Door gebruik te maken van Scholieren.com of door hiernaast op ‘akkoord’ te klikken, ga je akkoord met onze gebruiksvoorwaarden en geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Als je niet alle cookies wilt toestaan, ga dan naar ‘instellingen aanpassen’ om dit in te stellen. Ben je jonger dan 16 jaar? Zorg dan dat je toestemming hebt van je ouders om onze site te bezoeken. Hier lees je alles over hoe wij omgaan met je privacy.

Oud 05-04-2004, 20:45
Ieke
Avatar van Ieke
Ieke is offline
De Legende Van Maneschijn.



31-05-1101.

Irna Overhyut. zuchtte diep. Verlangend keek ze omhoog naar de pikzwarte hemel. Waar bleef de maan?

Niks…

Bedroefd keek ze naar de grond. Als de maan niet gauw kwam kon ze haar afspraak met Sterrenjacht niet nakomen! Ze liep naar een bankje aan de rand van het strand en ging zitten. Ze sloot haar ogen en genoot van de kille nachtwind. Na vijf minuten deed ze haar ogen weer open.
Verbaasd keek ze naar haar handen en daarna naar de bank. Ze had een langgerekte schaduw.

Snel keek ze op. De volle maan straalde haar tegemoet. Een indrukwekkende schaduw verscheen voor het felle licht, die de maan weerkaatste.

Een dier met enorme vleugels landde zacht op het natte zand. Zeewater spoelde langs zijn benen en trok zich langzaam weer terug, de zee in.

“Sterrenjacht.” fluisterde Irna en knielde voor hem neer.

“Sta op.” zei hij. Zijn stem was zacht en machtig tegelijkertijd.

Irna stond langzaam op en keek Sterrenjacht in de ogen aan. Hij had helder blauwe ogen, die veel van de wereld hadden gezien.

“Ben je bereidt voor eeuwig bij ons aan te sluiten?” vroeg hij.

Irna knikte.

“Zeg mij na.” zei Sterrenjacht. “Ik sluit me aan…”

“Ik sluit me aan…” herhaalde Irna zenuwachtig.

“bij de gemeenschap van de Unicorns…”

“bij de gemeenschap van de Unicorns…”

“op voorwaarde dat ik hen nooit zal verlaten!”

“op voorwaarde dat ik hen nooit zal verlaten!”

Sterrenjacht steigerde en liet zijn voorpoten zacht op de schouders van Irna vallen.

“Beloof je me dat je me trouw blijft?” zei hij streng.

Irna knikte. “Ja, dat beloof ik!”

Sterrenjacht haalde diep adem en blies de lucht zacht uit in het gezicht van Irna.

Meteen haalde hij zijn voorpoten weg. Wankelend zette hij een paar stappen op zijn achterbenen naar achteren.

Irna begon te veranderen. Haar neus rekte uit en werd één geheel met haar mond. Ze viel voorover en zag dat haar nagels begonnen te groeien. Ze kromden zich om haar handen heen, die de vorm van hoeven kregen.

Haar haar werd glanzend wit, net zoals de rest van haar lichaam.

Al dit duurde maar een klein minuutje.

Waar Irna stond, stond nu een schitterend Eenhoorn.

“Welkom Maneschijn!” begroette Sterrenjacht haar. “Volg me!”

Statig ontvouwde Maneschijn haar vleugels.

Sterrenjacht glimlachte, nam een aanloop en vloog de lucht in.

Maneschijn wachtte niet langer en volgde Sterrenjacht de opkomende zon tegemoet.

Van Irna Overhyut is nooit meer iets gehoord…



Zonder dat Maneschijn en Sterrenjacht het wisten waren ze bekeken. Een man van rond de 60 had hen gezien. Hij had Irna wel herkend en hij zag haar veranderen in een Eenhoorn.

Binnen een week wist de stad van het mysterieuze verhaal van een oude visser.

Niet veel later had het hele land gehoord van het verhaal van een beeldschoon Eenhoornmeisje genaamd Maneschijn. Irna Overhyut alias Maneschijn was een legende geworden.



