Oud 27-09-2005, 23:06
vleermuismaatje
Avatar van vleermuismaatje
vleermuismaatje is offline
Hallo iedereen ik heb hier zo''n half jaar geleden een begin van een verhaal op gezet. Daarna ben ik even weggeweest bezig met afstuderen verhuizen. Maar bij deze ben ik weer terug. En ben toch wel van plan mijn verhaal weer uit te breiden en misschien dat ik zelfs ooit tot een eind kom... In ieder geval hoop ik dat jullie mij willen vertellen wat jullie er van vinden.
Ik weet dat ik niet kan spellen en ik weet ook dat mijn interpuntie lang niet altijd klopt (meestal niet) maar wat vinden jullie van het verhaal?



verhaal:


Nathalie werd rustig wakker. Ze lag zacht, al kon ze zich niet meer herinneren waar ze in slaap gevallen was…’phoe volgende keer toch minder wijn.’ Ze draaide zich om en legde haar arm over haar ogen terwijl ze in zichzelf murmelde
“ Ik ben niet wakker ik heb hoofdpijn laat me met rust” .
Ze probeerde zich te herinneren wat ze de vorige dag gedaan had. Ze was bij Sander thuis geweest op zijn verjaardag. Het was gezellig en ze had eigenlijk te veel gedronken. Iedereen was er geweest. Petra Gerben, Annelies. ‘Annelies!’ ze wist het weer. Annelies had Patrick gezoend. Recht voor haar neus. Haar beste vriendin had met haar vriend staan zoenen voor haar neus. Ze voelde de woede weer in haar opborrelen. Oh wat was ze kwaad geweest op dat moment en nu nog steeds. Ze was naar buiten gerend. Alleen het donker in. Ze was samen met Annelies gekomen en had geen vervoer terug maar het maakte haar niet meer uit. Ze zou lopen het hele eind als het moest. Maar eerst moest ze weg, weg van Annelies weg van Patrick weg van het huis van Sander, weg van alles.
En nu was ze hier. Waar was ze eigenlijk Nathalie draaide zich op haar rug en knipperde met haar ogen. Tot haar verbazing zag ze alleen maar bladeren. Ze schrok en was bang dat ze buiten had geslapen ergens in het bos. Snel kwam ze overeind en keek om zich heen. . Ze was niet buiten. Ze lag was in een kleine hut met een dak van bladeren. De muren bestonden uit vernuftig in elkaar gevlochten twijgen Die met behulp van mos en bladeren praktisch winddicht gemaakt waren. Ze lag op iets dat op een bed leek. Het was duidelijk met de hand gemaakt. Het bestond uit takken met verschillende diktes die met touwen en boomwortels aan elkaar geknoopt waren. Het feit dat Nathalie zo zacht lag was te danken aan een soort matras van mos. Ze verbaasde zich over de frisse geur die in de hut hing. Ondanks dat ze in het mos lag rook ze alleen maar bloemen. Nathalie was inmiddels op de rand van het handgemaakte bed gaan zitten terwijl ze verbaasd de rest van de hut bewonderde. ‘Waar was ze in hemelsnaam terechtgekomen’ De hut was gezellig ingericht. In de hoek brandde een vuurtje in iets wat op een openhaard leek. Er hingen verse bloemen aan de muur en n het midden van de hut stond een tafeltje. Op het tafeltje stond iets wat Nathalie niet thuis kon brengen. Het leek van glas, het was een combinatie van verschillende bollenen pijpjes. Het gaf licht alsof er een kaars inzat maar een vlam kon Nathalie niet ontdekken. Ze stond op en wou zich in de richting van de deur lopen toen er een meisje door naar binnen kwam.
“Oh je bent wakker?” zei ze vrolijk. Ze had onnatuurlijk roodhaar en zwarte kleren. Het was een heel slank meisje en ze zag er vrolijk en speels uit. De rode haren gaven haar een gevaarlijk aanzien terwijl haar felgroene ogen juist heel vriendelijk in haar gezicht stonden. Nathalie schatte haar een jaar of 20. Een vreemd gevoel stroomde door Nathalie toen het meisje haar aankeek. Ze wist gelijk dat ze niet bang hoefde te zijn maar wie was ze? En waar waren ze?
