasteel was geweest en één keer toen hij terugkeerde. '

Ik vind de tweede zin een beetje vreemd: een direct gevolg daarvan was geweest...
misschien anders formuleren ofzo?
Of het hele oorzaak-gevolg gebeuren verdekken door gewoon te schrijven

'Het had de hele dag al gesneeuwd. Hij moest zich een weg banen door de sneeuw, één keer toen hij naar het kasteel toe en één keer toen hij terugkeerde. '

maar ik heb alleen het eerste stukje maar gelezen en ik weet verder dus nog niets erover te zeggen...

owh en dit nog: er staat dat die wandkleden een ode zijn aan een hele tijd geleden, ik denk dat een ode aan het verleden soepelder is
__________________
doe maar wiebelen
Met citaat reageren
Oud 23-01-2004, 23:05
Verwijderd
Dank je.
Meer mensen commentaar?
En oh ja, graag ook de dingen die niet kunnen qua tijdplaatsing (nl. 1415) eruit halen, als je ze ziet.
Met citaat reageren
Oud 26-01-2004, 14:54
Verwijderd
up.

Ik weiger te geloven dat niemand zin heeft dit te lezen En ik wil zo graag bekritiseerd worden! Grijp je kans!

[/einde wervingstekst]
Met citaat reageren
Oud 26-01-2004, 16:10
duivelaartje
Avatar van duivelaartje
duivelaartje is offline
Ik ga hem zo even lezen, eerst nog even wat drinken
Met citaat reageren
Oud 26-01-2004, 16:41
duivelaartje
Avatar van duivelaartje
duivelaartje is offline
Citaat:
Krummeltje schreef op 23-01-2004 @ 14:24:
Mijn verhaal. Deel van mijn profielwerkstuk. Het speelt zich af in 1415, maar als beoordelend docent lees je dat in de rest van het werkstuk.
Ik wil graag alles van jullie weten. Verkeerde woordkeus, verkeerde komma's, taal- spel- en stijlfouten... alle muggezifterij mag je op me loslaten. Jullie zijn mijn aanvullende Word-spellingscontrole.

Alvast bedankt voor het lezen.

Krummeltje.
P.S. Ik heb ook nog geen titel. Voel je geroepen.

...

Op de oude man na was de kamer leeg.
Het had de hele dag al gesneeuwd. Een direct gevolg daarvan was geweest dat hij zich een weg had moeten banen door de sneeuw, (volgens mij klopt deze zin niet...) één keer toen hij naar het kasteel was geweest en één keer toen hij terugkeerde.
Het haardvuur was bijna uit. Hij voelde de kilte van de sneeuw buiten, maar hij kon de moed niet opbrengen om het vuur weer op te stoken. En dit keer hielden zelfs de versleten wandkleden, een ode aan een tijd lang geleden, de kou niet tegen.

Hij strekte zijn voeten in de richting van het vuur, in de hoop dat hij nog iets van warmte door zijn lichaam zou voelen. Maar het vuur was nu echt uit: zelfs de kolen gloeiden niet meer. En zijn oude lichaam had de puf niet meer om op te staan. Daarom bleef hij maar zitten.
Hij was al bijna vergeten hoe oud hij eigenlijk was. Hij wist dat hij al bijna zestig winters had meegemaakt – misschien wel teveel voor één mens. En hoewel zijn geest over het algemeen voldeed aan zijn eisen, was zijn lichaam al jaren terug opgehouden met gehoorzamen aan zijn wil. Want hij wilde wel. Hij wilde nog zoveel dingen doen, maar zijn lichamelijke gesteldheid liet het eenvoudigweg niet toe. Dat deed hem verdriet, maar dat liet hij niet merken. Dat betekende toegeven aan zijn zwakte – dat was iets wat hij slechts één keer eerder had gedaan. En voor zijn vrouw was het ook niet goed hem ongelukkig te zien. Zij had het zelf al moeilijk genoeg. Ze wilde graag kinderen, maar tot haar grote spijt was dat nooit gelukt. Het kon hem zelf niet zoveel meer schelen.
Tien jaar geleden wel – tien jaar geleden had hij zich vast druk gemaakt om de opvolging. De oude man grinnikte zachtjes en streek met een bibberende hand door zijn grijze haar. Er was niemand meer nodig om hem op te volgen. Zijn kasteel was hem afgepakt, zijn landerijen ingepikt en slechts zijn familiebezit mocht hij houden. Hij staarde naar de wandkleden aan de muur. Ze hadden hem weinig geluk gebracht.
Hij, Reinoud de vierde van Coevorden, heden ten dage leenman van de Hertog van Gelre. Voorheen Heer van Coevorden en Drenthe. Heer met een hoofdletter nog wel, net als zijn geliefde oom Reinoud de derde. En net als zijn vader. Zijn verkrampte vingers maakten een machteloos gebaar. Zijn vader was veel te vroeg gestorven. Hij had hem, Reinoud, zijn enige zoon, die op dat moment nauwelijks meerderjarig was, zomaar achtergelaten. Het had hem veel verdriet gekost, (misschien heb ik t fout, maar het heb daar nog nooit van gehoord, "veel verdriet gekost" maar ik denk dat dat aan mij ligt ) maar niemand had zoveel verdriet gehad om zijn vaders dood als zijn moeder. Hij was gedwongen haar weg te zien kwijnen totdat het haar dood werd. En het kostte hem tot op de dag van vandaag moeite om te geloven dat dit Gods wil was geweest. Zijn moeder, één van de meest devote vrouwen die hij kende, behoorde niet zo zwaar gestraft te worden. Het was niet eerlijk.
Maar dat had hij al eerder gezegd.