899 jaar later… 30-05-2001.



Linda en Peter waren beide hčt koppel van de school. Beide waren ze 15 en erg leergierig en nieuwsgierig. Beide hadden een neus voor avontuur en mysterieuze legendes. Toevallig, net die dag, hadden ze met geschiedenis een plaatselijke legende behandeld. De Legende van Maneschijn.

“En ze is nooit meer teruggezien?” vroeg Linda vol ongeloof aan Peter.

“Dat zei Napatra!” zei Peter. “Ik geloof er eigenlijk niks van. Ze moet toch nog een keer gezien zijn!?”

“Misschien heeft die Sterrenjacht haar vermoord!” opperde Linda. Ze keek Peter aan alsof ze verwachte dat Peter dat beaamde.

“Lijkt me sterk.” twijfelde Peter. “Eenhoorns zijn erg slim en erg elegant. Die moorden niet. Bovendien… ze zijn onsterfelijk! Tenminste, dat zeggen de mythes en legendes.”

“Onsterfelijk?” vroeg Linda. “Maar dan leven ze nog!”

“Als het verhaal waar is, wel ja.” antwoordde Peter.

“Zullen we gaan zoeken?” stelde Linda voor.

“Hč, nee!” mopperde Peter. “Dat kan eeuwen duren! Waar wil je dan gaan zoeken? Ze kunnen overal zijn!”

“We beginnen gewoon waar Maneschijn is verdwenen.” zei Linda, “Het Maneschijnstrand!”

“Ja, erg logisch.” zei Peter. “Denk je dat er sporen te zien zijn?”

“Tuurlijk niet!” riep Linda. “Goh, man! Wat ben jij negatief! Als je echt niet wilt ga ik wel alleen!”

“Nee, ik ga wel mee!” zei Peter haastig.

“Mooi!” knikte Linda. “Zaterdag om 10 uur op het Maneschijnstrand. Zie je daar!”

“Ja.” zuchtte Peter. “Tot morgen!”



Die zaterdag, 31-05-2001.



Linda stond al op Peter te wachten, toen die eindelijk kwam aanzetten. Linda keek raar op toen ze zag wat Peter aanhad. Een compleet vakantieoutfit. Hij had een dom petje op met een niet bijpassende zonnebril.

“Eindelijk!” zuchtte ze. “Dat duurde lang! Wat heb jij in vredesnaam aan?!”

Peter keek op zijn horloge en deed net alsof hij de laatste vraag niet had gehoord.

“Het is anders 10 uur. Je bent te vroeg!”

“En?” vroeg Linda ongeduldig. “Kom, ik heb een speedboot gehuurd.”
“Een speedboot?” zei Peter niet begrijpend. “Ik zie niet in waarvoor wij…”

“Natuurlijk wel!” zei Linda. Ze pakte zijn hand en sleepte hem naar de boot, die half in het water lag.

“Help even mee hem in het water te duwen!”

Met tegenzin stapte Peter in het ijskoude water en duwde de boot het water in.

“En nu?” vroeg hij.

“Op zoek naar Maneschijn!” zei Linda enthousiast.

“Linda!” zei Peter geďrriteerd. “Het is een legende! Ze is vandaag precies 900 jaar niet gezien!”

“Nou en?” vroeg Linda. “Ook al vinden we ze niet, we hebben in ieder geval lol!”

“Da’s waar.” grijnsde Peter. Het uitzicht om samen met Linda midden op zee te zitten in één boot leek hem nu te lokken. “Let’s go!!”



Na een uur was er de lol voor Peter wel af. Het was net over 11 en Peter verveelde zich dood. Linda integendeel was dolenthousiast. Ze vond het spannend en leuk. Ze had allemaal boeken over de legende meegenomen en zocht naar mogelijke plaatsen.

Peter had verder niks te doen, pakte een boek en sloeg het willekeurig open.

Zijn oog viel op een plaats die speciaal was aangegeven op een zeekaart.

“Hé Linda!” zei hij. “Er is hier een plaats waar stemmen uit het diepe komen.”

