Oud 19-08-2001, 13:30
Ringmaster
Ringmaster is offline
Het was Henkie die met het plan kwam om naar Zwolle te gaan. Hij had meteen condooms gekocht. 'Om thuis alvast te passen.' Hij beklopte voldaan zijn uitpuilende borstzakje, waar hij soms ook een pakje Lucky Strike bewaarde. Ondanks het vreemde formaat van de bobbel in zijn hemd hoopte ik stiekem dat het ook ditmaal sigaretten waren. Sigaretten trokken me op een of andere manier meer aan dan condooms. Maar ik wist dat het geen zin had om zoiets te denken. 'Drie zijn 't er,' stelde Henkie zakelijk vast. 'Ieder eentje voor daar en samen eentje om vantevoren mee te oefenen.'
We zaten op het stenen opstapje voor de bioscoop, waarvan het gietijzeren hek eeuwig gesloten leek. Er schenen op vrijdag- en zaterdagavond films te worden gedraaid, maar dat hadden wij nooit gezien. We kenden alleen de plaatjes die buiten werden opgehangen van onwerkelijk felgekleurde vrouwen in badpakken met tieten die je niet kon geloven.
'Het is beter dat ze in Zwolle weten dat we geoefend hebben.'
'Ik deed alsof dit voor mij vanzelf sprak en ik het liever over iets anders wilde hebben. Over dat we zaterdag moesten voetballen, om maar iets te noemen, en dus niet naar Zwolle konden gaan, over waar het eigenlijk lag (antwoord: de hoofdstad van de provincie Overijssel) en of je zo ver wel kon komen zonder auto van je vader. In plaats daarvan vroeg ik waar hij het pakje had gekocht.
Bij Van Diggelen, zei hij. Uit de automaat.
Er daalde iets zwaars in mij af, wat ik ook voelde als ik door het ruitje van het witte vitrinekastje keek naar de opstellingen voor komende westrijden en in dat heilig schrijn met berichten van boven mijn naam niet zag op de vertrouwde keepersplek in de C1, 'm pas terugvond tussen de vreemde, gevaarlijke namen van een hoger elftal. Het zware gevoel had ook te maken met de automaat zelf, die om de hoek van de sigarenzaak aan dezelfde lange, blinde zijmuur hing, te hoog hing om goed kracht te kunnen zetten, waardoor de stroeve treklade na een voortvarend begin met een klik halverwege bleef steken terwijl je het zorgvuldig thuis gejatte muntgeld al hoorde vallen.
Maar Henkie had daar geen last van gehad, zei hij onverschillig. Het was bij hem 'gewoon vanzelf' gegaan.
Op het moment dat hij dat zei kon ik de treklade ook voelen. In mijn vingers, in mijn hele arm, tot in mijn kop voelde ik 'm. Hoe hij bijna bleef steken en ik hem daarna boven mijn macht, de ogen krampachtig dichtgeperst, onder een oorverdovend geratel van vallende munten in één klap door de klik heen trok. Er was niets meer tegen te doen. Zaterdag zouden we voor het eerst van ons leven naar Zwolle gaan.
Het had allemaal te maken met het meerdaagse toernooi in Arnhem, waar ik had moeten keepen in de 'Zaltbommelse selectie onder de zestien', omdat de veel oudere Ronnie Pekelharing (van de B1 van NIVO Sparta, ik was van de C1 van ZVV Olympia) in verband met de overnachting niet mee had gemogen van thuis. De trainer zei dat ik aankon, dit hogere niveau, 'want jij bent er straks een voor het eerste,' zei hij. Dat wist ik zelf ook wel, in gedachten reikte ik nog veel verder. Ver over het eerste heen reikte ik naar Eddy Pieters Graafland, Eddy PG van Feyenoord en het Nederlands Elftal, in wiens te kleine gestalte ik mijzelf kon herkennen, die ik zelf kon zijn en die ik ook was als de televisiebeelden niet helemaal scherp doorkwamen.