Zijn gedachten dwaalden af naar zijn jongere jaren, de jaren na de dood van zijn ouders. Hoewel hij onnoemelijk veel verdriet had om de dood van zijn moeder, kon hij dat niet laten merken aan de buitenwereld en dus was hij gedwongen zijn leven door te leven zoals hij het daarvoor had gedaan. Waardoor iedereen vervolgens dacht dat hij een norse, emotieloze man was.
In die tijd kostte het hem nog moeite om mensen af te snauwen. Dat had hij echter na de eerste vete met de bisschop van Utrecht wel gauw afgeleerd. Een hoogst akelige man, die bisschop van Utrecht, dat herinnerde hij zich nog goed. Het gedonder was begonnen bij één van zijn voorvaderen – waar hij er overigens nogal veel van had, maar dat terzijde. Zijn voorvaderen dus. Hij kon zich niet meer herinneren welke, maar één van hen had het op een akkoordje gegooid met de bisschop van Utrecht. Als hij zich niet vergiste – zijn geheugen ging wat achter uit de laatste tijd – was het resultaat daarvan dat de bisschop het kasteel verkocht had. En hij had er nog wel een flinke smak geld voor gekregen ook nog.
Hij was nog niet eens acht jaar toen hij de bisschop voor het eerst ontmoette. De bisschop kwam zijn oom bezoeken. Reinoud de derde, heer van Coevorden en Drenthe, (is een herhaling toch?? Maakt het een beetje langdradig) was uiterst beleefd geweest – iets wat hem verbaasd had, over het algemeen schuwde hij wat ruiger taalgebruik absoluut niet. Zijn moeder probeerde hem altijd uit de buurt van hem te houden, maar Reinoud fascineerde hem mateloos, niet in de minste plaats omdat hij dezelfde naam droeg als hij. Als klein kind voelde hij zich altijd heel belangrijk omdat iedereen altijd zijn naam riep. Negen van de tien keer werd daarmee zijn oom bedoeld, maar dat deerde hem niet zo.
Er waren echter meer redenen waarom hij zich zo in zijn oom interesseerde. Een gevoel wat overigens geheel wederzijds was: Reinoud de derde hield veel van zijn kleine neefje. Zijn moeder vond dat een kwalijke ontwikkeling. Zij vond de broer van haar man een onbeholpen boer met slechte manieren, zoals ze ooit eens had gezegd.
Ze wist niet dat hij dat gehoord had.

De dood van Reinoud de derde had hij nooit helemaal goed begrepen. Op een dag stierf hij gewoon. De sfeer die er de volgende ochtend in het kasteel had gehangen had hij nooit helemaal uit zijn gedachten kunnen bannen. Van zijn moeder mocht hij niet bij zijn overleden oom komen. Hij had het toch gedaan. Hij wilde afscheid nemen van degene die misschien wel het meest van hem had gehouden.
Hij wist waar Reinoud lag: in de grote kamer, waar de deur van gesloten was. Dat was ook het werk van zijn moeder geweest. Ze probeerde in alles hem weg te houden van Het Dode. Het had hem echter mateloos gefascineerd. Zoals veel dingen die zijn moeder hem verboden had. Zijn oogleden werden zwaar. Hij knipperde even met zijn ogen en probeerde zijn gedachten erbij te houden, maar al gauw viel hij in een diepe, maar rusteloze slaap.

Daar was de kamer van zijn oom. Spoedig zou zijn vader daar gaan zitten en dan zuchten zoals Reinoud dat deed. Gedaan had. Toen hij nog leefde. Hij vond het moeilijk. Nu moest hij ineens anders praten. “Reinoud had dat zo gewild” had zijn vader gezegd. Wel twee of drie keer misschien, toen de volwassenen het over de begrafenis hadden. Veel dingen daarvan begreep hij niet, en kon hij zich ook niet indenken dat zijn oom het zo wilde. Had gewild. Als hij nog leefde. Hij begreep het niet, hij begreep niet waarom Reinoud dood was, waarom zijn vader zo geheimzinnig deed en waarom hij zijn moeder niet had zien huilen. Zelf waren zijn tranen pas opgedroogd toen zijn vader had gedreigd hem ondersteboven aan de zoldering te hangen.
De deur was zwaar en ging pas open toen hij er met zijn volle gewicht - hij woog niet veel voor zijn acht jaar - (je doet dit best vaak, ik weet niet precies hoe het heet , maar als je dit vaak doet wordt het irritant. Een paar keer is niet erg, juist leuk! Maar niet te vaak...) tegenaan ging hangen. Hij ging naar binnen en hield even zijn adem in. Het rook in de kamer naar rottend vlees. Het kostte hem moeite om niet toe te geven aan zijn braakneigingen, maar na een paar keer slikken lukte hem dat.
De kist stond in het midden van de kamer. Hij voelde aan de witte kleden die over de kist gedrapeerd lagen. Ze voelden akelig koud aan. Hij begreep ook niet waarom ze over de kist lagen – warm hoefde Reinoud het niet meer te hebben.
Hij trok de kleden voorzichtig naar beneden zodat de houten kist tevoorschijn kwam. Openmaken durfde hij echter niet. Omdat zijn moeder het niet zou willen. En omdat hij Reinoud niet wilde zien. Terwijl dat wel de reden was waarom hij nu hier stond.
De voetstappen achter hem hoorde hij te laat. Zijn moeder greep hem bij zijn arm vast en begon te gillen en te schreeuwen dat hij geen respect voor de doden had. Zijn arm raakte een van de kaarsen die rondom de kist stonden. Geschrokken wilde hij zijn arm terugtrekken, maar zijn moeder probeerde zijn arm in de kaars te houden. Zijn wereld werd langzaam zwart.


