Door gebruik te maken van Scholieren.com of door hiernaast op ‘akkoord’ te klikken, ga je akkoord met onze gebruiksvoorwaarden en geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Als je niet alle cookies wilt toestaan, ga dan naar ‘instellingen aanpassen’ om dit in te stellen. Ben je jonger dan 16 jaar? Zorg dan dat je toestemming hebt van je ouders om onze site te bezoeken. Hier lees je alles over hoe wij omgaan met je privacy.

Oud 10-04-2013, 13:50
peterv303
peterv303 is offline
Ik loop helemaal vast met de volgende vraag.

Magenta BV heeft voor de productie van het halffabrikaat ME100 de keuze uit twee
typen machines, I en II. De halffabrikaten die met de machines I en II kunnen worden
gefabriceerd, zijn identiek. De machines I en II kunnen elk 4000 eenheden ME100 per jaar produceren. Deze kunnen à contant worden verkocht tegen € 25,- per eenheid (verkoopopbrengsten worden aan het einde van elk jaar ontvangen).
De economische levensduur van een machine I is slechts twee jaren, machine II
heeft een economische levensduur van vier jaren. De onderneming heeft de keuze
uit de aanschaf van machine I en de vervanging ervan door eenzelfde machine I na
twee jaren of de aanschaf van een machine II. De overige gegevens voor de keuze
tussen machine I en II luiden als volgt. De vermogenskostenvoet is 8%.

Machine I

• aanschafprijs € 50.000,- en een positieve restwaarde na twee jaren € 10.000,-
• brandstofverbruik: 8000 liter per jaar tegen € 0,40 per liter
• onderhoud per jaar € 10.000,-

Machine II

• aanschafprijs € 110.000,- en een negatieve restwaarde na vier jaren vanwege
sloopkosten van € 10.000,- (deze sloopkosten verhogen de jaarlijkse afschrijving)
• brandstofverbruik: 7.000 liter per jaar tegen € 0,40 per liter
• onderhoud € 6.000,- per jaar

Eenvoudigheidshalve wordt verondersteld dat de brandstof, het onderhoud en de
afschrijving (lineair, met gelijke bedragen per jaar) aan het einde van de jaren worden gecalculeerd. Het minimaal geëist rendement is door de directie vastgesteld op 10% per jaar. Met belastingen hoeft in deze opgave geen rekening te worden gehouden.

Ik krijg daar de volgende vragen bij:
2. Bereken de positieve en/of negatieve kasstromen van ‘investeren in en gebruiken
van machine I’ op het moment van aanschaf en aan het einde van elk van de
twee gebruiksjaren.

3. Bereken de positieve en/of negatieve kasstromen van ‘investeren in en gebruiken
van machine II’ op het moment van aanschaf en aan het einde van elk van de
vier gebruiksjaren.

4. Bereken de netto contante waarde van de kasstromen aan het begin van jaar één
van ‘investeren in en gebruiken van machine I gedurende de eerste twee jaren’.

5. Bereken de netto contante waarde van de kasstromen aan het begin van jaar drie
van de kasstromen van ‘herinvesteren in en gebruiken van machine type I’.

6. Wat is de netto contante waarde van de kasstromen van het project ‘investeren in
en gebruiken van machine type I gedurende 4 jaren’? .

7. Bereken de netto contante waarde van de kasstromen van ‘investeren in en
gebruiken van machine II’.

Iemand die hier iets van begrijpt
Met citaat reageren
Advertentie
Oud 10-04-2013, 13:55
Verwijderd
Ja hoor, ik begrijp dit prima
Met citaat reageren
Oud 10-04-2013, 14:22
Verwijderd
Ik ben wel benieuwd waar je nu preecies op vastloopt.

