Door gebruik te maken van Scholieren.com of door hiernaast op ‘akkoord’ te klikken, ga je akkoord met onze gebruiksvoorwaarden en geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Als je niet alle cookies wilt toestaan, ga dan naar ‘instellingen aanpassen’ om dit in te stellen. Ben je jonger dan 16 jaar? Zorg dan dat je toestemming hebt van je ouders om onze site te bezoeken. Hier lees je alles over hoe wij omgaan met je privacy.

Oud 20-12-2003, 15:48
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
Ik heb het verhaal in de ik-vorm geschreven, dit vind ik wat mooier. Ik hoop dat er meer mensen zo over denken Van mij mag er op het andere topic een slotje. Commentaar is natuurlijk weer welkom!!
Hieronder het eerste deel.



Ik klap de deur achter me dicht. Ik gooi mijn tas onder de kapstok, doe m'n spijkerjasje aan het haakje en bekijk mezelf in de spiegel. Meid, wat zie je er weer geweldig uit vandaag. Door de harde wind hangen alle blonde lokken die ik ’s ochtends had vastgemaakt in een staart, los langs m'n gezicht. En omdat het ook nog eens regent, zit de mascara verspreid over m'n hele gezicht. Ik strijk de haren uit m'n gezicht en loop naar de huiskamer. 'Eerst maar eens een glas cola,' zeg ik hardop tegen mezelf, terwijl ik in de koekjestrommel graai. Omdat mijn ouders beide werken en mijn zusje op de opvang zit, kan ik lekker doen waar ik zelf zin in heb. Mijn zusje Fenna is veertien en verstandelijk gehandicapt. Ze heeft het niveau van een kind van vier, en ze praat met het niveau van een kind van twee. Omdat mijn ouders beide werken, gaat Fenna naar een speciale opvang voor kinderen met een verstandelijke handicap. En dus ben ik tot ongeveer 6 uur ’s avonds alleen thuis, en dat vind ik helemaal niet erg. Zo kan ik beter mijn huiswerk maken, mocht ik daar zin in hebben. Maar ik kan natuurlijk ook lekker lang internetten en de muziek keihard aanzetten. Maar soms mis ik het ook wel hoor, dat mijn ouders er niet zijn, als ik bijvoorbeeld een rotdag op school heb gehad. Dan heb ik zin om met iemand te praten, en dan is er niemand. Maar vandaag vind ik dat dus helemaal niet erg. Ik ga op de bank liggen, zet de tv aan en begin een beetje te zappen. Bij MTV laat ik hem staan. Voorlopig…

Rond zes uur komen m'n ouders en Fenna thuis. Het hele huis is meteen gevuld met lawaai. Zo te horen is Fenna niet in een goed humeur.
‘Hee Fenna, hoi pap en mam!’ zeg ik.
Het enige wat ik terugkrijg is een boze blik van Fenna, lekker dan. Mijn ouders reageren niet eens, zo druk hebben ze het met zichzelf.
‘Wanneer moeten we de boodschappen doen dan? En ik moet Fenna nog in bad doen en vanavond komt Monique ook nog!’ Roept mijn moeder vanaf boven.
‘De boodschappen kunnen wel wachten tot morgen, en misschien wil Britt Fenna wel in bad doen, dan heb jij alle tijd voor Monique’ roept m'n vader terug.
Monique is de vriendin van mijn moeder. Al ontzettend lang. De dochter van Monique, Christine, is mijn beste vriendin. Met haar kan je echt alles bespreken, ze weet dan ook alles van mij.
‘Ja oké, ik doe Fenna wel in bad dan.’ zeg ik.
‘Dank je Britt, dat is lief van je.’ zegt mijn vader.
‘Kom je trouwens aan tafel? Het eten is klaar.’zegt hij.
‘Ja dat weet ik pap, ik heb het klaargemaakt weet je nog?’ antwoord ik.

Onder het eten hebben mijn ouders het over hun werk. Dat interesseert me dus echt helemaal niks, ik weet toch niet waar het overgaat. Als ik wil vertellen dat ik vandaag een 7,5 op Engels heb gehaald, begint m'n zusje te praten. Ze praat gewoon over mij heen!
'Hallo, ik was aan het praten?' probeer ik nog, maar het heeft geen zin.
‘Wacht even Britt, laat Fenna eerst even praten.’ zegt m'n moeder.
Ik zucht, duidelijk hoorbaar, en eet verder. Zo gaat het nou altijd. Fenna wordt altijd voorgetrokken, het maakt niet uit wanneer, waarom en waar. Fenna mag altijd eerst. En daar ben ik helemaal spuugzat van. Het gaat er niet om dat ik nu moet wachten met vertellen, het gaat er gewoon om dat ik ALTIJD op de tweede plaats kom. Het is net alsof papa en mama minder van mij houden, maar ik weet zelf ook wel dat dat niet zo is. Fenna heeft gewoon meer aandacht nodig, en dat moet ik maar respecteren.