Hij schrok wakker. Even duizelde het hem van alle indrukken. Hij kon zich dit niet meer herinneren. Hij dacht dat hij bij de deur was omgekeerd, uit pure angst. Maar angst waarvoor? Hij wilde Reinoud zien – iets wat hem niet gelukt was – maar hij wist niet waarom dat zo belangrijk voor hem was. En waarom hij ongehoorzaam was geweest.
Zijn vingers vonden de mouw van zijn gewaad en schoven het een stukje omhoog. Dezelfde brandplekken. Zijn moeder had hem nooit gevraagd hoe die daar kwamen. Nu begreep hij waarom.
Haar kille reactie had hij nooit begrepen. Ze had geen verdriet gehad om de dood van Reinoud. Maar hij was familie en bovendien: haar zoon was naar hem vernoemd. Zoiets deed je toch uit liefde voor iemand? Maar ze had nooit van hem gehouden, en misschien van zijn vader ook niet.
Toch hield hij van zijn moeder, ze was een goede vrouw geweest. Hij hield nog steeds van haar. Ook al was ze al tientallen jaren dood – voor hem maakte dat geen verschil. Verder was er toch niemand om van te houden. Misschien zijn vrouw. Hij hield van zijn vrouw, maar niet met zijn hele hart. Het was meer een soort gewenning. Of een verstandskwestie.
Of hij ooit van zijn vader gehouden had wist hij niet. Hij was op hem gesteld, dat wel. Hij had het er moeilijk mee. Zijn vader was de sturende factor in zijn leven geweest. Hij vertelde hem wat hij moest doen en hoe hij het moest doen. Maar zijn vader wilde zijn evenbeeld scheppen, niet een kind opvoeden. Dat was iets wat hij pas veel later begrepen had. Dat zijn vader hem nodig had om voort te leven, om de opvolging. Of hij toen al wist dat hij vroeger zou sterven dan gepland – het bleef hem een raadsel. Zelfs zijn moeder wist het waarschijnlijk niet, maar hij had nooit de moed gehad het haar te vragen. Dat soort dingen vroeg je niet.
Er waren zoveel dingen in zijn jeugd geweest die hij niet had mogen vragen, dat hij met vele vragen was blijven zitten, of er zelf een antwoord op had gezocht. Hij wilde nu dat hij de moed had gehad zijn moeder het vuur aan de schenen te leggen. Dan had ze hem kunnen antwoorden dat hij zich dingen in zijn hoofd haalde en dat hij niet zulke vreselijke dingen mocht denken van zijn eigen vader en moeder. En dan had hij zijn moeder geloofd en was hij tevreden geweest.
Nu twijfelde hij echter over alles. Had hij wel de fijne jeugd gehad die zijn moeder hem voorgespiegeld had? Wat als hij nog meer gebeurtenissen als deze verdrongen had? Wat was er vijftig jaar geleden in het kasteel gebeurd wat het daglicht niet kon verdragen?
Hij wist het antwoord niet. Nu had hij zijn ouders nodig om de antwoorden te geven en nu waren ze er niet. Al betwijfelde hij of ze hem dan de antwoorden hadden gegeven die hij nodig had. Maar nu zou hij het toch nooit weten.
Dat was het wrange van ouder worden. Hij vroeg zich te veel af, hij piekerde teveel en hij kreeg niet de antwoorden die hij wilde. Hij kon ze immers niet zelf bedenken? Geschiedvervalsing zou dat zijn. Als hij zelf kinderen had gehad…
Maar die had hij niet, en die zou hij niet krijgen.

Hij hoorde zijn moeder. Haar schelle stem kwam overal bovenuit. Hij wilde het niet horen, probeerde zijn dekens over zijn hoofd te trekken, maar hij kreeg het te benauwd. Nu moest hij wel. Hij moest het horen, of hij wilde of niet.
Zijn vader en moeder hadden ruzie. Hij weigerde de woorden die ze uitwisselden te geloven. Het kon niet. Het mocht niet. Het was nooit gebeurd. Reinoud was dood. Een natuurlijke dood gestorven. Zijn moeder zou dat nooit doen. Nooit. Zijn verstand weigerde te onthouden wat ze zei. En wat zijn vader zei was ook niet waar. Het was niet Reinouds schuld. Dat kon niet. Nooit.
Toen ze zwegen kroop hij diep weg onder zijn dekbed. Als hij nu maar zo snel mogelijk in slaap viel, kon hij misschien vergeten wat er was gebeurd. Het is maar een droom. Het is maar een droom.


