Door gebruik te maken van Scholieren.com of door hiernaast op ‘akkoord’ te klikken, ga je akkoord met onze gebruiksvoorwaarden en geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Als je niet alle cookies wilt toestaan, ga dan naar ‘instellingen aanpassen’ om dit in te stellen. Ben je jonger dan 16 jaar? Zorg dan dat je toestemming hebt van je ouders om onze site te bezoeken. Hier lees je alles over hoe wij omgaan met je privacy.

Oud 13-10-2001, 18:25
Wouty
Wouty is offline
Heb jij soms gedichtenbesprekingen liggen ?
Zo ja wil je ze dan opsturen?Alvast bedankt voor diegenen die dit doen dank u wel.
Als je weet waar ik ze kan vinden zeg het me dan dank u.

Vanwege Wouty
Met citaat reageren
Advertentie
Oud 13-10-2001, 18:34
Internationalist
Avatar van Internationalist
Internationalist is offline
laat me raden: slotjuh
__________________
*ONKRUID VERGAAT NIET* *Doc is de meest drinkende forumbaas* *ik slaap in hetzelfde bed als Iotje* *ik= wanabe WC-ontstopper*
Met citaat reageren
Oud 13-10-2001, 18:37
Internationalist
Avatar van Internationalist
Internationalist is offline
Had ik nog liggen, toen ik nog MAVO deed :

******************** MAVO 3 **** te Groningen.

21-03-2000

TEN GELEIDE:

Als ik het woord poëzie hoor denk ik aan de ‘dichtkunst’ en aan ‘gedichten’ op zich. Het woord ‘gedicht(en)’ houdt voor mij in: ‘een manier om je in woorden uit te drukken, waarbij de (stijl)vormen e.d. een extra dimensie aan het geheel toevoegen.’
Volgens het Handwoordenboek Nederlands Kramers betekent het woord ‘gedicht’ het volgende: ‘uiting van gevoelens, op zodanige wijze verwoord dat de vorm, het ritme, het beeldend vermogen enz. van de taal evenzeer bijdragen tot de betekenis van die uiting als de feitelijke betekenis van de woorden en zinnen: het idee dat gedichten moeten rijmen, is in de twintigste eeuw verlaten’

Er zijn enkele gedichten uit mijn kinderjaren waarvan ik de titel (en schrijver/schrijfster) me nog herinner en die heb ik hieronder geplaatst. Hierbij dient te worden opgemerkt dat ik geen enkel gedicht uit ‘die tijd’ nog woordelijk weet maar dat het wel om gedichten gaat die ik zelf nog weet te herinneren, ik heb dus geen ‘genetische verwanten’ geraadpleegd.

De gedichten uit mijn kindertijd die ik me nog herinner zijn:


Ik lees met enige regelmaat gedichten. Ik hou van dichters als Deelder en Chabot, maar ook dichters als Komrij en Lehmann kan ik zeker waarderen. Ik hou het meest van simpele doch serieuze gedichten, waar een dosis humor in zit. Ik hou van de wat botte humor (Deelder) maar ook van de wat softere, literair verantwoorde humor (Komrij, Lehmann).

Ik denk dat het moeilijk is om te stellen wanneer en onder welke omstandigheden mensen gedichten lezen. Natuurlijk zijn er duidelijk voorbeelden, waarbij het meeste simpele (en cliché) voorbeeld is: de Romanticus, de romantiek; liefde leent zich namelijk voor de dichtkunst. Het is een emotie die door niemand begrepen wordt en waarbij men de ‘ratio op nul’ zet. Aangezien in de dichtkunst de vorm en symboliek belangrijk is worden er dus veel liefdes gedichten geschreven en gelezen.
Een andere gelegenheid voor gedichten is een begrafenis/crematie van een persoon. Hierbij moet men bijvoorbeeld denken aan het gedicht waarvan ik de titel niet met zekerheid weet (ik heb het vermoeden dat de eerste regel tevens de titel is) maar waarvan de eerste regel als volgt luid:

Ga nooit heen zonder te groeten,

[Toon Hermans]

Wat men toch zeer regelmatig op begrafenissen hoort. Ook een definitief afscheid is emotioneel dan rationeel. Dus weer een ‘ideale prooi’ voor de dichtkunst.
Onder wat voor omstandigheden mensen in de huiselijke kring gedichten lezen is moeilijk te zeggen. Uit verkoop cijfers blijkt dat wijle Toon Hermans de meest verkochte dichter is, een tweede plaats is voor Jules Deelder. Hieruit blijkt dat men humor in gedichten toch wél waardeert, maar dat men ook van het was serieuzere werk houdt (Hermans heeft vaak humoristische gedichten maar de dood en de liefde waren vaak terugkerende onderwerpen in zijn poëzie, en die zijn vaak een stuk serieuzer van aard).