Als ik Fenna na het eten in bad wil doen, merk ik dat dat toch niet zo makkelijk is als ik dacht. Fenna houdt er helemaal niet van om in bad te gaan, en dat laat ze duidelijk merken. Ik snap ook niet waarom pap me niet helpt, hij is toch veel sterker dan ik? Als ik Fenna eindelijk in bad heb gekregen, is Fenna al zo kwaad dat ik een grote plens water in mijn gezicht krijg. Ik heb moeite om me in te houden, en niet kwaad te worden. Want ik weet dat dat het alleen nog maar erger maakt. Maar als ik Fenna shampoo in haar haar wil doen, en Fenna zo hard in de fles knijpt dat de inhoud door de hele badkamer vliegt, wordt het me te veel.
‘Verdomme Fenna, kijk nou wat je doet!’ schreeuw ik.
‘Alles zit er helemaal onder, en wie moet dat weer opruimen? Juist ja, ik! Ik probeer hier verdorie zo mijn best te doen, en het enige wat ik van jou krijg, zijn boze blikken en shampoo in mijn ogen! Ik heb er helemaal genoeg van, je ziet maar hoe je eruit komt! En je ruimt het allemaal zelf op!’ Boos sla ik de badkamerdeur dicht.
Als ik naar m'n kamer loop, hoor ik Fenna huilen. Maar ik heb geen medelijden, het is haar eigen stomme schuld. Door al het lawaai komt m'n moeder naar boven.
‘Wat is er hier aan de hand?’ roept ze.
Ze loopt de badkamer in, en loopt naar Fenna toe.
‘Och meissie toch, wat is er aan de hand? Kom maar bij mama.’
Ze werpt een boze blik naar mij en zegt:
‘Was dit nou nodig? Kijk nou eens wat voor bende het is. En Fenna is helemaal overstuur!’ Fenna begint nog harder te huilen.
‘Ik kon er niks aan doen, Fenna werd boos op mij omdat ik haar haar wilde wassen, en wie krijgt het weer op de schuld? IK! Ik heb het altijd gedaan! Sorry hoor, dat ik besta!’ schreeuw ik.
Ik stamp naar mijn kamer en sla de deur met een klap achter me dicht. Ik zet de tv aan en laat hem staan op MTV. Alweer…

De volgende ochtend word ik veel te laat wakker. Ik moet om half acht op m'n fiets naar school zitten, en het is nu al kwart over zeven! Ik spring m'n bed uit, grijp de stapel kleren van m'n stoel en ren naar de badkamer. Op slot.
‘Mam? Ben je bijna klaar? Ik ben al veel te laat, kan ik er zo bij?' vraag ik.
‘Sorry Britt, maar je moet nog even geduld hebben. Fenna heeft in haar luier gepoept en alles zit eronder…’
Nee hè, dat ook nog. Dan maar niet douchen, ik heb nu echt geen tijd meer om te wachten.
‘Laat maar mam’, zeg ik daarom, ‘ik heb geen tijd meer dus ik ga naar school nu.’
‘Fenna meisje, werk nou even mee, je smeert alles eronder zo!’ is het antwoord van m'n moeder. Dan niet, denk ik en ik loop naar beneden. Daar smeer ik snel een boterham met jam, die eet ik straks op de fiets wel op. Ik kijk in de spiegel, kam mijn haar, en doe er twee speldjes in, terwijl ik tegelijkertijd mijn tas pak.
‘Ik ga mam, doei!’ Geen reactie. Die is weer te druk met Fenna bezig.

Christine staat al op de hoek te wachten.
‘Sorry dat ik zo laat ben Chris, maar ik heb de wekker in m’n slaap uitgedrukt’ verontschuldig ik mezelf.
‘Geeft niks hoor, kan gebeuren! Net alsof ik altijd op tijd ben’ lacht Chris.
Dat is waar, denk ik bij mezelf. Meestal is Chris diegene die te laat komt. Het is ook zo’n chaoot. Wat dat betreft verschillen Chris en ik ontzettend van elkaar. Ik ben een perfectionist, alles moet precies zo gaan zoals ik het in gedachten heb. Als dat niet het geval is, ga ik net zolang door tot het goed is. Chris daarentegen maakt het helemaal niks uit. Als zij een onvoldoende haalt doet dat haar niks. Dat haalt ze wel weer op bij de volgende toets, zegt ze. Terwijl ik dan meteen in de stress zit of ik wel overga! Nou ja, het verschil moet er zijn natuurlijk.
‘Britt? Contact?’ Ik schrik op uit mijn gedachten.
‘Uh, zei je wat?’
‘Nou ja, ik heb nog maar drie keer gevraagd of je morgen ook mee gaat kleren kopen met Mark en mij.’ Mark is de broer van Chris, één jaar ouder, en Chris en Mark kunnen onwijs goed met elkaar overweg.
‘Ja, sorry, natuurlijk ga ik mee! Gezellig, en ik moet trouwens nog een leuke broek hebben, dus het komt goed uit!’ zeg ik. Als we op school aankomen is de bel net gegaan. Snel proppen we onze jassen in het kluisje en haasten ons naar wiskunde.

Als mijn ouders en Fenna ’s avonds thuiskomen is het meteen duidelijk dat er iets aan de hand is. Zo te zien hebben ze ruzie. Nou dat wordt dan weer gezellig vanavond, denk ik bij mezelf.
‘Hooooi mensen van het goede leven!’ probeer ik opgewekt. ‘Leuke dag gehad?’
‘Britt hou even op met die grapjes, we hebben het ontzettend druk, en we wilden vanavond nog even langs oma gaan, maar daar heeft je vader geen zin in. Die heeft het natuurlijk weer veel te druk met zichzelf, en geen tijd en zin om bij zijn eigen moeder langs te gaan.’ zegt m'n moeder boos.
‘Praat voor jezelf’ mompel ik.
‘Wat zeg je?’vraagt m'n moeder.
‘Ik vroeg wat we gingen eten.’ verzon ik snel.
‘Nou we hebben maar even snel patat opgehaald want we hebben nou echt geen tijd meer om te koken. Jij kan vanavond Fenna wel op bed brengen?’
Ik heb geen keus, denk ik.
‘Ja, dat kan wel, maar ik hoef haar toch niet in bad te doen?’ zeg ik in plaats daarvan.
‘Tat! Tat!’ Fenna kraait het uit van plezier. Ze is dol op patat, als je haar ergens blij mee kan maken is het wel patat, met een frikadel natuurlijk.
Als mijn ouders weg zijn, zit Fenna nog aan tafel, onder de mayonaise. Maar ze is in een goed humeur, dat scheelt. Dat kwam namelijk niet zo vaak voor, nu ze in de puberteit zit. Als Fenna in een goed humeur is, heeft dat meestal ook invloed op het humeur van mij. Nu ik mijn zusje daar zo zie zitten, lachend en onder de mayo, besef ik me dat ik ontzettend veel van haar hou. Fenna is misschien wel ontzettend moeilijk en vervelend, maar ze heeft natuurlijk ook een ontzettend lieve kant. Zo kan Fenna haar 'grote zus' niet missen. Ook al ben ik maar een paar dagen weg, Fenna mist me ontzettend. Wel jammer dat ik daar nooit wat van merk als we samen zijn.