“ wie ben je?” de vraag kwam er zo lomp uit dat Nathalie een hand voor haar mond sloeg. “sorry “ stammelde ze. “ ik bedoel..”
“ Je zei precies wat je bedoelde” zei het meisje lachend. “ik ben Noa” vervolgde ze. “ en dit hier is mijn huis. Het is niet veel maar ik ben er blij mee. En wie ben jij? En hoe kom jij hier zo verzeild? Nouja niet zozeer hier, hier heb ik je heen gedragen je lag een kilometer of wat verderop in het bos. Hoe kwam je daar zo?” Nathalie zweeg. Wat moest ze zeggen, dat ze zo ontzettend dronken was geweest dat ze geen idee had hoe ze daar was gekomen? Ze wou graag eerlijk zijn maar tegelijk schaamde ze zich. Noa wachtte even en vervolgde toen haar verhaal enthousiast “ Ik heb je dat hele eind gedragen, gelukkig ben je niet zo zwaar, maar na een kilometer ofzo ga zelfs jij wegen hoor. Niet dat ik je ergens van wil beschuldigen hoor. Echt niet, je hebt me immers niks gevraagd ik deed het uit mezelf. Maar ik kon je toch ook moeilijk laten liggen, zeker niet in die toestand. Je leek wel beneveld, sorry dat ik het vraag hoor maar weetje ook wie je heeft benevelt?”
De spraakwaterval staakte, op deze vraag wou Noa duidelijk wel en antwoord. Nathalie voelde een steek van schaamte.
“Ja” antwoordde ze “ Dat was ik zelf”.
Noa keek haar verbaast aan.
” Je hebt jezelf beneveld? Hoe heb je dat gedaan?”.
Nu was het Nathalie’s beurt om verbaasd te kijken. “Hoe ik dat heb gedaan? Gewoon met wijn, Heel veel wijn. Als je genoeg drinkt wordt je vanzelf dronken, of benevelt zoals jij het noemt” .
“Oh” antwoordde Noa, nog steeds licht verbaast. “ Kan jij wijn maken dan.”
“Maken? Nee joh, ik heb het gewoon gekocht van die goedkope van de supermarkt”. “Supermarkt?” Noa keek nog verbaasder. “ Wat is dat?”
Nathalie snapte er helemaal niks meer van. Waar was ze in dit huisje waarin alles had gemaakt is, bij deze meid die niet eens wist wat een supermarkt was. Die kennelijk nog nooit op het idee was gekomen om iets te kopen. Hielt ze haar voor de gek, of woonde ze haar hele leven al in dit bos en was ze totaal wereld vreemd. Maar dan had toch iemand haar wel gevonden. Er gingen zoveel wandelroutes door dit bos. Als ze ten minste nog in het bos achter Sanders huis was.
Opeens begon ze hieraan enorm te twijfelen.
“Waar ben ik “ vroeg Nathalie meer aan zichzelf dan aan de ander. Ze liep door het kamertje naar de deur en een tel later stond ze buiten
Ze was in een bos. Dat klopte. Ze keek rond zover ze kon kijken was er bos. De bomen stonden dicht op elkaar. Dat klopte niet. Noa was achter haar de hut uitgekomen en stond naar haar te kijken. Nathalie draaide zich om en keek haar doordringend aan.
“Hoe ver is het naar de stad”
Noa leek verbaast over deze vraag.
“De dichtstbijzijnde stad is Zilversnede, maar dat is een tocht van 5 dagen te paard”
Zilversnede, daar had Nathalie nog nooit van gehoord.
“Waar ben ik” vroeg ze zich angstig af. Ze begon paniekerig om haar heen te kijken. Ze sliep vast nog en dit was een droom ja het was een droom dat moest het zijn. Ze kneep zichzelf in haar arm. “Auw” ze voelde zich stom, het was geen droom en dat wist ze heel goed.
Noa stond vanaf een afstandje naar haar te kijken.
“Waar kom je vandaan?” vroeg ze. “Ik dacht eerst dat je uit de stad kwam met die rare kleren maar dat is niet zo hè?” Nathalie keek verbaast naar haar ‘vreemde kleren’. Ze droeg een lichtblauwe spijkerbroek, een zacht groen T-shirt en een wit wollen vestje. “Ik snap het niet” stamelde ze. En ze voelde dat ze op het punt om in huilen uit te brasten. Plots sloeg Noa een hand voor haar mond “Oh” zei ze zacht, “Je komt uit de andere wereld of niet?”