Ik lees vooral gedichten als ontspanning. Ik lees dus gedichten die niet zozeer van mijn ‘emotionele toestand’ afhangen.


Ik heb nog nooit van het (radio)programma CandleLight gehoord. Dat heeft vooral te maken met het feit dat ik nooit, maar dan ook écht nooit, naar de radio luister. Ik heb begrepen dat CandleLight zo’n quasi-romantische-dicht-show is, en dat er in de door uw geleverde gedichten map een aantal CandleLight gedichten gedrukt staan (er staan in de map zes CandleLight gedichten.) Ik hou zelf absoluut niet van dat soort gedichten. Helemaal niet als het in de trant is van:

“een dag zonder jouw is las een tuin zonder bloemen,
een dag zonder jouw is eigenlijk geen dag te noemen”

[Toon Hermans]

Van die cliché gedichten, helemaal als over de liefde gaan, zijn niet aan mij besteed. Ik zweer bij originaliteit en ik ben ook zeer gesteld op vindingrijkheid en creativiteit. Helemaal zeker weet ik dit niet, want ik ken het programma niet en ik moet er dus vanuit gaan dat de informatie die mij verstrekt is klopt.

Ik schrijf wel eens een gedicht. Dat komt vooral voort uit verveling. Het zijn (natuurlijk) waardeloze gedichten, maar het is wel leuk om af en toe wat te schrijven. Ik heb er hieronder twee geplaatst. Meestal gaan mijn gedichten nergens over, en ik begrijp ze dan ook niet altijd, terwijl ik ze wel zelf geschreven heb (dat klinkt paradoxaal). Het komt ook regelmatig voor dat het wél een onderwerp heeft; meestal heeft dat dan te maken met een zekere ergernis die ik ergens over heb. Van de twee geplaatste gedichten is er één met een specifiek onderwerp en de andere heeft eigenlijk geen ‘reden van schrijven’ en daarvan is het onderwerp dus onbekend.


DEEL 2;
Analyse en vergelijking

Ik gebruik voor dit deel de theoriemap en de gedichtenmap, beide door u verstrekt. Waar nodig heb ik gebruik gemaakt van citaten. Ik heb er voor gekozen niet elk gedicht in zijn geheel te herhalen, om dat mij dat overbodig leek.

Ik vind over het uittrekken van een broek van Gerrit Krol zeker een gedicht. Er is immers sprake van een ‘uiting van gevoelens, op zodanige wijze verwoord dat de vorm, het ritme, het beeldend vermogen enz. van de taal evenzeer bijdragen tot de betekenis van die uiting als de feitelijke betekenis van de woorden en zinnen’ en dus is het niet eens van belang of IK het een gedicht vind, want volgens deze maatstaaf IS het een gedicht. (Het is immers onmogelijk om een tekst een gedicht te VINDEN, het is namelijk een gedicht of het is niet).
De sfeer van dat gedicht is moeilijk uitteleggen. Ik begin ermee om uitteleggen wat ik onder het woord ‘sfeer’ versta. Voor mij betekent de ‘sfeer (van een gedicht)’ de ‘stemming’ die het gedicht heeft.
Ik vind dat er een vrolijke en grappig sfeer hangt om het gedicht van Krol. Het is enigszins erotisch getint, maar wel met een dosis humor. Het is eigenlijk een absurd gedicht.