“Cool!” riep Linda. “Waar?”

“Staat er niet bij.” antwoordde Peter. “Er staat dat het hier in de buurt is.”

“Dan gaan we zoeken.” zei Linda.

“Hč Linda.” mopperde Peter. “Schei uit met deze onzin! Ik verveel me dood!”

“Jij wel ja!” snauwde Linda. “Ik heb even zitten te rekenen. Kijk, er bestaat een verband tussen alle plaatsen waar Maneschijn is gezien.”

“Ze is nooit meer gezien!”

“O jawel!” zei Linda. “Tenminste, dat zeggen deze boeken. Kijk, als je lijnen gaat trekken komt er een midden uit.”

“Wat leuk!” scheerde Peter. “Wat wordt je daar nou wijzer van? En het ligt midden in zee!” Hij leunde achterover en liet zijn hand door het water gaan.

“En?” vroeg Linda. “We gaan gewoon kijken!”

Peter kreunde toen Linda de motor opstartte.

“Stel je aan!” zei ze. “We gaan toch voor het avontuur?”

Peter gaf geen antwoord maar keek naar het water dat nu snel voorbij sjeesde.



“Hier is het!” zei Linda tevreden. Ze keek rond en zag alleen maar water.

Peter keek op de kaart. “(123,225)??” vroeg hij. “Nou, ik zie en hoor niks!”

Linda keek het water in. Het was troebel. “Ik ook niet.” moest ze bekennen.

“Wacht!” riep Peter, terwijl hij een blik op de GPS wierp. “Je hebt een fout gemaakt! We zijn op (123,226)!”

“Zoveel maakt dat niet uit hoor.” zei Linda. “Geluid komt ver.”

“Misschien dit wel niet!” zei Peter, schouderophalend. “Het is tenslotte een legende.”

“Dan gaan we naar precies 225!” zei Linda.

“En als het dat niet is gaan we naar huis.” zei Peter streng.

“Goed…”

Linda vaarde langzaam totdat de GPS op (123,225) sprong.

“Hoor je dat?” vroeg Peter verbaasd.

“Wat?” vroeg Linda.

Peter boog zich voorover. “Die muziek!”

“Ik hoor niks.” zei Linda geďrriteerd. “Kom, we gaan naar huis!”

“Nee.” zei Peter. “Ik wil weten waar dat wegkomt!”

Hij trok zijn T-shirt uit en dook het water in.

“Jongens!” mompelde Linda kwaad en ze trok haar kleren ook uit. Daaronder had ze haar bikini aan.

Mopperend sprong ze ook het ijskoude water in.

“Ik hoor nog niks.” zei ze. “En het water is ijskoud! Ik ga eruit!”

“Wacht even!” zei Peter. “De muziek is hier sterker. Ik ga duiken.”

Hij nam een hap lucht en dook onder. Linda zuchtte en deed hetzelfde.

Peter was al redelijk diep. Hij wees naar een grot. Zelf zwom hij erheen. Linda schudde met haar hoofd en zwom weer naar boven, in de hoop dat Peter haar zou volgen. Ze was al even boven maar Peter kwam niet.

Zou hij…? Linda moest er niet aan denken!!

Ze nam een grote hap lucht en dook weer onder.

Dit keer zwom ze regelrecht naar de grot. Ze volgde de lange gang, te grot in. Hij kwam uit in een grote opening. Verbaasd kwam ze boven. Waar was ze? Het was er schitterend. Overal hingen mysterieuze lichten, die paars oplichtte. Zeewier was zo neergelegd dat je er over heen kon lopen. Als een soort tapijt.

“Linda!” riep een vertrouwde stem.

“Peter!” riep Linda opgelucht. Ze keek in de richting waar het geluid vandaan kwam. Ze zag Peter staan.

“Waar zijn we?”

“In de problemen!” zei Peter benauwd. “Achter je…!”

“Wat?!” vroeg Linda verbaasd. Ze draaide zich om en keek regelrecht in het gezicht van een paard. Maar dit was geen paard, drong het tot haar door. Deze had een hoorn op zijn voorhoofd en twee reusachtige vleugels aan de zijkant. Dit was een Eenhoorn!!



