Oud 03-09-2001, 15:31
Verwijderd
Florian:

Er liep een manneke over straat.
Het was niet zomaar een manneke, nee dit was Jantje, en hij was boos.
Zijn voeten hadden hem net het stadhuis uitgedragen.
Daar had hij zijn naam willen veranderen in De Vries, zijn achternaam dan, hè.
Maar de prijs per letter was wel vijftig pieken, en omdat zijn huidige naam zo lang was kon hij dat niet betalen.
Elke letter die je liet weghalen kostte je namelijk ook een geeltje.
Hoe hadden zijn ouders hem eigenlijk zo'n naam kunnen geven.
Jantje heette namelijk met achternaam: Jantje Zonder Reclame.
Jaren was hij daar mee gepest, en nu met de verregaande vercommercialisering, was er niemand die hem of zijn bedrijfje ooit wilde sponsoren, maar over dat bedrijfje later meer.Jantje had maar honderd gulden (hoeveel is dat in Euro?) Dan kon hij er hoogstens 'Dender Reclame' van maken.
Als zijn voeten hem niet zo snel naar buiten hadden gedragen dan had hij er vast voor gezorgd dat de fysische opbouw van het gezicht van de baliemedewerker er drastisch anders uit had gezien, zonder ontwerptekeningen.
Jantje keek om zich heen.
Er liepen een paar mensen op straat.
er liepen altijd wel mensen op straat, zelfs 's nachts liepen er wel enkele.
Ook hij had hier een heleboel keer gelopen en niet echt om zich heen gekeken, gewoon gelopen naar waar hij naartoe moest.
Niemand trok zich wat van Jantje aan.
Jantje evalueerde zijn situatie; hij had honderd gulden op zak en hij heette 'zonder Reclame' van zijn achternaam.
Misschien moest hij zijn horoscoop maar eens gaan nakijken, want hij kreeg het idee dat de sterren vandaag niet de best stand hadden.
Jantje keek naar voren, toen naar rechts, en liep vervolgens naar links.
Hij had altijd geleerd, dat je bij oversteken eerst links en rechts moest kijken, en dan rechtdoor moest oversteken, dus bij linksaf gaan, zou je dan wel naar voren en rechts moeten kijken, zo redeneerde hij.
Ja, Jantje was de domste niet.
Jantje liep de Mcxxxxlds binnen en bestelde een blije maaltijd.
Toen -
Nick:

- ging hij zitten en schoof het dienblad naar binnen (nee, gewoon door zijn mond, perverseling).
Jantjes leraar vermaande hem altijd dat hij zo'n grote mond had en dat kwam waarschijnlijk weer door al die blije maaltijden die Jantje in zijn korte leven reeds had verschanst, Jantje verschanste namelijk elke dag wel een blije maaltijd.
Jantjes innerlijke monoloog in de 3e persoon werd verbroken door een plotselinge hevige hoestbui, Jantje zette zijn paraplu op en hoorde een diabolisch vrolijk (he, is dat geen paradox?) gelach uit zijn slokdarm komen; Jantje was zich aan het verslikken in het speeltje in zijn blije maaltijd!
Jantje haastte zich naar het ballenbad, trapte een paar kleuterschedeltjes open, stortte zich met een luide plons tussen de plastic ballen en nam een lange teug.
Toen Jantje genoeg gedronken had van de ballen hoorde hij het blije gegiechel in zijn maag verstommen tot hulpeloos gerochel.
Jantje liep met de lijkjes van de per ongeluk vertrapte kinderen naar de dichtstbijzijnde vuilnisemmer en ruimde netjes de bloederige rommel op die hij in het ballenbad had achtergelaten, een van Jantjes filosofieën was namelijk om altijd acht zichzelf op te ruimen als hij ergens een rommel maakte, zijn andere filosofie was om altijd zijn baard te kammen met tandpasta, niet dat Jantje een baard had maar hij was zeker van plan er een te kweken mocht hij de wreedheid van de adolescentie overleven zonder zenuwinzinking of andere blijvende schade.
Zich afvragend waar dat eindeloze commentaar op de achtergrond toch vandaan kwam verwijderde Jantje een tegel uit de vloer van de mcxxxxxlds en nam een grote hap aarde om deze vervolgens weer achter zich uit te poepen, zo draafde Jantje zich een weg door het aardoppervlak totdat hij op iets hards stootte.
Jeetje wat kon dat in de naam van de hemel toch zijn?
