Door gebruik te maken van Scholieren.com of door hiernaast op ‘akkoord’ te klikken, ga je akkoord met onze gebruiksvoorwaarden en geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Als je niet alle cookies wilt toestaan, ga dan naar ‘instellingen aanpassen’ om dit in te stellen. Ben je jonger dan 16 jaar? Zorg dan dat je toestemming hebt van je ouders om onze site te bezoeken. Hier lees je alles over hoe wij omgaan met je privacy.

Oud 26-01-2006, 18:15
Sasjeliefff
Avatar van Sasjeliefff
Sasjeliefff is offline
Dag liefste,

Toen ik net mijn e-mail nakeek en je mails (ongelezen: 21) zag staan, schoot me opeens te binnen dat ik je mijn visitekaartje had gegeven, precies na onze elfde ontmoeting.
Laat ik je gelijk maar bekennen dat ik iedereen na een tiende ontmoeting zat ben. Althans, zodra ontmoetingen regelmaat beginnen te krijgen haak ik af. (Marien en ik hebben eens in het kwartaal drie dagen intens contact..) Op de een of andere manier vind ik iedereen een heel stuk minder knap, geweldig, opwindend na een bepaald aantal ontmoetingen. Na de eerste en tweede keer wordt het me altijd al minder. Het feit dat wij al elf keer hebben afgesproken en ik je een brief schrijf terwijl ik aan de andere kant van de wereld zit in een luxe hotel (10 dagen op vakantie in de Filippijnen), weerlegt mijn stelling voor een deel.
Ik hoef me alleen om te draaien en mijn laptop aan te zetten, dan zou ik binnen een kwartier een prachtige afscheidsmail op mijn beeldscherm getypt hebben, maar ik heb de drang je te schrijven met mijn vulpen. (Jeugdsentiment: Lamy basisschoolvulpen)

Wist je eigenlijk dat ik alleen brieven met vulpen schrijf naar jongens die indruk op me gemaakt hebben? Jazeker jongeman, dat is een compliment, een retorische vraag, een opmerking, een moment van zwakte waarin mijn gevoel laat blijken (zodra ik weer thuis ben typ ik deze brief over om de schijn hoog te houden), een herinnering om nooit meer te vergeten, een geheim tussen ons.
Dat je er elke keer aan herinnerd wordt als je me toevallig voorbij loopt in de stad. Dat je eraan denkt bij de geur van aardbeien en frikadellen. Dat je naar me verlangt als je citroenthee drinkt. Dat je voor het slapengaan alle smsjes herleest die ik je gestuurd heb en jezelf vervolgens in slaap huilt omdat je me zó érg mist. Dat je midden in de nacht opeens wakker schrikt en uit paniek op de fiets springt naar mij. Dat ik je een uur in de kou laat staan en doe alsof ik slaap.
Dat mijn huisgenoot je toch maar binnenlaat omdat je inmiddels drijfnat geregend bent. Dat ik je lachend, gierend, brullend onder de douche trek en we tijdens het douchen warme chocolademelk (met slagroom) drinken.
Laten we later wijn drinken uit dezelfde fles en roken van dezelfde sigaret. Over dat we liever samen alleen zijn, dan alleen alleen.
Dat we heftige seks hebben en dat ik eigenlijk geen zin heb. Dat ik uit verveling de tv aanzet en Tellsell ga kijken. Dat jij me vraagt of er nog meer mannen in mijn leven zijn en ik antwoord dat je uit je mond stinkt. Over dat het een serieuze vraag was. Dat ik mijn vingers op je mond leg en zeg ‘Shhht ik probeer de Tellsell-reclame te volgen’. Dat alles terwijl we nog platte neukseks hebben.
Maar serieus; dat ik nog steeds graag met je uit eten ga en dat we tijdens het vijfgangendiner niet spreken, maar alleen oogcontact hebben. Dat de schoonheid van stilte nooit uit te drukken is in woorden.