Ik vind Vrijheid van een van een anonieme schrijver/schrijfster ook een gedicht. Er is weer sprake van een ‘uiting van gevoelens, op zodanige wijze verwoord dat de vorm, het ritme, het beeldend vermogen enz. van de taal evenzeer bijdragen tot de betekenis van die uiting als de feitelijke betekenis van de woorden en zinnen’ en er IS dus weer sprake van een gedicht.
De sfeer van dit gedicht spreekt me absoluut niet aan; het is zo’n cliché beeld die het bij me oproept. Eén of andere quasi-intellectueel van een jaar of vijftien die moederziel alleen niets beter te doen heeft dan andere vervelen met súpergedichten. Een sfeer van de ‘onmogelijke liefde’ en depressiviteit hangt er om dit gedicht heen. De sfeer wordt nog eens erger door de geforceerde rijm die erin voor komt; ik heb niets tegen rijmende gedichten maar geforceerd (dus verplicht rijmend, iets wat vaak het gedicht niet ten goede komt) rijmende gedichten staan mij niet aan.
Misschien doe ik het gedicht geen eer aan die het toekomt, maar ik heb echt een hekel aan zulke gedichten.

Ik vind duidelijk het gedicht van Krol veel beter, dat heb ik hierboven duidelijk neer gezet. Ik kan niet echt het ritme van de gedichten ontdekken. Bij die van Krol lukt het enigszins. Maar bij het gedicht Vrijheid heb ik het idee dat het onmogelijk goed loopt. Je moet van ritme veranderen wil het blijven lopen. Iets wat wederom het gedicht niet ten goede komt. Ik vind dus dat het gedicht van Krol beter loopt al moet ik zeggen dat ik twijfel welk ritme de schrijver er bij in z’n hoofd had. Ik vind namelijk dat dát gedicht op verschillende ritmes wel goed klinkt.


Ik vind Voor een dag van Morgen een goed gedicht. Er heerst een melancholische sfeer. Het is een rijmloos gedicht en het heeft dus het schema: abcd…

Er zit geen werkelijke rijm in maar door de klank rijmt het wel weer, een paradoxale situatie dus. Rolden, kloppen en stil, orgel zijn voorbeelden van die overeenkomsten in klank. Er hangt een opgewekte, maar tevens melancholische sfeer over het gedicht.

Het gedicht ‘Captain Mobylette’ heeft een vrolijk sfeer bij zich. Er wordt gebruik gemaakt van een vleugje ironie.

De sfeer die dat gedicht bij mij oproept is niet zo positief. Echt zo’n kneuzerig pubertje, zonder vriendin, die dan mijn dag maar gaat verstieren. Hij, de schrijver, maakt gebruik van een metafoor.

Over het gedicht van Hans Lodeizen hangt een deprie sfeertje. Hij maakt gebruik van de paradox.

Het beste gedicht uit de door u verstrekte gedichten vind ik: Thema van Hans Dorrestijn. Ik vind dat een zeer scherp gedicht en ook heel humoristisch. Ik vind sowieso Hans Dorrestijn een zeer sympathieke en grappige man. Het enige andere gedicht die ik ook wel érg goed vond was over het uittrekken van een broek van Krol, dat gedicht is zeker een eervolle vermelding waard.
De enige gedichten waar ik me echt dood aan ergerde waren de zogenaamde CandleLight’s, dat zou ik dus écht nooit voor de lol lezen. De andere gedichten kan ik wel waarderen.



Ik moest zelf een vergelijking bedenken in de trant van Jan Hanlo’s gedicht Je bent , dus iets in de stijl van ‘Jij bent zoals’ of ‘zonder jou ben ik als’.
Dit is ‘m geworden:

“Met jou ben ik net
een fiets zonder zadel
een hoofd zonder hersens
een deur zonder slot
een land zonder mensen
een week zonder dag
een tuin zonder bloemen
een fles zonder inhoud
een huis zonder stoel
een leraar zonder leerling
een agent zonder pistool
een gehakt zonder bal

een rechter zonder straf

Zonder jou ben ik……
heel wat beter af.”