Waar de keeper mee worstelt, is met het falen. Als enige in het veld begint hij bij het hoogst haalbare. De nul, teken van volmaaktheid, godgelijk onaangeraakt temidden van de positieve en negatieve getallen, oneindig temidden van de eindigheid. Het getal van God. De keeper leeft in die uitverkorenheid. Vandaar ook dat hem meer is toegestaan en hij bovendien in de heilige rechthoek van het doelgebied speciale bescherming geniet. De rest, de hollende meute op jacht naar de eindige getallen, denkt de hele tijd aan winnen. De keeper, alleen, vreest in stilte een verlies waar hij als enige weet van heeft. In die zin is het voetbalspel een strijd van de keeper tegen de drommende meute, waarbij hij iets probeert te bewaren wat zij, in hun streven naar eindigheid, hoogstens kunnen vertrappen. Het is voor de keeper zaak dit streven van de anderen te overstijgen, zich boven hen te stellen, door hoger te springen en verder te zweven, aldus met inzet van heel zijn wezen het volmaakte (waar zij geen weet van hebben) onaangetast te laten.
Zijn falen is daardoor absoluut. Niemand hoeft zo diep te buigen als een keeper die de bal uit zijn doel 'vist'. Vis-Ichtus-Christus. De visser der mensen, die afdaalde om hun gelijke te worden. Een keeper die vist, daalt af uit het goddelijke, wordt mens onder de mensen, een met het getal der anderen, maar alleen in het dragen van het lijden, dat slechts door hem werkelijk wordt begrepen. De verloren goddelijkheid, ze wanhoopt sprakeloos achter de onbestemde, droevige oogopslag waaraan je de ware keeper altijd meteen herkent - zelfs wanneer of juist wanneer zijn elftal net 'gewonnen' heeft.
Met Henkie had ik het nooit over zulke dingen. Hij speelde spil en mat de eindigheid met afgemeten passes, trof geregeld doel na korte, snelle opmarsen die hij bekroonde met een dof, hard schot.
Tijdens het toernooi in Arnhem stond hij, te jong bevonden, reserve. De hele dag rond de velden hangen, hopend op een wissel die nooit kwam.
Ondertussen waren de poulewedstrijden voor ons slecht verlopen. Tegen Theole uit Tiel waren er zelfs twee van ons uit het veld gestuurd nadat ze helemaal gek waren geworden van een pijlsnelle, watervlugge kleine Ambonees die daar in de aanval speelde alsof wij niet bestonden (en die onze backs dus eventjes hardhandig op de hoogte dienden te stellen van onze aanwezigheid). Ik benijdde Ronnie Pekelharing van de B1 die nu thuis bij zijn ouders zat en daar soeverein de nul vasthield, terwijl ik de ene na de andere bal uit het net stond te vissen. Eigenlijk had hij best kunnen spelen, want achteraf konden we dezelfde dag nog terug naar huis.
Op zondag zou er door de uitgeschakelde elftallen, in zogeheten 'troostrondes', louter 'voor de sportieve eer' worden gespeeld. Van de trainer hoefde het niet meer. 'Als wij hier niet kunnen winnen mannen, dan hebben wij hier niets meer te zoeken,' sprak hij plechtig - terwijl zijn gedachten buiten bereik van jongens zoals wij reeds verwijlden bij zekere blondine die hij elke zaterdagavond wist te zitten op een bepaalde plek in het plaatselijke café.
De meeste jongens wilden echter blijven. Zelfs als alles verloren was, dachten zij kennelijk nog iets te kunnen winnen - zodat de trainer zijn hoop als een mislukt schot in de sloot achter het doel zag verdwijnen.