Het is hier 26 graden, het regent pijpenstelen en het onweert. Om het uur bel ik de roomservice voor een ontiegelijk duur chic gerecht. Een paar minuten voor de roomservice komt ga ik op mijn kingsize bed staan, die in tussentijd voor trampoline dient.
De gerechten die ik tot nu toe besteld heb, heb ik allemaal voor driekwart laten staan. Na een paar happen smaakt het me gewoon niet meer.
Ik ben vergeten de balkondeuren te sluiten. Regen in mijn hoofd, op het balkon en in de kamer. Bij regen en onweer moet ik altijd denken aan onze eerste ontmoeting:

Het was een regenachtigere dag dan deze ik had besloten de badkuipfotoreportage te doen. (Robert van Heerde als fotograaf). Omdat het naaktfoto’s zouden worden, trok ik alleen mijn lange zwarte jas en laarzen aan.
In de trein op weg naar Hengelo (waar Robert en ik hadden afgesproken) belde hij dat hij ziek was. Ik vond het geeneens erg en pakte de trein naar Arnhem, waar ik in café JuicyJuicy mijn verhaal ‘Liegen tegen Gilles’ probeerde af te maken.
Detail: JuicyJuicy is één van mijn meest gehate cafés. Er komen mensen met gouden kettingen, sportsokken, sportschoenen en fake Louis Vuitton tasjes. Eens in het jaar voel ik me verplicht me er te vertonen in de duurste kleding die ik heb. Okee, ik had die dag weinig aan maar mijn jas was van Gucci en mijn schoenen handgemaakt.
Ik dronk heel ordinair een vat bier en at borrelnootjes. Vanuit mijn ooghoeken zag ik je binnenkomen. Je liep direct op me af e nam tegenover me plaats. Je begroette me niet. Ik keek toe hoe je wat schrijfprut tevoorschijn haalde en begon met schrijven.
Heel brutaal at je van mijn borrelnootjes. Ik had het niet meer siste : ‘Hee dat zijn toch borrelnootjes?’
Met volle mond zei je ‘Wow, so it speakes, but does she share? Het zijn borrelnoten schone dame, je hebt volkomen gelijk.’
Ik zat inmiddels aan mijn vierde vat bier en was behoorlijk aangeschoten: ‘Zooooooo nu zijn het echte borrelnoten’ zei ik terwijl ik het bier over de nootjes goot, mijn ogen de hele tijd op de jouwe gericht.
Daarna stak ik een sigaret op en zonder dat ik erom vroeg, begon je over jezelf te vertellen: Jean-Jeaqques, 22, Amsterdam. Hobby’s: Schrijven, gitaar spelen, lui zijn. En af en toe tennissen was ook wel te doen. 22 exen, de een nog mooier dan de ander. Oh, en dat ik de volgende was.
Toen was het mijn beurt: Saskia, 17, dakloos? Geen geld voor dure hobby’s, alleen schrijven, muziek, dans, zang en roken. Ook lui zijn, 1 ex, 26 one-nightstands. Dat ik seks maar saai vind, dat de één nóg sneller klaarkwam dan de ander.
Je moest erom lachen, maar ik was echt serieus. Ik ging verder met dat ik graag alleen op reis ging, dat ik mezelf vaak anders voordoe dan ik ben, dat ik lieg en bedrieg, dat ik je verleid met mijn onschuldige ogen, en dat ik het meisjes zal zijn dat jou zal kwetsen. Dat je spijt zult krijgen van alle nachten die je met me zult doorbrengen.
Je nam het gesprek over en begon te vertellen over levenservaringen. Ik begon genoeg te krijgen van je gepraat. Ik rookte een sigaret of drie tot je me vroeg wat ik er nou eigenlijk allemaal van vond. Ik schrok op uit mijn gedachten en vroeg waarom je om mijn mening vroeg. ‘Wat kan jou mijn mening nou schelen’ zei ik een beetje op verwijtende toon, toevallig de opmerking die me uit de brand hielp.

Ik ben een gezelligheidsroker. Ik rook graag samen met anderen, maar ik rook ook graag alleen. Als ik me alleen voel ga ik vaak voor de spiegel staan en steek ik een sigaretje op. Alleen roken staat me wel.
Roken in aanwezigheid van anderen zie ik tevens als excuus niet te hoeven praten met anderen over onzinnige filosofische onderwerpen waar we toch niet uitkomen: ‘Sas wat vind jij daar nou van?’
‘He wat? Ik luisterde niet. Sorry, ben te druk met roken!’

