Oud 06-04-2005, 21:03
Upior
Upior is offline
Wie heeft het boek al uit, en wat vinden we ervan (en nog belangrijker misschien: snappen we het?)?
__________________
http://www.intestterror.nl
Advertentie
Oud 06-04-2005, 21:30
marije36
marije36 is offline
ik heb t boek al wel een keer helemaal gelezen. En dan isst eigelijk wel te snappen allemaal. En we hebben ook het examen van vorig jaar gemaakt en die is echt te doen.. Maar soms vind ik dat van Tongeren wel wat duidelijker kan zijn en iets normaleren zinnen kan gebruiken..
Oud 06-04-2005, 21:41
Snuitermans
Snuitermans is offline
Uit, geleerd, toets over gemaakt. Persoonlijk vind ik het een matig boek, er valt redelijk wat op aan te merken. Onduidelijkheden, vage redenaties (eind, moderne deugden) en natuurlijk de saaiheid van deugdethiek. Samenvatting scheelt een hoop, . Ik zie trouwens niet geheel in hoe je het niet zou kunnen snappen, het is allemaal wel logisch enzo.
__________________
Fingerspitzengefühl.
Oud 07-04-2005, 10:08
Upior
Upior is offline
Ja vind ik ook, maar als je bij mij een keer filosofie les zou volgen zou je toch denken dat het boek voor niemand te begrijpen is...

Ik vind zijn analyse van de hedendaagse tolerantie wel scherp, wat jullie?
__________________
http://www.intestterror.nl
Oud 07-04-2005, 16:50
Onherkenbaar
Avatar van Onherkenbaar
Onherkenbaar is offline
Ik heb de lessen niet zo heel goed mee gedaan om eerlijk te zijn. We zijn geloof ik op de helft, maar ik heb er nog wel vertrouwen in. Ik vind het overigens niet zo'n heel erg makkelijk boekje, maar met uitleg is het wel goed te doen.
Oud 07-04-2005, 17:14
hasseltboy
Avatar van hasseltboy
hasseltboy is offline
Ik heb gister nog een zeer verhelderende lezing gehad van prof. Kuiper, christelijke filosofie aan de Universeit van Rotterdam. Daarin kwam het boekje nog een paar keer naar voren.
__________________
Hasselt!|lid van Berlijn fanclub!|Gott mit uns
Oud 07-04-2005, 17:39
Sobe
Avatar van Sobe
Sobe is offline
Nou, ik heb het nog niet helemaal gelezen, maar het zijn veelal 'moeilijke' zinnen, terwijl zijn redenatie eigenlijk heel simpel is. Vind het wel lastig om zijn mening en zijn algemene uitleg uit elkaar te kunnen halen.

Onze leraar meldde: "een preventief zelfhulpboek".
__________________
Sleepy Chicken.
Oud 07-04-2005, 20:01
Rodion
Rodion is offline
Citaat:
hasseltboy schreef op 07-04-2005 @ 17:14 :
Ik heb gister nog een zeer verhelderende lezing gehad van prof. Kuiper, christelijke filosofie aan de Universeit van Rotterdam. Daarin kwam het boekje nog een paar keer naar voren.
Hé, daar was ik ook!
Oud 07-04-2005, 22:07
Snuitermans
Snuitermans is offline
In lezingen trappen gefrustreerde filosofische oude mannetjes het boek ook veelal de grond in, .
__________________
Fingerspitzengefühl.
Oud 09-04-2005, 21:29
Upior
Upior is offline
En terecht vind ik... Veel dingen legt hij niet uit bijvoorbeeld...
__________________
http://www.intestterror.nl
Oud 10-04-2005, 19:47
Bladerendans
Bladerendans is offline
Heeft iemand ergens al een goede samenvatting vandaan kunnen halen/ gemaakt?
Zal in dit geval wel wat verhelderend werken!

Joyce
Oud 10-04-2005, 21:53
Snuitermans
Snuitermans is offline
Citaat:
Upior schreef op 09-04-2005 @ 21:29 :
En terecht vind ik... Veel dingen legt hij niet uit bijvoorbeeld...
Klopt. Het is alleen zo zonde dingen te leren die de grond in getrapt worden, vind ik.
__________________
Fingerspitzengefühl.
Oud 11-04-2005, 22:30
xineof
Avatar van xineof
xineof is offline
Citaat:
Upior schreef op 07-04-2005 @ 10:08 :
Ik vind zijn analyse van de hedendaagse tolerantie wel scherp, wat jullie?
Ja, zeker . Ik heb dat stuk (Multiculturaliteit, identiteit en tolerantie; het eerste hoofdstuk van een boek waarvan ik de naam niet meer weet) ook gelezen, dat was in de vierde voor zband levensbeschouwing toentertijd. Het maakte toen best indruk op me, en ik vind het nu nog steeds erg goed.
__________________
eight days a week
Oud 12-04-2005, 09:25
aanee
aanee is offline
Vorig jaar ook examen gedaan in deugdenethiek van Paul van Tongeren. Wat een rotboek is dat zeg! Heb voor mijn examen een 5.6 gehaald, waardoor ik met een tiende gezakt ben...
Nee, filosofie is niet zo mijn ding
__________________
kwestie van geduld
Oud 12-04-2005, 17:18
snuvvel
Avatar van snuvvel
snuvvel is offline
ik vind het een verschrikkelijk boek. Ik heb vandaag het examen van vorig jaar gemaakt en nagekeken, en nu ligt filosofie me niet maar ik snapte er maar bar weinig van . Gelukkig kan ik het laten vallen mocht ik op het eind een onvoldoende staan.
Oud 13-04-2005, 15:36
*RooSs*
*RooSs* is offline
Citaat:
Bladerendans schreef op 10-04-2005 @ 19:47 :
Heeft iemand ergens al een goede samenvatting vandaan kunnen halen/ gemaakt?
Zal in dit geval wel wat verhelderend werken!

Joyce
Zou ik ook wel willen weten....!
Oud 16-04-2005, 14:32
*RooSs*
*RooSs* is offline
Wat is jullie antwoord op eindterm 20?

"De kandidaat kan een oordeel geven over de vraag in welke mate deugdethiek een bijdrage kan leveren aan de praktijk van opvoeding en onderwijs. Hij kan daarbij een beargumenteerd standpunt innemen over de (on)wenselijkheid van een morele vorming gericht op het aanleren van deugden".
Oud 18-04-2005, 15:13
Verwijderd
Aangezien ik niet alleen deugdethiek dit jaar als boek kreeg, maar ook oa ethiek vroeg ik me af of het handig is om dit ook nog eens door te lezen? Of ben je 'alleen' met deugdethiek wel voorbereid genoeg?
Ads door Google
Oud 24-04-2005, 16:13
Curunir
Avatar van Curunir
Curunir is offline
Ik vind het zelf een heel lastig, slecht geschreven boekje. Maar onze leraar vind het fantastisch, Paul van Tongeren komt zelfs een middagje langs op onze school .

Maar goed, dat examen moet geleerd worden , dusch:

Is er iemand die een samenvatting heeft gemaakt (vorig jaar of nu al) of er een heeft kunnen vinden?

Ik denk dat we daar allemaal heel erg mee geholpen zouden zijn, ikzelf kon op internet niets vinden , dus straks moet ik het nog zelf gaan uittrekken ook .
__________________
x
Oud 27-04-2005, 17:45
Idioteque-je
Avatar van Idioteque-je
Idioteque-je is offline
Wij zijn nog steeds bezig met het boekje, we leren alles doorelkaar. Meestal als het uitgelegd wordt snap ik het wel, maar daardoor ontstaat wel een ontzettende chaos in mijn hoofd. Ik moet dan ook nog het hele boek gaan leren en begrijpen. De schrijfstijl van van Tongeren vind ik af en toe ontzettend chaotisch.

Zorgen jullie dat jullie de antwoorden op de eindtermen weten of gaan jullie eerst het boek leren begrijpen en dan als laatste nog even naar de eindtermen kijken?
__________________
sans la musique la vie serait une erreur (Nietzsche)
Oud 29-04-2005, 16:46
Verwijderd
Ik ga dat hele vervelende boekje niet eens lezen. Afgelopen week nog een toets erover gehad en daarvoor heb ik alleen de samenvatting gelezen die onze leraar ons gaf, een samenvatting van internet erbij gehouden en mijn aantekeningen. Pas als ik het dan niet snapte ben ik dat boekje gaan lezen.
Bovendien hebben wij dinsdag na de vakantie nog een hele filosofie dag (heerlijk zweverig gebrabbel wordt dat) maar het schijnt wel echt goed te helpen ter voorbereiding van het examen...
Het boek zelf vind ik maar een hoop interessant gebabbel om iets heen dat je echt wel veel duidelijker kan uitleggen.
Oud 29-04-2005, 22:17
Verwijderd
Ik heb het examen vorig jaar gemaakt.

Had het boekje niet gelezen, wel een hele handige samenvatting die wij op onze Filosofiedag van school kregen. Daar stond in principe alles in. Alles wat je moest weten in ieder geval. En op die Filosofiedag kregen we ook nog fijn een lezing van meneer Van Tongeren himself. Dan nog mijn aantekeningen van de lessen, een paar proefexamens en ik haalde een 6,8.
Ik vind het boekje niet erg goed geschreven ook. Hij heeft best een interessante kijk op de ethiek, het onderwerp vind ik zeer interessant en erg leuk... dat wel. Maar hij schrijft vreselijk rommelig. Begint hij met een onderwerp, dat loopt dan weer over in iets anders dat hij ook wel interessant vindt om te vertellen en dat heeft dan ook weer verbanden met andere dingen die zeker genoemd moeten worden, en zo dwaalt hij continu af van de rode draad, zeg maar. Weinig structuur dus.
Oud 10-05-2005, 11:14
Verwijderd
Een samenvatting zou idd erg handig zijn Iemand?
Maar de antwoorden van de eindtermen staan hier gewoon op scholieren.com
Oud 10-05-2005, 11:55
Snuitermans
Snuitermans is offline
Ik heb er een, niet zelf gemaakt overigens.
__________________
Fingerspitzengefühl.
Oud 10-05-2005, 13:52
hasseltboy
Avatar van hasseltboy
hasseltboy is offline
Wij hebben alle eindtermen zelf gemaakt, ik had een 6,9 op het proefexamen.
__________________
Hasselt!|lid van Berlijn fanclub!|Gott mit uns
Advertentie
Oud 12-05-2005, 11:35
Inges
Avatar van Inges
Inges is offline
Citaat:
hasseltboy schreef op 10-05-2005 @ 13:52 :
Wij hebben alle eindtermen zelf gemaakt, ik had een 6,9 op het proefexamen.
Tjee hoe lang ben je daar mee bezig geweest? Ik ben ze ook aan het maken maar ten eerste lukt het niet en ten tweede schiet het niet op.
Oud 14-05-2005, 18:43
Curunir
Avatar van Curunir
Curunir is offline
Maar uhm... als er nou iemand even een link post naar samenvatting(en)
__________________
x
Oud 18-05-2005, 10:30
hasseltboy
Avatar van hasseltboy
hasseltboy is offline
Citaat:
Inges schreef op 12-05-2005 @ 11:35 :
Tjee hoe lang ben je daar mee bezig geweest? Ik ben ze ook aan het maken maar ten eerste lukt het niet en ten tweede schiet het niet op.
Klas in groepen verdelen. Daarna de eindtermen verdelen. Zo gepiept.
__________________
Hasselt!|lid van Berlijn fanclub!|Gott mit uns
Oud 18-05-2005, 10:36
hasseltboy
Avatar van hasseltboy
hasseltboy is offline
1.1
De kandidaat kan de filosofische inbedding van de ethiek schetsen en haar samenhang met andere disciplines duidelijk maken (waaronder metafysica, antropologie, sociale filosofie, godsdienstfilosofie en epistemologie).