Hij hoestte. Zijn ademhaling ging langzaam en klonk als de wind en hoe die soms langs de muren kon loeien. Hij was het vergeten. Ook dit. Alweer een jeugdherinnering die hij koste wat kost verdrongen had. Waarom ze nu allemaal weer terugkwamen wist hij niet. Waarom hij zich nu pas, aan het eind van zijn leven afvroeg, was hem een raadsel. Maar de feiten lagen er en de twijfel was gezaaid. En wat hij zaaide, zou hij oogsten. Hij kon dit niet verzonnen hebben, daarvoor leken de dromen veel te levensecht.
Maar hoe groot was de kracht van zijn fantasie? En hoe groot was de kracht van zijn herinneringen?

“Ik heb geen zin om op jou te wachten, Reinoud!” schreeuwde zijn vader.
“De dag dat ik doodga, zal jouw zoon op mijn plek zitten,” antwoordde Reinoud rustig. “Hij zal heersen. Hij heeft de naam, en meer hersens dan jij.”
“Mijn zoon… waarom de kleine?” vroeg zijn vader. “Hij is te jong, hij zal het niet begrijpen!”
Reinoud glimlachte even en schudde zijn hoofd. “Hij zal niet meer jong zijn bij mijn sterven. En bij mijn sterven zal ik hem de waarheid vertellen.”
“Reinoud, nee,” zei zijn vader geschrokken. “Dat gebeurt niet. Hij hoeft het niet te weten.”
“De schande die het zo veroorzaken! Gelukkig dat ik er dan niet meer ben,” zei Reinoud met een sarcastisch lachje. “Jij zult nooit op de troon van Coevorden zitten, Johan. Alleen de echte afstammeling Reinoud de derde van Coevorden zal die bestijgen. En hij zal het weten. Hij zal weten dat hij míjn zoon is.”


Hij was te moe. Hij kon het niet meer opbrengen om verder na te denken. Zijn dromen hadden hem uitgeput. Lichamelijk niet, nee, lichamelijk was hij toch al een wrak. Maar zijn geest kon de onuitputtelijke stroom van herinneringen niet meer aan. Het was te veel. Een oude man zou op zijn oude dag niet meer geplaagd mogen worden door deze twijfels. Het was teveel. Het moest ophouden.
Maar zelfs daar had hij geen moed meer voor.

“Vader, vader!”
“Reinoud.” Het was geen vraag, geen verwijt, maar een constatering. Zijn vader strekte zijn armen uit en ving het achtjarige jongetje op. “Ga je mee naar je oom? Hij heeft je gemist.”
Het jongetje vouwde zijn vingers om de hand van zijn vader en huppelde aan zijn hand mee. “Houdt u van mij?”
Het bleef even stil. De man glimlachte. “Natuurlijk. Je bent mijn zoon.”
Hij had nog een vraag. “En oom Reinoud? Houdt u van oom Reinoud?”
“Natuurlijk. Hij is mijn broer.”
Hij wist het wel. Hij wist het zeker. Iedereen hield van elkaar. En ze hielden allemaal van hem.
Nu kwam het allemaal goed.


Op de oude man na was de kamer leeg.
De kist was gesloten en de kleden waren er over heen gelegd. De bezoekers waren net weer vertrokken. De kaarsen die rondom de kist opgesteld stonden, waren nodig aan vervanging toe. Spoedig zou er iemand komen. En morgen was de begrafenis. De mensen bij de kist hadden mooie woorden gezegd. Dat hij zo’n dappere man was, en dat zijn vrouw zich zo flink hield. Dat hij zo’n mooi leven had gehad. Alsof hij zich daarin interesseerde. Er was niets dappers aan hem – hij had vragen moeten stellen toen het nog kon. Hij had zich niet moeten laten afschepen met vuige leugens. En zijn leven was één groot toneelspel geweest. Geluk had hij nooit gekend.
Het enige wat dan overbleef was dat zijn vrouw zo flink bleef. Hij had haar inderdaad niet horen huilen. Maar dat kwam dan waarschijnlijk doordat ze nooit van hem gehouden had.
Echt een mooi verhaal! Mooi geschreven en volgens mij zitten er zeer weinig spellingsfouten in. Ik heb enkele dingen erbij gezet, maar dat is mijn mening, andere vinden misschien juist wel goed. Alleen in de 3e regel van je verhaal zit volgens mij echt een fout. Verkeerd woordgebruik volgens mij, of een verkeerde zinsbouw (weet het niet meer precies ). Misschien dat andere mensen er nog uit op aan te merken hebben, maar ik niet meer! Goed verhaal!
Met citaat reageren
Oud 26-01-2004, 17:51
Flowtje
Avatar van Flowtje
Flowtje is offline
Citaat:
“De schande die het zo veroorzaken! Gelukkig dat ik er dan niet meer ben,” zei Reinoud met een sarcastisch lachje.
Moet dat niet zou zijn?
Met citaat reageren
Oud 27-01-2004, 19:49
Reynaert
Avatar van Reynaert
Reynaert is offline
Beste Krummeltje,

Hierna volgt dan dat wat als commentaar en (opbouwende!) kritiek mag gelden van mijn zijde. Neem hierbij in acht dat ik geen geoefend criticus ben, het is zelfs zo dat ik vaak moeite heb gehad met het beoordelen van mijn eigen werk. Er kunnen dus geen rechten worden ontleend aan mijn kritieken.
Ik heb het hele verhaal doorgespit en ik heb zoveel mogelijk fouten, opmerkelijkheden e.d. aangestipt. Verder geef ik tot slot nog een conclusie over het geheel. Doe er je voordeel mee, en lees verder op eigen risico.