Onze tweede en derde ontmoeting waren op de Dam. Beide keren had ik ervoor audities voor de dansschool in New York. Vol enthousiasme vertelde ik je dat ik door was naar de ‘finaleaudities’. Soort van ‘the best of the best audities’ We zaten de nacht naast elkaar op de Dam en vertelden elkaar over de dromen die we ’s nachts droomden. Dat we wel eens slaapwandelen. Dat we veel in ons slaap praten en minstens een keer per week wakker worden van ons eigen gelach in onze slaap. Dat we het liefst de dingen dromen waarvan we niet mogen dromen. Dromen mag, maar dat het verwezenlijken ervan niet mogelijk is in realiteit, of niet is toegestaan volgens de wet.
Maar we mogen dromen. Sterker nog: Dromen mogen wij.

De vierde tot en met de achtste ontmoeting is als ‘een zwart gat’ voor me. Eigenlijk weet ik het allemaal nog precies, maar toch ook weer niet. Het zat een beetje tussen kussen en neuken in, een beetje tussen lachen en huilen, een beetje tussen regen en zonneschijn, tussen liefde en haat, tussen spreken en zwijgen, tussen wart en wit. Het was een mengeling daarvan, het was gewoon grijs.
Ik begon je al behoorlijk zat te worden en dus negeerde ik je een paar weken.

Bovendien had ik de behoefte om een tijdje alleen te zijn. Zo heb ik dat ook vaak tijdens het uitgaan met een groep vriendinnen. Plots heb ik de dringende behoefte om alleen te zijn. Vaak ga ik gewoon weg zonder iets te zeggen. Een enkele keer zeg ik als excuus dat ik moe ben en graag thuis een boek wil lezen, nooit gelogen.

Alleen zijn of alleen dingen doen is zoiets als jezelf alle ruimte en vrijheid gunnen. Ik bedoel, neem nou bijvoorbeeld winkelen met iemand. Je denkt: ‘goh laat ik gezellig effe stadten’ maar vaak sta je te lang in een winkel de persoon die je vergezelt een beetje stommig advies te geven, nee die trui is niet mooi, die wel maar die is je te groot, dat is niet je stijl etc.
Langzaam maar zeker begin je je aan de ander te ergeren: ‘Ben je nou klaaahaar?’
‘Ja, bijnaaahaaa!’
Vreselijk !
Of nog zoiets: Aan het einde van je bijna verpeste middag, kom je voor een keuze te staan wat te gaan avondeten. ‘Mac’ zeg je vastbesloten. Je kijkt opzij en kijkt in een gezicht die duidelijk afkeer uitstraalt. ‘Ah nee, gadverdamme’
Een irriterende zeurderige toon. Het verpest meteen de smaak van de dubbele cheeseburger en de Mc Flurry (rolo) die je wilde gaan bestellen.

Aanwezigheid van anderen zorgt alleen maar voor belemmeringen, liefste. Grenzen krijgen opeens écht grenzen, alsof je in een hok geduwd wordt: Tot hier en niet verder.
Het feit dat ik graag alleen ben verwoord ik liever met ‘zelfstandigheid’ (Prima alleen kunnen zijn) dan met ‘Eenzaamheid of bedroefd’. Dat ben ik helemaal niet. Op momenten dat ik graag bij mensen wil zijn, zoek ik de mensen automatisch op. Maar vaak heb ik zoiets van ‘Geef hem een vinger en hij neemt meteen je hele hand’. Sommige mensen zijn opeens zo vreselijk graag en zo langs als maar mogelijk is bij je. Het is alsof ze je tijd claimen, ik hou daar niet van.
Ik hou het maximaal een lang weekend uit met iemand, zelfs dat is me vaak (lees: altijd), teveel van het goede.
Maar weer terug bij ‘ons’. Ik negeerde je precies drie weken. Op de vroege dinsdagmorgen liep ik zogenaamd ‘toevallig’ voorbij je kamer op ‘toevallig’ het tijdstip dat jij altijd gaat joggen.
Ik liep je zo nonchalant mogelijk tegemoet. Ik hoopte dat de spanning noch in mijn gezicht te zien was, noch aan mijn lichaamshouding.
Ik had allang in de gaten dat je me gezien had, hoewel je deed van niet.
‘Boe’ zei ik.
Het was overduidelijk dat je deed alsof je verbaasd was en de woorden die je sprak leken zo goed gekozen alsof je ze had uitgedacht en herhaald had tot je je zinnen letterlijk uit je hoofd wist te zeggen. het waren simpele woorden, en ik weet niet hoe je het flikte, maar je wist alle spontaniteit en ook de betekenis ervan te doden:
‘Ik miste je Sas’