Filosofische inbedding:
1) daardoor voorkomen dat er verkeerde verwachtingen worden gewekt. Deskundigheid van een filosoofethicus is kwaliteit van het denken en niet de kwaliteit van zijn handelen. Beoordelen op zijn argumenten.
2) ethiek nader bepalen door haar te onderscheiden van andere filosofische disciplines. Als praktische filosofie (samen met vb politieke filosofie) te onderscheiden van theoretische filosofie (logica, metafysica, kennisleer)
praktisch omdat:
 Met betrekking tot haar object
 Met betrekking tot haar doel
3) onderscheid tussen ethiek en andere filosofische vakken is de keerzijde van een verband tussen beide.
Het onderscheid tussen menselijke en niet menselijke werkelijkheid verwijst naar een theorie van alle werkelijkheid, zoals die in de metafysica wordt ontwikkeld..

Samenhang met andere disciplines
 Het onderscheid tussen menselijke en niet menselijke werkelijkheid verwijst naar een theorie van alle werkelijkheid, zoals die in de metafysica wordt ontwikkeld. Ook het absolute, onvoorwaardelijke karakter van de morele verplichting of het omvattend en zingevend karakter van het goede waarover het in de ethiek gaat, verwijst naar een metafysische reflectie.
 Als nadenken over menselijk handelen is ethiek altijd verbonden met antropologie en de sociale filosofie.
 Volgens Kant kan de ethiek niet zonder godsdienstfilosofie. De vraag hoe ik moet handelen verwijst immers naar de vraag naar de doel of de zin van het leven: religies geven daar antwoord op
 Ethiek kan ook niet zonder epistemologie. Ze moet zichzelf confronteren met zelfkritische vraag wat filosofisch-ethische kennis eigenlijk is, en in hoeverre ze –als kennis- eigenlijk mogelijk is

1.2
De kandidaat kan tenminste drie verschillende vormen van ethiek onderscheiden, de desbetreffende benadering uitleggen en toepassen in een casus.

Deontologie als uitgangspunt wordt hier het oorspronkelijk moeten genomen. Je doet de plicht die gebaseerd is op je normen en waarden
Consequentialisme De consequenties zijn belangrijker dan de handeling, de nadruk ligt op de gevolgen
Deugdethiek Niet de handelingen van de persoon staan centraal, maar de intenties.

Casus 1:
Iemand wordt in elkaar geslagen. Jij loopt er langs en ziet het.
Deontologie  Het is mijn plicht dat ik ga helpen
Consequentialisme  Wat zijn de gevolgen als ik ga helpen
Deugdethiek  Ik excelleer als ik help

Casus 2:
In een Amerikaans westernstadje wordt een man in de saloon herkend als bandiet. En hele menigte wordt woest. De sheriff ondervraagt hem en komt er achter dat er sprake is van een misverstand. De menigte wil de man ophangen, maar de sheriff weet dat hij onschuldig is. Als hij dat toegeeft geloven de mensen dat niet en worden de vermeende bandiet, hijzelf en misschien nog veel meer mensen slachtoffer.
Deontologie  Hij geeft toe dat het slachtoffer onschuldig is met alle
gevolgen van dien
Consequentialisme  Er kan beter één man (onschuldig) worden vermoord dan dat
er meerdere slachtoffers vallen. Hij zal dan niet zeggen dat de
man onschuldig is
Deugdethiek  Hij geeft toe dat het slachtoffer onschuldig is met alle
gevolgen van dien

1.3
Uitleggen van de deugdethische benadering, onderscheid tussen poiesis, praxis en morele praxis duidelijk maken, en toelichten aan de hand van voorbeelden.

De deugdethiek kan niet rechtstreeks antwoorden op vragen die op een feitelijke manier geformuleerd zijn. ( Bijv. de vraag of klonen van menselijk genetisch materiaal geoorloofd is)
Om deze vraag deugdethisch te benaderen moet je de vraag eerst vertalen: idealen staan eerder centraal dan regels. De vraag stellen: “Hoe moet ik leven?” Niet direct kijken naar de grens van wat wel en wat niet geoorloofd is, maar naar de wijze waarop het leven, of het samenleven het beste vormgegeven kan worden.

Poiesis: Staat voor handelen dat kan worden opgevat als “maken”. Het doel van de activiteit ligt buiten de activiteit zelf. Zoals bijvoorbeeld een rafel timmeren. Het doel van je activiteit ligt in de tafel. Tafel maakt zelf geen deel uit van de activiteit, de tafel blijft bestaan als ik ophoud met construeren.
Praxis: Vorm van menselijk handelen waarin het doel wel in de handeling zelf ligt. Bijvoorbeeld bij voetballen: door het te doen, bereik je een bepaald doel, namelijk genieten van het spel. Het doel wordt bereikt in de uitvoering van de activiteit. De manier hoe je het doet bepaald de praxis, hoe je het ervaart, aanvoelt en er op reageert.
Morele praxis: In verschillende culturen, gemeenschappen en tijden heersen bepaalde regels, over wat het menselijk leven precies is, en wanneer het het waard is om zo genoemd te worden. Standaarden waar het leven aan moet voldoen om goed of geslaagd genoemd te worden, evenals het doel dat het moet realiseren. Goed en slecht zijn beide morele waarderingen.
Niet individualistisch gericht, want een individu kan pas tot zijn recht komen in een goede gemeenschap.

2.1
De kandidaat kan het verschil tussen normen en waarden uiteenzetten, duidelijk maken wat voor verband tussen beide bestaat en in welke zin deugdethiek een verbindend midden vormt tussen beide. Hij kan dit verschil en verband in een casus herkennen en aan de hand van een voorbeeld toelichten.

Het verschil tussen normen en waarden is dat normen vastgestelde regels zijn, vaak negatief en met een grote mate van objectiviteit, waarbij de ondergrens word aangegeven, het is dus een soort van verbod. Waarden daarentegen zijn, volgens deze schrijver, subjectief en komen alleen voort uit de mensen zelf, dat wat de mens zelf van waarde acht. Deze regels zoeken juist de bovengrens. Het verschil is dus het objectieve tegenover het subjectieve, verbod tegenover waardering. De deugd kan hierbij een verbindend midden zijn door de regels te verbinden met dat wat verheven is, de ondergrens met de bovengrens, en hier kan dan in geëxcelleerd worden.Voorbeeld: dokter – heeft regels (normen) maar ook idealen (waarden), hij kan hierin excelleren door zich aan de regels te houden en goed zijn voor de patiënten.

2.1
De kandidaat kan het verschil tussen normen en waarden uiteenzetten, duidelijk maken wat voor verband tussen beide bestaat. En in welke zin deugdethiek een verbindend midden vormt tussen beide. Hij kan dit verschil en verband in een casus herkennen en aan de hand van een voorbeeld toelichten.

Verschil tussen normen en waarden:
• Normen hebben een grote objectiviteit, waarden zijn meer gehecht aan eigen waardeoordeel dus ook meer subjectief;
• Normen bestaan en verplichten je om iets te doen, hebben daardoor een sterke negativiteit, ze zijn doorgaans verboden. Dit tegenover waarden die doorgaans als iets positiefs worden beschouwd: ze zijn aantrekkelijk en motiveren;
• Normen hebben minimaliteit, ze markeren een ondergrens. Waarden hebben daarentegen een maximum, oftewel een optimum;

Verband tussen normen en waarden:
Zonder normen zijn er geen waarden, er moeten regels zijn om je te laten beseffen dat je aan de ene regel meer waarde hecht dan aan de andere.

Deugdethiek als verbinding tussen normen en waarden:
Deugd is iets waarin een waardebetrekking concreet is geworden of bijv. een norm verinnerlijkt is en verbonden met oriëntatie op een goed leven.
Deugden kun je leren en oefenen. Geeft niet alleen antwoord op hoe je goed kunt leven maar ook hoe je daadwerkelijk zo kunt leren leven.
In zekere zin schieten de weg van de normen en de weg van de waarden tekort. Niet alles kan bestaan door idealen (waarden) en codes, regels (normen)
Vanuit een innerlijke houding of deugd laten zien wat goed is.

2.2
De kandidaat kan uitleggen wat onder pluralisme en relativisme wordt verstaan, hoe deze opvattingen verband houden met keuzevrijheid en op wat voor manier de deugdethiek bepaalde gevaren van pluralisme en keuzevrijheid kan afwenden.

Onder pluralisme verstaat men verscheidenheid, dit kan op vele gebieden plaatsvinden, in religie, maar ook in andere dingen. Dit houd verband met keuzevrijheid omdat we vrij zijn om keuzes te maken, we kunnen er veel verschillende maken, maar onze keuzes zijn toch ook beperkt. Deugdethiek kan hier gevaren afwenden doordat ze pluralisme radicaliseert door te stellen dat keuzes serieus genomen moeten worden. De gevaren zijn: decisionisme (dat we gaan denken dat het goede door de keuze zelf word bepaald), relativisme (dat het niet uitmaakt wat voor een keuze we maken), subjectivisme (dat morele kwaliteiten als voorkeuren worden gezien) en emotivisme (de goedheid van de keuze word bepaald door het gevoel)
(relativisme)

2.2
De kandidaat kan uitleggen wat onder pluralisme en relativisme wordt verstaan, hoe deze opvattingen verband houden met keuzevrijheid en op wat voor manier de deugdethiek bepaalde gevaren van pluralisme en keuzevrijheid kan afwenden.

Relativisme
De relativisten zijn van mening dat iemand zijn normen, waarden en zijn mening bepaald is door de omgeving waarin hij of zij is opgevoed. Iemand is uitgeleverd aan de context van zijn of haar leefomgeving.
Er is in het relativisme dus geen sprake van keuzevrijheid, want het maakt niet uit wat we doen.

Pluralisme
Pluralisme betekent veelzijdigheid, veelvormigheid. Je kunt het indelen in drie groepen.
Cultureel pluralisme - manier waarop je vorm geeft aan je leven, geen goed of fout
Religieus pluralisme - IS GEEN ONDERDEEL VAN CULTUREEL PLURALISME, je relatie met het goddelijke, het heilige. Je grondhouding.
Institutair pluralisme - groepen, gemeenschappen. Daar ontstaan instituties uit
De verhouding met keuzevrijheid is dat eigenlijk de achtergrond waarvan je de keuze maakt, heel verschillend is. Iedereen heeft weer een andere basis.

De deugdethiek kan bepaalde gevaren van pluralisme en keuzevrijheid wegnemen.
De gevaren bestaan hierin, dat we door de veelheid van mogelijkheden en de vrijheid van keuze zouden gaan denken:
- dat het niet uit maakt (relativisme)
- dat we gaan denken dat het goede door de keuze zelf wordt bepaald (decisionisme)
- dat we morele kwaliteiten opvatten als subjectieve voorkeuren (subjectivisme) waarover, evenals over smaak, niet valt te twisten
- Dat we morele oordelen gaan zien als enkel expressies van iemands emoties die niets te maken hebben met datgene waarover geoordeeld wordt (emotivisme)

2.2
De kandidaat kan uitleggen wat onder pluralisme en relativisme wordt verstaan, hoe deze opvattingen verband houden met keuzevrijheid en op wat voor manier de deugdethiek bepaalde gevaren van pluralisme en keuzevrijheid kan afwenden.