Op de oude man na was de kamer leeg.

Omslachtig geformuleerd, mooier zou zijn om het in ieder geval op te splitsen in twee delen. Iets als “De kamer was leeg, op één oude man na.”

Een direct gevolg daarvan was geweest dat hij zich een weg had moeten banen door de sneeuw, één keer toen hij naar het kasteel was geweest en één keer toen hij terugkeerde.

Deze zin raakt kant noch wal, je zou hem beter anders kunnen brengen waardoor de boodschap wat duidelijker wordt. Overigens heb ik er sowieso geen idee van waarom dit soort dingen belangrijk zijn voor het verhaal; we weten wel dat de oude man het koud heeft.

Hij wist dat hij al bijna zestig winters had meegemaakt – misschien wel teveel voor één mens.

Het lijkt me nogal wiedes dat de man weet hoeveel winters hij heeft meegemaakt. Je zou dit beter wat onpersoonlijker kunnen formuleren naar mijn mening. Bijvoorbeeld: “Hij had al bijna zestig winters meegemaakt”.

En hoewel zijn geest over het algemeen voldeed aan zijn eisen, was zijn lichaam al jaren terug opgehouden met gehoorzamen aan zijn wil.

Over het algemeen staat nogal “korrelig”, het klinkt behoorlijk overbodig.

Waardoor iedereen vervolgens dacht dat hij een norse, emotieloze man was.

“Hierdoor dacht iedereen(…)” lijkt mij een beter alternatief, ‘waardoor’ is meer iets voor achter een komma. Dit zeg ik gevoelsmatig, niet om dat het zo ‘zou horen’.

Hij hield van zijn vrouw, maar niet met zijn hele hart. Het was meer een soort gewenning. Of een verstandskwestie.

Iets in deze zinnen stoort me. Hij houdt van zijn vrouw, maar dat is een verstandskwestie? Mijn inziens bestaat zoiets niet.

Er waren zoveel dingen in zijn jeugd geweest die hij niet had mogen vragen, dat hij met vele vragen was blijven zitten, of er zelf een antwoord op had gezocht.

‘Kromme’ zin, je gebruikt tweemaal het woord vragen vlak na elkaar en het koppelwoord of lijkt me niet geheel op zijn plaats. De zin loopt niet lekker.

Hij wist het antwoord niet. Nu had hij zijn ouders nodig om de antwoorden te geven en nu waren ze er niet. Al betwijfelde hij of ze hem dan de antwoorden hadden gegeven die hij nodig had. Maar nu zou hij het toch nooit weten. Dat was het wrange van ouder worden. Hij vroeg zich te veel af, hij piekerde teveel en hij kreeg niet de antwoorden die hij wilde.

Vier maal antwoorden in een alinea, het stoort me.

Waarom hij zich nu pas, aan het eind van zijn leven afvroeg, was hem een raadsel.

Je vergeet ‘het’.

Conclusie:

Het verhaal boeide me niet. Ik vond het totaal gezien onprettig geschreven. Je maakte veelal gebruik van makkelijke bewoordingen die je vaak ook in het spraakgebruik tegen komt: spraaktaal. Het feit dat het in 1415 afspeelt doet eigenlijk ook niet terzake; het is een verhaal zoals er al duizenden geschreven zijn maar dan gegoten in de mal van de middeleeuwen.
Verder vind ik het verhaal nogal “leeg”, de omgeving wordt eigenlijk nauwelijks beschreven op een paar details na, zoals de kleden. Ik stel me een grijsaard voor die bij een vuur zit in een levenloze kamer. Daar had je wel wat meer mee kunnen doen.
Zowel het begin- als eindpunt was ook niet echt om over naar huis te schrijven. De “binnenkomer” en de slotzin vond ik niet mooi.
Nu de man overleden is mag alles dan wel weer “goed zijn”, eigenlijk is er helemaal niets opgelost. Er worden geen mysteries ontrafeld, geen vragen beantwoord.
Het is jammer, maar het verhaal kon mij persoonlijk om bovenstaande redenen niet geboeid houden. Ik heb mezelf er echt toe moeten aanzetten om het uit te lezen. Het had veel beter kunnen zijn.
Met citaat reageren
Oud 27-01-2004, 20:32
jsoes
jsoes is offline
Zoals beloofd mijn reactie. Laat ik beginnen met drie centrale vragen die bij me opkwamen na het lezen van je stuk:

- Wat wil je met dit verhaal vertellen?
- Welke informatie is relevant voor het verhaal?
- Welke uitdrukkingen gebruik je (te) vaak?

Wat mij bijbleef van de tekst: okee, je kunt het wel, je hebt laten zien dat je goed en correct een tekst kunt opstellen, dat je na hebt gedacht over de inhoud, dan kun je nu gaan schrappen. Want je schrapt te weinig, meen ik. Ik ving al eerder op uit een eerdere reactie: "langdradig". Dat komt omdat het overgrote deel van je tekst zich afspeelt in het hoofd van Reinoud, je hoofdpersoon. Je begint zo veelbelovend! Omdat je zintuiglijke waarneming hanteert! Die zijn herkenbaar, die kan iedereen voelen, bijvoorbeeld de kou omdat het hout is uitgebrand. Maar daarna wordt het één grote terugblik; je hangt naar mijn idee teveel op de anekdote. Natuurlijk wil je een geschiedenis vertellen en dat moet je ook doen, maar probeer eens meer zintuiglijke waarnemingen erin te verwerken. Een voorbeeld waarin je het wel goed doet is het slot van de vijfde alinea, waarin zijn moeder zijn arm in de kaars houdt. Kijk, die voelen we mee, die komt over! Dat vond ik een sterk punt in het verhaal, een opleving, omdat het één van de weinige fysieke omschrijvingen is binnen het verhaal.