Als ik Fenna heb schoongemaakt en de hele zooi heb opgeruimd, zet ik Fenna voor de tv en begin ik aan de afwas. Na de afwas kijk ik op de klok; het is alweer acht uur!
‘Kom Fenna, ga je mee op bed? Het is al heel laat!’
Fenna stribbelt een beetje tegen, maar gaat uiteindelijk toch maar mee. Ze moet op bed gebracht worden als een klein kind. Haar tanden moeten worden gepoetst, je moet haar pyjama aandoen en omdat ze niet zindelijk is, ook nog een luier omdoen. En dat laatste is een heel gedoe. Maar het lukt me, en om half negen ligt Fenna in bed. Nu heb ik eindelijk tijd om die goede film te zien, waar iedereen het over had op school.

De volgende ochtend heb ik met Christine en Mark om elf uur afgesproken in het winkelcentrum. Ik ben er -natuurlijk- op tijd, Chris en Mark komen -natuurlijk- een kwartier te laat. Maar ach, wat maakt het uit.
‘Heeee Britt! Sorry dat we zo laat zijn, maar…’
‘Je was je portemonnee kwijt..?’ vul ik mijn vriendin lachend aan.
‘Ehm… Ja, zoiets’, lacht Chris.
‘Nee hoor, ze was haar portemonnee helemaal niet kwijt, en we waren ook bijna op tijd, maar toen moest Chris “opeens” nog naar de wc, een kaart schrijven, en een andere broek aantrekken.’ zucht Mark. Chris geeft haar broer een stomp.
‘Gaan we nou eindelijk winkelen?’ zegt ze. Lachend lopen we met z’n drieën de winkelstraat in.

Ik vind het ontzettend gezellig. Ik heb al een hele tijd niet meer gewinkeld, dat komt vooral omdat m'n moeder er geen tijd voor heeft. En àls ik met m'n moeder ga winkelen, gaat Fenna meestal mee. En daar vind ik dus niks aan. Daarom is het nu ook ontzettend gezellig.
‘Wat vind je van deze?’ Chris scheurt een witte broek zo hard uit het rek, dat de rest van de kleren er ook uit valt. Met een rood hoofd pakt Chris de kleren weer op en geeft de witte broek aan mij.
‘Pas maar even, hij staat je vast vet cool!’ Als ik de broek aan het passen ben, hoor ik Mark en Chris lachen. Die twee hebben echt de grootste lol samen. Dat mis ik echt. Een broer of zus waarmee je allemaal dingen kan doen, waar je mee kan lachen, en zo nu en dan eens even flink ruzie mee kan maken. Die dingen ken ik helemaal niet.
‘En, past ie?’ vraagt Chris nieuwsgierig. De broek zit voor geen meter en hij staat ook niet bepaald mooi.
‘Eh nee sorry, ik vind hem niet mooi.’antwoord ik. Voordat Chris kan zien hoe de broek staat, heb ik hem al weer uit getrokken. Ik heb trouwens ook helemaal geen zin meer. Die stinkende pashokjes en muffe winkels heb ik wel weer gezien.
‘Zo, wat kijk jij vrolijk zeg!’zegt Chris als ik het pashokje uitkom.
‘Ja ik heb het winkelen eigenlijk wel gehad, en heb ook wel genoeg gekocht. Maar daarom mogen jullie nog wel kijken.’ antwoord ik.
‘Nou nee, wij hebben het ook wel gezien. En ik heb honger!’ Mark wrijft over zijn buik.
‘Jij hebt altijd honger.’ zegt Chris. Mark prikt haar in haar zij, waarop Chris hem een zachte duw geeft. Lachend lopen ze voor me uit. En daar word ik niet echt vrolijker op. Mark komt naast me zitten in de Mac. Chris is aan het bestellen.
‘Wat ben je opeens stil, is er wat?’ vraagt hij.
‘Nee,’ zucht ik. ‘Nou ja, kijk, ik zie jullie de hele tijd lol hebben met elkaar en dat mis ik gewoon ontzettend. Ik kan dat niet met Fenna en ik zal het ook nooit met haar kunnen. Daar baal ik gewoon een beetje van, verder niet.’ Mark kijkt me aan.
‘Wij hebben ook wel ruzie hoor, heel vaak kunnen we elkaar gewoon niet uitstaan. Maar ik begrijp wel dat je het mist, dat zou ik ook doen. Maar Chris is toch ook als een soort zus voor je?’ Ik knik, en voel me meteen wat beter. Ik moet ook niet zo zeuren. Ik mag blij zijn dat ik een zusje heb!
‘Drie milkshakes, twee Happy Meals en voor de vreetzak onder ons: een super Big Mac Menu!’ Chris zet het dienblad met een klap op tafel.
‘Val aan! Ik kom zo!’ roept Mark. En met z’n drieën eten we in een recordtijd al het eten op.