VERWERKINGSFASE:

Wij, Evelien en ik, hebben de verwerkingsfase iets afwijkend ten aanzien van het ABC. In het ABC staan namelijk alleen twee groepsopdrachten waar voor je bij allebei video-opnames moet maken dat is lastig te realiseren. We hebben dus een opdracht gekozen die op zich wel bij deze opdracht hoorde.
Wij zoeken een tiental gedichten uit deze tijd (vanaf 1900) op en een tiental gedichten uit de (meestal late) Middeleeuwen en het begin van de Renaissance en we gaan die vergelijken. We proberen dan ook verschillen en overeenkomsten te vinden, we doelen dan absoluut niet op taal gebruik en woord keus maar meer op ‘rijmschema’, ‘onderwerp’ en de ‘sfeer’. Ook kijken we naar thematiek, zijn de gedichten grappig, moraliserend of gewoon ‘ter ontspanning’ geschreven. Niet alle gedichten plaatsen we helemaal omdat dat de opdracht onnodig lang maakt. Bij een gedicht waar een stuk aan het begin mist staat er, voor het begin: (…)
Als er een stuk een het eind mist staat er aan het eind: (…)
We zorgen wel dat de essentie van de gedichten blijft bestaan.

De titels van de gebruikten gedichten zijn:

UIT DEZE TIJD:
(na 1900)

- ‘Buiten’ Vlek
- ‘Een gedicht’ Komrij
- ‘zwerfmeisjes’ Lehmann
- ‘de sprong’ Jansen
- ‘Verbinding’ Aghoudi
- ‘titel onbekend, Schrijf aan je……’ van Hest
- ‘DAT WAS DAT’ Hofman
- ‘a2 + b2 + c2 + 2ab + 2ac + 2bc’ Schippers
- ‘De deur’ Krol
- ‘Vader’ Wilmink

UIT DE MIDDELEEUWEN en VROEGE RENAISSANCE:
(tot ongeveer 1650)

- ‘Karel ende Elegast’ onbekend
- ‘Dootshooft’ Vondel
- ‘aenden raedsheer van dorp’ Huygens
- ‘bloedige sweet’ Revius
- ‘geestigh-liedt’ Bredero
- ‘noodlot’ Hooft
- ‘een rijk van dwang en duurt niet lang’ Cats
- ‘grafschrift’ Visscher
- ‘aen denselfden’ Van St. Aldegonde
- ‘titel loos’ Hadewych


We gaan nu alle gedichten analyseren en (gedeeltelijk) plaatsen om thema’s, stijlvormen e.d. te bepalen. We doen dat in twee gedeelten; ‘UIT DEZE TIJD’ en ‘UIT DE MIDDELEEUWEN en VROEGE RENAISSANCE’. De gedichten worden nu nog individueel bekeken.


UIT DEZE TIJD:

Het gedicht Buiten is geschreven door Hans Vlek. Aangezien het een relatief kort gedicht is plaatsen we ‘m in zijn geheel. Het is een modern liefdes gedicht zonder rijm, die niet echt clichématig geschreven is. Het heeft een beetje een melancholische sfeer om zich heen hangen. Het gedicht is niet echt humoristisch. Een echt duidelijk stijlfiguur vindt men in dit gedicht niet terug. Er zit misschien een beetje sarcasme in, maar ‘het druipt er niet vanaf’.

Buiten:

Waar bramen witte bloemen zijn
en brasem flink wil bijten,
daar ben ik graag met jou.

Met zuurtjes en gazeuze en
een werkelijk boeiend boek en
een zacht grasmat voor ons beiden.

Aan de kant afwezig staren
naar de dobber tussen ’t riet
waar lang de witte waterlelies

een donker visselichaam schiet.
Samen op een steiger
zitten vissen in de zon!


Het tweede gedicht ‘UIT DEZE TIJD’ is een gedicht geschreven door Gerrit Komrij. Het is een zeer humoristisch gedicht, zonder een écht thema. Het laat op een leuke manier zien dat dichten eigenlijk heel simplistisch is, of in ieder geval zo bekeken moet worden. Er zit een beetje een anticlimax in. Je verwacht op één of andere manier iets extra’s. Het gedicht verloopt volgens een abab schema, dus een volrijm. Ook dit is een relatief kort gedicht wat we in zijn volledigheid plaatsen.

Een gedicht:

De eerste regel is om te beginnen.
De tweede is de elfde van beneden.
De derde is om wat terrein te winnen.
De vierde moet dus rijmen op de tweede.

De vijfde draait u plotseling een loer.
De zesde heeft de vijfde weer versjteerd.
De zevende schijnt wat geouwehoer,
De achtste bloedserieus. Of omgekeerd.