Zoals ook al eerder gezegd: let eens op hoe vaak je liggende streepjes gebruikt. Te vaak, naar mijn idee. Het haalt de vaart uit je verhaal, en vaak is het informatie die uiteindelijk niets toevoegt aan de loop van het verhaal of mijn beeld van de hoofdpersoon of andere personen. Mijn tip dus: kijk dat nog eens even na, ga die zinsdelen langs en wees kritisch; durf te schrappen.

Dat was het algemene. Dan wat specifieke puntjes:

De allereerste zin. Op de oude man na was de kamer leeg. Ik snap de zin natuurlijk wel, maar volgens mij klopt ie niet helemaal. De kamer WAS leeg, dat betekent dus dat de KAMER hier onderwerp is. Maar de oude man is niet onderdeel van de kamer, hij zit IN de kamer. Maar ik heb nagedacht en ik zou zo niet een passend alternatief kunnen bedenken, en het is niet direct vreselijk storend. En misschien heb ik het zelfs wel verkeerd.
Dus

En hoewel zijn geest over het algemeen voldeed aan zijn eisen, was zijn lichaam al jaren terug opgehouden met gehoorzamen aan zijn wil.
was zijn lichaam daar al jaren terug mee opgehouden , naar mijn idee klinkt dat wat lekkerder. Je herhaalt nu hetzelfde in net iets andere woorden, terwijl iedereen snapt dat je met "daar" terugrefereert aan het voldoen aan zijn eisen.

Dat betekende toegeven aan zijn zwakte
Nee, dat loopt niet echt lekker, misschien had je het zelf ook al wel door. "Betekende" en "toegeven" achter elkaar schept verwarring. Eerder zou ik hier kiezen voor iets in de geest van "Dat zou betekenen dat hij toegaf aan zijn zwakte".

Zijn verkrampte vingers maakten een machteloos gebaar.
Wat is een machteloos gebaar en hoezo komt dat gebaar opeens uit de lucht vallen? Naar wie maakt ie het gebaar? Is het geloofwaardig; zou je zelf zoiets doen als er niemand in de wijde omgeving was die dat gebaar kon zien? Mocht je bevestigend antwoorden, dan moet je het natuurlijk gewoon laten staan. Ik wilde je alleen even bewust maken van de situatie waarin je zoiets schrijft. Het is zeker niet fout of zo!

Hij had hem, Reinoud, zijn enige zoon, die op dat moment nauwelijks meerderjarig was, zomaar achtergelaten.
Hetzelfde verhaal als met de liggende streepjes. Probeer zoveel mogelijk ingewikkelde zinnen met meer lagen te voorkomen. Het haalt vaart uit je tekst en dat is zonde, omdat je ook nogal een geschiedenis wilt vertellen. Het komt beter over als je dat vlot kunt brengen.

Als klein kind voelde hij zich altijd heel belangrijk omdat iedereen altijd zijn naam riep
Twee keer "altijd" in 1 zin, een klein puntje voor verbetering, vrij simpel te wijzigen.

De vierde alinea, daarin gebruik je in de eerste drie zinnen twee keer "nooit helemaal". Ik vind dat niet zo'n geweldige uitdrukking, maar als je het toch wilt gebruiken, zou ik het één keer doen, dus de ander vervangen voor iets anders.
En nog een klein puntje van die alinea: Opeens stap je uit de terugblik, en worden zijn oogleden zwaar. Ik zou dat op een nieuwe regel laten beginnen, anders schep je verwarring.

Veel dingen daarvan begreep hij niet, en kon hij zich ook niet indenken dat zijn oom het zo wilde.
"Hij" en "kon" omdraaien? Denk ik?

Zijn vingers vonden de mouw van zijn gewaad en schoven het een stukje omhoog. Dezelfde brandplekken.
Dezelfde? Ik zie de vergelijking niet. Ik snap dat het de brandplekken zijn van die kaars en volgens mij leg je dat ook al uit met de zin "Nu begreep hij waarom". "Dezelfde" is dan niet nodig, lijkt me.

Dat zijn vader hem nodig had om voort te leven, om de opvolging
Klein puntje: zijn vader had hem niet nodig OM de opvolging, maar VOOR de opvolging. Toch?


Nu twijfelde hij echter over alles. Had hij wel de fijne jeugd gehad die zijn moeder hem voorgespiegeld had? Wat als hij nog meer gebeurtenissen als deze verdrongen had? Wat was er vijftig jaar geleden in het kasteel gebeurd wat het daglicht niet kon verdragen?
Hij wist het antwoord niet. Nu had hij zijn ouders nodig om de antwoorden te geven en nu waren ze er niet. Al betwijfelde hij of ze hem dan de antwoorden hadden gegeven die hij nodig had. Maar nu zou hij het toch nooit weten.
Dat was het wrange van ouder worden. Hij vroeg zich te veel af, hij piekerde teveel en hij kreeg niet de antwoorden die hij wilde. Hij kon ze immers niet zelf bedenken? Geschiedvervalsing zou dat zijn. Als hij zelf kinderen had gehad…
Maar die had hij niet, en die zou hij niet krijgen.