Pluralisme: De overtuigingen dat er onreduceerbaar vele en verschillende morele opvattingen bestaan.
Relativisme: Zijn de morele opvattingen wel voor iedereen hetzelfde? Wat voor mij goed is is ook voor jou goed.

Doordat het moraal steeds meer een individuele keuze lijkt geworden lijkt het ook alsof we daar onze eigen criteria bij mogen kiezen. We kunnen/ moeten kiezen tussen verschillende uitgangspunten. Er zitten wel grenzen aan die keuzes en er zijn regels nodig de deugdethiek helpt bij het maken van de keuzes.
1. op een manier waarop je dichter bij jezelf en eigen verlangens blijft.
2. kent een grote rol toe aan de kwaliteitscriteria die inherent zijn aan de praktijken en modellen. Je begint nooit helemaal bij niks je weet altijd wel voorbeelden waar we ons aan willen spiegelen

De deugdethiek ontkent niet het pluralisme maar radicaliseert het door te stellen dat we onze eigen inbedding in een concrete tijd en cultuur serieus moeten nemen.
- Morele oordelen zijn gebonden aan de gemeenschap waarin je leeft, maar dat is nog geen reden om te zeggen dat het niet uitmaakt wat we kiezen.

2.3
De kandidaat kan duidelijk maken wat voor plaats morele motivatie inneemt binnen de deugdethiek en in welke zin zij kan worden begrepen als een ethiek die in het verlengde ligt van ons natuurlijk verlangen. In een casus kan hij het verschil met de kantiaanse en utilistische ethiek op dit punt herkennen en zelf aan de hand van een voorbeeld toelichten.

Bij veel casi kunnen waaromvragen gesteld worden, verschillende stromingen antwoorden verschillend. De deugdethiek ligt in het verlengde van ons verlangen omdat we willen excelleren in dat wat we zijn, we willen bijvoorbeeld een goede leraar zijn, excelleren in ons leraar-zijn is dan ons natuurlijk verlangen, maar ook de deugd.

Kantiaanse ethiek: iets wat zonder tegenspraak van iedereen kan gelden
Utilistische ethiek: iets wat de meesten goed vinden.


2.3
De kandidaat kan duidelijk maken wat voor plaats morele motivatie inneemt binnen de deugdethiek en in welke zin zij kan worden begrepen als een ethiek die in het verlengde ligt van ons natuurlijk verlangen. In een casus kan hij het verschil met de kantiaanse en utilistische ethiek op dit punt herkennen en zelf aan de hand van een voorbeeld toelichten.

Morele motivatie = De motiverende kracht van de deugdethiek
De deugdethiek leert ons, hoe we keuzes kunnen maken waarmee we dichter bij onszelf en onze eigen verlangens kunnen en mogen staan.

Bij keuzes die we maken, stellen we soms de vraag: hoe moet ik kiezen? Een ethiek zou bij dat kiezen moeten helpen.

Wanneer we het antwoord op die vraag zoeken in de vorm van een regel, komen we problemen tegen:
1. Als de regel ons dwingt tot een keuze die tegen je zin is, voel je je niet gemotiveerd om die na te volgen.
2. Er is niet genoeg tijd om uit te zoeken wat er volgens de regels in de situatie gedaan moet worden.
De deugdethiek probeert ons te leren om onze passies zo te vormen, dat we als het ware vanzelf het goede willen.
Deze morele motivatie ligt in het verlengde van ons natuurlijk verlangen.
We zijn gemotiveerd om dat te doen, wat deugdelijk is, wat onze passies en emoties ook zijn. Daar zijn dus geen dwingende regels voor nodig, het stijgt daar ver bovenuit: het is wat je zelf wilt, het komt voort uit je eigen natuurlijke verlangen.
We noemen dat morele motivatie. Die motivatie komt tot uitdrukking in de aandacht die gegeven wordt aan emoties en passies.
Emoties en passies zijn het materiaal dat moet worden gevormd en bewerkt, ze worden dan zoveel mogelijk geoptimaliseerd.

Casus & voorbeeld

Verschil deugdethiek met utilistische en kantiaanse ethiek.
Waarom wil je niet stelen uit een winkel?
Als de reden daarvan is, dat je beredeneerd hebt dat stelen uiteindelijk het algemeen belang niet dient, (niet nuttig is voor de meeste mensen) omdat de winkel minder winst draait en er dus mensen last van hebben, dan bekijk je het op een utilistische manier.
Maar als je niet wilt stelen omdat je vind dat je dan handelt in tegenspraak met de plicht die je tegenover jezelf of anderen hebt, dan bekijk je de situatie op een kantiaanse manier.

Wil je deugdzaam zijn, en echt handelen volgens de deugdethiek, dan komt het principe vanuit je eigen wil: Je wil is zó gevormd, dat je rechtvaardig en eerlijk handelt. Je doet niets liever dan rechtvaardig handelen.

Het verschil met de utilistische en kantiaanse ethiek is dus, dat een utilist altijd beredeneert, wat het nut is voor zoveel mogelijk mensen, een kantiaan zich richt op de plicht die hij heeft, en iemand die deugdzaam is, hoeft het alleen maar te willen!
Je wilt rechtvaardig zijn vanuit jezelf, omdat je wil erop gericht is. Dan is niet stelen dus geen plicht, die je moet navolgen, of een redenering bedenken wat het meeste nut heeft. Het spreekt vanzelf, dat je eerlijk bent, omdat je dat wilt zijn: het is een natuurlijk verlangen.

3.1
De kandidaat kan uitleggen wat een teleologisch begrip van het menselijk leven inhoudt en op wat voor manier de begrippen doel, wezen, geschiktheid, deugd en geluk met elkaar samenhangen.

Teleologisch begrip van het menselijk leven
In alles wat we doen, streven we steeds een doel na en al die doelen zijn op de een of andere manier met elkaar verbonden. Ons handelen beoordelen we dan ook in termen van doeleinden. Uiteindelijk is al ons handelen op te vatten als gestructureerd volgens een complex geheel van doeleinden, die zelf ook weer ‘doelmatig’ geordend zijn: lagere doelen verwijzen naar hogere, en uiteindelijk naar het laatste doel.
Dat doel is het doel van de praxis van het leven als geheel. Dit kan bijvoorbeeld geluk zijn. Het is dan ook niet iets buiten het leven om, maar een manier van leven.
Dit is een teleologische manier om het leven van de mens te begrijpen, door te zoeken naar het doel van de mens.

De manier waarop doel, wezen, geschiktheid, deugd en geluk met elkaar samenhangen
Elk wezen handelt doelmatig, het streeft een doel na in zijn of haar leven. Dit kan bijvoorbeeld geluk zijn. En dat kun je dan uiteindelijk alleen realiseren door het voltrekken van de activiteit van het leven, oftewel het doel van het leven.
Door het willen optimaliseren, volmaken van je eigen leven en erin willen excelleren door het doel te willen bereiken en ernaar te streven heb je te maken met deugdethiek.
De mens volgt in de ontwikkeling van zijn leven, net als alle natuurwezens, de logica van de telos, het doel waarop hij is gericht. Aan die gerichtheid beantwoord dan een geschiktheid. De mens is dus gericht op een doel en ook geschikt om dat doel te bereiken.

3.2
De kandidaat kan aangeven in welke zin Aristoteles met zijn deugdethiek een positie inneemt tussen Plato en Nietzsche.

Nietzsche wil het leven tot zijn hoogste hoogte opvoeren. Hij verwacht dat de mens tot een hoger niveau zal stijgen, wanneer hij afstand heeft gedaan van God. De wil is het goddelijk principe zelf. De mens moet alle christelijke waarden en normen overboord gooien en inzien dat de vitale waarden voor de mens kracht, macht en vrijheid zijn.
Volgens Plato is de ziel verwant aan het idee van het goede. Kennis van jezelf leidt tot contact met het goede. Het doel van de moraal is het goede voor de gemeenschap. Het goede is de bron van alles. Zo wordt het geluk van de ziel bevorderd. Een gemeenschap moet dus zo georganiseerd zijn dat iedereen gericht blijft op het goede en niet op het aardse. Zo weinig mogelijk weelde en consumptie.
Volgens Aristoteles is de deugd het centrale begrip in de morele vorming. Deugd is een karaktertrek die in staat stelt tot juist handelen overeenkomstig het belang van de gemeenschap.

Een verschil met Plato is dat Plato de mensen voorschrijft zich zoveel mogelijk van de zintuiglijke wereld en het alledaagse leven af te wenden en Aristoteles juist intensieve en actieve betrokkenheid voorstelt.
Ook de wil tot macht die Nietzsche centraal heeft staan is in strijd met Aristoteles’ opvatting van excelleren. Een mens kan uitblinken in allerlei dingen. Nietzsche stelt voor om alle metafysische ideeën te vernietigen, hier valt dan ook Plato’s idee over het “goede” onder.
Aristoteles bewandelt een soort middenweg tussen deze twee tegenover elkaar staande meningen.

niet-dierlijke rede  dierlijke rede (twee extremen)
- Plato  niet-dierlijke rede
- Nietzsche  dierlijke rede
- Aristoteles  zowel animaal (dierlijk) als rationeel (niet-dierlijk)

3.2
De kandidaat kan aangeven in welke zin Aristoteles met zijn deugdethiek een positie inneemt tussen Plato en Nietzsche.

Alle drie deze filosofen gaan uit van het idee dat de menselijke natuur uit twee delen bestaat. Namelijk de dierlijke natuur en de niet-dierlijke rede. Toch worden deze door alle drie filosofen niet als gelijkwaardig ervaren. Plato vond de rede de belangrijkste van deze twee,volgens hem was de rede dan ook het gene waar volgens alles moet worden geordend en al het andere staat dan ook in het teken van de reden.

Nietzsche vond het tegenovergestelde: de rede is iets verderfelijks waar je van af moet zien te komen.De dierlijke natuur daarentegen moet je ontwikkelen aangezien deze op vele verschillende manieren zich kan uiten is dit gunstig. De rede echter is eenzijdig en verliest onze menselijke natuur een stuk van zijn natuurlijke rijkdom.de dierlijke natuur is dus het beste.

Aristoteles is veel gematigder en kan zich in beide opvattingen vinden.zowel de rede als onze dierlijke natuur vind hij belangrijk. Uit beide visies haalt hij iets waar hij het ermee een is,dit maakt dus dat Aristoteles tussen de andere 2 filosofen in zit.

3.3
de kandidaat kan duidelijk maken in welke zin zelfverwerkelijking als levenskunst begrepen kan worden.

Eigenlijk gaat het in de deugdethiek om zelfverwerkelijking. Je probeert in je hele leven een doel na te streven. De deugd is datgene wat ervoor zorgt dat je dat doel optimaal kan realiseren. Als je het even wat minder breed maakt, en betrekt op concrete voorbeelden wordt het wat duidelijker. Kijk bijvoorbeeld naar een kunstenaar die een geweldig mooi schilderij heeft gemaakt. Door de deugd weet hij het zo goed te maken, en dat maakt de kunstenaar weer gelukkig.
Zo kun je van een goed mens zeggen dat hij weet te leven. Dankzij de deugd weet hij goed te leven, en wordt hij gelukkig. Die mens beantwoordt aan hetgeen waar hij voor bedoeld is, die mens is gelukt. Dat is zeg maar de kunst van het leven.