Florian:
Omdat hij geen reverentiepunt had om op het zicht de richting van de zwaartekracht te bepalen (je weet wel,'n horizon, mensen die rechtop lopen), moest hij even zijn evenwichtsorgaan raadplegen.
Toen hij dat in blijde verwachting gedaan, kwam hij erachter dat het harde waar hij op gestoten was verticaal op het aardoppervlak moest staan en dat hij weer boven zou komen mocht hij het betreffende voorwerp volgen.
Net voordat hij inderdaad een 'graaf'-gangetje wilde inzetten hoorde hij gelach uit precies de andere kant.
Wat kon dat zijn? Hij luisterde nog een keer, het was diabolisch gelach.
En Jantje kon zijn nieuwsgierigheid niet helpen en besloot toch te gaan kijken wat het was, maar keek nog wel even op zijn swxxx horloge om er zeker van te zijn dat hij nog wel genoeg tijd had voor het avondeten (het boeide Jantje niet zoveel dat hij twee keer op een dag warm at, want je bent thuis waar je Dxxxe Exxxxxx drinkt) Dus Jantje at en at en scheet en scheet.
Ineens verblindde een beleder daglicht zijn tere oogjes.
Hij keek om zich heen en zag dat hij gewoon op straat was beland.
Eenieder weet wel wat ik bedoel, een straat met tegels en dan lopen daar mensen - meestal in jassen maar 's zomers zonder - overheen.
Hij snapte er niets van, onder de grond dacht hij toch dat dit juist naar onder was en de andere kant naar boven, en dat hij enkel deze kant op was gegaan omdat hij diabolisch gelach hoorde (daar werd Jantje altijd ongehoord geil van, hij kon er niets aan doen het was iets uit zijn jeugd -of is dat te banaal?-), maar nu was hij boven de grond uitgekomen terwijl hij echt meende naar onderen te hebben gegeten.
Naast hem zag hij een kerstkaart open op straat liggen, met de kerstman er lachend op, de kaart zei: hahaha (diabolisch)! Jantje deed de kaart dicht het gelach stopte.
Goh nu was het ministerie van het gelach opgelost (sterker nog er was nooit een ministerie geweest, het ging om een mysterie.
De schrijver was geen groot interlectueel), maar hoe kon het nou dat zijn evenwichtsorgaan, die hem hoorde te vertellen waar boven was, hem bedrogen had.
Jantje stapte uit de kuil.
Een kind schreeuwde: 'kijk mam, een vieze man' Daar had het kind gelijk in.
Kilometers door het binnenste van de aarde gingen je niet in de koude kleren zitten.
Nou ja; de aarde ging dus wel in je kleren zitten.
Maar het was ook mogelijk dat het desbetreffende kind (jongetje rood mutsje, blauwe jas, voor meer informatie kunt u terecht bij www.hetkinddatinJantjezonderReclamezegtkijkmameenviezeman.com) bedoelde dat Jantje vies was omdat hij nog in de zogenaamde graafmode was, die een direct gevolg was van zijn aparte manier van graven/eten.
Jantje begon ook zoiets te vermoeden, dus trok hij zijn broek maar omhoog, een spijker broek van het merk Lxxi stxxx, ja ook voor de graafmode ging Jantje met de mode mee.
Er moest iets gedaan worden aan zijn evenwichtsorgaan, dus vroeg Jantje de eerst de best persoon op straat of deze een stanleymesje bij zich had.
Hij had geluk, want de man die hij aansprak werkte op een kantoor , maar had toevallig net vandaag een stanleymesje bij zich (jee, wat een toeval!) Jantjes zette het mesje direct in zijn hoofd en wist redelijk snel zijn evenwichtsorgaan uit zijn oor te wroeten.
Er klaagden wat voorbijgangers over het rondspattende bloed, maar met heet water en een goed wasmiddel is dat zo uit de kleren te krijgen.
Je hebt twee oren en dus ook twee van die orgaantjes maar Jantjes vermoeden dat het de linker was, was een goed gegrond vermoeden.
Het bestaat uit een soort buisje waarin vloeistof in rondstroomt en waardoor je kan voelen wat boven is, maar bij het stukke orgaantje zat er kauwgom in.
Hij verwijderde de kauwgom en stopte het evenwichtsorgaan terug.
Toen moest hij het nog dichtnaaien, maar hij had geen naaigerei bij zich, dus -
Nick:
- vulde hij het gat maar met een flinke kluit modder die hij nog uit zijn darmkanaal kon vissen (want visgerei had Jantje natuurlijk wel bij zich).