“Andere wereld?” Nathalie keek verschrikt om
“Zijn er meerdere werelden dan?, en hoe kom ik dan ineens hier? Of belangrijker: Hoe kom ik weer terug?”
“Dat weet ik ook niet” antwoordde Noa, “Ik weet alleen dat er heel veel macht voor nodig is om de poort te openen. Wie de poort geopend heeft en hoe jij doorheen gekomen bent is mij een totaal raadsel”
Nathalie werd bang, “Hoe bedoel je dat er veel macht voor nodig is? Bedoel je dat ik niet zomaar terug kan? Maar ik moet naar huis. Mijn moeder zal ongerust zijn en mij vrienden en..”
Toen hield Nathalie het niet meer. Ze begon te huilen terwijl ze door haar knieën zakte en sloeg haar handen voor haar ogen. Ze huilde steeds harder. Hoe kon dit? Hoe kon ze zomaar verdwalen, zo erg zelfs dat ze niet eens meer in haar eigen wereld was? Ze voelde zich verdwaald en machteloos. Ontzettend machteloos.
Noa kwam naast haar zitten en sloeg een arm om haar heen.
“Rustig maar meid” zei ze zacht “het komt allemaal wel goed. Heus”
Ze plukte een klein paars flesje van haar riem. Er zat een klein kurkje in wat ze eruit trok.
“Hier” zei ze, “Drink maar op, daar wordt je rustig van.”
Nathalie keek wantrouwend naar het flesje. Er kwam een sterk bittere geur af. Toen keek ze Noa aan, haar vriendelijke ogen stonden bemoedigend.
“Je zal je beter voelen” zei ze overtuigend. Ergens wou Nathalie niet toegeven dat ze het klakkeloos aannam.
“Ach wat” zei ze, ze pakte het flesje en rook eraan. Een erg sterke geur prikte haar tot diep in haar neusgaten. Ze keek Noa nog eens aan.
“Helemaal?” vroeg ze angstig.
Noa knikte. Zonder nog langer te wachten sloeg Nathalie het flesje achter over als een shot tequila.
Bijna gelijk voelde ze zich beter. Het was alsof de kalmte door haar slokdarm binnenkwam en zich verspreide door haar lichaam. Haar spieren ontspande zich direct en ze werd volledig kalm. Alle paniek was uit haar weg. Even dacht ze dat het een heel zwaar verdovend middel was geweest. Toen viel het haar op hoe helder ze nog kon denken en hoe ze de snelle bewegingen van de voorbij waaiende bladeren gemakkelijk kon volgen. Beter zelfs dan voorheen.
Ze keek Noa aan en veegde de tranen van haar wangen.
“Wat was dat voor spul?” vroeg ze rustig.
“Een extract van de guella-boom, dat maakt je geest helder. Het is handig om bij je te hebben als je in een gevaarlijke situatie komt en je geconcentreerd moet blijven.”
Noa lachte. “Is beter zo hè?”
“Ja” antwoordde Nathalie. “Maar zou je me nu wat meer willen vertellen over deze wereld en de relatie tot mijn wereld, want ik snap het niet meer”
Noa twijfelde
“Ik weet er niet zoveel van” zei ze
“Maar ik zal je vertellen wat ik weet terwijl we eten en de paarden klaarmaken. Dan gaan we vanmiddag op weg naar Paolo. Hij is een wijze man, hij kan je het hele verhaal vertellen.”
“Oké” antwoordde Nathalie nog steeds erg rustig.
“Anders vertel je me over deze wereld en over jou” ze keek om zich heen “Woon je hier alleen?”
“Ja, ik woon hier alleen. Ik ben hier gaan wonen toen ik 250 maangangen oud was.”
“Hoeveel is een maangang?” vroeg Nathalie.
“Dat is 28 maal zonsopgang, de tijd waarin de maan komt en verdwijnt. Als je een normaal en gezond leven leid wordt een elf in deze wereld ongeveer 1000 maangangen oud. Na een kwart van je leven behoor je volwassen genoeg te zijn om voor jezelf te zorgen. Je ouders hebben tot die tijd om je de lessen van het leven te leren. Daarna moet je het zelf doen. Ik het begin was het best moeilijk, maar het went.”
Noa liep al pratend haar huisje weer binnen terwijl Nathalie haar volgde.
“En ik heb het ondertussen redelijk ingericht.” Zei ze trots.
Nathalie keek het huisje nog eens rond en zag dat het huisje inderdaad alles bevatte voor het dagelijks leven. Het bed stond in de hoek, en de openhaard, in de hoek ernaast maakte het hele hutje behaaglijk warm. Pas nu besefte Nathalie hoe erg ze afgekoeld was toen ze buiten stonden. Ze schudde de kou van haar af en keek het verder het huisje rond. Boven de openhaard was een rooster gefabriceerd waarop een kommetje stond. Naast de opgehaard stond een kastje van twijgen met een bovenblad van een dunne plak steen. Er stond een grote kan water op.
“Heb je alles hier zelf gemaakt?” vroeg Nathalie vol bewondering. Noa knikte,
“Ga zitten dan breng ik ons wat te eten” Nathalie ging zitten op een van de suèdeachtige kussens die bij de openhaard lagen. Ze ging dicht bij het tafeltje zitten en keek nog eens naar het glazen gevalletje wat haar eerder die ochtend ook al opgevallen was. Ze bestudeerde het aandachtig. Het licht dat het afgaf was als dat van een kaars. Maar het punt waar het licht vandaan kwam was geen vlam. Het een soort vuurpareltje waar het licht uitkwam. Echter scheen dit vuurpareltje geen last te hebben van de zwaartekracht, het zweefde door het glazen stelsel van buisjes en bollen. Nathalie zat er helemaal in trance naar het ding te kijken toen Noa een kom naast haar op tafel zetten.
“Oh” zei Nathalie en keek op. “Dank je, heb je dit ding ook zelf gemaakt?” vroeg ze vol bewondering.
“Ja” Antwoordde Noa, “Vind je het mooi?”
Nathalie knikte heftig terwijl ze en hap nam van haar net voorgeschotelde pap nam. Het was warm en erg zoet. Ze had honger merkte ze en at gretig. Maar het spul vulde goed en de kom leek ineens best groot. Nathalie keek naar Noa die tegenover haar was tegenover haar gaan zitten en at rustig terwijl ze Nathalie van top tot teen bekeek. Nathalie kon het haar niet kwalijk nemen, ze zat immers zelf ook zo te kijken. Ze besloot een opmerking over haar rode haar te maken als excuus dat ze zo zat te staren.
“Rood staat je leuk” Ze vond het zelf stom klinken dus voor Noa kon antwoorden ging ze verder
“Hoe heb je dat zo geverfd?” Noa keek ineens verbaast
“Geverfd? Nee joh, ik ben vuurelf dit is mijn eigen kleur. Net als jou haar bijna wit is omdat je een sneeuwelf bent”