3.4
De kandidaat kan kritiek leveren op het essentialisme, maar kan ook laten zien dat dit niet perse een argument tegen teleologisch denken impliceert.

De teleologie lijkt aan te nemen dat alles in de natuur, en dus ook de mens of het menselijk leven ‘objectief’ een eigen doel heeft dat daaraan ‘wezenlijk’ (essentieel) vastzit. Maar dat zou dus niet passen bij onze ervaring. Wij denken meer subjectivistisch. Een doel bestaat alleen door degenen die dat doel wil. Door de ‘bedoeler’.
Ook als we erkennen dat het doel van ons leven niet helemaal door onszelf kan worden bepaald, blijft staan dat het evenmin ergens objectief is gegeven. Het kan slechts bestaan doordat het door mensen als doel is herkend, geïnterpreteerd en bedoeld.
Er is dus een soort van pluralisme van (opvattingen van) doelen. Opvattingen van het doel zijn historisch veranderlijk en cultureel en per generatie verschillend

Het is echter niet alleen een argument tegen de teleologie. Ook Aristoteles erkent dat er verschillende opvattingen bestaan van het laatste doel. Het gaat vooral om de interpretaties van dat doel.

3.5
De kandidaat kan uitleggen in welke zin de deugdethiek optimistisch genoemd kan worden en hoe de deugdethiek zich verhoudt tot het probleem van het kwaad zoals dit via het christendom in onze cultuur aan de orde is gesteld.

De deugdethiek kan optimistisch genoemd worden omdat het goede dat we moeten doen, ook iets is wat we willen en wat we van nature ook kunnen waarmaken.
Maar door de intrede van het christendom in onze cultuur zien we dat de drang om het kwade te doen het goede overheerst, het is telkens een strijd tussen goed en kwaad. Daarvoor werd het kwaad gezien als een foutje, een misstap.
De deugdethiek had daarom bij zijn ontstaan meer vertrouwen in de mensheid en dit kwaad onderschat. Men streefde toen niet zozeer naar de overheersing van het goede boven het kwade, maar naar perfectie van het goede.

3.5
De kandidaat kan uitleggen in welke zin de deugdethiek optimistisch genoemd kan worden en hoe de deugdethiek zich verhoudt tot het probleem van het kwaad zoals dit via het christendom in onze cultuur aan de orde is gesteld.

De deugdethiek kan optimistisch genoemd worden in het feit hoe Aristoteles de deugdethiek omschrijft:
Het goede dat we moeten doen is precies dat wat we ook eigenlijk willen, en waarop we dus in feite al zijn gericht. Bovendien zijn we ook van nature geschikt om te realiseren waarop we zijn gericht.
De deugdethiek ontstond in een context die een veel groter vertrouwen in de (menselijke) natuur had dan voor ons vanzelfsprekend is. Door de intrede van het christendom in de Europese cultuur hebben wij ontdekt dat we minder 'onschuldig' zijn dan een aristotelische ethiek suggereert. Het kwaad wordt namelijk door het christendom omschreven als de uiting van een fundamenteel (menselijk) verlangen, dat tegengesteld is aan het verlangen naar het goede. Na deze ontdekking kan er nooit meer op dezelfde manier aan deugdethiek worden gedaan al kan het wel voortgezet worden door de ethiek van Aristoteles aan te vallen.

3.6
De kandidaat kan het micro-, meso- en macroniveau van handelen onderscheiden, herkennen en aan de hand van voorbeelden duidelijk maken hoe de verhouding tussen individu en gemeenschap binnen de deugdethiek begrepen moet worden

Het menselijk handelen kan op verschillende niveaus bekeken worden. Allereerst heb je het macroniveau. Dit is vooral gericht op instituties en structuren. Er wordt dan gekeken naar het soort institutie en aan welke voorwaarden deze moet voldoen. Een vraag die hierbij gesteld kan worden is bijvoorbeeld: ‘Welke verplichting heeft het rijke deel van de wereld tegenover de arme delen van de wereld?’ Op het macroniveau gaat het vooral om de grote structuur, en niet zozeer om het menselijk handelen op zich; hoewel er natuurlijk wel menselijk handelen bij komt kijken.
Het microniveau is juist tegenovergesteld, en richt zich op het handelen, en de emoties enz. van een individu op zich. Het gaat hierbij om de manier waarop dit zich verhoudt tot de individu zelf en de wereld om hem heen.
Het mesoniveau zit een beetje tussen het macro en microniveau in. Het gaat hier vooral om de rol die het individu speelt in de instituties. Bijvoorbeeld: ‘Hoe gaan we om met corruptie binnen onze organisatie?’ enz.
In de deugdethiek gaat het vooral om het individu. Als het bijvoorbeeld om abortus gaat, wordt er eerder gekeken naar de waarde van een mensenleven, dan naar de wetgeving die in het wetboek staat.
Een deugdethiek doet altijd en beroep op de heersende morele overtuigingen binnen een bepaalde gemeenschap. Wat er op dat moment in die gemeenschap belangrijk is, en als goed gezien wordt, is deugdzaam.

3.7
De kandidaat kan uitleggen wat het verschil is tussen onze leefwereld en de leefwereld waarbinnen Aristoteles’ deugdethiek is opgenomen. Tevens kan hij aangeven welke consequenties dit heeft voor de toepasbaarheid van de deugdethiek voor ons.

Verschil tussen onze leefwereld en de leefwereld van Aristoteles
1. voor Aristoteles heeft het onderscheid tussen privaat en publiek geen betekenis. Het ideaal van het gelukte of gelukkige leven is voor hem duidelijk een sociaal ideaal.
2. meeste deugden betreffen het sociale leven, verhouding tot anderen. De deugdzame staat dan ook onmiddellijk in sociaal aanzien. Voor Aristoteles ligt dat voor de hand. In de constructie van hem ben je uiteindelijk op een moreel relevante wijze verbonden met al degenen met wie je een politieke gemeenschap vormt. Zijn gemeenschap was echter kleinschaliger dan de onze
3. individu is altijd afhankelijk van anderen, dus heb je minimaal het niveau van de gemeenschap nodig om die zelfgenoegzaamheid te kunnen realiseren. De politieke gemeenschap is volgens hem dan ook het maximum: daarboven wordt het te groot.

Samenlevingen zijn echter sterk historisch bepaald. Wij leven dan ook niet in een bepaalde gemeenschap maar in meerdere tegelijk: sportclub, familie, woonplaats, kerk, etc.
Lid worden van zo’n gemeenschap is een vrije en dus individuele keuze. De scheiding tussen privaat en publiek is dan ook een morele noodzaak. Je mag het autonome individu niet onderwerpen aan welke autoriteit dan ook. Regels moeten dan ook minimaal zijn zodat het de zelfverwerkelijking van elk individu niet in de weg staat. Er is dan ook een voortdurende spanning tussen wat goed is voor mij en voor het algemeen belang.

Welke consequenties heeft dit voor de deugdethiek
1. de deugdethiek zit niet zozeer meer vast aan een bepaald begrip van gemeenschap. Er zijn waarschijnlijk wel universele deugden. Kan zelfs gezegd worden dat alle belangrijke deugden universeel zijn en zo laten zien dat de mensheid als geheel een gemeenschap vormt. De interpretatie van de deugd verschilt daarbij van plaats tot plaats. En van tijd tot tijd.
2. ook postmoderne individuen zijn nog wel degelijk lid van gemeenschappen en niet alleen van degene waarvan ze zelf het lidmaatschap kiezen. Denk maar aan familie en je vaderland. Je kunt je er nooit 100% van los maken.
3. erkent dat onze opvattingen over wat deugdzaam is altijd een beetje gebonden zullen blijven aan de toevallige tijd waarin en plaats waarop wij leven . ze is een particularistische ethiek die een nuttige aanvulling kan vormen op een universalistische ethiek, waar we evenmin buiten kunnen

4.1
De kandidaat kan de definitie die Aristoteles geeft van het begrip ‘deugd’ weergeven en uitleggen.

De deugd zal een kwaliteit moeten zijn die zowel aan die algemeenheid als aan die verscheidenheid recht doet. Het moet dus om iets algemeens gaan maar ook moeten we serieus nemen dat er belangrijke verschillen tussen mensen zijn.
Aristoteles geeft geen algemene definitie van de deugd maar alleen van een bepaald soort deugden, de zogenaamde karakterdeugden.

“ De deugd is een houding die ons in staat stelt ons handelingen voor te nemen, en die het midden houdt in relatie tot ons , een midden zoals dat bepaald is door een overleg [de rede] en wel zoals een verstandig mens het zou bepalen”
De deugd is dus niet een handeling maar een houding.
__________________
Hasselt!|lid van Berlijn fanclub!|Gott mit uns
Oud 18-05-2005, 10:36
hasseltboy
Avatar van hasseltboy
hasseltboy is offline
4.2
De kandidaat kan uitleggen wat Aristoteles bedoelt wanneer hij zegt dat de juiste keuze altijd een keuze voor het midden is. Hij kan daarbij duidelijk maken dat het juiste midden niet voor iedereen en in elke situatie hetzelfde is.

Aristoteles zegt dat je altijd het midden op moet zoeken, het moet nooit teveel zijn, maar ook nooit te weinig. In het midden zit je dus altijd goed. Waar dat midden ligt, ligt vooral aan de omstandigheden., zoals wanneer , waar, wie en hoe?

4.2
De kandidaat kan uitleggen wat Aristoteles bedoelt wanneer hij zegt dat de juiste keuze altijd een keuze voor het midden is. Hij kan daarbij duidelijk maken dat het juiste midden niet voor iedereen en in elke situatie hetzelfde is.

Hoe kom je te weten wat het midden is?
1. Er is geen vastgesteld minimum of maximum
2. De juiste maat is mede afhankelijk van de omstandigheden

Eerst zouden we moeten vaststellen wat voor soort handeling hier plaatsvindt en vooral wat voor soort verlangens haar motiveren (het wat, waarom). Vervolgens moeten we dan de vraag naar de beide extremen en het midden daartussen specificeren naar de verschillende aspecten van de situatie (het waar, wanneer, wie en hoe).

Aristoteles let zelf veel op de relativiteit van het midden: het is niet voor iedereen en in elke situatie hetzelfde. Daarom zegt hij: het midden is in de gegeven situatie dat wat de verstandige als zodanig zou aanwijzen.

Dus als Aristoteles zegt dat de juiste keuze altijd een keuze voor het midden is, bedoelt hij dat je het midden bepaalt (goed leren handelen) door te kijken naar hoe voorbeeldige mensen zich gedragen, of door je af te vragen hoe ze zich zouden gedragen in situaties als deze waar jij voor staat. Dus niet te extreem of juist te bang gedragen.

Door het voorbeeld te imiteren, zul je ook in je eigen stijl perfectie leren bereiken.
4.3
De kandidaat kan een relatie leggen tussen de aristotelische opvatting van de deugd als houding enerzijds en de waarde van goede voorbeelden in een mensenleven anderzijds.

Het gaat in de deugdethiek om de houding, en dan vooral de voorbeeldigheid van die houding. Je zou dus eerst de houding van bijvoorbeeld de onderzoekers moeten beschrijven. Aspecten hiervan zijn: nieuwsgierigheid, hulpvaardigheid, angst. Dit beschreven karakter kun je vervolgens meten aan een ideaal. Dat kunnen we doen doormiddel van een ‘voorbeeld’ van iemand die het goede doet. Iemand die in zijn rol optimaal presteert.