De negende vertelt nog eens hetzelfde.
De tiende is misschien een desillusie.
De elfde is niets anders dan de elfde.
De twaalfde is van niets de eindconclusie.

Het derde gedicht is van Lehmann en draagt de titel zwerfmeisjes. Het is een heel typisch gedicht, waarvan we eerst een gedeelte citeren voor we verder gaan met analyseren.

Zwerfmeisjes:

(…)
van zakenlieden, dichters en internationale vagebonden.
Ze gingen met vadervloek of bankrekening.
Zij die taps toeloopt naar de tenen, wat ook de mode,
en het hulpeloze aardappelhoofd,
doorzettend met alle middelen buiten prostitutie.
(…)

Het is een niet rijmend en verassend gedicht. Het is niet echt humoristisch maar ook zeker nier moraliserend. Misschien gaat er wel een kleine confronterende werking uit van dit gedicht. Er is wederom geen duidelijk stijlfiguur aanwezig.

De sprong is een gedicht van Jan Jansen, die we voor de volledigheid helemaal zullen afdrukken. Het is een niet rijmend gedicht, waar een duidelijke anti-climax in zit. De voornaamste oorzaak van de anti-climax is dat je je afvraagt waarom hij sprong, terwijl daar geen antwoord op komt terwijl er wel gesuggereerd wordt dat er een antwoord komt. Ook zaait het gedicht verwarring; waar gaat het eigenlijk over? (wij kregen niet echt een sluitend antwoord op deze vraag, u wel?)


De Sprong:

Ik sta
op het dak.
Jij staat
eronder.
Jij ziet
hoe ik voor
jouw voeten
ter pletter stort
Jij hoort
mijn laatste woorden,
als de echo
van de put der
Zotten,
weerkaatsen
tegen jouw
immense boezem.
Plotsklaps begrijp
jij de sprong.
Jij gaat
ook.


Het vijfde gedicht op rij is Verbinding van Atefe Aghoudi, een niet rijmend liefdesgedicht geschreven dor een zeventienjarige scholiere. Er is wederom geen duidelijke stijlvorm aanwezig en echt moraliserend is dit gedicht ook niet. Het is een beetje een CandleLight gedicht.

Verbinding:

Ik maak
een liefdevolle brug
ik kom
naar jou toe
ik geef
jou
een lichtgevend boeket
in de donkere wereld.


Een ander hedendaags gedicht is van Jos van Hest, er is mij geen titel bekend van dit werk. Waarschijnlijk is het ook een titel loos gedicht, want het stond ook niet vermeld op de stencils. Het is een niet rijmend liefdesgedicht. Er zitten in dit gedicht wel een duidelijk stijl figuur. Namelijk de anti-climax (je verwacht iets bijzonders; maar eindigt het ‘gewoon’ met ‘wacht op een wonder’). Ook komt er een hyperbool in voor; namelijk dat zelfde ‘wacht op een wonder’, dan kan je namelijk héél lang wachten.


**** ****:


Schrijf aan je toekomstige liefje
Een waanzinnig warme liefdesbrief.

Stop de brief in een fles.
Gooi de fles in een glasbak

Wacht op een wonder.


DAT WAS DAT is een zeer verassend en heel grappig gedicht van Tjitse Hofman. Het gedicht rijmt niet. Er wordt een beetje melancholische sfeer gecreëerd. Ook is het een understatement, een afkoeling. Er wordt namelijk gebagatelliseerd en daardoor krijg je een negatief-hyperbolisch-effect, wat overigens zeer verassend is.


DAT WAS DAT

Ik lig in bed
jij zit
aan het voeteneind
ik kijk hoe je
na het sluiten
de beha over
je borsten schuift
en duw me overeind

ik ken je alleen van achter
de split in je geruite rok
de naden van je kousen
je bruine jas permanent
schoenen met een hakje

trap de dekens
van me af
hang me kloten
in de wasbak
pis de ochtend
fluitend tegemoet.