Later die dag zwommen we in de Amsterdamse grachten. Ik wilde dat onze negende afspraak iets speciaals kreeg/werd, iets wat zelfs indruk op mij zou maken.
Ik duikel, jij duikelt.
Ik ga onder, jij gaat onder.
Tijdens het zwemmen, klieren, zoenen, en knuffelen betrapte ik mezelf erop dat ik echt plezier met je kon hebben. Ik bedacht me dat ik je mee uit eten zou nemen op rekening van mijn vader. Je verpestte echter mijn gedachte en goede voornemen door te beginnen over de gevoelens die je voor me had. Toen je me zei dat we eens met elkaar moesten gaan praten, wist ik meteen hoe laat het was. Als protest zwom ik van je vandaan en ging ik op de kant zitten.
‘Doe nou niet zo kinderlijk’ zei je beschuldigend. Ik schreeuwde terug dat ik volgens de wet nog minderjarig was en dat dat me het recht gaf me zo te gedragen. Dat ik het bovendien onzin vond dat je gevoelens voor me had.
Je zwom naar me toe en kwam naast me zitten. ‘Kijk in mijn ogen’ zei je, en ik toen ik niet wilde draaide je ruw mijn hoofd richting de jouwe. ‘Auw, moest dat nou’ Ik begon me aan je te irriteren.
‘Wat zie je in mijn ogen?’ vroeg je me.
Ik antwoordde: ‘Zwarte circel, blauw en wit erom heen. En er is een adertje gespat in je linkeroog’
Je zuchtte. Ik kon aan je houding zien dat je met me geen raad wist. Je draaide je hoofd van me weg en keek naar de auto’s die achter ons geparkeerd stonden. Je ging verder met dat je me echt leuk vond en dat je zo graag een kans wilde, en ik zat me af te vragen of je het nou tegen die auto’s had of tegen mij.
Ik begon op een lolly te zuigen die nog in mijn jaszak zat. ‘Ook een likje?’ vroeg ik je, terwijl ik je monotone gesprek onderbrak. ‘Luister nou even’ zei je. Je stem klonk steeds geïrriteerder, hoe meer je zei hoe meer ik dingen zei waar je niks meer kon, hoe meer jij je aan me ergerde. Het moment dat je je hoofd naar achteren gooide en naar de helblauwe hemel keek, nam je de moed me nog een keer te vragen of we eventjes konden praten. Ik zei: ‘Woooooooow kijk die wolk, vet mooi!’ maar eigenlijk was de hemel alleen maar een lang gestrekte blauwe heide, zonder wolken, niks.
Elk woord dat ook maar iets te maken had met je gevoelens voor me, stampte ik de grond in met ‘Kijk naar de wolken’ en na een tijdje gaf je het op.
Ik vond het mooi, die stilte tussen ons. Er heerste een spanning, jij omdat je zo graag met me wilde praten, ik omdat ik juist stilte tussen ons wilde. Ik nam me voor zo lang mogelijk niets te zeggen.

‘Gaan we hier nou de hele middag naast elkaar zitten en niks zeggen?’ zei je na een half uur.
Ik antwoordde: ‘Vertel eens wat léuks’
‘Maar ik dacht dat je het leuk vond dat ik je leuk vind’ zei je. Ik keek je aan en zag een beetje wanhoop in je ogen. Ik zei: ‘Dat vind ik ook leuk, maar daarom hoef je het me nog niet iedere tien minuten te zeggen’
Ik was me er niet van bewust hoe die woorden bij je zouden overkomen en je zouden kwetsen, omdat ik juist eerlijk wilde zijn. Ik probeerde eerlijk te verwoorden hoe ik ons zag, maar elke zin die ik vervolgde op de afgelopen zin deed je meer ineenduiken en ik had het niet eens in de gaten.
Toen ik klaar was keek ik je weer aan en zag tranen in je gezicht. Ik wilde ze wegkussen maar je duwde me van je weg.
‘Laat maar’ waren de laatste woorden die je sprak voor je me achterliet.