Henkie stond, als reserve, letterlijk buiten dit alles. Voor hem was er nog niets verloren, want voor hem was het nog niet eens begonnen.
Inmiddels had hij, belendend aan het terrein waar wij in noodbarakken waren ondergebracht, een 'beatkelder' ontdekt. En in die kelder: meisjes. Als keeper ingewijd in de hogere beginselen van het falen voorzag ik op voorhand narigheid. Meisjes betekenden afdalen, buigen, vissen. Verlies van onaantastbaarheid. Eindigheid. Henkie bleef ervan overtuigd dat er langs deze weg iets te bereiken was, ik hield mijn doel liever schoon. In de desastreuze poulewedstrijden was ik al ver genoeg afgedaald, vond ik. Maar Henkie wilde er niet van horen. 'Voor meisjes moet je met z'n tweeën zijn.' Ze waren van een schoolreisje uit Zwolle en, had hij vastgesteld, 'geil als boter'.
In Zaltbommel hadden wij nooit meisjes, maar - wist Henkie - in andere plaatsen lag dat anders.
'OK dan maar.'
Terwijl de overige jongens van ons elftal zich wijdden aan gebruikelijke bezigheden als paaltjesvoetbal, tafelvoetbal, toepen en trekken, slopen Henkie en ik tussen dikke bomen en over zachte bosgrond in de richting van de voorzegde 'beatkelder'. Van de trainer hadden we geen last, die was met hoofdpijn vroeg naar bed gegaan. We moesten alleen een zekere Theo zien af te schudden, van de B1 van NIVO Sparta, die iets van onze plannen geroken moest hebben, en zich zwijgend aan ons had opgedrongen.
Deze Theo was een lijzige, nogal gluiperige jongen zonder vrienden, een plakker die je er ineens ongemerkt bij bleek te hebben, die met je meeliep en je de hele tijd van opzij bleef aankijken, maar gauw wegdraaide als je terugkeek. Ik had hem dat al bij anderen zien doen, nu deed hij het bij ons.
Henkie was bang dat deze hardnekkige parasiet ons zou verklikken als we hem zonder meer zouden wegjagen, dus verzon hij dat wij 'aan de dunne schijterij' waren en nodig op de plee moesten gaan zitten. Daar zou hij ons toch niet in volgen, geloofden we. Maar hij deed 't wel, wilde zelfs mee naar binnen lopen - zodat Henkie snel de deur van de wasruimte voor zijn neus moest dichtsmijten en op slot draaien. 'Sorry Theo, we moeten effe lekker stinken.'
Achter de deur konden we hem horen ademen. Hij bleef dus posten. Ik dacht dat ik de slappe lacht kreeg, deze Theo maakte in mij heerlijke gedachten los over wreedheid en vernedering, maar Henkie gebaarde dat ik me stil moest houden.
Zijn plan was om door de hoge raampjes bovenin naar buiten te klauteren, achterom er vandoor.
Pas toen we door het bos slopen liet ik mijn gekwelde lach in stuipen de vrije loop. Zou deze Theo nog steeds voor de pleedeur staan, zijn gedachten vol van onze stront? Wij sluipend naar Zwolse meisjes en hij geduldig wachtend tot wij waren leeggepoept. Ruik je al wat, Theo? zou ik hem willen toeroepen. Ik moest het doen, er jubelde iets wat sterker was dan mijzelf. Ik deed 't voordat ik erover kon nadenken. 'Kun je 't al ruiken, Theo?' schreeuwde ik zo hard als ik kon. 'Hé, ruik je 't al?' En voor onze lach uitrennend bereikten wij de beatkelder.
Ik weet niet meer goed hoe het daarbinnen ging. Hebben we aan de kant van de dansvloer staan wachten? Hebben we ze aangesproken, en hoe? Het enige wat ik weet is dat ik op een gegeven moment tegen een meisje aan stond. 'Ik kan niet dansen,' had ik tegen Henkie gefluisterd. 'Je moet ook niet dansen,' had hij gezegd, 'je moet tegen ze aan gaan staan en zo min mogelijk bewegen.'