“Elf?, Ik ben een elf?”, vroeg Natalie verbaast. “ Ik dacht dat ik een mens was.”
“Nou je hebt anders wel alle kenmerken van een sneeuwelf; je bent lang, slank, hebt heel licht haar, je huid is heel ligt gekleurd, je draagt lichte kleuren en je lijkt goed tegen de kou te kunnen.” Ze hield even stil, “anderen hadden het niet overleefd hoe jij daar vannacht lag. Het is ’s nacht niet warm meer buiten hoor”
Natalie dacht na. Alles wat Noa net had gezegd klopt. Ze was ruim 1.85m lang, haar lichtblonde haar was zonder blonderen bijna wit en ze was volgens haar huisarts eigenlijk te licht voor haar lengte. Ondanks het ‘ondergewicht’ had ze en enorm hoge weerstand en was ze eigenlijk nooit ziek. Ze was al eens door het ijs gezakt en had er toen een half uur over gedaan voor ze weer thuis was. Haar moeder had haar gelijk onder de warme douche gezet en de dokter gebeld. Toen de dokter kwam, kwam Natalie vrolijk onder de douche vandaan. Ze had nergens last van gehad, sterker nog, ze had zich helemaal prima gevoeld. Sneeuwelf… het klonk wel logisch, maar ze had haar hele leven gedacht dat ze een mens was.
Ze zette haar kom op tafel en keek nog eens naar het lichtgevende ding.
“Wat is het eigenlijk” vroeg ze aan Noa wijzend naar het geval.
“Dat is mijn lamp.” Zei ze “Het is een handvonkje” ze zweeg even en zuchtte “die van mij zijn niet krachtiger dan dat”
Natalie snapte niet helemaal wat Noa daarmee bedoelde maar de treurige uitdrukking op haar gezicht weerhield haar om verder te vragen.
“Wie is die Paul? Waar we zo dan heengaan?” Vroeg Natalie, deels om van onderwerp te veranderen en deels omdat ze toch wel erg nieuwsgierig was naar deze wijze man.
Noa grinnikte, duidelijk blij dat het onderwerp gewisseld werd.
“Paolo, heet hij” zei ze lachend, “ Paolo is een beetje vreemd, hij is erg oud en weet heel veel van de werelden. Hij lijkt afstandelijk en komt vaak bot over, maar in zijn hart is hij goed en de elfen hebben veel aan hem te danken. Ik geloof dat hij je antwoord kan geven daar waar ik het niet kan. Zijn magie is sterk, sterker dan die van de meeste elfen. Hij woont hier in het bos maar dan zuidelijker, bij de waterval. Het is niet ver, iets meer dan een dag rijden. Als we zo meteen weggaan, kunnen we er morgen voor zonsondergang zijn” Noa zweeg even,
“ Maar dan moeten we wel zo nu de spullen pakken”
Natalie knikte en stond op. “oké” zei ze,
“Waar wachten we dan nog op” .
Noa lachte, “Je bent alweer redelijk rustig zie ik”
“Ja,” antwoordde Natalie “dat guella spul werkt echt goed.”
Noa lachte nog wat harder, “Dat is allang uitgewerkt hoor.”
Natalie keek verbaast.
“Oh” zei Natalie en voor ze zoveelste keer die dag voelde ze zich niet bijster intelligent.
“Je heb je eigen kalmte terug, die is veel sterker van guella, zorg dat het blijft”
Even werd Natalie weer bang maar toen drong het tot haar door dat ze net een half uur rustig gezeten had leek het onzin om zich nu ineens weer op te winden.. Ze grinnikte,
“Je hebt gelijk, Laten we de paarden klaarmaken.”