Als ik thuiskom, zie ik onze auto naast het huis staan. Vreemd, denk ik. Normaal is mam rond deze tijd nooit thuis. Als ik het huis binnenkom, loopt m'n moeder net de trap af.
‘Mam, wat is er?’ vraag ik. Ze ziet bleek.
‘Fenna is ziek. De opvang belde om te zeggen dat we haar op moesten halen. Het gaat niet goed. De dokter komt zo.’ zegt ze. Ik schrik en voel m'n hart in m'n keel kloppen.
‘Mag…mag ik bij haar kijken?’ M'n moeder knikt.
'Eventjes.' Ik loop de trap op en duw zachtjes de deur van Fenna’s kamer open. Fenna ligt in bed, ze slaapt. Ze ziet ontzettend bleek. Ik ga voorzichtig op het bed zitten en aai Fenna zachtjes door haar haar. Fenna doet haar ogen open, maar het lijkt net alsof ze niks ziet. Ze staart maar een beetje in de verte. Dan komt er een gorgelend geluid uit haar keel, en ze geeft over. Dit ziet er echt niet goed uit, zeg ik hard op. Zo heb ik Fenna nog nooit gezien. Ik pak een doek om het braaksel op te ruimen. Als ik daarmee klaar ben, komt de dokter binnen, gevolgd door mam.
‘Ze was vandaag de hele dag al wat stilletjes op de opvang. Ze wilde ook niet eten, en wat ze at, kwam er meteen weer uit.’ vertelt m'n moeder aan de dokter.
‘Nu ligt ze al twee uurtjes op bed, ze slaapt bijna de hele tijd en ze wordt alleen wakker om over te geven.’gaat mam verder. De dokter onderzoekt Fenna, en als hij daar mee klaar is vraagt hij m'n moeder even mee te komen. Ik voel meteen dat het niet goed is. Ik probeer aan de deur te luisteren wat ze zeggen, maar ik versta er niet veel van. Na een paar minuten komt mam met betraande ogen binnenlopen.
‘Britt, Fenna moet met spoed naar het ziekenhuis voor verder onderzoek. Wil jij hier blijven en wachten tot papa thuiskomt?’zegt ze met trillende stem. Ik zie dat mam moeite heeft om zich in te houden, en niet te gaan huilen.
‘Ja…natuurlijk. Ik wacht hier wel op pap, en dan komen we daarna naar het ziekenhuis.’ zeg ik met trillende stem.
Als Fenna en mam met de dokter naar het ziekenhuis zijn, loop ik rusteloos door het huis heen. Wat zou er met Fenna zijn? Straks is het iets heel ergs! Na een half uur komt pap thuis. Hij had al met mama gebeld, en samen vertrekken we snel naar het ziekenhuis.

Onderweg naar het ziekenhuis is het stil. De radio is uit, ik zeg niks, en pap ook niet. Het lijkt een eeuwigheid te duren tot we er zijn. Als we na een kwartier bij het ziekenhuis aangekomen zijn, lopen we direct door naar de receptie.
‘We komen voor Fenna Thijssen. Waar kunnen we haar vinden?’ vraagt pap aan het jonge meisje achter de balie. Het meisje kijkt in de computer.
‘Ze zijn nog bezig met onderzoeken. Maar u kunt hier wel even wachten. Zodra ze klaar zijn, hoort u het van mij.’ zegt ze.
Stil gaan we zitten. Ik durf niks te zeggen. Op een of andere manier voel ik dat het niet goed is. Anders hoeft Fenna toch ook niet naar het ziekenhuis? En waarom zijn ze zolang met haar bezig?
Na een half uur gewacht te hebben, komt er een zuster op ons aflopen.
‘Meneer Thijssen?’vraagt ze. M'n vader knikt.
‘Wilt u even met mij meelopen?’ vraagt de zuster. Als ik ook wil opstaan om mee te gaan, houdt de zuster me tegen.
‘Wacht jij maar even hier.’ zegt ze.
‘Maar…’ probeer ik nog. Maar pap en de zuster zijn al weg.
Daar sta ik dan. Alleen. Waarom mag ik niet mee? Zou het zo erg zijn? Ik voel tranen opkomen. Snel veeg ik ze weg. Niemand hoeft me hier huilend te zien. Ik ga maar weer zitten en begin door een tijdschrift te bladeren, zonder dat ik wat lees. De minuten lijken echt uren te duren. Als m'n vader naar een kwartier terug komt, ziet ik het al: het is goed mis. Ik loop snel naar pap toe, en kijk hem vragend aan.
‘En, is er al wat bekend? Wat heeft ze?’
‘Ga even zitten Britt.’ zegt pap. De blik in zijn ogen zegt genoeg.

Pap gaat ook zitten.
‘Ze hebben Fenna een hele tijd onderzocht, want de dokter zag meteen dat het niet goed was. Ze had 40.2 graden koorts. Daarom moest ze ook zo snel naar het ziekenhuis. Hier hebben ze heel veel verschillende onderzoeken gedaan. Britt, luister…’ mijn vaders stem begint te trillen.
‘Fenna heeft een tumor. In haar hoofd. Een hersentumor dus.’ Er rolt een traan uit paps ooghoek. Ik begin ook te huilen.
‘Ze wordt toch wel beter?’ vraag ik. Pap haalt zijn schouders op.
‘Ze wordt zo snel mogelijk geopereerd. Zo kunnen ze bij de tumor komen en hem weghalen. Als hij goedaardig is.’zegt hij.
‘En als hij kwaadaardig is?’ vraag ik. Pap zucht.
‘Het is afwachten Britt, het is afwachten.’

Samen met m'n vader loop ik door de lange gang van het ziekenhuis. Bij kamer 176 staan we stil. ‘Hier is het.’ zegt pap. Ik loop naar binnen, gevolgd door mijn vader. Daar ligt Fenna. Het bed lijkt veel te groot voor haar. Wat lijkt ze zo klein, en kwetsbaar, denk ik. Ik ga naast mam voor het bed zitten.
‘Hoe is het met haar?’ vraag ik aan haar. Ik heb geen idee wat ik anders moet zeggen.
‘Ze slaapt nu. Morgenochtend wordt ze geopereerd. Ze heeft veel rust nodig nu.’antwoordt mam alsof ze er niet eens bij nadenkt. Volgens mij heeft ze helemaal niet door dat ik er ben. Ik kijk m'n vader aan.
‘Britt, is het goed dat je vannacht bij Christine blijft slapen? Mama en ik blijven liever bij Fenna.’ Ik knik. Weer voel ik tranen opkomen. Verdorie, hou je nou eens goed! Ik dwing mezelf om niet te gaan huilen.
‘Dan breng ik Britt nu naar Monique, ik ben binnen een half uur weer terug.’zegt pap. Mama knikt. Ik loop naar Fenna en geef haar zachtjes een kus op haar voorhoofd. Ze voelt warm aan. Ook geef ik mama een kus. Snel loop ik de kamer uit. Ik heb frisse lucht nodig.
Als Christine de voordeur opendoet kan ik me echt niet meer inhouden. Huilend omhels ik Chris.