Nadat Jantje zijn evenwichtsorgaan gerestaureerd had merkte hij dat hij nog steeds naar zijn beste inschattingsvermogen op zijn kop hing, hij besloot de buurt eens te verkennen en merkte vervolgens op dat de horizon wel erg vreemd omhoogliep, waar Jantje vandaan kwam liep die namelijk af waardoor je niet al te ver in de verte kon kijken gezien de verte in de verte in de verte dondert.
Hier echter liep de verte door in de verte en hij bleef omhoog lopen alsof Jantje zich in een gigantische bol bevond.
Het begon Jantje te dagen; hij was beland in het middelste van de aarde, alleen liepen hier mensjes rond, en als er eentje aan de andere kant van de wereld stond konden ze nog steeds naar elkaar zwaaien.
Jantje keek omhoog en constateerde dat deze theorie de juiste was, boven zijn hoofd krioelde duizenden mensjes die door de centrifugale kracht van het draaien van de aarde allemaal netjes tegen het plafond bleven kleven.
Jantje vond het allemaal maar iets te zereneus worden dus wroete hij een paar tegels uit het trottoir (dat hier trouwens geen trottoir heette maar $^%^$%^$#@@^^&$# maar goed dat doet er verder weinig toe) en gooide er een paar omhoog langs de zwaartekrachtskern van de planeet waarna die met groeiende snelheid omhoog bleven vallen tot ze met schattige kleine 'spelts'-jes enkele onderstebovenlopers transformeerden in een rode klontjespap-achtige substantie.
Enkele van de onderstebovenlopers retourneerden de geste en het begon aan Jantjes kant ook stoeptegels te regenen.
Binnen enkele seconden was de bevolking van het middelste van de aarde, of kortgezegd #^%^@$%-^$#^%$%^$#^%^@$%^$#^%^@$%^$#^%^^&$# %^$#^% gedecimeerd, waar Jantje niet echt van opkeek, er werden wel vaker complete beschavingen gedecimeerd in Jantje zonder Reclame verhalen.
Zoals natuurlijk hoort in dit soort verhalen was Jantje de enige die na de epische stoeptegeloorlog van #^%^@$%- ^$#^%$%^$#^%^@$%^$#^%^@$%^$#^%^^&$# %^$#^% nog overeind stond.
Van al die genocide had Jantje best honger gekregen dus hij haalde een sinaasappel uit een huidplooi die hij daar speciaal voor gekweekt had en werkte de vrucht naar binnen door het vruchtvlees te vermalen met zijn speciaal daarvoor geëvolueerde 'kiezen', hij zoog het sap en het vermalen vruchtvlees naar binnen, waar zijn slokdarm het voedsel geleidelijk richting zijn maag zou persen, waar zijn maagzuur geduldig lag te wachten om de sinaasappel te verteren.
De sinaasappel was het hier echter niet mee eens en nam een slinkse alternatieve route via Jantjes luchtpijp.
Jantje hoestte.
Jantje stikte.
Jantje ging hartstikke dood.
Wat deed Jantje toen?
Florian:
Jantje ging hartstikke dood.
Nu is het een goede tijd om even te wijzen op het feit dat sommige mensen een bijna-dood ervaring hebben meegemaakt.
Wellicht zou u kunnen denken dat ik een heel relaas ga geven terwijl Jantje in een innige doodstrijd met een sinaasappel verwikkeld is, overigens een sinaasappel van een onbekend merk.
Wel dat denkt u dan terecht, want dat ga ik ook doen.
Men moet echter wel, voor u mijn weinig verantwoordelijke gedrag beoordeelt, bedenken dat een auteur de tijd in handen heeft en dus een heleboel kan vertellen in een -voor Jantje- fractie van een seconde.
Waar was ik, oh ja.
Sommige mensen hebben een bijna-dood ervaring meegemaakt, welnu Jantje stond op het punt om nog iets mee te maken wat je maar één keer in je leven overkomt: een helemaal-dood ervaring.
Langzaam werd in de longen van Jantje alle overgebleven zuurstof uit de lucht gescheiden en toen was het over (daar zit wel een liedje in: het is over, -wat dan?- nou de jam- ja, er is nog wat jam over- nou dan neem ik nog wel wat).
Jantje was op weg naar de eeuwig jachtvelden.
of nee, wat moest Jantje nou op eeuwig jachtvelden, hij wist niet eens hoe een geweer eruit zag.
Jantje ging gewoon plat Westers dood!