Ze had Noa al enkele keren over “de paarden” horen praten en ook al had er net een gezien, ze geloofde dat Noa die vast ergens vandaan zou halen. Daarnaast zag ze er niet echt naar uit op een dag tocht met bepakking lopend te maken, dus paarden zouden wel goed uitkomen.
Noa liep naar buiten en Nathalie volgde haar. Eenmaal buiten liep Noa naar een kast die als een tuinhuisje tegen de hut zat aangeplakt. Ze opende de kast en haalde er een stel leren tassen uit. Toen pakte ze een porseleinen fluitje dat aan een ketting om haar hals zat en blies erop. Nathalie hoorde niks maar vermoede dat het zoiets als een hondenfluit was. Noa blies nog eens en liep vervolgens naar binnen om de tassen met proviand en kampeerspullen te vullen.
Nathalie keek om zich heen of ze al iets zag dat op een paard leek. Al vrij snel zag ze een witte vlek tussen de bomen door flitsen. De vlek kwam dichterbij en bleek een spierwitte slanke merrie te zijn. Die snuivend voor Nathalie stil bleef staan. Het paard was verbluffend mooi en oogde snel en krachtig. Het deed een stap dichterbij en snuffelde Nathalie in haar nek.
“Niet doen gekkie, dat kriebelt.” Giechelde Nathalie toen de snoet haar hals raakte. Ze klopte het dier op de nek. Het deed een stap naar achter en keek Nathalie recht in haar ogen. Nathalie keek terug en kreeg het ineens warm van binnen.
“Cyrus” fluisterde ze, wetend dat dit de naam van het dier was. “Ga je mee op stap?” De merrie zette de oren naar voren en gooide haar hoofd achterover terwijl het een vrolijk gehinnik liet horen.
Noa kwam naar buiten met twee volle zadeltassen en keek verbaast naar de witte merrie.
“goh,” zei ze “ die heb ik hier nog nooit eerder gezien." Hoe heet ze?”
“Cyrus” antwoordde Nathalie zonder te twijfelen. Noa lachte
“Jij bent echt wel een elf, ander was hij nooit naar je toegekomen.” Nathalie keek een beetje verbaast. Hoewel een deel van haar heel goed begreep dat het paard naar haar toe was gekomen omdat ze op een bepaalde manier verbonden waren, snapte haar ‘logisch denkende helft’ er helemaal niks meer van. Het feit dat ze zoveel meer leek te voelen dan normaal verhelderde dit ook niet.
Ondertussen was Noa naar een rood bruine merrie gelopen en begon hierop een van de tassen vast te maken. Nathalie volgde haar voorbeeld en bond de andere tas op Cyrus . Niet veel later doofde Noa het vuur in haar hut en sloot de hut af met een stok, die ze door twee lussen van twijgen stopte, en gingen ze op weg.
Ze reden zonder zadel of hoofdstel maar opdat de paarden precies leken te weten waar de meiden heen wouden was dit geen probleem.
Onder het rijden vertelde Noa Nathalie wat meer over de wereld waar ze in terecht was gekomen en over de verschillende soorten elfen die er woonden. Nathalie leerde over de Vuurelf die uitzonderlijk goed tegen hitte kon en bijna geen water nodig hadden om te leven. Ze leerde over de boselfen die uitermate goed met al wat leeft kunnen omgaan en vaak genezende krachten bezitten. Ze leerde over waterelfen niet heven te leren zwemmen en dagen in het water door kunnen brengen waarbij ze ook nog een zuiverende werking op het water hebben. En ze leerde over sneeuwelfen zoals zijzelf volgens Noa was. Sneeuwelfen kunnen kou enorm goed verdragen en bezitten vaak de kracht om dingen te laten bevriezen of sterk af te laten koelen. Deze krachten konden worden gebruikt bij het bouwen van huizen maar ook om gewonde mensen in een speciaal coma te doen komen, waardoor ze veel langer kunnen overleven en vervoerd kunnen worden.
“De meeste wonen in de bergen.” Vertelde Noa “maar er zijn er ook die samen met boselfen een genees groep vormen. De geneeskracht en kunde van de boselfen en het ijscoma van de sneeuwelfen hebben samen al veel levens gered, mensen en dieren” Uit Noa’s stem bleek dat ze erg veel ontzag had hiervoor.
“Worden de elfen rassen niet gemengd?” vroeg Natalie “ Ik bedoel als een boself en een water elf samen een kind krijgen word dat dan een bos-waterelf ofzo?”
“Nee” zei Noa, “Bijna nooit, het kind zal dan een bos elf of een waterelf zijn." Het is heel zeldzaam dat een kind iets van beide krachten meekrijgt. Ik heb gehoord dat ze wel bestaan halfbloedelfen ze schijnen heel krachtig te kunnen zijn. Maar ik heb er nog nooit een gezien.”
Nathalie dacht veel na tijdens de reis, en terwijl ze de reis naar Paolo was begonnen om te vragen hoe ze naar huis kon komen, brandde bij haar nu steeds meer de vraag wie ze was en hoe ze hier had kunnen komen.

