Door gebruik te maken van Scholieren.com of door hiernaast op ‘akkoord’ te klikken, ga je akkoord met onze gebruiksvoorwaarden en geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Als je niet alle cookies wilt toestaan, ga dan naar ‘instellingen aanpassen’ om dit in te stellen. Ben je jonger dan 16 jaar? Zorg dan dat je toestemming hebt van je ouders om onze site te bezoeken. Hier lees je alles over hoe wij omgaan met je privacy.

Oud 05-10-2004, 11:31
Krips
Krips is offline
Misschien dat er met [verhaal] ervoor wel reacties komen

Dit verhaal is niet lang, het neemt niet veel tijd in beslag om het even te lezen (hint)

Het was een taaie lentemorgen op de boerderij, de vogels schreeuwden om brood terwijl de eerste zonnestralen de tweede brand stichtten op de uitgedroogde gewassen. Tjebbe liep op zijn dooie gemak naar buiten en strekte zich uit. Hij genoot van de gloed die de branden voortbrachten en wierp de veeleisende vogels wat pizzakorsten toe. De beestjes wierpen zich op de restanten van Tjebbe’ s ontbijt en de oude boer lachte hoofdschuddend om zijn gevederde vrinden.
De vlammen intussen, plantten zich voort met rasse schreden. Zo ras zelfs, dat er uiteindelijk nog maar twee vierkante meter aan graan overbleef. Precies genoeg om een nieuwe pizza te maken, ging er in een fractie van een hartenklop door Tjebbe heen. Hij draaide zich op zijn hakken om, waarbij zijn houten klompen over het erf schuurden, een onbeschrijflijk geluid voortbrengend.

Hij vroeg zich af hoe hij dit geluid toch kon omschrijven, en ging op zoek naar de juiste woorden. Een even onbeschrijflijk gevoel ging door hem heen toen het perfecte woord in hem op kwam: genegenheid. Ja, genegenheid, dat was wat hij voelde voor zijn boerderij, en alle geluiden die daarbij hoorden: het knetterende geluid van het koren dat knakte in het wilde vuur, het zuchten van de kapotte tractor, het nijpende geluid dat door merg en been ging wanneer er weer melk uit een koeienuier spoot.

Terwijl de oude baas nadacht over deze dingen, ontsproot er een traan aan zijn linkerooghoek. Deze boerderij was zijn leven, en zijn leven was deze boerderij.
De traan baande zich een weg over zijn wangen om uiteindelijk via zijn stoppelige baard als een zilt plasje op de grond te eindigen. Op slag doofde het vuur. Zo ging het elke ochtend.

Een ongewoon geluid deed Tjebbe opschrikken uit zijn dagelijkse mijmeringen. Opnieuw draaide hij zich op zijn hakken om, ditmaal behoedzaam. Wie of wat had zijn erf betreden? Wat werd er van hem verwacht? Deze vragen spookten door zijn hoofd, terwijl hij koortsachtig poogde zich toonbaar te maken.
Er klonk een stem. Een vertrouwde stem. Tjebbe haalde opgelucht adem.
‘Môgge buur’, zei de stem.
‘Môgge Bogge’, antwoordde Tjebbe. En zoals altijd lachten de makkers om de woordgrap. Henk Bogge was iemand die dergelijke scherts kon waarderen.
‘Zeg eens, buur, ik heb zo’n bietje een vroag’.
Een vraag? Buurman Henk stelde nooit vragen, wat had dit te betekenen? Gedachten fladderden als wilde ganzen door Tjebbes hoofd.
‘ Wa voar ‘n vroag, Bogge?’
‘Ik wilde zo’n bietje ene zeis leunen.’
‘ Ene zeis? Wa môt ie dan met ene zeis?’
‘ Kipp’n slacht’n uiteroard!’
Tjebbe verstijfde. Kippen slachten met zijn zeis? Dat mocht nimmer gebeuren!
‘ Neuh, neem je oigen moar.’
‘ Hoahoa! Je dacht toch nie echt da ik m’n kipp’n ging sloacht’n?’
Tjebbe lachte zoals een collega dat zou doen, wanneer hij kiespijn had. Die malle ouwe Bogge toch. Henk was een rakker, maar wel een onmisbare rakker. Ja, dacht Tjebbe, Henk en hij waren vrinden voor het leven. Wat zou Tjebbe zijn zonder Henk?