Het was mij door de spanning onmogelijk niet te bewegen, maar dat hoorde gelukig zo. Ook het meisje deed af en toe een klein stapje opzij, alsof ze anders viel. Daarbij drukte ze zich steeds dichter tegen me aan. Ze had eerst alleen haar armen om mijn schouders geslagen, maar nu leek het of ook haar benen aan een raar soort omhelzing begonnen. Ik dacht dat we gingen struikelen, ook ik moest haar daarom steviger vastpakken. En het voelde alsof we op vier benen liepen. Haar adem wasemde heet tegen mijn hals, het brandde van de hitte. Ik vreesde met grote vreze dat ik een stijve ging krijgen, de zwelling had al ingezet. Tegen haar aan, schoot het door me heen, dus dan weet ze het! Ik rook haar haren, wat me aan zwembad deed denken, aan zonverwarmde stoeptegels en ook iets van zeep.
Het nummer dat gedraaid werd was A Whiter Shade of Pale van Procol Harum. Het Langzaamste Nummer Ter Wereld. Ik kende het van de radio, en van Jannie, de oudere nicht van Henkie die bij hen thuis woonde en het singletje had, maar het beste kende ik het van de radio, want het liefst hoorde ik het in m'n eentje, liggend op bed, denkend aan meisjes die ik niet kende, aangezien die me op de een of andere manier beter leken dan meisjes die ik wel kende.
Maar nu het gebeurde, was het toch anders. Minder echt, vreemd genoeg. Alsof het al voorbij was en ik het me alleen had ingebeeld. Ineens moest ik m'n best doen om te beseffen dat ik nu meemaakte waar ik zo vaak naar had verlangd.
Het was een soort verdoving. Dat merkte ik toen het nummer was afgelopen en ik mij langzaam uit de omhelzing losmaakte. Ik voelde mij plotseling naakt en koud en verlaten. Het was nog zo dichtbij, kon ik miet terug in m'n warme holletje? Maar dat was op wonderbaarlijke wijze totaal onmogelijk geworden. Het meisje liep weg zonder iets te zeggen, ik zag haar opgaan in het getal der anderen, had moeite nog iets van herkenning te ervaren.
'En, had je een stijve?' vroeg Henkie.
'Gelukkig alleen bijna.'
'Bijna!?' riep Henkie quasi-verbijsterd uit. 'Man, ik had een paal als een zingende neger.'
'Stond je helemaal tegen haar aan?' informeerde ik.
Henkie knikte.
'Maar dan wist ze het! Dan wist ze dat je er een had!'
'Ja natuurlijk. Wat dacht je dan?'
Ik wist niet wat ik ervan moest denken. 'En ze zei er niks van?' vroeg ik bezorgd.
Maar Henkie had al iets anders aan zijn hoofd. Ik zag hem rondspeuren. Wou hij nog een keer? Of ging hij nieuwe zoeken? Opeens schoot hij zonder iets te zeggen de drukte in, liep door de dansenden door ergens naar achteren. Ik wist niet of ik hem achterna moest, zag hem ook niet meer.
In m'n eentje voelde ik me opgelaten, op dit feestje van vreemden. Een vage angst betrapt te worden, eruitgegooid, dreef me in de richting van de muur, om me althans aan één kant gedekt te weten. In het voorbijgaan pakte ik van een tafeltje een halfvol glas lauwe cola mee dat iemand daar had laten staan, dronk het gulzig op om het bewijsmateriaal meteen te vernietigen.
Ik wilde het liefst hier weggaan, om straks in bed rustig te kunnen ondergaan in wat me nu, in de commotie van de ervaring, dreigde te ontglippen.
Voordat ik er erg in had, stond Henkie alweer voor me. Met twee meisjes. Waren het nieuwe, of weer dezelfde? Ik wist bij god niet meer hoe die van mij eruitzag. Ik zou eraan moeten ruiken, eraan voelen om het te weten te komen.