Tegen zonsondergang stopte de meiden.
“Ik denk dat we het beste hier maar kunnen overnachten” zei Noa “Als we hier vuur maken kunnen we een warme maaltijd maken, het zal ons warmte geven nu de zon onder is en het houd de wolven op afstand.” Nathalie keek verschrikt op,
“Wolven?, zitten hier wolven?”
“Tuurlijk zitten hier wolven, in ieder bos zitten wolven” Toen Noa zag hoe angstig het gezicht van Nathalie stond legde ze een geruststellende toon in haar stem terwijl ze vervolgde. “Ze doen ons heus niks hoor, ze komen zelfs niet eens in de buurt als we vuur maken. Dus als jij nu eens wat droog hout gaat zoeken voor het helemaal donker is dan maak ik alvast een vuurtje aan met deze bladeren hier.” Nathalie deed wat haar gevraagd werd, ook al deed het –als jij nu eens- haar iets te veel aan haar moeder denken. Bij haar moeder was ze er tegenin gegaan. Maar nu ze in een vreemde wereld was, ze tot nu toe een persoon kende, en zelf geen flauw benul had hoe ze vuur moest gaan maken zonder lucifers of een aansteker, leek het slimmer om gewoon te doen wat haar gevraagd werd. Ze liep het bos in en grinnikte bij zichzelf; Ze liep in een bos op zoek naar droog hout en kampeerde vannacht in de openlucht. Ze dacht terug aan de dag dat haar moeder scouting voorstelde;
“Dat kan nog wel eens handig van pas komen.” had haar ze gezegd.
“Ja hoor, mam.” Was haar reactie geweest, “Alsof ik hier in Nederland sowieso al genoeg natuur kan vinden om de weg in kwijt te raken. Ik volg de ANWB paddestoelen wel daarmee kom ik ieder bos weer uit.” Ze grinnikte bij de gedachte. Haar moeder zou het geweldig vinden om haar gelijk toch nog te krijgen. Ze vroeg zich af of haar moeder dit ook had voorzien. Het zou kunnen op een of andere manier zat haar moeder altijd wel goed met haar voorgevoelens. Misschien moest ze is wat beter naar haar luisteren als ze weer thuis was. Ja, wanneer ze weer thuis zou wezen. Ze hoopte dat het snel zou wezen en dat haar moeder zich niet teveel zorgen maakte. Maar alles was goed met haar en dat voelde haar moeder vast wel, door alle werelden heen.