Het gedicht a2 + b2 + c2 + 2ab + 2ac + 2bc is geschreven door k. Schippers. Het is een niet rijmend liefdesgedicht. Er zit een soort antithese in, nl. men verwacht bij iets wiskundig niets dat met liefde te maken heeft. Terwijl het toch een écht liefdes gedicht is.

a2 + b2 + c2 + 2ab + 2ac + 2bc:

je schoonheid min je ogen noem ik a
de geest die in je dartelt b
je ogen
c
opgeteld en minstens een kwadraat geven:
(a+b+c)2



De deur van Gerrit Krol is een gedicht dat niet over de liefde gaat, maar over het leven. Het is een ironisch, niet rijmend gedicht, met veel humor. Het is een anti-clichématig gedicht.

De deur:

Ik loop door de lange gang
op zoek naar een deur met mijn naam
tot ik er ben;
ik open hem en trap
hem aan de binnenkant weer toe.

O, de vreugde een deur te hebben
met Krol erop,
de vreugde dat mijn bestaan
wat dit betreft klopt.
Het laatste gedicht uit DEZE TIJD is vader van Willem Wilmink en past qua onderwerp het best bij die van Krol. Het is ook een ironisch, rijmend (!), gedicht over het leven op zich. Het neemt het leven op de hak.

Vader

vader kocht ooit
een verzameld werk:
een bundelgedichten
van een degelijk merk.

bij wat hij mooi vond
zette hij strepen
een enkele keer
een uitroepteken.

bij tijd en wijle
herlees ik die
zeer summiere
biografie:

in een code
van strepen en stippen
steeg het water
hem naar de lippen.


We kunnen dus stellen dat de gedichten die in de laatste honderd jaar geschreven zijn vaak niet rijmen. Ze gaan nog wel vaak over de liefde maar humor lijkt essentieel. Ik heb wel bewust gedichten in de trant uit gezocht, omdat ik er anders wel duizend kon plaatsen en analyseren en zó overijverig ben ik nou ook weer niet.

UIT DE MIDDELEEUWEN en VROEGE RENAISSANCE:
(tot ongeveer 1650)

Het gedicht Karel ende Elegast is te lang om helemaal af te drukken. Het gedicht telt namelijk 1415 regels. Het is een rijmend, moraliserend gedicht. Het is opgeschreven in 1200, maar het is eerder bedacht. Het is opgebouwd uit een simpel rijmschema (nl. aabbcc…). Het gaat niet over liefde, maar over het vertrouwen (dat men moest hebben) in God.

Karel ende Elegast:

(…)
Ende quam in ander ghedochte.
Die daer die boetscap brochte,
Dengel die van gode quam,
Sprac ten coninc: als die was gram:
‘Staet op, karel, ende vaert stelen,
God hiet my bevelen,
Ende ontbiedet u te voren,
Anders hebdi u lijf verloeren.’
(…)


Het tweede gedicht is van Vondel, een geniale dichter uit de 17e eeuw. Het is wederom een gedicht waarin het hoofd thema God is. Het is een rijmend gedicht (schema: abab). Het is ook moraliserend.

Dootshoofd:

Arme mensch, wat zijt ghy trots?
Ziet ghy het zwaart niet opgeheven
Van den strengen Engel Godts
Dreigende u den slagh te geven?
Schat noch rijkdom kan u niet
Van een snelle Doot bevryden,
Die ghy voor uw oogen ziet,
In dees droeve en vege tijden.
Nu u Godt noch leven gunt,
Beter u, terwijl ghy kunt.


Het derde gedicht is van een tijdgenoot van Vondel namelijk Huygens. Hij schreef het gedicht aenden raedsheer van dorp. Het gedicht gaat over de dood, en met mate over de verwerkingsfase. Het is wederom een rijmend gedicht (schema: abba). Het is minder moraliserend dan het gedicht van Vondel, al zit er wel een sterk moraal in. God wordt in dit gedicht niet genoemd.

aenden raedsheer van dorp:
Op ’t afsterven van zijn vrouw

Sy was een Diamant van suijverheid en Trouw
Gekast in uw jong hert. Daer is sy uijt gestolen.
Nu weten Ghij en ick hoe ‘tsiet in sulcke holen,
En oft’se noodigh zijn bahangen inden rouw.