'Uit Zwolle zeker?' hoorde ik hem zeggen. De meisjes knikten verveeld. 'Wij uit Zaltbommel. Ja, Zalt-bom-mel. Nee, dat geeft niet. Morgen de finale. De fi-na-le. De finale van het voetballen. Hij keeper.' Hij wees plotseling naar mij, de meisjes keken mij monsterend aan. Ik wist niet wat ze zochten te zien, vreesde bij voorbaat niet te voldoen, omdat ik de regels niet kende. Moest ik nu wat terugzeggen?
Alsof Henkie het vantevoren gearrangeerd had, kwam er opeens een Zeer Langzaam Nummer. Ik herkende het: Le Lac Majeur van Mort Schumann. Henkie stond al op de dansvloer, en even later bleek ik er ook te staan.
Het meisje vleide zich geroutineerd tegen me aan, alsof ze al wist hoe we het beste in elkaar pasten. Het kon niet anders, het moest dezelfde zijn als net. Al maakte het me op de een of andere manier niet uit, dit hele tegen-elkaar-aan-staan kwam me voor als een onpersoonlijke gelegenheid waarbij het mij nog het meeste verbaasde dat ikzelf erbij betrokken was. Het leek alsof ik mij dit alles herinnerde - en toen ze met haar lippen tegen de mijne kwam, had ik een reactie van 'o ja.' Misschien zei ik het ook wel, 'o ja,' want ik opende mijn mond en voordat ik er erg in had glibberde haar tong als een vis naar binnen. Ik zoog er maar op, want ik wist niet wat ik er verder mee moest doen. Hij smaakte een beetje naar ijzer, vond ik, maar vies was het niet.
Ik merkte dat haar tong achter de mijne aanzat, hem eruit wilde trekken. Ik begon het benauwd te krijgen, zoals bij bordjes duiken, wanneer je probeert er steeds nog één en nog één te halen, en dan, als je bijna stikte, naar boven moest om lucht te happen. Hijgend haakte ik af. Ik voelde dat mijn lippen, mijn kin nat waren van haar spuug, dat ik snel afveegde langs de rug van mijn hand. En ik dook er weer in, ging spartelend weer onder.
Toen het liedje afgelopen was, bleef ze zwijgend naast me staan. Ik vroeg me af of we nu met elkaar 'gingen' en, als dat zo was, hoe ik er achter kwam hoe ze eigenlijk heette.
'Yvonne,' zei Henkie, toen we in het stationnetje van Zaltbommel aan het loket stonden om een retourtje Zwolle te kopen. 'De jouwe heet Yvonne.' Hij had de condooms bij zich, en mijn voorbereiding bestond uit twee singletjes die we van Jannie hadden 'geleend'. Ook het geld voor de treinreis hadden we 'geleend', uit de portemonnees van onze moeders. Per stuk kostten de kaartjes fl 9,40, een onvoorstelbaar bedrag waarvoor je ook een leren bal had kunnen hebben. Maar goed, het was ons eigen geld niet, dus die bal hadden we toch niet kunnen kopen. En bovendien hadden we er al een.
Het was een hele reis, dwars door Nederland. Tot Utrecht kwam het ons nog bekend voor, over de rivieren, langs Geldermalsen en Culemborg.
Op het Centraal Station in Utrecht begon ik de onbevattelijke grootsheid van onze onderneming te beseffen. De wirwar van mensen, de ontelbare perrons, de kiosken met saucijzenbroodjes, de galmende stem van de omroepster die onverstaanbare boodschappen rondstrooide waarvan je steeds het idee had dat ze voor jou persoonlijk waren bestemd, misschien onze ouders die ons opriepen, misschien de politie.
Henkie las op het bord van de vertrektijden waar we moesten zijn.