Toen Nathalie terug kwam met hout was Noa haastig bezig alle bladeren in de buurt op het vuur te gooien om te verkomen dat het weer uitging.
“Zo, jij heb ook geen haast gemaakt,” zei de licht geirriteerd, “kom maar snel met dat hout voordat het vuur uitgaat.” Nathalie gaf het hout aan Noa de op een handige manier de takken begon neer te leggen opdat ze allemaal vlam vatte en er genoeg lucht bij kwam. Het vuur begon snel heftig op te vlammen en in handomdraai waren de kleine vlammende bladeren omgetoverd tot een rustig kampvuur.
“Sorry” zei Nathalie, “ik ben niet zo goed in die natuur dingen. Ik had op scouting moeten gaan.” Ze lachte in zichzelf maar hield zich in omdat haar metgezel een stuk minder vrolijk keek.
“Scouting?” vroeg Noa verbaast en nog steeds licht geirriteerd, “Wat is dat nou weer? En die ‘natuurdingen’ zijn de wetten van de aarde die hebben je ouders je toch wel geleerd?”
“Scouting is een clubje in onze wereld dat je leert over leven in de natuur. Ik zat op school daar heb ik geleerd over overleven in de economie, ik denk dat ik inderdaad beter scouting had kunnen doen.”
“En je ouders?” vroeg Noa, “hebben zij je niks geleerd dan?”
“Mijn moeder heet me geleerd om voor mezelf op te komen,” reageerde Nathalie fel, “en om altijd door te zetten, om positief te denken en toch realistisch te blijven, om te kijken naar wat ik wil en te kijken naar hoe ik daar wil komen. Ze heeft me het belang van goede vrienden geleerd en het belang van eerlijkheid en gerechtigheid. Mijn moeder heeft me juist heel veel geleerd.”
“Oh”, zei Noa “en je vader dan?”
“Ik heb geen vader” antwoorde Nathalie fluisterend. Noa keek verbaast.
“Hoe kan je nou geen vader hebben, iedereen heeft een vader.
“Ik niet. Oke? Verhaal afgelopen, einde.” Nathalie draaide weg en ging in het vuur zitten staren. Noa keek naar Nathalie’s gezicht. Ze keek treurig, het licht van de vlammen speelde over haar gezicht en er rolde een traan over haar wang.
“Sorry” zei Noa rustig, “ik wist niet dat het zo gevoelig lag.” Ze wachte even.
“Je hoeft er niet over te praten als je dat niet wil” vervolgde ze, “maar als je er wel over wil praten beloof ik dat ik niet weer zo zal reageren.”
Nathalie zuchte, ze hield er niet van er over te praten maar wou Noa haar verhaal nu wel vertellen.
“Ik ben een foutje” zie ze bot. “Ik had helemaal niet geboren moeten worden, daar zat niemand op te wachten.”
__________________
love your life
Met citaat reageren
Advertentie
Oud 27-09-2005, 23:07
vleermuismaatje
Avatar van vleermuismaatje
vleermuismaatje is offline
En het vervolg wat nog niet hier heeft gestaan...


Noa keek haar verbaast aan, maar vroeg niks. Nathalie vervolgde.
“Mijn moeder heeft een jaar of 20 geleden een tijd gereisd, veel plekken bezocht op in onze wereld. ‘Haar horizon verbreed’ zoals zijn het zegt. Volgens mij heeft ze niks anders gedaan als wegrennen voor verantwoordelijkheid. Ze heeft er wel veel van geleerd. Weg rennen van verantwoordelijkheid werkt niet. Ze kwam terug naar haar geboorteplaats toen ze bleek zwanger te zijn. Haar ouders waren gestorven en ze is in hun huis gaan wonen. Alleen zonder ouders, zonder man en zonder geld, maar wel met een kind: Dat was ik. Ze heeft hard moeten werken en heeft er altijd voor gezorgd dat ik goed terecht kwam ondanks dat het veel van haar vroeg. Ze had weekenden dat ze het bed niet uit kon komen omdat ze door de week iedere nacht had gewerkt. In een magazijn, zwaar lichamelijk werk. Toen ik naar de middelbare school ging, heb ik een bijbaantje genomen en is mijn moeder gaan leren. Ze heeft nu een baan als verpleegster en is daar heel gelukkig mee. Het betaald niet heel veel maar het is werk dat ze graag doet en we kunnen er van leven.”
Nathalie pauzeerde, Noa keek haar aan en zag haar waterig naar de vlammen glimlachen.
“Dat is het verhaal van mijn moeder. Mijn moeder is bijzonder. Ik kan met haar over alles praten. Ze is altijd eerlijk en oprecht.” Haar gezicht verstrakte
“ Behalve als het over mijn vader gaat. Ik heb wel eens naar hem gevraagd. Waar hij vandaan kwam, wat voor iemand hij was. Maar ik krijg altijd een vaag antwoord.:’Dat weet ik niet precies meer kind’ ‘Het is al zo lang geleden’ Laatst heb ik gezegd dat ik hem op wil zoeken en dat ik wil weten wie hij was. Ik heb haar gevraagd of hij zo ie zo wel wist of ik bestond. Ze heeft me verteld dat ik hem niet zou kunnen vinden. Ze heeft me verteld dat zij hem niet zou kunnen vinden. Of hij wist of ik bestond wou ze niet zeggen. Ik heb gigantische ruzie met haar gehad. We hebben geschreeuwd en gehuild. Uiteindelijk heb ik me er bij neergelegd dat ze me het nooit zal vertellen. Maar het blijft steken. Ik weet niet wat mijn herkomst is.”