Het volgende gedicht is van de befaamde dichter Revius. Het is een lang gedicht dus ik plaats hem niet helemaal. Het heeft een typisch rijmschema (nl. aabccb). Het gaat weer over de Schepper en het Geloof. Het is moraliserend.

bloedige sweet:

Trage siel, die in my slaept
Geeut en gaept,
Wilt u bruygom niet vergeten.
Waket op, en com hem dra
Volgen na
Inden hof van Oliveten.

Siet hoe hem Schepper buckt,
Onderdruckt
Door u eysselijcke sonden.
Siet hoe hem sijn teere huyt
Berstet wt
In wel duysent-duysent wonden.

(…)

Het volgende gedicht is van Bredero, een zeer bekent dichter c.q. schrijver. Het is alweer een moraliserend gedicht waarin God de eer heeft als Hoofdpersoon te fungeren, maar het hoofdthema is Het Leven en hoe je dat in kan/moet invullen. Het is een vrij lang gedicht dus druk ik alleen de eerste twee coupletten af. Het is weer volgens een afwijkend dichtschema (nl. aabccb), hetzelfde schema als bij het gedicht van Revius.

geestigh-liedt:

Wat de wereld is,
Dat weet ick al te wis
(God betert) door ’t versoecken:
want ick heb daer verkeert.
En meer van haer geleerd.
Als vande beste boecken.

Want of ick schoon al las
Het geen soo kunstich was
Als Goddelijck geschreven,
Ten gingh ter ziel noch sin
Soo nyver my niet in
Als ’t eygen selfs beleven.


Het zesde gedicht is van P.C. Hooft. Het gedicht heet noodlot. God speelt er een belangrijke rol in. Al was dit gedicht moeilijk te begrijpen o.a. vanwege het motto, wat in het Latijn is.

Noodlot:
Foelix qui potuit rerum cognoscere causas

Geluckigh die d’ oorsacken van de dingen
Verstaet: en hoe sij vast zijn onderlingen
Geschakelt sulx, dat geene leventheên,
(God wtgesejdt) oyt yet van selven deên
Oft leên “maer al door ander oorsaex dringen,

Door oorsaex cracht men al wat schiedt siet drijven.
Waer die te flaeuw geen wercking soud beclijven,
En oorsaeck zijn geen oorsaeck. Wat gewracht
Ter wereld wordt, is dan te weegh gebracht.
Door kracht “soo groot dat het niet nae kan blijven.

Elcke’ oorsaeck heeft haer moederoorsaeck weder.
’T Gaet al soo ’t moet: en dealt Gode neder.
Zijn goedthejt wijs vermoghen is de bron.
Daer ’t al wt vliet als straelen wt de Zon.
Hij kon “en soud waer ’t nutst, ons helpen reeder.


Het gedicht van Cats veelt een beetje tussen de wal en ’t schip, het namelijk een anti-dictoriaal gedicht. Het is dus super moraliserend. God wordt niet genoemd en er wordt gezegd dat leiders minder dictoriaal moeten worden. Het rijmschema is typisch omdat er twee door elkaar heen lopen (nl. abba en aabccb).

een rijk van dwang en duurt niet lang:

Als het most, te nau bedwongen,
Leyt en worstelt, leyt en sucht,
Sonder adem, sonder lucht,
Siet, dan doet hy vreemde sprongen;
Siet, dan rieckt de gansch vloer
Nae de dampen van de moer:
Alle banden, alle duygen,
Die het vry, het edel nat
Hielden in het enge vat,
Moeten wijcken, moeten buygen
Voor de kracht van den wijn,
Hoe geweldigh datse zijn.
Als een Koningh vrye lieden
Op een ongewonen voet,
Uyt een trotsen overmoet,
Al te vinnigh wil gebieden;
Daer en is geen twijffel aen,
Of ’t en moet ‘er qualick gaen.
Strenge Prinssen, Harde Vorsten,
Die met al te nauwe bant
Drucken op het gansche lant,
Doen het al in stucken borsten;
Want een rijck van enckel dwangh
Duert gemeenlijck niet te langh.


Het twee na laatste gedicht is een grafschrift van Visscher. Het heeft het rijmschema aabccb. Het is een grafschrift dus écht moraliserend is het niet.