Het was een andere trein dan we gewend waren, een heuse Sneltrein. Voordat we instapten, overwogen we een saucijzenbroodje te kopen, want die had je bij ons in Zaltbommel niet, zodat ze, hoewel we ze niet speciaal lekker vonden, voor ons de glans hadden van iets exclusiefs. Henkie achtte het verstandig ons geld op zak te houden. We moesten ten eerste in Zwolle in een telefooncel opbellen om onze komst als een verrassing aan te kondigen, en ten tweede moesten we rekening houden met de mogelijkheid dat onze meisjes zich wilden laten tracteren in een cafetaria en/of een snoepwinkel. Een sluitend plan hadden we niet, we zouden wel zien. Wat er te gebeuren stond, hield ons nog niet gedetailleerd bezig, het was de bestemming zelf die al onze aandacht opeiste. Zwolle, zo ver was zelfs Henkie nooit geweest. In zijn eentje dan.
We gingen 'roken' zitten. In de stoptrein naar Utrecht hadden we dat niet gedurfd, uit vrees dat iemand ons kon herkennen en aan onze ouders zou doorvertellen dat wij in de trein zaten te roken. Het was al erg genoeg als zou worden doorverteld dat we in de trein zaten.
Het was een heel stuk naar Zwolle, en omdat de trein na Amersfoort nergens meer stopte, begon ik te vermoeden dat we mogelijk verkeerd zaten. Het was mijn keepersaanleg waarschijnlijk, waardoor ik altijd beducht was voor het onverwachte schot. Zodra de middellijn gepasseerd is (en dat waren we), voelt een keeper zich bedreigd, wordt zijn onaantastbaarheid op de proef gesteld. Hij voelt dit als enige, de rest van de voetbalmeute blijft geconcentreerd op de eigen kansen.
Opeens wist ik zeker dat we verloren waren, ik zag de gaten in de verdediging.
Zelfs toen we in Zwolle aankwamen, had ik het er niet op. Wat ik zag, stond me niet aan. Henkie daarentegen vond het allemaal prachtig. 'Ik ga ze meteen bellen,' jubelde hij, terwijl we door de stationshal naar buiten liepen. Hij zocht een paar kwartjes bij elkaar en trok me mee naar de telefooncellen aan de overkant van het plein. Hij zou het woord doen, maar ik moest van hem meeluisteren.
Terwijl hij het nummer draaide, probeerde ik me krampachtig de mijne voor te stellen. 'Yvonne,' prentte ik me in, hopend dat ze aan me zou verschijnen, maar er kwam niks. De schijf draaide na elke beweging van Henkie ratelend terug naar de nulstand.
Ik hoorde hem overgaan, ergens in een huis in Zwolle rinkelde nu een telefoon. Er werd opgenomen. Een oudere vrouw, de moeder waarschijnlijk.
'Mevrouw, is Corrie er ook?' Stilte. 'Met Henkie.' Stilte. 'Henkie Eenhoorn.' Hij legde zijn hand over de hoorn. 'Dat was d'r moeder. Die gaat haar nu halen.' Hij luisterde. 'Ja, verrassing!' kraaide hij. 'Henkie! Henkie Eenhoorn!' Stilte. 'Uit Arnhem, weet je nog? Uit Arnhem!' Stilte. "Nee, in Zwolle. Nu staan we in Zwolle!' Henkie maakte een grimas naar me die ik niet kon duiden. 'Ja, In Zwolle. Op het stationsplein.' Hij ging steeds harder praten, alsof er een steeds grotere afstand moest worden overbrugd. 'Ja! We wouwen effe langskomen als 't goed is.' Stilte. 'Hoezo vandaag? Natuurlijk vandaag. We zijn er al.' Hij voelde aan zijn borstzakje. 'Hoe bedoel je: moeilijk?' Hij keek mij aan, haalde zijn schouders op. 'Nee, maar we... ' Hij bleef me aankijken, alsof hij, zelf al gepasseerd, van mij de wonderbaarlijke redding verwachtte.
Ik kon de klik horen waarmee ergens in een onbekend huis in Zwolle een hoorn werd neergelegd.