4.3
De kandidaat kan een relatie leggen tussen de aristotelische opvatting van de deugd als houding enerzijds en de waarde van goede voorbeelden in een mensenleven anderzijds.

De deugd is een houding die heb je niet van nature maar die leer je jezelf aan. Ook anderen hebben invloed op jouw houding. Als je als kind altijd je zin kreeg zal je waarschijnlijk een ongeduldige houding krijgen. Een houding wordt dus gevormd.
Je kunt een houding beoordelen en waarderen aan een ideaal, een voorbeeld. Op de vraag hoe je te weten kunt komen wat de goede houding is, zegt de deugdethiek dat we dat kunnen zien in voorbeelden. Je leert dus van de goede voorbeelden wat de goede houding is in het leven

4.4
De kandidaat kan uitleggen wat Aristoteles verstaat onder phronèsis en welke rol deze intellectuele deugd speelt bij het ontwikkelen en toepassen van ethische deugden (karakterdeugden).

Er zijn karakterdeugden en intellectuele deugden. Karakterdeugden zijn houdingen waarin verlangens en emoties een gepaste vorm hebben gekregen. Volgens Aristoteles kunnen karakterdeugden niet bestaan zonder de deugden van het denken (intellectuele deugden).
Denken doen we op (tenminste) twee manieren:
1. We proberen te begrijpen hoe de werkelijkheid buiten ons in elkaar zit. Dat heeft te maken met ‘kennis’, ‘inzicht’.
2. We proberen denkend ons eigen handelen en dat van anderen te sturen.
De perfectie van deze tweede manier heet Phronèsis, en kan het best vertaald worden als (morele) verstandigheid. Dit is een intellectuele deugd.
De intellectuele deugd, het goed gevormde (verstandige) streven naar een doel, en de karakterdeugd, de vorming van het streven, kunnen niet los van elkaar staan. Verstandig streven zonder een goede vorming wordt ook gedaan door ‘slechteriken’. En omgekeerd zonder intellectuele deugd (de verstandigheid), weet de karakterdeugd niet wat ‘ie moet doen.

5.1
De kandidaat kan uitleggen welke twee methoden er zijn om te komen tot een formulering van eigentijdse deugden en kan daarbij een verklaring geven voor het feit dat de deugden moed, matigheid en rechtvaardigheid al meer dan 2000 jaar als centrale deugden worden gezien.

Twee methoden:
• Vragen stellen over voorbeelden, deze vragen door meerdere mensen laten stellen over verschillende voorbeelden, en dan daaruit een patroon ontdekken voor wat deugdelijk is.
• (weet niet welke tweede methode er is)

Verklaring voor het feit dat 3 deugden heel lang als centraal worden gezien:
De verklaring hiervoor is dat deze 3 deugden op veel verschillende situaties van toepassing zijn, en daarom houden ze het zo lang vol.

5.2
De kandidaat kan de categorisering van deugden bij Aristoteles weergeven aan de hand van het onderscheid tussen intellectuele deugden en karakter deugden

Allereerst een kort onderscheid tussen de intellectuele deugd en de karakterdeugd:
De Karakterdeugd wordt door Aristoteles beschouwt als een houding waarin verlangens en emoties een gepaste vorm hebben verworven.

Intellectuele deugden zijn perfecte verwerkelijkingen van ons vermogen om te denken.
Volgens Aristoteles kan de karakterdeugd niet bestaan zonder een van de deugden van het denken; de intellectuele deugd.

Intellectuele deugd: (uitgewerkt in zijn boek Ethica Niconachea)

Denken doen we op minstens twee verschillende manieren, Aristoteles maakt een
onderscheid binnen de intellectuele deugd tussen deze twee verschillende manieren.

- We proberen denkend te begrijpen hoe de werkelijkheid om ons heen in elkaar zit. Kennis, inzicht en wijsheid. Het is eigenlijk gericht op het genieten omwille van zichzelf. Deze deugd noemt Aristoteles Sophia – Wijsheid , het theoretische verstand
- We proberen eveneens denkend ons eigen handelen aan dat van anderen te spiegelen. De morele verstandigheid. Ook wel Phronesis (prudentia) genoemd - Verstandigheid, praktisch verstand

Karakterdeugden

Aristoteles behandelt een heleboel karakterdeugden. Over de verschillende karakterdeugden heeft hij veel boeken geschreven. De middenweg zoeken tussen allerlei verschillende uitersten. Zo bespreekt hij de moed, die het midden vormt tussen roekeloze overmoed en lafheid.
Er is een duidelijk verschil tussen beide deugden te onderscheiden, maar de een kan niet bestaan zonder de ander.

5.3
De kandidaat kan de categorisering van deugden bij Plato weergeven en daarbij uitleggen waarom de deugd rechtvaardigheid de meest gecompliceerde is.

De deugden waarover gesproken wordt, deelt Plato in, in de groep kardinale deugden. Dit zijn de belangrijkste deugden.
Sinds die indeling van Plato draait het in de deugdenethiek vooral om de volgende 4 deugden:
- moed of dapperheid
- matigheid of bezonnenheid
- rechtvaardigheid
- verstandigheid

Volgens Plato is de mens onder te verdelen in drie lagen.
- de laag van de begeerte (onder deze laag valt de deugd matigheid)
- de laag van het gemoed (onder deze laag valt de deugd moed)
- de laag van het verstand (onder deze laag valt de deugd verstandigheid)


Dan blijft de deugd rechtvaardigheid nog over.
De deugd rechtvaardigheid wordt de hoogste deugd genoemd omdat deze deugd ervoor zorgt dat alle onderdelen hun juiste plaats hebben
Een mens is rechtvaardig als in hem de drie lagen op de juiste manier geordend zijn.

5.4

5.5
De kandidaat kan het verschil tussen de door het christendom geïnspireerde ethiek van Augustinus enerzijds en het intellectualisme van Plato en Aristoteles anderzijds weergeven en het verband aangeven tussen ‘deugdzaam’ en ‘van goede wil’ zijn.

Augustinus zag een duidelijk verband tussen deugdzaam zijn en een goede wil hebben.
Ook al zie je in wat deugdzaam is en weet je hoe het moet hoef je dit niet altijd te doen en door pas door een goede wil te hebben ga je het werkelijk op die manier uitvoeren.Dit is eigenlijk netzo als het strijden tegen de zonden in het christelijk geloof.

Aristoteles zei dat de wil wel aanwezig is en uiteindelijk leidt tot een deugdzaam leven maar de wil was ingebed in de praktische kennis. De wil speelt dus geen afzonderlijke rol maar is wel degelijk de aanleiding tot het beginnen van deugdzaam doen.

Volgens Plato is de wil de kracht die de deugden aandrijven om de begeerte in de hand te houden dus ook de wil speelt hier een onmisbare rol in deugdzaam zijn

5.6
De kandidaat kan de categorisering van deugden bij Thomas van Aquino op basis van de vier kardinale deugden in grote lijnen weergeven en daarbij uitleggen waarom ook bij Thomas de rechtvaardigheid een speciale plaats inneemt.

De kardinale deugden nemen in de deugdethiek een belangrijke plaats in. Deze vier deugden zijn:
- Moed of dapperheid (andreia, fortitudo)
- Matigheid of bezonnenheid (soophrosynè, temperantia)
- Rechtvaardigheid (dikaiosyne, justitia)
- Verstandigheid (phronèsis, prudentia)

Volgens Thomas van Aquino kan iets op drie manieren ingedeeld worden:
- Naar de noodzakelijke bestanddelen ervan
- Naar de soorten die ervan bestaan (zoals dat je ook soorten dieren hebt)
- Naar de bijkomende onderdelen, mogelijke uitwerkingen of toepassingen van iets op verschillende domeinen

Door de kardinale deugden op deze drie manieren in te delen, krijg je een schema van ontzettend veel deugden.
De deugd van de rechtvaardigheid levert de meeste onderverdelingen op. Daarmee is nog een een keer bevestigd dat het de hoogste deugd is.

5.7
De kandidaat kan weergeven wat Thomas van Aquino onder ‘theologale deugden’ verstaat en daarbij het onderscheid maken tussen deze deugden enerzijds en karakterdeugden en intellectuele deugden anderzijds.

De wil moet het verstand kunnen ‘opleggen’ dat de mens het goede doet. Maar dat kan de mens zelf niet doen, daar heeft hij de hulp van God bij nodig. Dat God dat doet is puur genade, volgens Thomas. Dat kan niet verdiend worden, maar dat kan alleen gegeven worden. Dat noemt Thomas de theologale deugd.

Thomas van Aquino onderscheidt 3 verschillende theologale deugden:
1. Geloof (kennis van het hoogste doel = God)
2. Liefde (het beminnen of willen beminnen van het hoogste)
3. Hoop (het vertrouwen dat het hoogste goed wordt ‘gerealiseerd’)

Het verschil tussen de theologale deugden en de karakterdeugden/intellectuele deugden is dat de theologale deugden niet te krijgen zijn door jezelf erin te oefenen of door ze van iemand anders over te nemen. De enige manier waarop je ze kunt krijgen is dat ze je door God worden gegeven. De intellectuele deugden kun je daarentegen krijgen door ze te leren en ze te oefenen en bij karakterdeugden is dat ook zo, maar krijg je ook daarin veel mee in je opvoeding.

5.8
De kandidaat kan uitleggen waarom volgens Descartes de kern van de deugd ligt in de “vastbeslotenheid om niets na te streven dan wat werkelijk nastrevenswaardig is en daadwerkelijk in mijn macht ligt.” Tevens kan hij daarbij een verband leggen met generositeit als centrale deugd.

Descartes heeft het in zijn boek over onze passies vooral over hoe onze verhouding tegenover onze passies (of gevoelens) is.
Hij stelt dat we onze passies niet kunnen beheersen, dat is iets dat niet in onze macht ligt. Twee dingen liggen wél in onze macht, we kunnen:
1. Onze eigen passies goed overdenken en beoordelen, waardoor we beseffen welk doel we nastreven, en of dat doel wel nastrevenswaardig is.
2. Zorgen dat we onszelf niet laten meeslepen door onze passies, zonder na te denken of ze wel waar zijn.

Nadat we deze twee dingen gedaan hebben, volgt de belangrijkste stap: Je eigen wil bepalen, een keuze maken. Onze wil is iets wat in onze macht ligt, en waarmee we kunnen besluiten of we een bepaald doel wel of niet na willen streven. Dat is dus de kern van de deugd: je wil gebruiken om te besluiten of iets wel of niet nastrevenswaardig is.
De wil is dus wezenlijk in de ethiek van Descartes.
Als centrale deugd noemt hij dan ook de generositeit:

De achting voor zichzelf als een wezen dat zelf zijn wil kan bepalen en dat vastbesloten is dat vermogen goed te gebruiken.

5.9
De kandidaat kan de kritiek van Kant op de ‘natuurlijke’ deugdethiek van Aristoteles weergeven en daarbij aangeven waarom volgens Kant de moraal begint bij het ‘tegennatuurlijke’ geweten.