Ik denk dat dit fragment goed illustreert wat ik eerder in deze reactie aan probeerde te geven: je evalueert veel te veel, je werkt iedere gedachte, ieder hersenspinsel tot in den treure uit, als lezer hoef ik niets meer zelf in te vullen. Het neemt spanning weg, helemaal als je dingen aan gaat stippen die al eerder zijn genoemd, zoals "Nu twijfelde hij echter over alles." of "Maar die had hij niet, en die zou hij niet krijgen".

Even later komt die overdadigheid aan expositie ook nog eens terug, in de zin "Al weer een jeugdherinnering die hij koste wat kost verdrongen had". Zulke zinnen zijn helemaal niet nodig, omdat je de rest helder genoeg omschrijft om die indruk over te brengen; je twijfelt teveel aan je eigen overredingskracht, je kunt het ook gemakkelijk met minder woorden.

Waarom hij zich nu pas, aan het eind van zijn leven afvroeg, was hem een raadsel
Wat vroeg hij zich af? En let eens op, je gebruikt de term "was hem een raadsel" best vaak, kan volgens mij ook wel wat minder. Je kunt dat bijvoorbeeld vervangen in directe vragen, zoals je eerder deed met: Had hij wel de fijne jeugd gehad die zijn moeder hem voorgespiegeld had? Wat als hij nog meer gebeurtenissen als deze verdrongen had? Wat was er vijftig jaar geleden in het kasteel gebeurd wat het daglicht niet kon verdragen? Merk je het verschil? Veeeel meer vaart in die vragende zinnen. Vind ik, tenminste.

De dialoog tussen de vader en Reinoud de derde loopt goed, totdat je de personages teveel laat uitleggen. Typerend vond ik daarvan de zin: "Hij zal weten dat hij mijn zoon is". Precies hetzelfde zeg je al in de voorgaande zin. Dan denkt de lezer vanzelf al: hee, echte afstammeling? Hoe zit dat?

Op de oude man na was de kamer leeg
Over de zin zelf heb ik het al gehad. Ik wilde hier alleen even zeggen dat ik dit een sterk punt vind; heb je goed gevonden. Je laat deze zin weer terugkomen en zo teken je een cyclus uit binnen je verhaal, een terugkeer. Heel mooi, complimenten daarvoor.

Oh, damn, volgens mij was dat laatste tot nu toe mijn enige positieve punt. Dat is stom, zo bedoel ik het natuurlijk niet. Want zoals ik al zei aan het begin van mijn reactie: je laat zien dat je het kunt. Je schrijfstijl is verzorgd, je inhoud origineel, je spanningsboog is goed. Het punt is alleen dat je bijna de helft van je verhaal kunt schrappen en dan is het geheel minstens zes keer beter! Durf te schrappen; ik zie in je zinnen duidelijk dat je de gave hebt om de boodschap OOK over te brengen met 1 zin in plaats van 4.

Dat was het. Je vroeg om eerlijke kritiek, die heb je gekregen, met dit erbij: je hebt potentie, ga door en blijf schrijven!
__________________
Met golven kwam de regen binnen en bedekte ons, hield ons warm. Dat was voldoende.
Met citaat reageren
Oud 27-01-2004, 20:33
jsoes
jsoes is offline
Mijn excuses, ik wist niet dat Renard (tegelijk met mij) ook al had gereageerd.
__________________
Met golven kwam de regen binnen en bedekte ons, hield ons warm. Dat was voldoende.
Met citaat reageren
Oud 27-01-2004, 22:29
Verwijderd
Jullie zijn fantastisch.
Met citaat reageren
Oud 28-01-2004, 21:55
Reynaert
Avatar van Reynaert
Reynaert is offline
Citaat:
Krummeltje schreef op 27-01-2004 @ 22:29:
Jullie zijn fantastisch.
Heb je er wat aan?
Met citaat reageren
Oud 29-01-2004, 10:40
kebkebe
kebkebe is offline
Er is al veel gezegd, ik wil daar nog een paar dingen aan toe voegen:

Als hij zich niet vergiste – zijn geheugen ging wat achter uit de laatste tijd – was het resultaat daarvan dat de bisschop het kasteel verkocht had.

De zin klopt, maar eerder vertel je dat zijn geest nog aan zijn eisen voldeed. Dat idee van een heldere man in een oud lichaam doe je hiermee een beetje teniet.

De bisschop kwam zijn oom bezoeken. Reinoud de derde, heer van Coevorden en Drenthe,

Heer was toch met een hoofdletter?

Hij wilde nu dat hij de moed had gehad zijn moeder het vuur aan de schenen te leggen.

Deze zin vind ik zelf mooier als je begint met Nu wilde hij. Het gaat er immers vooral om dat hij dat nu wil en niet meer kan. De zin klopt wel hoor.


Over het verhaal zelf: Ik vind je schrijfstijl prettig, hoewel je soms een beetje teveel korte zinnen gebruikt. Die zinnetjes wekken spanning op, maar doe het niet teveel. Ik bleef in elk geval wel geboeid en vond het nauwelijks te langdradig.