‘Niets…’ De woorden ontsnapten als een vlinder aan Tjebbes lippen.
‘Wa?’
‘ Niets, niets zou’ k zijn zond’ r jou Henk.’
‘Ah.’

Van binnen zuchtte Tjebbe. Hij wist dat het antwoord hol was, zonder enige betekenis. Henk was niet zo emotioneel aangelegd, hij begreep het toch niet. Maar wie zou kunnen begrijpen wat er in Tjebbe omging? Wie zou kunnen begrijpen hoe hij de wereld, en de wereld hem zag?
‘ Ik hebbem nodig om het loatste kor’n te maai’n, Tjeb. De moine is in twee stukk’ n geduveld. Dat kroig je met die rotsten’n in ’t lange gras.’

Tjebbe knikte slechts, en liep richting schuur.
De schuur. Het grote houten bolwerk van Tjebbes lust en leven, maar tegelijkertijd een toevluchtsoord. De schuur, nog gebouwd door Tjebbes eigen handen, die vanaf die dag nooit meer hetzelfde waren geweest. Dikke eeltlagen hadden zich gevormd op zijn knobbelige vingers. Wanneer Tjebbe naar zijn handen keek, zijn ogen liet glijden langs de bergen en dalen van eelt, zag hij de schuur in al zijn pracht en boerse praal. Dan was hij trots. Het boerse bloed stroomde door zijn aderen, van vreemde smetten vrij. Tjebbe besefte dit maar al te goed. Hij had nooit anders gewild.

De knobbelige handen sloten zich om de steel van de zeis, en na een diepe ademteug liep hij terug naar zijn buurvriend.
‘B’dankt Tjeb’, zei Henk terwijl Tjebbe hem de zeis overhandigde, ‘nu kan’k ’t kor'n maai’n.’
‘Wee je gebeant’n als je ‘m oak sloapt’, maande Tjebbe met opgeheven vinger.
Hij moest er niet aan denken dat zijn zeis, na jarenlange trouwe dienst, zou sneuvelen in de handen van die rakker. Als zijn zeis ook maar enigszins gedeerd terugkwam, zou die oelewapper een oorvijg krijgen waar de honden geen brood van lustten, dacht Tjebbe met gebalde vuisten.
Henk bulderde van het lachen en legde zijn vlezige hand op de schouder van Tjebbe. ‘Tjeb, vertrouw m’n.’

Met gefronste wenkbrauwen keek Tjebbe hoe zijn vrind met trage tred het erf verliet. Had hij echt geen misstap begaan door de zeis zomaar uit te lenen?

Knarsetandend liep hij terug naar binnen, zijn vuisten nog steeds gebald. Eenmaal binnen liet hij zich in zijn schommelstoel vallen, om de gebeurtenissen van het afgelopen uur op zich te laten inwerken. Zijn hand naar het ronde tafeltje naast hem, terwijl hij rustig op en neer schommelde. In verdachten gezonken betastte hij het eikenhouten blad van de tafel, tot zijn handen voor de 2e keer die dag een vertrouwd voorwerp onder zich voelden. Het was zijn pijp. De oude boer stak hem in zijn mond, zonder hem aan te steken. Hij vond het heerlijk om op het hout te zuigen, waar de tabakssmaak na al die jaren niet meer uit te branden was.
‘Uit te branden was, ha’, dacht Tjebbe. Hij moest er niet aan denken dat zijn pijp in vlammen opging...