Langzaam zag hij zichzelf opstijgen.
Zijn lichaam onder zich.
Toen kwam hij weer terug in zijn lichaam en werd hem door de astrale commissaris duidelijk gemaakt dat hij zijn lichaam pas mocht verlaten als hij officieel dood en alle papierwerk gedaan was.
Er zat nog een fractie leven in het lichaam van Jantje, een paar aderen die wat bloed heen en weer stuiptrekte, wat elektrisch residu in z'n hersenen, erg weinig leven,maar niettemin wel leven.
dus zat Jantje mokkend te wachten tot hij echt dood was en überhaupt pas aan het papierwerk mocht beginnen, waar hij meer dan twee uur mee bezig was, wat op zich niet zoveel zou moeten uitmaken, want wat zijn twee uurtjes op de eeuwigheid, maar waar hij wel flink geïrriteerd van raakte.
Allerlei formulieren zaten erbij: Inschrijving in de BurgerLijken stand, officiële afstanddoening van het lichaam, verklaring dat u zich als astraal lichaam zult ophouden op de daarvoor aangewezen plaatsten, verklaring dat u zich zonder toestemming niet zult inlaten met de praktijken van de levende mens (een vergunning, was zo duur dat deze alleen is weggelegd voor de astraal begaafden) ,enzovoort enzovoort.
Toen het allemaal achter de rug was, was Jantje helemaal gaar.
Het leek wel branden in de hel.
Met een zucht stapt hij z'n lijf uit.
Van het romantische idee van langzaam opstijgen en je lichaam onder je zien was niets meer over.
Jantje wilde de helweg naar het (buiten)oppervlak van de aarde nemen,dus...
Nick:
floot hij naar een heltaxi, jammer genoeg werd de taxi grotendeels gevuld door het wanstaltige lichaam van een extreem tochtige vrouwtjesduivel, Jantje had zich altijd al afgevraagd hoe duivels er nou in het echt uitzagen en werd toch een beetje teleurgesteld, oke de taxichaufeuse had wel de doorsnee hoorntjes en vleermuisvleugeltjes maar die zaten naar Jantjes beste inzicht helegaar op de verkeerde plekken gemonteerd.
'Was ik maar dood' dacht Jantje terwijl hij zijn xxxxx voelde xxxxx in de duivelin haar xxxxx, uiteindelijk kon Jantje zich vastbijten in één van de vele vetkwabben die voorbijzweefden tijdens het wonderlijke extramortale liefdesspel tussen de twee post-organismen.
Hij beet een huidflap open en kroop naar binnen volgens zijn vertrouwde systeem van eten en poepen en dacht onderwijl bij zichzelf dat dit verhaal wel erg goed moest verkopen mocht het ooit op de markt komen, het had immers alle broodnodige ingrediënten om de doorsnee nederlander te boeien; sex, geweld en big brother (geduld, die scene komt pas later in het verhaal).
Jantjes niet-al-te-ter-zake-doende overpeinzingen werden plotseling geïnterrumpeerd door een steekvlam die zomaar uit het niets scheen te komen en te laat realiseerde onze jonge held zijn vreselijk lot; hij was in het verteringstelsel van de (nog steeds) duivelin terechtgekomen en door al dat gegraaf in haar lichaam was haar maagzuur vreselijk gaan opspelen (dat heb ik zelf nou ook altijd als er mannetjes in mijn lichaam graven).
Jantje hoorde plotseling aan alle kanten jammerende stemmen en keek eens om zich heen, 'goh' dacht Jantje, 'dat is al de tweede keer vandaag, dat is iets om op je oude dag aan je kleinkinderen te vertellen'.
Hoe dan ook, Jantje keek om zich heen en zijn oculaire lichtreceptors registreerden een heleboel duiveltjes en duivelinnetjes die allemaal in de maagzuur rondzwommen op zijn netvlies en deze stuurde dit beeld door naar zijn hersenen, dit proces duurde bij Jantje iets langer dan bij andere mensen en na 23 minuten en 8 seconden trok Jantje de conclusie dat hij was terechtgekomen in de uhm..
Hoe noem je dat ook al weer?
Florian:


Hij was in de sub-hel terecht gekomen, bedacht hij na enig nadenken (het bordje in de wand met 'dit is de sub-hel' kan ook geholpen hebben).
Dat wil zeggen de hel van de hel.
Het duurde even -13 minuten en 32,8 seconde- voordat Jantje zich realiseerde dat hij in berucht gezelschap terechtgekomen was.