Tot hier en niet verder

Eens kijken of er nu wel meer reacties komen op dit, naar mijn mening topverhaal.
__________________
Kottonmouth Kings: how would life be, if the world smoke weed? Guaranteed there would be peace not greed!
Met citaat reageren
Advertentie
Oud 19-08-2001, 13:53
metzondernix
metzondernix is offline
Wauw... Maak nog een paar meer van deze verhalen en stuur naar een uitgever! Geweldig!
__________________
OE MOEME NOEMOE!!!!!!!!!
Met citaat reageren
Oud 19-08-2001, 20:02
Woodstock
Avatar van Woodstock
Woodstock is offline
Ruuth, dit is een originele variatie op een klassiek thema, een alledaags verhaal op een buitengewone manier verteld. het is niet meer dan ik van jou verwachtte
en ik vind het TULIPS!
__________________
Eat jazz, drink sunshine, listen to honey, talk to tea
Met citaat reageren
Oud 20-08-2001, 14:34
stroopwafel
Avatar van stroopwafel
stroopwafel is offline
wauw!

goed geschreven, heb je er nog meer??
__________________
de havenmeester is ook niet perfect, maar zolang de worst vliegt, heerst de bloemkool de wereld..
Met citaat reageren
Oud 20-08-2001, 21:10
Ringmaster
Ringmaster is offline
Citaat:
stroopwafel schreef:
wauw!

goed geschreven, heb je er nog meer??

Ik heb nog plenty van dit materiaal. Maar ik ben een schaver, dus er moet eerst geschaafd worden alvorens ik iets post. Ik moet er namelijk 100% achter staan.

__________________
Kottonmouth Kings: how would life be, if the world smoke weed? Guaranteed there would be peace not greed!
Met citaat reageren
Oud 25-08-2001, 09:53
metzondernix
metzondernix is offline
SCHAVEN DAN!!! We want more! We want more!
__________________
OE MOEME NOEMOE!!!!!!!!!
Met citaat reageren
Oud 25-08-2001, 17:41
An
Avatar van An
An is offline
wauwie dit is echt goed!!!!!
u heeft talent
__________________
so is it raining in your bedroom?
Met citaat reageren
Oud 25-08-2001, 18:34
Ringmaster
Ringmaster is offline
Zozozozo...er wordt hier naar meer gesnakt. Goed, binnen luttele dagen c.q. weken zal ik het vervolgverhaal plaatsen, onder de naam Jongens uit Zwollen, en ik zal de trilogie compleet maken met het slotverhaal Jongens en Meisjes uit Nederland.

Nee, dit zijn geen loze beloftes.
__________________
Kottonmouth Kings: how would life be, if the world smoke weed? Guaranteed there would be peace not greed!
Met citaat reageren
Oud 25-08-2001, 18:42
An
Avatar van An
An is offline
Citaat:
Ringmaster schreef:
Zozozozo...er wordt hier naar meer gesnakt. Goed, binnen luttele dagen c.q. weken zal ik het vervolgverhaal plaatsen, onder de naam Jongens uit Zwollen, en ik zal de trilogie compleet maken met het slotverhaal Jongens en Meisjes uit Nederland.

Nee, dit zijn geen loze beloftes.
Das
__________________
so is it raining in your bedroom?
Met citaat reageren
Oud 25-08-2001, 18:55
stroopwafel
Avatar van stroopwafel
stroopwafel is offline
Citaat:
Ringmaster schreef:
Zozozozo...er wordt hier naar meer gesnakt. Goed, binnen luttele dagen c.q. weken zal ik het vervolgverhaal plaatsen, onder de naam Jongens uit Zwollen, en ik zal de trilogie compleet maken met het slotverhaal Jongens en Meisjes uit Nederland.

Nee, dit zijn geen loze beloftes.
ol right!!!

__________________
de havenmeester is ook niet perfect, maar zolang de worst vliegt, heerst de bloemkool de wereld..
Met citaat reageren
Advertentie
Reageren

Topictools Zoek in deze topic
Zoek in deze topic:

Geavanceerd zoeken

Regels voor berichten
Je mag geen nieuwe topics starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag geen bijlagen versturen
Je mag niet je berichten bewerken

BB code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit

Spring naar

Soortgelijke topics
Forum Topic Reacties Laatste bericht
Verhalen & Gedichten Schrijf een limerick!
flyaway
41 14-01-2019 21:07
De Kantine Ranking the Scholieren #3
Geel
500 16-10-2010 14:57
Vrije tijd Opmerkelijke sportberichten
USPalermo
500 01-01-2005 23:01
Verhalen & Gedichten [verhaal] Connor
Verwijderd
40 12-08-2003 13:19
Verhalen & Gedichten Meisjes uit Zwolle
Ringmaster
10 31-08-2001 17:06


Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 06:11.