‘En hoe gaat het nou verder met Fenna?’ Christine, Mark en ik zitten op Chris haar kamer.
‘Ik weet het echt niet. Ik weet ook helemaal niks over hersentumoren, hoe gevaarlijk het is enzo. Ik weet alleen dat de tumor niet kwaadaardig moet zijn.’ zeg ik. Chris kijkt me aan.
‘Als je wil, mag je wel even op internet kijken? Daar staat vast wel informatie op over hersentumoren.’zegt ze.
‘Graag,’ zeg ik. Met z’n drieën lopen we naar de computerkamer. Als Mark de computer voor me opstart voel ik de hand van Christine op m'n schouder.
Ik voel me erg opgelaten.
‘Ik vind het echt lief van jullie dat jullie er voor me zijn, maar ik wil nu graag even alleen zijn.’ zeg ik daarom. Mark en Chris knikken begripvol en lopen de kamer uit.
Ik kijk op verschillende sites rond. Op alle sites staat eigenlijk hetzelfde:

Een hersentumor is een bepaalde vorm van kanker. In totaal zijn er meer dan honderd verschillende vormen van kanker. De vorm wordt bepaald door de plaats in het lichaam waar de ziekte ontstaat. Elke vorm is een andere ziekte met eigen kenmerken, klachten, behandelmethoden en kansen op genezing. Echter één ding hebben deze ziektes gemeenschappelijk: er is sprake van een ongeremde celdeling. Bij kanker gaan cellen zich zonder noodzaak delen. De cellen die ontstaan hebben bovendien een afwijkende vorm, en kunnen niet goed functioneren. Bij uitbreiding van het aantal kankercellen ontstaat een veelvoud van deze afwijkende cellen. Deze vormen een kwaadaardige tumor. Als de tumor groter wordt kan deze druk uitoefenen op het omringende weefsel. Naast kwaadaardige tumoren komen ook goedaardige tumoren voor. Soms is het nodig een goedaardige tumor te verwijderen, bijvoorbeeld als deze klachten veroorzaakt. Gewoonlijk komt de tumor daarna niet meer terug. Alleen bij een kwaadaardige tumor is er sprake van kanker.

Kanker. Wat een rotwoord. Mijn kleine zusje heeft misschien kanker. Het woord blijft in m'n hoofd rondspoken. Kanker. Chris komt de kamer binnenlopen.
‘Je vader aan de telefoon.’ Chris kijkt bezorgt. Ik pak de telefoon aan.
‘Met Britt’.
‘Britt, met je vader. Het gaat slechter met Fenna. Ze heeft net een zware epileptische aanval gehad, haar toestand is kritiek. Ze gaan haar nu meteen opereren omdat er geen tijd te verliezen is. Het heeft geen zin om naar het ziekenhuis te komen want je mag toch niet bij haar.’ Een moment weet ik niks uit te brengen.
‘Wanneer mag ik wel komen?’ vraag ik na een tijdje.
‘Morgenvroeg. Dan weten we meer. Probeer een beetje te slapen, oké?’ is het antwoord. Ik hoor hoe pap zijn best doet om zich goed te houden.
‘Ze gaat toch niet dood?’ vraag ik nog. Maar de verbinding is al verbroken. Met tranen in m'n ogen kijk ik naar de telefoon.
‘Het gaat slecht met Fenna. Ze gaan haar zo opereren.’ zeg ik tegen Chris, die me vragend aankijkt.
‘Misschien is het beter als je nu probeert te slapen. Het is een lange dag geweest.’zegt ze.
Ik knik, zeg welterusten en loop naar de logeerkamer.
Maar hoe ik ook in slaap probeer te komen, het lukt me niet. Er spoken allemaal gedachten door m'n hoofd. Gedachten dat ik liever voor Fenna had moeten zijn, dat ik niet zo snel kwaad had moeten worden en dat ik meer dingen met haar had moeten doen. Mijn kussen wordt nat van de tranen. Ik ga echt liever voor haar zijn, en veel dingen met haar doen, als ze beter is. Als ze beter wordt…
Huilend val ik in een lichte slaap.

Als ik de volgende ochtend wakker word, lig ik eerst een tijdje stil te denken. Wat ging gisteren alles snel. Eerst was ik nog gezellig wezen winkelen met Mark en Christine, toen lag Fenna opeens ziek op bed en moest ze snel naar het ziekenhuis, en nu weten we al dat ze een tumor heeft en is ze waarschijnlijk al geopereerd! Snel sta ik op. Ik kijk op de klok en zie dat het nog maar half acht is. Veel te vroeg dus. Nou ja, alles beter dan hier blijven wachten. Ik kleed me aan. Voorzichtig kijk ik even bij Chris, maar die slaapt nog. Ik schrijf een kort briefje waar in staat dat ik alvast naar het ziekenhuis ben. Zachtjes sla ik de deur achter me dicht, en fiets naar het ziekenhuis.