De sub-hel was immers waar je heen gestuurd werd als je zelfs in de hel nog aan het zondigen was en dan was je een echte zware jongen of meisje, tenminste iemand wiens intenties niet helemaal zuiver waren.
De duiveltjes die in het maagzuur rondzwommen zagen er dan ook bijzonder angstaanjagend uit, lachten met van die gemene geniepige hoge stemmetjes, hadden van die immer gemeenkijkende oogjes, en waren op behalve op hun handen ook op de meest absurde plekken voorzien van onnodig scherpe punten en haken.
Dit waren, concludeerde Jantje, niet de soort wezentjes waar je even een beschuitje mee ging eten.
De gehele omgeving zag er in het algemeen ook niet uit als een vakantiebestemming.
De muren waren uit verschillende tinten rood weefsel gegroeid, en op verschillende plekken flikkerde het licht van vuur.
Dit was waarlijk een hels oord, of nee, nog erger natuurlijk.
Jantje vond het vooral warm.
Wat hij zich tegelijkertijd onbewust afvroeg was waarom ze deze sub-hel, gehuisvest hadden in de maag van een tochtige vrouwtjesduivel, op zich niet de meest vanzelfsprekende plaats.
Je zou toch verwachten dat de gang van de hel naar de sub-hel voorzien was van een lange boulevard met vuren en verschrikkelijke monsters aan de zijkant en dan een soort equivalent van sint Pieter aan het eind die je noteerde in een boek en dan de sub-hel in trapte (wat pijnlijk zou zijn omdat hij sandalen van vuur aan zou hebben), maar niets daarvan.
Wel een roodbrandende maag met toch wel angstaanjagende figuren, maar geen duidelijke ingang.
Jantje had het lichaam van de vrouwtjesduivel tijdens het liefdesspel goed kunnen bekijken maar had niets opgemerkt dat een ingang naar de sub-hel zou kunnen indiceren (andere ingangen worden discreet buiten beschouwing gelaten).
De vraag hoe men dan, behalve op Jantjes manier, nog in de sub-hel zou kunnen verzeilen bleef voorlopig onbeantwoord.
Over het verschijnsel dat de inhoud van de sub-hel, met deze grote maagzaal, en waarschijnlijk nog wel meer zalen, veel groter was dan die van de vrouwtjesduivel waar het toch in zat, dacht Jantje niet veel na.
Het was toch duidelijk? Dat is altijd zo in dit soort post-wereldse plekken.
Er kan naar hartelust gespeeld worden met natuurwetten die wij voor vast aannemen.
De net beschreven gedachtegang die Jantje doorliep toen hij zich had gerealiseerd dat hij in de sub-hel terechtgekomen was, was aanzienlijk sneller voorbij (3 seconde en 32 honderdste)dan de tijd die hij nodig had om prikkels binnen te krijgen.
Men zou hieruit kunnen concluderen dat Jantjes geen kampioen was in het accumuleren van informatie, maar geniaal in de buurt kwam als het ging om het verwerken daarvan.
Dat Jantje tijd won met snelle verwerking, was positief te noemen, het maagzuur waar hij op het moment in rondplonsde begon aan zijn opperhuid te vreten.
Jantje zwom naar de oppervlakte en probeerde omhoog te klimmen aan de zachte warme smeuïge wand van de maag.
De duiveltjes die nog altijd rondzwommen in het zuur leken zich niet om hem te bekommeren.
Toen Jantje enkele vergeefse pogingen gedaan had om zich aan de gladde wand op te trekken, schoof er een paar meter naast hem, even boven de maagzuurspiegel, een deur open.
Alhoewel hij in het weefsel ingebed zat, ging deze deur open als een degelijk Duitse liftdeur van metaal.
Een vreemd wezen stak zijn hoofd door de deur en zei op een vrolijke toon: 'hoi!' Jantje was op zijn zachtst gezegd verbaasd.
Geen schreeuwende grote monsters, geen lachende Elzebubben, geen vuur.
Hij betrapte zichzelf erop zelfs een beetje teleurgesteld te zijn.
'kom binnen!', vervolgde het figuur Beduusd klauterde Jantje door de deur.
Het was bij de deur te zien dat de maagwand slechts een halve meter dik was en daarachter begrensd door een metalen wand.
Daar weer achter begon een gewone gang, met -vond Jantje - bijzonder lelijk bloemetjesbehang.