In het begin schets je het beeld van de oude verkleumde man, dat doe je echt heel mooi. Probeer zulk soort beelden meer op te roepen in de rest van het verhaal. Bijvoorbeeld door meer details van de omgeving te beschrijven.

Ik vind het een mooi verhaal, het idee dat er opeens vervelende dingen terugkomen die eigenlijk al verdrongen waren, vind ik goed uitgewerkt. Je kan goed schrijven.
Met citaat reageren
Oud 29-01-2004, 13:33
Verwijderd
Citaat:
Renard schreef op 28-01-2004 @ 21:55:
Heb je er wat aan?
Natuurlijk, altijd. Lezers zien dingen die schrijvers zoals ik over het hoofd zien
Met citaat reageren
Oud 29-01-2004, 19:31
Reynaert
Avatar van Reynaert
Reynaert is offline
Citaat:
Krummeltje schreef op 29-01-2004 @ 13:33:
Natuurlijk, altijd. Lezers zien dingen die schrijvers zoals ik over het hoofd zien
Prima. Maar eigenlijk ben ik niet zo'n "lezer", ik voel me veel meer schrijver.
Met citaat reageren
Oud 29-01-2004, 19:33
Flshman
Avatar van Flshman
Flshman is offline
Citaat:
Renard schreef op 29-01-2004 @ 19:31:
Prima. Maar eigenlijk ben ik niet zo'n "lezer", ik voel me veel meer schrijver.
ik denk dat je op zo'n moment een beetje er tussenin zit. Je 'leest' het verhaal op 'schijversniveau' ?
Met citaat reageren
Oud 29-01-2004, 19:36
Open_up_your_skull
Avatar van Open_up_your_skull
Open_up_your_skull is offline
Hoi!

Ik heb niet naar je stijl gekeken, ik heb gelet op je spelling, interpunctie en verhaalsinhoudelijk alleen het eerste deel.

Regelnummers niet inbegrepen, want die waren er niet.

je voeten kun je niet strekken, je kunt ze wel richten bijvoorbeeld

warmte in/op zijn lichaam

(ik begrijp niet waar je heen wil met al die koppeltekens. Die dienen om -zomaar terzijde- aanvullende informatie te geven. )

Wat wilde hij doen? een voorbeeld of anekdote zou welkom zijn

Die vrouw wordt genoemd. Kan zij dat vuur niet aansteken?

Niet goed OM hem ongelukkig te zien

Reinoud de Vierde
Reinoud de Derde

Het had hem veel tranen gekost.
Het had hem veel verdriet gedaan.

"een" zonder accent egu

wat hem verbaasde

niet in de LAATSTE plaats

een gevoel DAT

Waarvan de deur gesloten was

iemand in alles weghouden (??)
Iemand met alle middelen tegenhouden kan wel.

TOEN BEN IK AFGEHAAKT

Succes!
__________________
Hebban olla vogula nestas hagunnan, hinase hic enda thu. Wat unbidan we nu?
Met citaat reageren
Oud 30-01-2004, 13:55
Verwijderd
Ik geloof dat een paar mensen niet door hebben dat Reinoud de vierde en Reinoud de derde twee verschillende personen zijn?

Citaat:
jsoes schreef op 27-01-2004 @ 20:33:
Mijn excuses, ik wist niet dat Renard (tegelijk met mij) ook al had gereageerd.
Dat is geen drama, hoor.

Laatst gewijzigd op 30-01-2004 om 13:59.
Met citaat reageren
Ads door Google
Oud 30-01-2004, 17:16
jsoes
jsoes is offline
Citaat:
kebkebe schreef op 29-01-2004 @ 10:40:

In het begin schets je het beeld van de oude verkleumde man, dat doe je echt heel mooi. Probeer zulk soort beelden meer op te roepen in de rest van het verhaal. Bijvoorbeeld door meer details van de omgeving te beschrijven.
Even aanvullend hierop: ik denk dat je veel meer effect haalt uit fysieke of zintuiglijke beschrijvingen van de man zelf, niet van zijn omgeving; die doet er veel minder toe.
__________________
Met golven kwam de regen binnen en bedekte ons, hield ons warm. Dat was voldoende.
Met citaat reageren
Advertentie
Reageren

Topictools Zoek in deze topic
Zoek in deze topic:

Geavanceerd zoeken

Regels voor berichten
Je mag geen nieuwe topics starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag geen bijlagen versturen
Je mag niet je berichten bewerken

BB code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit

Spring naar

Soortgelijke topics
Forum Topic Reacties Laatste bericht
Verhalen & Gedichten [Verhaal] Vrouwenopvang Fryslân
Verwijderd
17 05-03-2007 15:12
Verhalen & Gedichten [Verhaal] Gootsteenontstopper
Verwijderd
10 13-12-2004 15:35
Verhalen & Gedichten tja...een verhaal..ofzo
Romie
11 08-07-2004 07:11
Verhalen & Gedichten [kort verhaal] F.'s verhaal
Just Johan
2 23-02-2004 14:41
Psychologie Stap in het verhaal van de ander-Topic.
Dreamerfly
31 11-11-2003 19:30
Verhalen & Gedichten verhaaltje
b-z
7 03-05-2003 22:17


Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 01:54.