1. Waarom ontbreekt vraag 1? Als je verwacht dat wij je huiswerk doen, is het handig om ons het complete beeld te geven.

2. Dat je deze vraag klaarblijkelijk niet weet, is voor mij een indicatie dat je niet weet wat ze met kasstroom bedoelen. Een kasstroom is de stroom van daadwerkelijk geld (zowel chartaal als giraal)
kasstroom op moment van aanschaf: in principe ontbreekt daarvoor de informatie in de opgave. Er staat niet of de machines op factuur worden gekocht of direct afgerekend, of dat er nog
weer iets anders gebeurt. In de praktijk is het nogal onrealistisch om een machine van een halve ton meteen af te rekenen, maar opgaves worden niet door praktijkmensen gemaakt
dus ik ga er van uit dat deze direct word afgerekend.
In dat geval is de kasstroom 50.000 euro negatief.
kasstroom aan het einde van het eerste gebruiksjaar: Tsja. Gegeven is dat de verkoopobrengsten a contant zijn, maar ook dat deze aan het eind
van het jaar ontvangen worden. Ik vind dat gigantisch tegenstrijdig. Ik vermeldde dit soort tegenstrijdigheden vroeger altijd bij het maken van de opdracht/tentamen.
Je moet hier dus een aantal aannames gaan doen. ALS de opbrengsten aan het eind van het gebruiksjaar vallen, dan is dat een positieve kasstroom van 4000 maal 25 is 100000 euro.
Aangezien de kosten van brandstof aan het eind van het gebruiksjaar betaald worden, is dat een negatieve kasstroom van 0.4 maal 8000 is 3200 euro.
Aangezien de kosten van onderhoud aan het eind van het gebruiksjaar betaald worden, is dat een negatieve kasstroom van 10000 euro.
Ik kom in totaal uit op een positieve kasstroom van 86800.
Kasstroom aan het einde van het tweede gebruiksjaar:
Precies dat, wat er bij eerste gebruiksjaar staat, PLUS eventueel een verkoopopbrengst van de machine. Maar dat deze een positieve restwaarde heeft, wil nog niet zeggen dat ze hem aan het einde van het
tweede gebruiksjaar daadwerkelijk verkopen en het geld ontvangen. Mocht dat wel zo zijn, dan komt er blijkbaar een positieve kasstroom van 10000 euro bij.

3. Op basis van mijn antwoord bij vraag 2 kun je dit zelf wel oplossen.

4. Ik ga er van uit dat je wel weet hoe je de NCW kunt berekenen. Alle daadwerkelijk betaalde opbrengsten en kosten contant maken tegen de gegeven vermogenskostenvoet.

5. Als vraag vier lukt, dan vraag 5 ook wel. De vraag is vrijwel identiek.

6. Volgens het boekje zou je nu natuurlijk op dezelfde manier als bij vraag 4 en vraag 5 moeten gaan rekenen. Maar als ik niets over het hoofd zie, is het nog veel gemakkelijker te berekenen.
Het is simpelweg het antwoord op vraag 5, maar dan contant gemaakt naar het eerste jaar, plus het antwoord op vraag 4.

7. Alhoewel je natuurlijk met dezelfde problemen/onduidelijkheden zit als bij de vorige vragen, is dit verder volgens dezelfde systematiek te doen als bijvoorbeeld vraag 4.


-----

Let wel: de opgave heeft het over afschrijvingen. Maar de vragen die je hier geplaatst hebt, gaan enkel over kasstromen. Afschrijvingen zijn puur een boekhoudkundige manier om kosten gelijk over de tijd te verdelen, en hebben nooit een effect op kasstromen. Laat je hierdoor niet in de war brengen.
Met citaat reageren
Oud 10-04-2013, 23:06
peterv303
peterv303 is offline
Maar wat heeft het minimaal geeiste rendement er dan mee te maken? #enigidee?

Super bedankt trouwens!!
Met citaat reageren
Advertentie
Reageren

Topictools Zoek in deze topic
Zoek in deze topic:

Geavanceerd zoeken

Regels voor berichten
Je mag geen nieuwe topics starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag geen bijlagen versturen
Je mag niet je berichten bewerken

BB code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit

Spring naar

Soortgelijke topics
Forum Topic Reacties Laatste bericht
Huiswerkvragen: Cultuur, Maatschappij & Economie Netto Contante Waarde berekenen
ADO070
1 09-03-2015 18:41
Huiswerkvragen: Cultuur, Maatschappij & Economie Cashflow berekenen
Nick_L
0 23-10-2014 20:41
Huiswerkvragen: Cultuur, Maatschappij & Economie Help cashflow berekenen!
mrs_1976
7 09-12-2013 19:40
Huiswerkvragen: Cultuur, Maatschappij & Economie Netto contante waarde + Cashflows
Brakko
1 27-10-2013 21:35
VWO Examen M&O
Verwijderd
102 23-05-2006 08:25
Huiswerkvragen: Cultuur, Maatschappij & Economie HEAO of Bedrijfskunde
Diana
5 26-05-2003 23:02


Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 21:59.