In het spaarlamplicht was het wezen dat hem binnen had gelaten goed te zien.
zijn gestalte was menselijk en ook zijn gezicht had daar iets van weg, met het verschil dat het teveel had.
Zijn gezicht had allerlei rare ribbels en randen op de neus, voorhoofd en wangen.
Jantje, verziekt door de media en tv, noemde het in gedachten het star-trek syndroom.
'Welkom', sprak het wezen.
'Ik ben Peter-Jaap', sprak het wezen dat Peter-Jaap bleek te heten en dus; sprak Peter-Jaap, 'Excuses dat we je zolang in de sappen hebben laten rondzwemmen maar het was niet geheel duidelijk of je goedgezind was.
We hebben hier in het geheim iets opgebouwd waar we erg voorzichtig mee moeten zijn.
Wij zijn WaTeR, ofwel het verzet in de hel.
Een tijdje geleden is er onder de wakers een muiterij ontstaan tegen de benarde werkomstandigheden en de erbarmelijke omstandigheden waaronder de gedetineerden worden vastgehouden.
En nu hebben wij ons hier verschanst.
' 'Gedetineerden? Muiterij? Werkomstandigheden?', stameldede Jantje verbaasd terwijl het laatste beetje zuur door de auto-dryer van hem afgeblazen werd.'…….
Nick:
'Werkverichters aanziens Ten equivelant Rechtsmatigheid ja', ging de Peter-Jaap onverstoorbaar door, 'Wij verzetten ons, zogezegd, tegen de Boze door georganiseerde stakingen'.
Hij wees op een beeldschermpje.
'Dit orgaan hier, bijvoorbeeld, de Darmen van de Sub-Hel, zijn op dit moment in overleg met onze vertegenwoordigers.
Wij hopen hen zo ver te krijgen dat zij ons doel steunen, met hun aan onze zijde zijn wij in staat behoorlijk wat tegengas te geven aan onze meerderen.
Uiteindelijk streven wij naar een georganiseerde staking van alle organen van de Sub-Hel!' Peter-Jaap leek gevuld met een innerlijk licht dat door twee openstaande venstertjes in zijn voorhoofd duidelijk te zien was, toen sloot hij de venstertjes en leek hij iets tot rust te komen.
Jantje was inmiddels druk bezig zijn graaf en eettechniek toe te passen op zijn linker neusholte en voelde zich iets beter op zijn gemak.
'Wie is de Boze precies?' vroeg hij zich hardop af aan Peter-Jaap.
'Dat is de Sub-Duivel', antwoordde desbetreffende, 'Sub-Satan zogezegd, of feitelijk; de Schoonmoeder van Satan.
Zij slaat alle onderhandelingspogingen met onze vakbond af, vandaar het Verzet.'
'Ah,' zei Jantje, 'nou, in ieder geval bedankt dat je me hebt gered van het zuur enzo.'
'Tja', ze Peter-Jaap, 'nu je daar over begint, ik bedacht me zo, mischien kun je iets voor ons terugdoen?' Daar moest Jantje toch wel zo'n 0,0383 seconden over nadenken.
'Tja,' zei Jantje, 'aangezien ik het aan jullie te danken heb dat ik nu niet compleet misvormd ben-' Jantje werd ongeveer zon 3 seconden onderbroken door een nogal mechanisch klinkend geluid van een lachend publiek.
Hij keek even gedesoriënteerd om zich heen en ging verder; Uhm, ben ik het jullie wel zo'n beetje verschuldigd, denk ik.'
'Mooi,' zei Peter-Jaap, 'Het is de bedoeling dat je infiltreert in de Darmflora van de Sub-Hel, een mysterieus gebied waar we al enkele spionnen naartoe hebben gezonden maar vreemd genoeg is er nooit iemand teruggekomen.
Jij bent momenteel de enige in onze organisatie die vervangbaar genoeg is om naar dat gebied te sturen.'
'Vandaar', zei Jantje, 'En moet ik daar in mijn eentje heen?' 'Natuurlijk niet,' bezweerde Peter-Jaap, 'Je hebt immers een gids nodig.
' Hij blies hard op wat bij een gewoon mens voor vingers hadden moeten doorgaan (in Peter-Jaap's geval kon je het beter 'plantaardig-achtige tentakels met slijmachtige pulserende galporieen' noemen, bij gebrek aan een beter woord dan) en een erg blij uitziend waspoeder-achtig wezentje hobbelde tevoorschijn.
'Dit hier is (...), (...) dit is Jantje.