’s Avonds ging ik naar je op zoek op de Nieuwmarkt. Ik bedacht me wat ik zou doen als ik gekwetst was door een jongen en me echt heel erg kut voelde. Ik kon er alleen maar uit concluderen dat ik naar een coffeeshop zou gaan.
Ik slenterde over de Nieuwmarkt, het was er opvallend druk voor deze tijd. Ik keek op mijn horloge en zag dat het nog maar half negen was.
‘Hebben jullie hier een jongen met donkerblond haar en rode ogen gezien?’ vroeg ik Giel. Achter me hoorde ik iemand zeggen: ‘Deze?’
Ik draaide me om en zag je staan.
Eigenlijk was dit geen tiende ontmoeting, maar omdat ik de negende zo graag wilde vergeten maakte ik een uitzondering. Ik zei: ‘Ga met me mee’
Je stak je hand uit en ik legde de mijne erin. We liepen naar Amsterdam Centraal, en jij zei dat je me naar huis ging brengen. Ik wilde helemaal niet naar huis en zei dat we best een avondje in het Victoria Hotel konden doorbrengen maar je weigerde. ‘Het zal niet de eerste keer zijn dat je me kwetst en het wil goedmaken met seks’ zei je. De toon waarop je het zei beviel me wel. Het was beschuldigend en hatend, maar ik hoorde ook een beetje onzekerheid. Ik probeerde je over te halen met een ‘Kom op stel je niet zo aan. Als je niet wilt doen we het niet’ maar je was zo koppig als maar kon. ‘Waarom denk je dat ik nu nog seks met je zou willen?’ zei je.
‘Waarom niet?’ vroeg ik. Het verbaasde me, ik zei: ‘Alle vorige keren maakte je er ook geen probleem van’
Ik had mijn zin nog niet afgemaakt of je sloeg me in mijn gezicht. Dat verbaasde me niet en ik moest erom lachen. Je hoekte me op mijn rechterkaak en ik spuugde bloed.
Ik sloeg je terug, vol op je neus en daarna gaf ik je een knietje. Ik voelde hoe ik mijn hand liet glijden naar mijn mes, en toen ik het naar je uitstak, sprong je minstens dertig meter van me vandaan. ‘Wat doe je’
Angst in je ogen, angst in mijn ogen. ‘Wat dóe je’ zei je, nu alleen luider. Ik liep stap voor stap of je af, het had er heel zelfverzekerd uitgezien moeten hebben, je kroop verder bij me vandaan. Ik sprong op je af en gooide mijn mes het gras in. ‘Grapje’ zei ik en kreeg de slappe lach. Ik zoende je ogen, je wangen, je oren en uiteindelijk je mond. Je liet het allemaal toe en sloeg je armen dicht om me heen.

De rest van de nacht hebben we het niet meer over dat voorval gehad, en daar ben ik erg blij om. Eigenlijk moet ik bekennen dat ik je serieus wilde vermoorden omdat je zoveel om me gaf. Ik kan er niet zo goed tegen als mensen over ‘houden van’ en ‘geven om’ gaan beginnen, het schrikt me altijd af. Liever heb ik dat je wat vaker om me heen hangt of juist afstand van me neemt zodat ik weer nieuwsgierig naar je word, maar maak nooit de fout me te zeggen dat je ‘om me geeft’ of ‘van me houdt’.
Twee weken daarna was onze elfde ontmoeting. In die twee weken hadden we veel contact, ik mailde je, ik belde je, ik smste je en andersom. We spraken af op een woensdag in Arnhem. ‘Kom naar de Plaza’ zei ik, dat zit op de hoek, het is heel makkelijk te vinden.’