De Eenhoorn keek neer op het verliefde stel.

“Verklaar uw aanwezigheid hier.” zei hij stug.

“Waarom negeerden jullie de trilling, die Moeder Aarde afgeeft, niet?”

Linda keek Peter geschrokken aan. Die wist niet wat hij hierop moest antwoorden.

“Geef antwoord!” zei de Eenhoorn kil. Dreigend zette hij een stap hun kant op. Linda en Peter deinsden angstig achteruit. “Wij… eh… zijn hier per ongeluk gekomen!” stamelde Peter. Hij wist niet of hij geloofwaardig overkwam maar dat deerde hem nu niet. Angstig keek hij achterom. Ze konden nu bijna niet meer naar achteren. Ze stonden ingeklemd tussen de Eenhoorn en de rotswand.

De Eenhoorn keek hem doordringend aan.

“Stel uzelf voor!”

“Ik ben Peter!” zei Peter angstig. “En zij is Linda. Ik zweer… wij zijn niks kwaads van plan!”

“Sterrenjacht.” zei de Eenhoorn, de laatste woorden van Peter negerend. “Zoon van Zonnevuur en de kleinszoon van Moeder Aarde en Vadertje Tijd! Jullie hebben een grote overtreding begaan. Een overtreding waarvoor nog nooit een straf voor is bedacht. ”

“Mogen wij ook weten wat?” vroeg Linda bits. “Wij hebben niks gedaan!”

Sterrenjacht keek haar kwaad aan. Zijn ogen spoten vuur. “Jullie hebben onze schuilplaats ontdekt!”

“Wij gingen gewoon duiken op de plaats, waar wij muziek hoorden!” zei Peter haastig. Hij keek waarschuwend naar Linda. Als ze nog eens zo stug deed, dan kon er wel, hij wist niet wat, gebeurden!

“Jullie hebben zeker niet gehoord wat die muziek inhield?” vroeg Sterrenjacht fijntjes.

Peter schudde het hoofd en keek het machtige paard aan.

“Volg me!” zei Sterrenjacht kil. “Jullie zullen dit toch nooit aan iemand anders kunnen vertellen.”

Peter werd bleek. Hij keek naar Linda en zag dat ze waarschijnlijk nog bleker was dan hij.

Sterrenjacht draaide zich om. “Kom!!”

Peter begon te lopen. Zijn voeten voelden aan als lood en hij kwam dan ook maar langzaam vooruit.

Af en toe keek Sterrenjacht achterom, om te kijken of ze niet te ver achter waren. En zo liepen ze een half uur van het water weg.. De muziek die Peter de hele tijd hoorde werd steeds duidelijker. Zelfs Linda hoorde het. Het leek alsof de grot, waarin ze waren, langzaamaan omhoog begon te lopen. Plotseling stond Sterrenjacht stil. Peter keek om zich heen. Ze waren in een schitterend versierde zaal terechtgekomen. Lichten van de oceaan schenen overal vandaan te komen. Zeewier groeide aan de muren en de ramen lieten de dieptes van de zee zien.

“Maneschijn!” riep Sterrenjacht.

De naam bracht Peter’s aandacht terug naar Sterrenjacht. Hij had Maneschijn gezegd! Ze hadden Maneschijn gevonden!

Een sneeuwwitte merrie verscheen vanachter een bos zeewier. Statig keek ze op de twee pubers neer. Daarna keek ze Sterrenjacht aan.

“Wat is er?” vroeg ze. “En wie zijn hun?”

“Twee indringers.” zei Sterrenjacht. “Zoek jij uit wat ze van ons willen?”

Maneschijn knikte. “Natuurlijk!”

Ze nam de twee apart. Ze bracht Peter en Linda naar een kamer, dat grensde aan de enorme zaal. Ze wees hun een comfortabele stoel aan. Zelf bleef ze staan. Het was Linda, die het eerste woord nam.

“Irna Overhyut?”

Maneschijn keek haar verbaasd aan. “Hoe weet jij dat?”