________________________________________

Dit is wat mijn neef en ik op een saaie zomerdag in 'La Belle France' op papier hebben gekregen... Is het wat? Moeten we ermee door gaan, of zeggen jullie van: 'mwoah, van mij hoeft het niet...'

Alle kritiek is welkom! Dank u!

Krips
__________________
Pri Pra Prietpraat
Met citaat reageren
Advertentie
Oud 05-10-2004, 15:04
Verwijderd
heb toch wat geduld

2 topics is echt onnodig.

Ik zal later wat commentaar geven, nu ff niet.

Grim
Met citaat reageren
Oud 05-10-2004, 15:06
Krips
Krips is offline
Je hebt gelijk , misschien dat de andere gedelete kan worden?
__________________
Pri Pra Prietpraat
Met citaat reageren
Oud 05-10-2004, 15:09
Verwijderd
Citaat:
Krips schreef op 05-10-2004 @ 15:06 :
Je hebt gelijk , misschien dat de andere gedelete kan worden?
Ik heb het al gemeld
Met citaat reageren
Oud 05-10-2004, 15:10
Krips
Krips is offline
Mijn dank is groot!
__________________
Pri Pra Prietpraat
Met citaat reageren
Oud 05-10-2004, 15:20
Verwijderd
Citaat:
Krips schreef op 05-10-2004 @ 11:31 :
Misschien dat er met [verhaal] ervoor wel reacties komen
Nee, dat loopt echt helemaal mis, als je opdringerig gaat worden


Het was een taaie lentemorgen op de boerderij, de vogels schreeuwden om brood terwijl de eerste zonnestralen de tweede brand stichtten op de uitgedroogde gewassen.

Een TAAIE lentemorgen?

Tjebbe liep op zijn dooie gemak naar buiten en strekte zich uit. Hij genoot van de gloed die de branden voortbrachten en wierp de veeleisende vogels wat pizzakorsten toe. De beestjes wierpen zich op de restanten van Tjebbe’ s ontbijt en de oude boer lachte hoofdschuddend om zijn gevederde vrinden.

Twee keer wierp staat niet mooi, misschien voor de tweede 'stortten' gebruiken?

De vlammen intussen, plantten zich voort met rasse schreden.
Kromme zin, graag herschrijven.
Zo ras zelfs, dat er uiteindelijk nog maar twee vierkante meter aan graan overbleef. Precies genoeg om een nieuwe pizza te maken, ging er in een fractie van een hartenklop door Tjebbe heen. Hij draaide zich op zijn hakken om, waarbij zijn houten klompen over het erf schuurden, een onbeschrijflijk geluid voortbrengend.

Waarom zou het vuur daar ophouden?


[...]

Krips
Verder geen zin om commentaar op te geven Nogal wat komma-en en spelfoutjes.

Het ziet er verder wel goed uit, al weet ik niet wat je hier nog verder mee zou kunnen doen. Verder loopt je verhaal nogal traag, er gebeuren vreemde dingen die in het echt absoluut niet kunnne (is dat je bedoeling?) en het geheel is het gewoon net niet.

Grim
Met citaat reageren
Oud 05-10-2004, 15:23
Gordijn
Gordijn is offline
Jij hier!

Ik heb al eerder kennis mogen maken met Tjebbe, jawel!

Maar goed.
Ik vind het niet denderend, maar wel aangenaam en best een grappig verhaaltje.
__________________
OLEE
Met citaat reageren
Oud 05-10-2004, 23:14
Raffie
Raffie is offline
een geboren surrealist Grim levert wat zinvol commentaar waar je iets mee kunt doen; ga vooral door met schrijven en probeer nog het een en ander te verbeteren.
Met citaat reageren
Advertentie
Reageren

Topictools Zoek in deze topic
Zoek in deze topic:

Geavanceerd zoeken

Regels voor berichten
Je mag geen nieuwe topics starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag geen bijlagen versturen
Je mag niet je berichten bewerken

BB code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit

Spring naar


Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 22:59.