Na een half uur flink doorgetrapt te hebben, kom ik zwetend en met een rood hoofd bij het ziekenhuis aan. Voor de tweede keer in twee dagen loop ik naar de receptie.
‘Ik ben de zus van Fenna Thijssen, waar kan ik haar vinden?’ vraag ik.
‘Even zoeken…Thijssen…’ Langzaam typt het meisje de letters in.
Vandaag nog? denk ik bij mezelf.
‘Fenna Thijssen ligt op de IC afdeling, ik denk niet dat je bij haar mag.’ Maar het laatste hoor ik niet eens meer. Fenna ligt op de intensive care! Dat betekent dus dat ze haar dag en nacht in de gaten moeten houden! Snel zoek ik de IC – afdeling op. Op de lange gang zie ik pap en mam zitten. M'n moeder is bleek, met kringen en haar haar zit helemaal door de war. En pap ziet er niet veel beter uit.
‘Mam?.. Pap? Hoe is het met Fenna?’ vraag ik. Pap wijst op de stoel naast hem.
‘Kom eens naast me zitten Britt.’ zegt hij.
‘Ze hebben Fenna vannacht met spoed geopereerd. Ze hebben in haar hoofd gekeken om te kijken hoe de tumor er uit ziet. Ze hebben ook weefsel weggehaald en dat onderzoeken ze nu, om te kijken of de tumor kwaadaardig is of niet. Toen ze haar gisteren opereerden, zagen ze dat de tumor al ontzettend groot was, en hij oefent een hele grote druk op de hersenen uit. De artsen snappen ook niet dat Fenna niet heeft aangegeven dat ze pijn had. Want dat moet ze zeker gehad hebben.’zegt pap.
'Misschien was ze de laatste tijd daarom wel zo kwaad, door de pijn,' zeg ik zachtjes.
'Maar ook al is de tumor goedaardig,’gaat pap verder, ‘hij moet sowieso verwijdert worden. En dat is nou juist het probleem. De tumor ligt te diep en tussen de hersenen, zodat de chirurg er nooit bij kan.’ vertelt pap. Al die tijd zit ik stil naar pap te luisteren.
‘En wat houdt dat dan in?’ vraag ik.
‘Ze kunnen de tumor niet verwijderen bij Fenna. Als ze hem verwijderen, beschadigen ze een groot deel van de hersenen. Zo’n groot deel dat het haar dood betekent.’ zegt pap.
‘En als ze niet geopereerd wordt?’vraag ik bang. Het is een tijdje stil.

Opeens barst mam, die de hele tijd nog niks gezegd heeft, in tranen uit.
‘Ze gaat dood! Er is niks meer aan te doen Britt, snap dat dan! Ze gaat gewoon hartstikke dood!’ schreeuwt mam. De mensen die door de gang lopen kijken haar verschrikt aan. Pap loopt snel op mam af, en probeert haar te kalmeren. Maar het helpt niet. Ze blijft schreeuwen. Ik kan het niet meer aanhoren en loop de afdeling af. Verblindt door mijn tranen zie ik niet waar ik heen loop. De stem van mam spookt door m'n hoofd. Ze gaat dood…dood…DOOD! Het dringt allemaal niet meer tot me door. Binnen in m'n hoofd is het een warboel. Fenna mag niet dood gaan. Dat mag echt niet. Ze heeft niets verkeerd gedaan, ze is nog zo jong, het mag gewoon niet! Snikkend loop ik verder, ik heb ondertussen geen idee meer waar ik ben. Totdat ik vanuit m'n linkerooghoek baby’s zie. Ik ben dus op de kraamafdeling. ‘Ze gaat dood’, de drie woorden spoken door m'n hoofd.
En dan wordt alles zwart voor mijn ogen.

‘Hee, meisje, gaat het weer een beetje?’ Ik open mijn ogen en kijkt recht in twee heldere, blauwe ogen. Ik heb geen idee waar ik ben.
‘Je viel zomaar op de grond net!’ zegt de jongen.
‘Waar…waar ben ik? En wie ben jij?’vraag ik versuft. Ik kijk even goed om me heen en ik zie dat ik in een kamertje lig. Waarschijnlijk een lege kamer in het ziekenhuis.
‘Nou dan zal ik me maar even voorstellen hè,’zegt de jongen. ‘Ik ben Alec, en ik loop stage hier. Ik was net mijn ronde aan het doen op de kraamafdeling, en toen zag ik jou op de grond liggen. Ik vond het ook zo sneu om je daar te laten liggen dus ik heb je hier maar even neergelegd.’ De jongen lachte.
‘O,’ was het enige woord wat ik uit kon brengen.
‘Ja, en nu wil ik eigenlijk wel weten wie jij bent.’ vragend kijkt Alec me aan. Ik ben Britt, ik ben hier voor mijn lol en mijn zusje ligt hier dood te gaan, verder gaat alles helemaal oké, wil ik eigenlijk zeggen.
‘Ik ben Britt,’ zeg ik in plaats daarvan.
‘En wat brengt jou op deze zonnige dag dit ziekenhuis in?’ vraagt Alec. Zijn humor bevalt me helemaal niet. Zonder dat ik het wil begin ik opeens weer te huilen. Alec schrikt. Met horten en stoten vertel ik hem over Fenna.

‘En nu moet ik echt weer naar mijn zusje,’zeg ik als ik klaar ben met vertellen. ‘Misschien is ze wakker.’ Als ik van het bed op wil staan, houdt de hand van Alec me tegen.
‘Als je steun nodig hebt, of wat dan ook, je kan altijd naar me toekomen. Ik loop hier wel ergens op de kraamafdeling rond.’ zegt hij. Ik knik dankbaar, en nog een beetje slapjes loop ik weer terug naar de IC – afdeling. Eigenlijk is het ook niet zo vreemd dat ik ben flauw gevallen. Ik heb vanaf gistermiddag nauwelijks meer iets gegeten. Maar ik hoef op dit moment ook echt niet te denken aan eten. Het enige waar ik aan kan denken is Fenna. Op de afdeling aangekomen, zie ik pap al zitten.
‘Waar is mama?’ vraag ik.
‘Die is bij Fenna. Er mag steeds één persoon bij haar.’ zegt pap.
‘Is ze wakker?’ vraag ik. Pap schudt zijn hoofd.
‘Ik was nog niet klaar met vertellen zonet Britt. Ik moest je nog zeggen dat de operatie van gisteren te zwaar was voor Fenna. Daardoor is ze in coma geraakt. Nog een operatie zou te zwaar voor haar zijn Britt, dat redt ze niet…’ Ik laat dit alles even tot me doordringen. ‘Maar om er voor te zorgen dat ze niet doodgaat, moet die tumor er toch uit?’ vraag ik.
‘Ja meisje, dat moet inderdaad. Maar de conditie van Fenna is veel te slecht, en daar komt ook nog eens bij dat de tumor op een plaats ligt waar de artsen niet goed bij kunnen. Het ziet er ontzettend slecht voor Fenna uit.’ Net als pap is uitgesproken, komt er een arts op hun af.
‘We hebben ontzettend snel het weefsel van Fenna onderzocht,’zegt de arts.
Het is een korte tijd stil.
‘Misschien wilt u even meelopen?’ zegt hij tegen pap. Als pap op wil staan, hou ik hem tegen.
‘Ik heb er net zoveel recht op om te weten wat er aan de hand is!’ zeg ik. Pap en de arts kijken elkaar even aan.
‘Kom dan maar mee,’zegt de arts.