‘Hoi’ begroette ik de barjongens. ‘Saskia’ zei Pierre. ‘Wat doe je hier?’
‘Ik wil wel weer weggaan’ zei ik.
‘Doe dat, we verdienen toch nooit wat aan jou’ zei Pierre toen hij me een wijntje voorzette. Ik moest lachen en dronk mijn wijn in één teug op. ‘Doe er nog maar een’ zei ik.
Ik praatte een tijdje met Pierre terwijl ik op je wachtte. Ik had je niet binnen horen komen en schrok van de koude lippen die ik achter mijn oorlel voelde. Ik schrok er zo erg van dat ik zelfs van mijn stoel wankelde.
Je stak je hand naar me uit en ik liet me door je optillen. ‘Ook hallo en we doen dat zo’ zei ik terwijl ik je een kus op je mond gaf. Je deed alsof je je het weer herinnerde en zei: ‘Voor de zekerheid he, zo toch’ En we begonnen met zoenen. Pierre en Louis ( de ander barjongen) riepen dingen naar ons maar ik verstond het niet. Ik was te druk met het genieten van jouw lippen op de mijne.

‘Maar daarom ben ik blij dat het nu weer goed is tussen ons’ zei je. Ik knikte wat vaag, ik zag wazig van alle drank en rook. Ik pakte mijn portemonnee en gaf je mijn visitekaartje. ‘Hier’ begon ik, ‘kom een keer langs bij me thuis’.
Je stopte het kaartje weg en zei: ‘Ik hoop zo snel mogelijk’ Ik lachte weer dom naar je en je stond op, trok je jas aan en verliet de Plaza.
Pierre en Louis probeerden me duidelijk te maken dat het toch echt sluitingstijd was. ‘Weet ik’ zei ik zonder aanstalten te maken te vertrekken. Ik maakte een handgebaar dat ik nog even wilde rusten.
‘Rusten doe je maar thuis, ik breng je wel’ zei Pierre en ondanks dat ik dronken was, was het me overduidelijk dat hij me kwijt wilde.
Ik zei: ‘Ik heb de grootste fout van mijn leven gemaakt. Ik heb een jongen mijn visitekaartje gegeven.’
‘Eigenschulddikkebult’ zei Pierre en tilde me op. ‘Maar wat moet ik nu dan he’ begon ik te schreeuwen. ‘Straks staat hij voor mijn deur, en dan?’
‘Dan doe je gewoon niet open’ zei hij. ‘Ja maar wát als hij me gezien heeft’ zei ik en ik werd steeds hysterischer. ‘Dan doe je gewoon niet open’ herhaalde hij.
Ik vond de herhaling mooi en liet me naar huis brengen.
Onderweg vertelde Pierre me de dingen die ik moest doen als je voor mijn deur stond: Doen alsof ik niet thuis ben, doen alsof ik slaap, doen alsof ik doof ben geworden, doen alsof ik ziek ben.
Ik vond het allemaal prachtig om te horen maar zag wel in dat dat geen opties waren. Aangezien mijn oma in de Filippijnen was overleden zou ik de volgende dag daarheen vertrekken. Ik zou je sowieso de komende tien dagen niet meer zien, dat stelde me gerust.

Op een regenachtige donderdag begon ik je een afscheidsbrief te schrijven met een vulpen, omdat je toch wel degelijk indruk op me gemaakt had. Ik ben alleen niet klaar voor een relatie, ik heb een hekel aan verplichtingen, ik hou van mijn vrijheid.
De afscheidsbrief eindigde met een ‘ Vaarwel’, en voor het eerst sinds jaren had ik het gevoel dat ik het contact met een persoon juist had afgekapt. Ik negeerde hem niet doodleuk of wilde hem niet meer expres kwetsen. Ik begon te vertellen over hoe ik alles zag en ervoer en dat het daarom maar beter was beiden door te gaan zonder elkaar. Of we nou een liefdesrelatie hadden of een vriendschapsrelatie. Bij beiden krijg je een typische binding tussen mensen die ik liever kwijt dan rijk ben.

Allerliefs,

Saskia.
__________________
Zo niet, dan toch!!!! | Truth is beautiful, without doubt. So are lies.
Met citaat reageren
Advertentie
Reageren

Topictools Zoek in deze topic
Zoek in deze topic:

Geavanceerd zoeken

Regels voor berichten
Je mag geen nieuwe topics starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag geen bijlagen versturen
Je mag niet je berichten bewerken

BB code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit

Spring naar


Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 22:50.