Volgens Kant is de deugd de zodanig in een vaste gezindheid verwortelde gehoorzaamheid aan de plicht, dat je die plicht steeds zult volgen.
Deugdzaam is degene die zijn wil zo gevormd heeft dat hij de plicht vast en zeker zal volgen.
De deugd is dus volgens Kant het (willen) kiezen van de goede daden om aan de plicht te voldoen. Je kiest dus om de deugd te doen.
Volgens Aristoteles is de deugd de natuur van de mensen om gelukkig te worden, en hier is Plato het dus niet mee eens.
In de tijd van Aristoteles hield de natuur in: een goede, of zelfs door God geschapen orde. (premoderne tijd)
Bij Plato (in de moderne tijd) hield natuur iets heel anders in. De menselijke natuur werd nu gezien als zondig en geperverteerd.
Je houdt jezelf moreel en logisch voor de gek als je meent dat de feitelijke stand van zaken in de natuur een normatieve betekenis zou hebben en dus iets zou zeggen over hoe het moet zijn (naturalisme).
Als je het zo bekijkt is het begrijpelijk dan Kant de moraal eerder tegenover de natuur plaatst, en dus aan de deugd een wel heel sterk afwijkende betekenis geeft.

5.10

6.1
De kandidaat kan de milieufilosofische benaderingen met elkaar vergelijken die respectievelijk uitgaan van de natuur als intrinsieke waarde, van de duurzame ontwikkelingen van onze leefomgeving en van het nut van de natuur. Tevens kan hij op deze benaderingen kritiek leveren.

Kan de deugd van de matigheid een zinnige bijdrage leveren aan het milieuethische debat?
1. De natuur is niet van utilitaire waarde (de natuur alleen gebruiken voor je eigen nut) maar van intrinsieke waarde:
1. Iets heeft een intrinsieke waarde als de waarde niet afhankelijk is van een feitelijke waardering.
Utilitaire waarde: De natuur heeft slechts waarde omdat of voorzover ze in feite op prijs wordt gesteld.
Intrinsieke waarde: De natuur is niet afhankelijk van onze voorkeuren, maar eist van ons dat wij haar op waarde schatten.
2. Iets heeft een intrinsieke waarde als die waarde niet afhankelijk is van een andere waarde waaraan ze ondergeschikt is.
Utilitaire waarde: We waarderen de natuur als voedsel, ontspanning, brandstof, zelfbehoud of plezier.
Intrinsieke waarde: We waarderen de natuur niet alleen om haar nuttigheid,
maar gewoon omdat de natuur van zichzelf al van waarde is.

Juist omdat de waarde van die natuur niet van ons afhangt, maar zich als het ware aan ons opdringt, kun je zeggen dat die natuur een recht of rechten heeft. Je respecteert de natuur.

2. De natuur is er voor de mens. Wij zijn bijvoorbeeld rentmeesters van de natuur. Toch bind dat rentmeesterschap ons ook aan morele regels:
1. Natuur moet er zijn voor alle mensen
2. Natuur moet er zijn voor de mensen die nu leven, maar ook voor diegene die nog komen. Toekomstige generaties mensen hebben evenveel recht op die natuurlijke omgeving als wij. Daarom spreken we over duurzame ontwikkeling.

3. De mens vindt zijn ideale maat in de natuur voor zijn en haar optimale verwerkelijking. De natuur zou de leidraad moeten zijn voor optimale menselijke zelfverwerkelijking.

Problemen/kritiek:
1. Er zijn twee soorten rechten:
1. Rechten die door mensen worden verleend (het recht verlenen aan iemand)
2. Rechten die oorspronkelijk zijn. (fundamentele mensenrechten)
Door middel van Kant kunnen we zien dat de mens dergelijke rechten heeft op grond van zijn redelijkheid! Maar nergens kunnen we zien waardoor de natuur recht heeft op zijn rechten.

2. Dit argument wordt gesteund door het utilisme en is ook gelijk daarmee onderuit te halen. Utilisme: goed is wat nuttig is. Het utilisme geeft antwoord op de vraag waarom je moreel zou handelen. Zo kun je namelijk bereiken van jij wilt. Maar zo zullen we wel ons eigenbelang verstandig nastreven! Het blijft dus egoïstisch. Daarom veranderde men de argumentatie: Je moet doen wat de beste (nuttige, meest gewenste) gevolgen heeft voor zoveel mogelijk mensen. Maar wanneer we realiseren dat van wat ik zelf nastreef wordt vervangen door de verwerkelijking van het geluk van alle mensen: waarom zal ik dan nog moreel goed handelen? Dan moet ik weer rekening houden met het eigenbelang van anderen, en kan ik niet meer mijn eigenbelang volgen.

3. De natuur heeft een maat, dus is aan grenzen gebonden. Maar waarom zou de natuur ons een maat opleggen? Is het niet veel eerder een uitdaging? De grenzen van de natuur zijn de grenzen die wij met behulp van onze technieken bepalen! De grenzen zal je dus nooit kunnen vaststellen.

6.2
De kandidaat kan aangeven waarin een deugdethische benadering verschilt van de bij 1. genoemde benaderingen (milieufilosofische benaderingen). Hij kan daarbij de volgende begrippen hanteren: menselijke natuur, zelfverwerkelijking, deugd van de maat en matigheid en de deugd van de tastzin en het genot.

De deugdethische benadering zegt het volgende: Wanneer de mens zichzelf deugdzaam verwerkelijkt, zal dat om twee redenen ook een verantwoorde omgang met het natuurlijk milieu inhouden. Ten eerste omdat de mens zelf zal bijdragen aan de optimalisering van de natuur als geheel, omdat hij zelf een stuk natuur is. Het is volgens zijn menselijke natuur.
Ten tweede omdat de bepaling van wat voor zijn eigen natuur het beste is, uiteraard ook met zijn natuurlijke condities rekening zal moeten houden. Voor zijn zelfverwerkelijking gebruikt hij de natuur.

De deugdethiek spreekt van een natuur die moet worden gecultiveerd. Aangezien de deugd de optimale verwerkelijking vormt van een natuurlijk verlangen, moet zij altijd ‘graag’ gedaan worden. Beter gezegd, het menselijk handelen is pas deugdzaam, wanneer het niet langer wordt gedwongen, maar vanzelf goed gaat, omdat het wordt gestuurd door een goed gevormd verlangen.
Zolang we ons door wetten o.i.d. laten dwingen om moreel verantwoord te handelen hebben we het optimum nog niet bereikt. De maat die we moeten volgen kan geen gewelddadige grens zijn, maar moet een innerlijke maat zijn. Ook de matigheid, een van de deugden die voor onze omgang met het milieu van belang is, moet niet met geweld worden opgelegd, maar als vanzelf makkelijk en graag in praktijk gebracht worden.

De menselijke omgang met genot van de natuur zou als volgt moeten zijn. Mensen beperken hun genot niet door de natuur maar verhogen en verfijnen het juist kwalitatief door een grotere aandacht voor de natuur waaraan zij hun genot danken.

Dit alles is een verschil met de milieufilosofische benadering die al eerder genoemd werd. Hierin staat de natuur centraal als waarde op zich. Of de mens staat centraal als rentmeester. De deugdethische opvatting bewandelt meer een middenweg en laat zien dat bij de optimalisering van de mens, hij automatisch goed omgaat met het milieu.

6.3
De kandidaat kan voorbeelden geven van niet-westerse benaderingen die overeenkomen met de deugdethische benadering.

Milieuproblematiek.
Een niet-westerse benadering is de Bijbelse benadering, die geeft aan dat we met respect om moeten gaan met de natuur. Want deze is door God gegeven. Een variant hierop is dat de natuur voor onze kinderen bestemd is en dat we daarom er voorzichtig mee om moeten gaan.

Ook is de benadering van de maat van de natuur vergelijkbaar. Dat is dat de mens voor zichzelf en de natuur het beste zoekt, daar een evenwicht tussen zoeken.

6.4

6.5
De kandidaat kan impliciete en expliciete kritiek op de milieubeweging evalueren.

De meeste milieuethische argumentaties en vooral de milieuactivistische praktijken zijn vaak gemotiveerd vanuit de gevaren en bedreigingen van onze houding tegenover het milieu. Dat impliceert dat, zodra die gevaren afnemen, of zolang mensen hoop houden op een technologische beheersing van het milieuprobleem, de motivatie om je ‘milieubewust’ te gedragen afneemt. Zolang het debat over het milieu er een blijft waarin de angst voor de gevolgen van onze huidige levenswijze strijdt met de angst voor de beperking van onze huidige levenskwaliteit, is het een voedingsbodem voor fanatisme. De deugdethiek maakt duidelijk dat het op het gebied van de morele vorming van onszelf niet zozeer om een uitwendige begrenzing van ons handelen gaat, maar om een morele maat. Zo’n maat begrenst ons niet, maar maakt ons beter, gelukt, gelukkiger. De deugdethiek maat zo duidelijk dat een maatvolle levensstijl ook goed is als er geen milieuprobleem is. Alleen daarom is de deugd van maat en matigheid een waardevolle bijdrage aan het milieuethische debat.

6.6
De kandidaat kan een eigen standpunt formuleren ten aanzien van de verhouding tussen mens en natuur. Tevens kan de kandidaat hierbij de argumenten van andere filosofische benaderingen betrekken.

I. Kant  Heeft de natuur een recht? Kant zet de mens en de natuur tegenover elkaar. Natuur heeft geen recht
II. Utilisme  Wat goed is wat nuttig is. Je moet de natuur zover onderhouden zodat het nuttig is voor de mens. De natuur moet de mens dienen.
a. John Stuart Mill stelt dat iets bij, hij zegt dat het gene wat goed is niet perse hoeft te zijn wat goed of nuttig is voor ons, maar wat goed is voor het grootst aantal mensen.

Een verdere eigen mening moet de kandidaat zelf creëren

6.7
De kandidaat kan uitleggen in hoeverre christendom, islam en jodendom ‘ theologale deugden’ in hun natuurbenadering opnemen.

De theologale deugden zijn volgens Thomas van Aquino:
- Het geloof
- De liefde
- De hoop

De mens heeft de natuur van de Schepper gekregen om er voor te zorgen. Wij zijn rentmeesters en moeten voor de natuur zorgen zodat ook onze nakomelingen er van kunnen genieten en gebruikmaken. De theologale deugd geloof wordt er dus bij betrokken.

6.8
De kandidaat kan uitgaande van deugden een analyse maken van de oorzaken van het vraagstuk van afvalproductie, grondstoffenuitputting en waterverspilling.

De laatste jaren wordt het milieuvraagstuk als het gaat om afvalproductie, grondstoffenuitputting en waterverspilling meer en meer besproken. De milieuproblematiek komt vooral voort uit de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen, en die exploitatie is ‘nodig’ omdat de economie blijft groeien.

Als we dit milieuvraagstuk op de manier van de deugdethiek bekijken, hebben we het eigenlijk over onze eigen verlangens, en dan in het bijzonder de verlangens die makkelijk grenzeloos en mateloos worden. Onze verlangens om te hebben (hebzucht), te heersen (heerszucht) en ons te ‘doen gelden’ (eerzucht). Die uit de hand gelopen verlangens hebben er eigenlijk voor gezorgd dat de milieuproblematiek is ontstaan.

Het komt er dus op neer dat we de juiste maat moeten vinden, en hierbij komt de deugd van de matigheid om de hoek kijken. We kunnen ondeugdzaam zijn door te veel te genieten, maar ook door te weinig! We moeten het juiste midden zien te vinden (Aristoteles). Ook als het gaat om ons verbruik van de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en een (eventuele) auto.

6.9
De kandidaat kan aangeven hoe een deugdethische benadering van het autogebruik mogelijk is.

De auto zorgt voor een hoop plezier voor ons en is ook een heel nuttig apparaat: we gaan ermee naar het werk, naar oma die wegrot in het bejaardentehuis etc. Maar helaas zorgt de auto ook voor een hoop vervuiling, en die tast het milieu weer aan en op die manier is de toekomst van onze (klein)kinderen en hun nageslacht weer wat onzekerder geworden.