Als we in een kamer zitten, begint de arts zijn verhaal.
‘Zoals u weet heeft Fenna een tumor. U weet ook dat die tumor erg moeilijk te verwijderen is.’ Het is een tijdje stil. Zeg nou maar gewoon waar het opstaat, denk ik bij mezelf. De arts gaat verder met praten.
Wij hebben vannacht wat weefsel van de tumor weg gehaald, en dat hebben we onderzocht.’ Het is weer even stil.
‘Het is kwaadaardig hè?’vraagt pap. Ik kijk van de arts naar pap, en weer terug. De arts knikt.
‘Het spijt me, om u dit te moeten vertellen. Omdat de tumor al zo groot is, is de kans erg groot dat de kanker zich al heeft uitgezaaid door haar hele lichaam.’ Ik voel een bonkende hoofdpijn opkomen.
‘En wat kunnen we doen om haar in leven te houden?’vraag ik zachtjes. Weer is het een tijdje stil.
‘Meneer Thijssen, het spijt me u dit te moeten zeggen, maar de kans is erg klein dat uw dochter uit haar coma ontwaakt. Fenna’s lichaam werkt nog wel, maar haar hersenen nauwelijks nog. Ik heb het al aan uw vrouw verteld, ze is erg overstuur. Misschien kunt u nu beter naar haar toe gaan.’ Pap staat op. Ik zit stil voor me uit te staren.
‘Britt, kom je mee?’ Pap kijkt me aan. De tranen staan in zijn ogen. Ook ik voel weer warme tranen langs m'n wangen glijden. Ik pak de hand van m'n vader en samen lopen we naar de kamer van Fenna.
‘Ik ga even naar mama toe,’ zegt pap als we voor de kamer van Fenna staan.
‘Je mag wel even bij Fenna kijken als je wilt.’ Pap strijkt eventjes door m'n haar. Dan loopt hij naar de kamer waar ik m'n moeder hoor huilen. Ik wou dat ik even met mam kon praten. Maar ik dring gewoon niet tot haar door. Het hele gebeuren dringt ook niet echt tot mij door. Het gaat allemaal als een soort waas aan me voorbij. Eigenlijk durf ik ook niet zo goed naar Fenna toe te gaan. Ik ben misschien wel bang voor wat ik te zien krijg. Ik heb nog nooit iemand gezien die in coma ligt.

Maar hoe bang ik ook ben, toch ga ik de kamer van Fenna in. Ze ligt aan allemaal slangetjes en er staan veel apparaten naast haar bed. Ik blijf bij de deuropening staan. Ik heb geen idee hoelang ik daar gestaan heb, totdat ik een stem achter me hoor.
‘Durf je niet naar binnen?’ Ik draai me om. Achter me staat Alec. Ik schud m'n hoofd.
‘Zal ik met je mee gaan dan?’vraagt Alec.
‘Er mag maar één persoon tegelijk naar binnen,’ antwoord ik. Alec duwt me een stukje verder de kamer in.
‘Maar ik werk hier, dus dan mag het,’ zegt Alec met een knipoog. Langzaam loop ik naar Fenna toe. Ze heeft een verband om haar hoofd en ze ziet nog steeds erg bleek. Ze ademt zachtjes.
‘Het lijkt net of ze slaapt,’ fluister ik. De hand van Alec rust op m'n schouder.
‘Dat doet ze ook,’zegt hij, ‘alleen wat dieper dan anders. Men zegt dat comapatiënten alles horen wat er om hun heen wordt gezegd. Zeg maar iets tegen haar.’
‘Ik heb geen idee wat ik moet zeggen,’ zeg ik, terwijl ik naar Fenna blijf kijken.
‘Normaal praatte ik ook nooit echt met haar.’ Er viel een korte stilte.
‘Had ik dat maar wel gedaan,’ zeg ik met trillende stem.
‘Misschien moet je een liedje voor haar zingen, ik weet zeker dat ze dat hoort.’ zegt Alec. ‘Welk liedje vindt ze leuk?’ vraagt hij. Ik denk even na. Als Fenna in een goed humeur was, zongen ze samen wel eens mee met een cassettebandje van Fenna. Fenna zong altijd luidkeels mee met “Dikkertje Dap”, ook al verstond vaak niemand er wat van.
‘Dikkertje Dap,’zeg ik daarom. Zachtjes begon ik te zingen. Ik schaamde me eigenlijk een beetje. Maar na een paar regels begon Alec mee te zingen. Ik glimlachte, en samen zongen we Dikkertje Dap voor het bleke, magere meisje dat zonder enige beweging in het veel te grote bed lag.