' 'Hoi Jantje,' zei het poederachtige wezentje en trachtte Jantje een hand te geven, Jantje schudde (...) olijk de hand en besnuffelde het handje poeder dat in zijn hand achterbleef nieuwsgierig, het rook ietwat zwavel-achtig.
'Aangenaam,' zei Jantje, 'Trouwens meneer Peter-Jaap, heeft er ooit iemand geprobeerd te ontsnappen uit de sub-hel?' Peter-Jaap keek Jantje bevreemd aan, 'ontsnappen?', hij proefde het woord en concludeerde dat hij het niet lekker vond smaken, 'als je iets eindelijk snapt is het toch juist zonde om die kennis weer te ontberen?'.
Hij keek Jantje kritisch aan en Jantje moest toegeven dat hij daar wel de redelijkheid van inzag.
(...) kruimelde behendig Jantjes kant op en keek hem guitig aan met twee vreemd poederig glanzende oogjes.
'Darmflora deze kant op,' hij wees naar een gat in de vloer gevuld met een erg kwalijk riekende vloeistof.
'Daarin?' vroeg Jantje en (...) knikte.
'Het is niet ver, ongeveer een uurtje zwemmen, je hoeft je adem niet in te houden want je bent toch al dood,' verkondigde het hoopje stof welgehumeurd.
'Tsja..
,' Jantje zoog eens op zijn lippen, 'raakt jouw moleculaire structuur niet uit elkaar als je in dat water springt, (... )'? 'Natuurlijk niet,' verzekerde hij Jantje, 'Ik draag immers dit duikerspak'.
Mokkend stapte Jantje in de kleverige vloeistof en kneep, meer om de geur dan om het water uit zijn longen te houden, zijn neus dicht.
Eenmaal onder water zwommen ze door een ronde buisvormige gang met voor Jantje zeer bekend ogende rode, pulserende wanden.
Af en toe kwam er een groepje kwebbelde rode bloedlichaampjes voorbij, die waren best aardig, vond Jantje, een van hen had hem zelfs een snoepje gegeven dat een beetje naar vrouwelijk orgasme smaakte.
Jantje en zijn nieuwe maatje (...), gehuld in een geraffineerd ensemble van rubber afgezet met roestvrij staal en enkele opvallen gedurfde schroef-accenten, namen even 5 minuutjes de tijd om tot rust te komen op een kleine bloedprop, dat voortdurende tegen de stroom inzwemmen ging je nou eenmaal niet in je koude kleren zitten.
Nu zou ik eigelijk terloops moeten opmerken dat Jantjes kleren helemaal niet bijster koud waren, en het enige wat er in bleef zitten bloedplasma was maar dat laat ik even achterwege om de snelheid niet uit het verhaal te halen.
Dat schijnen lezers af en toe nog wel eens als irritant te ervaren als de verteller tijdens een spannende verhaallijn op een stomzinnig onderwerp blijven hakkelen terwijl de lezer zich zit af te vragen wat er toch in sub-helsnaam hierna gaat gebeuren met hun favoriete helden (waarschijnlijk Jean-Luc Picard of Anakin Skywalker, mijn eigen favoriete held is Frodo Baggins dat kleine opdondertje uit Lord of the Rings, een boek van J.R.R. Tolkien, maar dat terzake, in dit verhaal gaan we er even van uit dat Jantje en (...) je favoriete helden zijn).
Hoe dan ook, Jantje en (...) zaten rustig een banaantje te eten op een bloedprop toen plotseling...
Florian:

Een blauwe rode bloedcel even verder in de ader om de hoek om kwam scheuren.
Jantje zat net te knabbelen op iets dat moest doorgaan voor een broodje ham (en hij moest toegeven het smaakte ook nog bijna hetzelfde, op het kloppende vlees na dan) en (…) floot het theme song uit M.A.S.H.
toen het brommende geluid van de aanrijdende cel hen opschrok.
De vaardigheid waarmee het ding langs de massa rode bloedcellen werd gestuurd wekte verwondering op bij Jantje.
Toen de blauwe rode bloedcel dichterbij kwam ontwaarde Jantje op het blauw witte symbolen die hem deden denken aan hebreeuws.
'kut, de politie' schrok (…) op.
'aaa!' dacht Jantje, 'de politie dus.' 'Act Casual!' 'wat?!' reageerde Jantje verbaasd.
' 'Doe gewoon' , maar dan in het Engels, dat klinkt veel koeler' Zoals al gezegd het was helemaal niet koud en was hier daarom enkel sprake van een metaforische temperatuurdaling.