Noa schoof naar haar toe en legde een arm op haar schouders.
“Als het je lot is dan zal je er nog achterkomen.”
Nathalie keek haar aan. “En als dat nou niet mijn lot is?”
“Dan zal je waarschijnlijk beter af zijn als je het niet te weten komt”
Nathalie begon te lachen. “ Ja, das wel een hele makkelijke mannier van problemen uit de wereld helpen.”
Toen ze zag hoe verbaast en verontwaardigd Noa keek begreep ze dat Noa werkelijk had geloofd wat ze haar net had verteld. Ze wilde haar niet beledigen en kalmeerde, “Ach ja, je hebt waarschijnlijk nog gelijk ook.”

Die nacht sliep Nathalie niet goed. Ondanks de zachte wollen deken waar ze in lag gewikkeld- op de manier die Noa haar had voor gedaan- voelde ze ieder takje. En wat haar nog veel meer stoorde waren alle vreemde geluiden. Thuis had ze nooit in stilte geslapen maar daar kende ze de geluiden.: De krolse kat van de bovenburen, De sproeier van het oma’tje van nummer 3 dat altijd ’s nachts aanstond, De vloekende buurjongen van nummer 5 die ook een straal water mee kreeg terwijl hij niet nuchter op zoek was naar het sleutelgat, Mensen die over straat liepen, brommers, auto’s, de trein niet veel verderop. Ze werd er al lang niet meer wakker van.
Maar deze geluiden waren anders, er kraakte dingen maar ze wist niet wat. Er waren dieren geluiden waarbij ze de dieren niet kende, En in de verte huilde een wolf, dat ze dat geluid wel herkende stelde haar ook weer weinig gerust. Ze lag onrustig te woelen en dacht na over deze vreemde dag. Waar was ze, hoe was ze hier terecht gekomen en wat deed ze hier. Was ze een elf. Of was ze een mens en wat als ze een elf was of een mens was wat ging er met haar gebeuren? Malend en woelend viel ze in slaap.

Ze had naar haar idee slechts een paar minuten geslapen toen Noa haar wakker maakte.
__________________
love your life
Met citaat reageren
Oud 28-09-2005, 19:35
Roosje
Avatar van Roosje
Roosje is offline
Goed, ik heb het gelezen. Ten eerste dit: je interpunctie klopt op sommige plaatsen inderdaad van geen kanten. Kijk er eens heel kritisch naar, dan haal je er waarschijnlijk heel veel fouten uit. Hetzelfde geldt voor je spelling, al is het daar beter mee gesteld dan met je interpunctie. Ik heb wel eens erger gezien.

Wat het verhaal zelf betreft: op zich vind ik het wel leuk, maar je springt nogal van de hak op de tak. Zeg maar, je begint over iets, schrijft er een stukje over en gaat dan weer over op een ander onderwerp, dat geen referenties heeft aan het vorige gedeelte. Je zou het iets meer met elkaar in verband kunnen brengen. Je houdt mijn aandacht er echter wel bij, en dat is .
__________________
Veel lopen, langzaam water drinken.
Met citaat reageren
Advertentie
Reageren

Topictools Zoek in deze topic
Zoek in deze topic:

Geavanceerd zoeken

Regels voor berichten
Je mag geen nieuwe topics starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag geen bijlagen versturen
Je mag niet je berichten bewerken

BB code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit

Spring naar

Soortgelijke topics
Forum Topic Reacties Laatste bericht
Verhalen & Gedichten [verhaal] Een leven na de dood
duivelaartje
9 22-01-2006 13:52
Verhalen & Gedichten [Verhaal] (voorlopig nog titelloos)
WolterB
4 20-01-2006 13:43
Verhalen & Gedichten Mijn verhaal: Afscheid
tiram
71 20-12-2003 14:30
Liefde & Relatie ik weet niet of ik nog verder wil
Mss Maddocks
7 20-05-2003 17:29
ARTistiek Verhaal: Twee werelden
Kapee
14 23-02-2002 00:49


Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 22:02.