Er is dus een verandering noodzakelijk als het om autogebruik gaat. Moet het autogebruik dan stoppen? Dat is weer het andere uiterste. Ook in dit geval moeten we op zoek naar de gulden middenweg: niet teveel en niet te weinig gebruik maken van de auto. Je moet natuurlijk jezelf kunnen verplaatsen, maar je nageslacht moet ook kunnen leven. Dus moet er gematigd gebruik worden gemaakt van de auto (en ga meer fietsen), en een energiezuinig scheurijzer waarin je carpoolt is natuurlijk ook niet weg.

6.10
De kandidaat kan een normatief standpunt innemen ten aanzien van de vraag in hoeverre reclame - uitgaande van de deugden maat, matigheid en tastzin - richting geven aan de zelfverwerkelijking van het individu.

Normatief: Een norm stellend, maatgevend, bindend.
Uitgaande van het feit dat men hier doelt op de mate waarin mensen zich laten manipuleren door reclame of dit op zich in laten werken.

Matigheid, maat en tastzin zijn drie belangrijke deugden. Een gevormd verlangen dat uit zichzelf tot uiting moet worden gebracht. Deugden die zich in het midden van extremen bevinden. Op wat voor een manier kan men verantwoord met reclame omgaan? Welke maat moeten wij aanhouden, en wat voor een richting geeft deze maat aan onze zelfverwerkelijking?

Persoonlijk ben ik van mening dat we in geen geval moeten aannemen wat in allerlei reclames verkondigt wordt. Uitgaande van de twee extremen, je geheel laten beïnvloeden, en voor waar aannemen wat er in reclames vertelt wordt. Of er helemaal niet naar luisteren, en altijd een eigen keuze maken. Geen van beide zijn objectief. Uitgaande dat tussen beide de gulden middenweg ligt, noemen wij deze de deugd van de matigheid. Je normatief opstellen tegenover deze aspecten. Niet geheel laten beïnvloeden, je er niet alvorens voor afsluiten, maar eventueel openstaan voor tips en verbeteringen. Dit kan men dan tevens aanduiden als zelfverwerkelijking, richting gevend.
Uiteraard moeten wij hier niet alleen denken aan reclame welke ons via de televisie bereikt. Maar ook aan allerlei andere vormen. Een normatief standpunt kan ,gezien dit feit, mijns inziens nogal eens verschillen. Daarom is het moeilijk verder te borduren of er wel een dergelijke gulden midden weg, een deugdelijk midden is vast te stelen in deze situatie. De deugd van de maat hangt nauw samen met deze van de matigheid. Men moet maat weten te houden in een dergelijke situatie, ook wanneer het om reclame gaat. Aangaande de tastzin; ( In mijn dikke van Dalen ook wel aangeduid als vermogen om aanrakingen te voelen, gevoel, gevoelszintuig) wij moeten eveneens maat weten te houden wat betreft onze gevoelens. De drang om iets te bezitten, om iets persoonlijk tastbaar te maken. Hier moeten we maat in weten te houden, dit om onszelf te verwerkelijken. Om tot een deugdzaam individu te worden.

Meiner Meinung nach, kan ik nu concluderen dat we ook wat betreft de reclame, welke iedere dag weer op nieuw alleen al via de tv onze ogen aantast, een gulden midden weg moeten zien te vinden. Je niet laten manipuleren, door alles wat je via reclame toekomt. De tastzin niet laten overheersen, niet dermate groot laten worden dat er geen weg meer omheen is. Maar dat gene aannemen wat bruikbaar is voor jezelf, zelfverwerkelijking dus. Als je op deze manier probeert de deugdelijke midden weg te vinden zal reclame niet veel richting geven aan je zelf verwerkelijking. Op een dergelijke manier je eigen keuze blijven maken, en niet te sterk laten beïnvloeden, maar alleen datgene aannemen dat voor jou persoonlijk van belang is. Op deze manier zou reclame een klein beetje richting gevend kunnen zijn. Als ik dit normatief in een woord zou moeten stellen zou ik kiezen voor het woord: WEINIG

6.11
De kandidaat kan aangeven welke elementen aan de orde zijn bij morele vorming van jongeren. Tevens kan de kandidaat een standpunt innemen over de wenselijkheid hiervan.

Moraal ligt in het verlengde van een natuurlijk verlangen. De deugde is de manier om te verwerkelijken wat je van nature nastreeft. Het Griekse woord voor deugd van de maat, soophrosyne, houdt in dat je goed bij je hoofd bent, geen domme dingen doet en zeker niet tegen je eigen belang in zult gaan. De deugd is de optimale verwerkelijking van een natuurlijk verlangen, zij moet dus altijd “graag” worden gedaan. Het menselijk handelen is pas deugdzaam, wanneer het niet gedwongen wordt, maar als het ware vanzelf gaat, omdat het niet gestuurd wordt door een goed gevormd verlangen. Zolang je dus nog door wetten, regels, autoriteiten, dreigementen of op een andere manier gedwongen moet worden, het je nog niet je verlangen nagestreefd. De maat die je moet volgen, kan dan ook geen gewelddadige grens zijn, maar is een grens die je zelf vaststelt, een innerlijke grens met de motivatie van ‘tot hier en niet verder’. Matigheid kan dus ook niet opgelegd worden, maar moet vanbinnen komen, dat houdt in dat het verlangen zelf gematigd moet zijn.

6.12
De kandidaat kan een begripanalyse maken van het begrip tolerantie.
Hij kan daarbij:
a) verschillende betekenissen van het begrip aangeven
b) uitleggen welke betekenis het begrip vervult in het huidige discours, aangeven hoe het begrip elementen van huichelarij kan bevatten en aangeven hoe het begrip uiteindelijk kan leiden tot cynisme
c) historische verwante en relevante begrippen aangeven
d) een vergelijking maken tussen premoderne en moderne opvattingen van het begrip
e) een evaluatie geven van de analyse

b) Geen verschil levenswijzen  gebaseerd op toevallige condities. Je moet ze dus neutraal beoordelen. Je respecteert dus die levenswijze. Dat is dus heel iets anders dan tolereren. Als je dus niet respecteert dan discrimineer je. Het is dus geen mildheid of genadigheid van jezelf, maar het moet. Tolerant zijn kan dus een vorm van huichelarij bevatten, want zijn we er dan niet stiekem ervan overtuigd dat onze tolerantie die onze levenswijze kenmerkt grote superioriteit van onze levenswijze aantoont.
Er zit nog een deel van huichelarij in want als er geen echt verschil zit tussen de waarde van de levenswijze. Dat betekend dat als er geen relevante verschillen zijn dan heb ik niet het recht aan de kleine verschilletjes betekenis te hechten. Dus ik moet het op een neutrale manier benaderen.
De ene levenswijze is dus niet meer waar dan de andere. Ik kan dus niet spreken van tolerantie wanneer ik de ander respecteer.

Onverschillig  Voor diegene waarvoor verschillen er niet toe doen: wat maakt het uit dat een andere leeft, zoals hij wil en wat een ander gelooft wat hij gelooft. Dat gaat over in
Cynisme  Oneerlijkheid erkennen van jezelf en geen nieuwe illusie maken van eerlijkheid  Je wantrouwt elk verlangen naar geborgenheid et cetera en de illusie evenzo. De cynicus is heel ontheemd.

d) Premoderne opvattingen over tolerantie
Aristoteles  Deugd van de moed
Stoa  De deugd van het dragen van hetgeen je te dragen krijgt
Thomas van Aquino  Martelaarschap verdragen
Moderne tijd  onverschilligheid kenmerkt onze tolerantie
Premoderne tijd  maximale interesse kenmerkt de tolerantie. Ook wordt het met moed en kracht in verband gebracht.

e) Het begrip tolerantie is erg veranderd. Het is van moed, naar verdraagzaamheid, naar onverschilligheid, naar maximale interesse veranderd.

6.13
De kandidaat kan met behulp van de begripsanalyse aangeven welk verband er kan bestaan tussen deugdethiek en een praktijk van tolerantie.

Tolerant zijn betekent in feite het accepteren en het verdragen van mensen die anders zijn en die vervolgens toelaten in onze groep. Een criteria voor het tolereren van mensen is echter dat er verschillende soorten mensen moeten zijn met een andere manier van leven.We kunnen dit echter allemaal pas in verband brengen met de deugdethiek als we meerdere groepen naast elkaar kunnen accepteren. Deze relativiteit en het besef dat overtuigingen historisch gebonden zijn,maken het voor ons mogelijk en worden wij hier tegelijkertijd ook door verplicht om ons tolerant op te stellen.Door mensen vanuit onszelf te kunnen tolereren op een natuurlijke wijze, kunnen wij excelleren in het leven wat de spil is van de deugdethiek.

6.14
De kandidaat kan demonstreren hoe ten aanzien van een vraagstuk uit de multiculturele samenleving tolerantie in de gangbare zin en tolerantie in de deugdethische zin tot een fundamenteel ander resultaat leiden.

Tolerantie in de gangbare zin lijkt vaak meer op ‘als ik er maar geen last van heb’. Wij tolereren andere mensen naast ons wanneer wij er maar geen last van hebben. Wanneer dat wel zo is, is er een grens bereikt en moet er tegen worden opgetreden.

Tolerantie in de deugdethische zin lijkt meer op draagkracht. Tolerantie wordt hier in verband gebracht met moed en kracht. Wij tonen onze deugdzaamheid niet alleen in ons vermogen om het kwaad te elimineren en de problemen op te lossen, maar ook in de kracht om ze te dragen.
De deugdethiek suggereert dus dat tolerantie slechts mogelijk is als er een last is die je al of niet op je kunt nemen. De last die geïmpliceerd is in het dragen, betekent dat de tolerantie begint met een veroordeling. De deugdethische benadering zet ons er dan toe om na te gaan wat we eigenlijk veroordelen, en waarom. De maatschappelijke problemen zullen ook door deze benadering niet meteen zijn opgelost. Maar de erkenning van de last zal een zuiverder beeld geven. Wat geen last geeft moet ook niet met de naam van tolerantie worden opgetuigd. Bij wat wel last geeft legt het beroep op onze draagkracht de oplossing van het probleem voor een belangrijk deel bij het weinige dat wij een beetje zelf in de hand hebben: bij onszelf en onze eigen morele kwaliteit.

6.15

6.16
De kandidaat kan de deugdethische benadering van vriendschap van Aristoteles weergeven en vergelijken met de eerder genoemde analyses.

Aristoteles’ definitie van vriendschap is: vriendschap is elkaar het goede toewensen (en dat van elkaar weten), omwille van het nuttige, of het aangename, of het goede.
Het goede toewensen wordt door Aristoteles welgezindheid genoemd, en dat van elkaar weten, wordt wederkerigheid genoemd. De welgezindheid en de wederkerigheid zijn twee heel belangrijke kenmerken van vriendschap.

De soorten van vriendschap die Aristoteles noemt zijn:
 om het nut
 om het aangename
 om het goede

De vriendschap om het goede is voor Aristoteles de hoogste en beste vorm. Deze vorm van vriendschap is volgens Aristoteles een deugd. Het midden van de deugd van de vriendschap is het midden tussen egoïsme en altruïsme.
Mensen zijn betere vrienden in de mate waarin ze daarnaar blijven streven. En ook al is er maar één hoogste vorm van vriendschap, dat betekent niet dat elke andere vorm moet verdwijnen.