De blauwe rode bloedcel die dus een politie bloedcel bleek te zijn kwam met piepende celmembranen tot stilstand bij de bloedprop waarop Jantje en (…) rustig zaten uit te rusten.
Er stapten twee schepsels uit die iets weg hadden van druppels water, maar dan stroperiger en met allerlijk caleidoscopische kleuren binnenin.
Beide schepsels hadden een petje op, wat er een beetje absurd uitzag, omdat er niet significant een hoofd aan te wijzen was waar het petje op zou moeten zitten.
'Goedenmiddag heren, wat zijn wij aan het doen?', zei een van de twee druppels op een toon die deed vermoeden dat hij z'n vrouw al tijden verdacht van overspel maar het niet kon bewijzen en daarom zijn agressie maar ging botvieren op (betrekkelijk) onschuldige individuen.
Om het kort te houden wordt er niet ingegaan op de details omtrent het wijze van praten van de druppelwezens.
wat -kan ik verklappen- een interessant maar ingewikkeld proces is.
Voor verdere informatie zie teletekst pag.623.
'Wat wij aan het doen zijn?' zei Jantje, 'Nou, wij zitten op deze bloedprop en u vraagt ons wat wij aan het doen zij.
Op zich wel raar.
U kunt beter vragen: 'wat zijn jullie aan het doen', want wat u zelf doet is voor u toch duidelijk.' De agentdruppel fronste (don't ask).
'mag ik u vragen wat u hier doet?' 'ja hoor, dat mag u.', counterde Jantje en bleef vervolgens stil.
Op dat moment begon de agent te koken.
Leuk om op te merken is dat dit koken nu eens niet metaforisch gebruikt is maar dat de agent, zijnde een druppelachtig wezen, echt begon te koken.
Doch was dit geen leuk gezicht en leverde Jantje bovendien een paar brandplekken op.
Terwijl de agent werd gekalmeerd door zijn partner gebaarde (…) Jantje rustig aan te doen.
De agent draaide zich weer naar Jantje en (…) toe.
Jantje was er nu vrij zeker van dat, als de agent een mens was geweest en geen druppel, hij een grote kin en kleine schuine oogjes had gehad.
'Goed, mogen we dan u identiteitskaarten zien'? Om het verdere verloop van het verhaal te kunnen begrijpen is het nu nodig om even onze aandacht te vestigen op een tafereeltje dat zich rond de eeuwwisseling (1900) afspeelde in een arbeiderswijk in Den Haag.
Op een dag in het begin van de lente, zo'n dag dat de zon telkens verschijnt en weer weg gaat, heeft een jonge vrouw van haar zuur verdiende geld een nieuwe jurk gekocht.
Een mooie jurk, zo vindt zij zelf.
Omdat zij zo blij is met haar nieuwe jurk, wil zij deze laten zien aan haar vriendin die bij de kruidenier op de hoek werkt.
Onderweg vergeet zij in haar enthousiasme enkele keren collega's uit de fabriek te groeten.
Bij de kruidenier aangekomen stormt zij naar binnen, alwaar eenieder haar raar aankijkt.
Haar vriendin staat niet achter de toonbank, maar schept net twee pond kruidnagelen op voor een klant, waarbij ze zich afvraagt wat een klant daar nou mee zou moeten.
Half gillend laat het meisje haar jurk zien, waarna haar
Met citaat reageren
Advertentie
Oud 03-09-2001, 15:58
stroopwafel
Avatar van stroopwafel
stroopwafel is offline
ik ben nog niet op de helft en (sorry als dit heel lullig klinkt) ben niet van plan om verder te lezen. het is voor zo'n onzin gewoon te lang..
__________________
de havenmeester is ook niet perfect, maar zolang de worst vliegt, heerst de bloemkool de wereld..
Met citaat reageren
Oud 04-09-2001, 20:44
Chloe Siere
Chloe Siere is offline
jaaaaaa, zo lang?!
Met citaat reageren
Oud 05-09-2001, 09:05
Verwijderd
maar... we zitten pas op het 5e hoofdstuk, er zijn er in totaal 18!
Met citaat reageren
Advertentie
Reageren

Topictools Zoek in deze topic
Zoek in deze topic:

Geavanceerd zoeken

Regels voor berichten
Je mag geen nieuwe topics starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag geen bijlagen versturen
Je mag niet je berichten bewerken

BB code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit

Spring naar


Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 18:17.