“Je bent een legende.” zei Peter rustig. “Iedereen weet wie je bent.”

“Het zal ook wel.” zuchtte Maneschijn. “En daarom zijn jullie hier?” Ze keek in de ogen van Linda. Linda sloeg haar ogen snel neer. Peter hield het langer vol, maar ook hij sloeg zijn ogen neer.

Maneschijn knikte. “Dat dacht ik al.” Ze stapte naar de deur en wenkte Peter en Linda om ook mee te komen.

“Kom mee!” was alles wat ze nog zei.

Verbaasd, maar ook angstig, volgden Linda en Peter, Maneschijn. Maneschijn bracht hen naar een andere kamer, die ook grensde aan de schitterende zaal.

Sterrenjacht zat daar op hen te wachten.

Maneschijn liep naar hem toe en fluisterde hem wat in het oor.

Zijn ogen vernauwden zich en ze spoten vuur toen hij het tweetal aankeek.

“Luister!” zei hij. “Ik heb net gehoord wat er uit de test is voorgekomen.”

“Test?” vroeg Peter bang. “Test? We hebben geen test gehad! Wat voor test?!”

“De doorkijktest.” zei Maneschijn. “Jullie diepste geheimen weet ik. Jullie grootste angsten, nachtmerries. Jullie verborgen reden dat jullie hier zijn.”

Daarna keek ze Sterrenjacht aan. “Ga je even mee?”

Die knikte. Hij wees twee andere Eenhoorns aan, die de wacht hielden bij de uitgang van de kamer.

“Let even op ze!”

“Natuurlijk meester.” ntwoordden ze onderdanig. Ze knielden even toen Sterrenjacht langs ze liep.

Na vijf angstige minuten kwamen Sterrenjacht en Maneschijn terug. Hij keek van de ene naar de andere.

“Jullie zijn slim.” zei hij. “Zo slim zelfs dat jullie op zoek gingen naar de Legende Van Maneschijn. Dat bleek waar te zijn. Slimme Eenhoorns kunnen we nog goed gebruiken. Als onze levensbron in gevaar komt moeten er wetenschappers zijn om te helpen. De huidige hebben geen leerlingen meer. Daarom stellen we jullie voor een keuze. Neem dit aanbod aan of sterf!”

“Wat is die bron?” vroeg Peter.

“De levensbron van al het leven op Aarde.” zei Sterrenjacht. “Moeder Aarde en Vadertje Tijd.”

Peter keek Linda twijfelachtig aan. Eigenlijk had hij de keuze al genomen. “We doen het!”



Krantenbericht van: 01-06-2001.



Sinds gisterochtend zijn twee kinderen vermist. Het gaat hier om Peter Pasveer en Linda Keerkring.

Een oude visserman vermeldt: “Ik zag ze de zee opgaan. Ze huurden een speedboot van me en ze die hebben ze nooit teruggebracht.”

Na onze vraag of hij wist wat ze van plan waren antwoordde hij: “Het was zo vaag allemaal. Wat ik wel verstond is dat ze het over de Legende Van Maneschijn hadden.”

Of dit nu een kinderlijke grap is of serieus is kon de politie niet melden. Het was gisteren tenslotte 900 jaar geleden dat Maneschijn zelf verdween.

De politie neemt de zaak erg serieus omdat er meerdere verdwijnen zijn gedaan om de Legende Van Maneschijn.

Wat er met die mensen is gebeurd?

Maneschijn mag het weten!
__________________
Al is de reiziger nog zo snel, de ns vertraagt hem wel.
Advertentie
Topic gesloten

Topictools Zoek in deze topic
Zoek in deze topic:

Geavanceerd zoeken

Regels voor berichten
Je mag geen nieuwe topics starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag geen bijlagen versturen
Je mag niet je berichten bewerken

BB code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit

Spring naar

Soortgelijke topics
Forum Topic Reacties Laatste bericht
Verhalen & Gedichten Wie wordt de winnaar van de verhalenwedstrijd?
Ieke
10 25-04-2004 13:39


Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 10:09.