6.17
de kandidaat kan voorbeelden geven uit literatuur, film, schilderkunst of drama waarin vriendschap als optimale deugd wordt beschouwd en daar tevens een standpunt over innemen.

Vriendschap als ultieme deugd wordt uitgebeeld in verschillende films, zoals The Climb, een christelijke film over twee mannen, een gelovige en een ongelovige, die samen een berg gaan beklimmen, uiteindelijk sterft de gelovige, doordat hij de ongelovige redt van een lawine en er zelf onder komt. Verder heeft Lord of the Rings deze deugd ook wel in zich, aan het einde van het eerste deel, als Sam zich opoffert voor Frodo.

Dit is toch wel ultieme vriendschap, als de ene vriend zich voor de andere opoffert, dan is dat nogal heftig. Maar dat is mijn mening, wat vinden jullie?

6.18
De kandidaat kan een begripanalyse maken van het begrip vergeving. Hij kan bij deze analyse de begrippen dader, slachtoffer, schuld, berouw en schaamte betrekken.

Vergeving is, volgens Aristoteles, alleen mogelijk als de dader, die de schuld dus heeft, ook oprecht berouw en schaamte heeft. Zonder berouw en schaamte van de dader valt er niets te vergeven, omdat de vergeving dan niets raakt. Waarom raakt het dan niets? Omdat vergeving berouw en boete eist en andersom. De dader moet afstand hebben genomen van zijn daad. Anders kun je het ook niet vergeven.

6.19
De kandidaat kan de deugd 'vergeving' betrekken op de vraag naar de morele verantwoordelijkheid van staten ten aanzien van historische of actuele gebeurtenissen. Hij kan daarbij een beargumenteerd standpunt innemen.

Historische of actuele gebeurtenissen kunnen alleen maar vergeven worden als de dader er zelf ook spijt van heeft. De dader moet zich schamen om zo te laten zien dat diegene erkent dat de daad die hij heeft gedaan, in strijd is met wie hij is.
Alleen daar waar de dader en het slachtoffer elkaar aanvaarden en erkennen is vergeving mogelijk. Ik denk dan ook dat het onmogelijk is je te verontschuldigen voor historische gebeurtenissen, behalve als je daar zelf verantwoordelijk voor bent geweest. Als de dader niet meer leeft, is er ook geen schaamte, en is er ook geen vergeving mogelijk.
Ik denk wel dat de staat verantwoordelijk blijft voor zijn of haar leden, en dat zij daarom in het algemeen wel haar excuses kan aanbieden, vooral voor actuele gebeurtenissen.

6.20
De kandidaat kan een oordeel geven over de vraag in welke mate deugdethiek een bijdrage kan leveren aan de praktijk van opvoeding en onderwijs. Hij kan daarbij een beargumenteerd standpunt innemen over de (on)wenselijkheid van een morele vorming gericht op het aanleren van deugden.

Deugdethiek zou een grote bijdrage kunnen leveren aan de praktijk van opvoeding en onderwijs. Maar deugdethiek wil juist zeggen, dat men zelf de wil heeft om te slagen in het leven. Om te lukken. Wanneer je deugdethiek gaat aanleren is het niet meer iets wat uit eigen wil gebeurd, maar gebeurd het omdat het wordt aangeleerd.
Als het wordt aangeleerd, zal het een veel meer normatief karakter krijgen, en dat is juist niet de bedoeling van deugdethiek.

Persoonlijk denk ik dat men niet moet beginnen met het aanleren van deugdethiek en de deugden die daar bij horen, maar eerder de kinderen nieuwsgierig maken zodat ze zelf op zoek gaan. En hen daarbij goede voorbeelden geven. Willen slagen in het leven moet vanuit je zelf komen. De wil moet er zijn samen met de goede voorbeelden.
__________________
Hasselt!|lid van Berlijn fanclub!|Gott mit uns
Oud 19-05-2005, 22:50
Inges
Avatar van Inges
Inges is offline
Citaat:
hasseltboy schreef op 18-05-2005 @ 10:36 :

*eindtermen*
Hulde. je bent een held.
Oud 20-05-2005, 13:09
hasseltboy
Avatar van hasseltboy
hasseltboy is offline
Citaat:
Inges schreef op 19-05-2005 @ 22:50 :
Hulde. je bent een held.
Dank, maar het meeste komt van mijn klasgenoten.
__________________
Hasselt!|lid van Berlijn fanclub!|Gott mit uns
Oud 26-05-2005, 18:32
*RooSs*
*RooSs* is offline
Heeft iemand dat wat je precies moet weten/kunnen ergens duidelijk gevonden/staan?
Het moet op één blad kunnen, maar ik vind alleen maar hele boekwerken
Oud 26-05-2005, 18:36
Inges
Avatar van Inges
Inges is offline
Citaat:
*RooSs* schreef op 26-05-2005 @ 18:32 :
Heeft iemand dat wat je precies moet weten/kunnen ergens duidelijk gevonden/staan?
Het moet op één blad kunnen, maar ik vind alleen maar hele boekwerken
Staat toch achter in je boek?
Oud 26-05-2005, 18:38
*RooSs*
*RooSs* is offline
Citaat:
Inges schreef op 26-05-2005 @ 18:36 :
Staat toch achter in je boek?
Ja dat weet ik,maar het gaat me meer om wat je precies van de andere domeinen moet weten(kennistheorie enzo).
Oud 26-05-2005, 18:40
Rodion
Rodion is offline
Citaat:
hasseltboy schreef op 20-05-2005 @ 13:09 :
Dank, maar het meeste komt van mijn klasgenoten.
En het stuk dat ik gemaakt heb heeft diep in de nacht gestalte gekregen, toen ik niet erg helder meer was. Dus ik hoop dat jullie het goede leren

[edit] of was dat wat anders? Ik herken er niks meer van.
Ik ga zelf het boek lezen, dan zien we wel waar 't schip strand.

Laatst gewijzigd op 26-05-2005 om 18:44.
Ads door Google
Oud 27-05-2005, 10:40
hasseltboy
Avatar van hasseltboy
hasseltboy is offline
Citaat:
kwibus schreef op 26-05-2005 @ 18:40 :
En het stuk dat ik gemaakt heb heeft diep in de nacht gestalte gekregen, toen ik niet erg helder meer was. Dus ik hoop dat jullie het goede leren

[edit] of was dat wat anders? Ik herken er niks meer van.
Ik ga zelf het boek lezen, dan zien we wel waar 't schip strand.
Jij zat niet bij mij in het cluster, toch?
__________________
Hasselt!|lid van Berlijn fanclub!|Gott mit uns
Oud 27-05-2005, 10:52
*RooSs*
*RooSs* is offline
Kan iemand nog even doorgeven wat je precies van kennistheorie en die andere domeinen moet weten...? Is niet veel en ik ken het allemaal wel, maar dan weet ik in ieder geval wel wat ik zeker moet weten
Oud 27-05-2005, 16:54
*RooSs*
*RooSs* is offline
Leren jullie hoofdstuk 7 van het boek ook echt? Of gewoon even doorlezen?
Oud 28-05-2005, 13:35
Inges
Avatar van Inges
Inges is offline
Citaat:
kwibus schreef op 26-05-2005 @ 18:40 :
En het stuk dat ik gemaakt heb heeft diep in de nacht gestalte gekregen, toen ik niet erg helder meer was. Dus ik hoop dat jullie het goede leren

[edit] of was dat wat anders? Ik herken er niks meer van.
Ik ga zelf het boek lezen, dan zien we wel waar 't schip strand.
En welk stuk is dat? Dan weten we waar we nog even kritisch naar moeten kijken.
Oud 28-05-2005, 13:36
Inges
Avatar van Inges
Inges is offline
Citaat:
*RooSs* schreef op 27-05-2005 @ 16:54 :
Leren jullie hoofdstuk 7 van het boek ook echt? Of gewoon even doorlezen?
Neem aan dat je er wel wat van moet weten toch?
Oud 28-05-2005, 16:26
Verwijderd
Jongens, maak je asjeblief niet te druk!
Maak even het examen van vorig jaar, dan merk je wel dat je dat Paul van Tongeren-boekje echt niet hoeft te leren. Ik heb dat boekje vorig jaar maar amper opengeslagen.
Oud 28-05-2005, 20:09
Parrhasis
Parrhasis is offline
Hmm maar wat moeten we dan wel leren? Voor zover ik weet is dat boekje namelijk het enige dat we moeten leren...
Oud 29-05-2005, 12:09
*RooSs*
*RooSs* is offline
Citaat:
Parrhasis schreef op 28-05-2005 @ 20:09 :
Hmm maar wat moeten we dan wel leren? Voor zover ik weet is dat boekje namelijk het enige dat we moeten leren...
http://www.watmoetikleren.nl

Deugdethiek is idd het hoofdonderwerp zeg maar. Maar 1 of 2 vragen kunnen over de andere domeinen gaan.
Oud 29-05-2005, 12:37
Verwijderd
Citaat:
Parrhasis schreef op 28-05-2005 @ 20:09 :
Hmm maar wat moeten we dan wel leren? Voor zover ik weet is dat boekje namelijk het enige dat we moeten leren...
Hebben jullie geen aantekeningen in de les gehad ofzo? Wij heel veel en daar heb ik vooral heel veel aan gehad. Daarnaast hadden we in Tilburg een filosofiedag waar ook een samenvatting werd uitgedeeld. En samenvattingen zullen vast ook wel op internet te vinden zijn.
Oud 29-05-2005, 13:41
ST*R
Avatar van ST*R
ST*R is offline
Citaat:
MadameMinke schreef op 28-05-2005 @ 16:26 :
Jongens, maak je asjeblief niet te druk!
Maak even het examen van vorig jaar, dan merk je wel dat je dat Paul van Tongeren-boekje echt niet hoeft te leren. Ik heb dat boekje vorig jaar maar amper opengeslagen.
wat moet je dan vooral leren? gewoon een samenvatting? en is het nodig dat je het heel goed kent?
Oud 29-05-2005, 14:07
ST*R
Avatar van ST*R
ST*R is offline
owja, en moet je de checklist goed kennen?
Oud 29-05-2005, 14:35
kuik
Avatar van kuik
kuik is offline
examen filosofie
__________________
hangin' out after a rad day on the hill.
Oud 29-05-2005, 14:51
Curunir
Avatar van Curunir
Curunir is offline
Welke eindtermen zijn nou het belangrijkst?
__________________
x
Oud 29-05-2005, 16:18
Verwijderd
Wat is dat boekje saai zeg.
Advertentie
 

Topictools Zoek in deze topic
Zoek in deze topic:

Geavanceerd zoeken

Regels voor berichten
Je mag geen nieuwe topics starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag geen bijlagen versturen
Je mag niet je berichten bewerken

BB code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit

Spring naar

Soortgelijke topics
Forum Topic Reacties Laatste bericht
Algemene schoolzaken Vraagje over hoe filosofie leren.
wambal
3 28-12-2010 00:39
Wegwijzen & Voorstellen Vragen over filosofie?
Verwijderd
3 03-10-2010 20:44
Verhalen & Gedichten Basiskennis filosofie
Jones
11 12-01-2007 15:35
De Kantine Wat denk je bij de studie filosofie?
Gatara
45 17-09-2003 09:14
Algemene schoolzaken psychologie en filosofie
Ciskaatje
2 16-02-2003 03:43
Levensbeschouwing & Filosofie Stelling: Filosofie is gevaarlijk
Evito
35 04-01-2003 22:33


Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 07:54.