Grafschrift:

Hier onder leyt /
Een jonghe Meyt /
Die plach te zijn /
Vrolijck van praet /
Eerlijck van daet /
Schoon van aenscijn.

Met hare vreucht /
Heeft sy verheucht /
Groot ende clyn:
Maer haer verdriet /
Claechde sy niet /
Dan God alleyn.

Den wech ter doot /
Deur lyden groot /
Is sy ghetreden:
Met Lazaro bloot /
In Abrahams schoot /
Rust sy in vreden.
Amen.


Het één na laatste gedicht is aen denselfden [lucas de heer] van Marnix van St. Aldegonde. Het heeft het rijmschema abba. Het is een gedicht dat over God gaat en het is dus een moraliserend gedicht.

aen denselfden [lucas de heer]

(…)
Nu moet syn kerk’ altijds (want hys’ int cruys wil stichten)
Drinken den eersten dronk met bitterheyt vermengt
Maer tgoddeloose volk Dwelk vry te wesen denkt,
Den droessem drinken uyt, en so den bodem lichten.
(…)


Het laatste gedicht is titel loos en is geschreven door Hadewych. Dit is een vrij lastig gedicht om te analyseren, want ik begrijp er echt niets van!?! Het enige wat ik kon volgen was het rijmschema: abab.

Naamloos:

(…)
Ay, here ouer kare,
Waerdi dat ghi sijt
Jn uwe natuere, so ware
Jet mijns gheduerens tijd.

Ay, ouer suete raste,
Haddi al dat uwe vercreghen.
So waren mine laste
Verlicht die nv so weghen.

(…)

Uit deze gedichten kunnen we afleiden dat gedichten ‘vroeger’ eigenlijk altijd rijmde en dat God zeer belangrijk was. De stijl was minder van belang. Ook originaliteit stond niet hoog in het vaandel. De totale conclusie is dus dat de poëzie in de afgelopen eeuwen drastisch is veranderd. Wel vind men in beide tijdperken moralisatie, zij het dat men dat heden ten dage met een flinke dosis humor en ironie doet, ‘vroeger’ was het veel serieuzer.


__________________
*ONKRUID VERGAAT NIET* *Doc is de meest drinkende forumbaas* *ik slaap in hetzelfde bed als Iotje* *ik= wanabe WC-ontstopper*
Met citaat reageren
Oud 14-10-2001, 13:36
stroopwafel
Avatar van stroopwafel
stroopwafel is offline
Citaat:
Internationalist schreef:
laat me raden: slotjuh

zou je denken??

__________________
de havenmeester is ook niet perfect, maar zolang de worst vliegt, heerst de bloemkool de wereld..
Met citaat reageren
Oud 15-10-2001, 18:09
Internationalist
Avatar van Internationalist
Internationalist is offline
Citaat:
stroopwafel schreef:
Citaat:
Internationalist schreef:
laat me raden: slotjuh

zou je denken??

JAAAH!
__________________
*ONKRUID VERGAAT NIET* *Doc is de meest drinkende forumbaas* *ik slaap in hetzelfde bed als Iotje* *ik= wanabe WC-ontstopper*
Met citaat reageren
Oud 18-10-2001, 14:39
ekki
Avatar van ekki
ekki is offline
ja, ik snap eigenlijk waarom ik dees nog nooit heb gezien *schaam*. ik vind dat dit op moderne talen hoort.

Kunst en Literatuur --> Moderne Talen
__________________
De enige domme vraag is de niet gestelde vraag. (© Caatje) | Ik ben gelukkig, gelukkig (naar Brigitte K.) | Koeien!!!! (© Brigitte Kaandorp) | ergo
Met citaat reageren
Oud 19-10-2001, 18:07
Teddybeertje in love
Teddybeertje in love is offline
alvast bedankt allemaal
__________________
job
Met citaat reageren
Advertentie
Reageren

Topictools Zoek in deze topic
Zoek in deze topic:

Geavanceerd zoeken

Regels voor berichten
Je mag geen nieuwe topics starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag geen bijlagen versturen
Je mag niet je berichten bewerken

BB code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit

Spring naar

Soortgelijke topics
Forum Topic Reacties Laatste bericht
ARTistiek gedichtenbespreking deel 3
Wouty
5 18-10-2001 14:39


Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 01:07.