Opeens begint één van de apparaten, die naast het bed van Fenna staat, te piepen. Op hetzelfde moment begint Fenna hevig te schudden. Ik schrik en laat Fenna snel los.
‘Wat doet ze? Waarom doet ze zo raar? Doe iets!’ schreeuw ik tegen Alec. Eerst staat Alec een tijdje verschrikt te kijken. Dan lijkt het alsof hij weet wat er gebeurd. Snel drukt hij op de alarmknop. Hij duwt snel iets in de mond van Fenna, zodat ze niet op haar tong bijt. Er komen artsen binnen en ze gaan om Fenna staan, zodat ik niet zie wat er gebeurd. Een zuster neemt me mee naar buiten.
‘Waarom mag ik er niet bij zijn?’Ik ruk me van de zuster los. M'n ouders komen er aan lopen.
‘Wat is er aan de hand?’ vraagt pap.
‘Fenna heeft haar tweede epileptische aanval. U moet hier even wachten totdat het over is,’zegt de zuster, en ze loopt weer naar binnen. Na een kwartiertje komen de artsen weer naar buiten.
‘De aanval is over, maar we zijn haar nog even aan het onderzoeken. Dat duurt nog wel een tijdje,’ zegt één van de artsen.
‘Gaat u in tussentijd alstublieft even iets anders doen, anders redt u het niet,’zegt de arts met een bezorgde blik op mam.
‘Laten we even gaan eten,’ zegt pap. Ik kijk op m'n horloge; het is alweer half vier ’s middags!
In de eetruimte van het ziekenhuis bestellen we alledrie een broodje. Niemand zegt wat. Er is een ongemakkelijke stilte. Als ik naar mam kijk, zie ik dat ze alweer huilt. Daar kan ik dus niet tegen en ik begin zelf ook weer.
‘Kom op meisjes, ik weet hoe moeilijk het allemaal is, maar we moeten nu proberen om er zo goed mogelijk voor Fenna te zijn,’probeert pap ons op te peppen. Ik heb moeite om m'n broodje weg te krijgen, ik heb het gevoel alsof ik er elk moment in kan stikken. Het liefst wil ik gewoon weer naar Fenna terug. Ook mam laat de helft van het broodje liggen.
‘Wanneer kunnen we weer terug naar Fenna?’vraag ik.
‘We gaan zo,’ zegt pap, ‘maar we mogen nu toch nog niet bij haar.’
Mam staat op en loopt zonder wat te zeggen weer naar de IC-afdeling. Op haar bord ligt een half opgegeten broodje.
‘Waarom praat ze niet meer met me?’ vraag ik aan pap.
‘Je moeder heeft het er echt heel erg moeilijk mee Britt, ze weet niet meer goed wat ze doen moet om Fenna te helpen, en dat is heel erg frustrerend voor haar. Haar gedachten zijn alleen bij Fenna, wat er in haar omgeving gebeurt, vergeet ze.’ Pap staat ook op.
‘Ga je mee? Misschien zijn ze inmiddels klaar met Fenna,’ zegt hij. Ik sta op en loop achter m'n vader aan.

Als we bij de kamer van Fenna aankomen, praat de arts met mam. Als hij uitgesproken is, loopt hij naar ons toe.
‘De toestand van Fenna is hetzelfde, nog steeds kritiek. Maar nogmaals…’ De arts kijkt even naar mij.
‘Houdt u er alstublieft rekening mee dat ze niet meer wakker wordt.’ De arts aait even over m'n haar, en legt zijn hand even op de schouder van pap. Dan loopt hij verder.

Het is inmiddels avond geworden en ik begin moe te worden. Pap ziet het. ‘Misschien moet je naar huis gaan, om even te slapen.’zegt hij. Ik schud m'n hoofd.
‘Geen sprake van, ik blijf hier, bij Fenna.’ Pap zucht.
‘Je moet toch slapen Britt, ga alsjeblieft naar huis!’ Maar ik vertik het.
‘We hebben eventueel wel een kamer over hier op de afdeling,’hoor ik ineens achter me. Het is Alec weer.
‘Daar mag je wel slapen, als je wilt?’ Ik kijk dankbaar naar Alec, en dan naar pap. Die haalt zijn schouders op.
‘Vooruit, als dat is wat je wil...’ zegt hij dan.
Die nacht slaap ik beter dan de vorige nacht. Ik ben ook ontzettend moe, en val meteen in een diepe slaap. Maar ik slaap niet lekker. Ik droom over Fenna. Over de ruzies die ik vaak met haar had, over Dikkertje Dap, en over de tumor. In de droom groeit de tumor ontzettend snel. Zo snel dat het hoofd van Fenna steeds groter wordt. Na een tijdje is het hoofd van Fenna zo groot dat het lijkt te ontploffen.
‘NEE!’ schreeuw ik. Zwetend en huilend word ik wakker. De rest van de nacht lig ik te woelen in m'n bed.

De volgende ochtend word ik met een flinke hoofdpijn wakker. Ik draai me nog eventjes om, ik voel me echt niet lekker. Na een kwartiertje hoor ik de kamerdeur opengaan. ‘Slaap je nog?’ Ik draai me om. In de deuropening staat Alec. In zijn handen heeft hij een dienblad.
‘Nu niet meer,’zeg ik, en ik ga recht op zitten. De hoofdpijn is al een beetje verminderd.
‘Is dat voor mij?’vraag ik. Alec knikt. Hij zet het dienblad naast het bed. Er staat sinaasappelsap op, een croissant, en een lekker eitje. Ook ligt er een roos op. Er zit een kaartje aan.

Ik wens je veel sterkte in deze tijd, en je weet het: ik ben er voor je. Je hebt er een vriend bij. Liefs, Alec.


Ik krijg weer tranen in m'n ogen.
‘Wat lief Alec, dank je wel,’zeg ik. Alec gaat naast me op het bed zitten.
‘Ik meen wat er opstaat Britt.’ Alec slaat een arm om me heen, en houdt me stevig vast. Voor een klein moment voel ik me veilig. Bij Alec voel ik me vertrouwd.
‘Sorry, maar ik moet verder gaan met mijn ronde,’zegt Alec. ‘Eet smakelijk.’ Alec staat op en wil de kamer uit lopen.
‘Alec?’. Ik wacht een tijdje. ‘Bedankt…voor alles.’ Alec glimlacht even en loopt dan de kamer uit.

Als ik me heb aangekleed, ga ik even bij Fenna kijken. Als ik haar kamer wil binnenlopen, zie ik dat m'n ouders al bij Fenna zijn. Als ik terug wil gaan om op de gang te wachten, roept pap me binnen.
‘Kom er maar even bijzitten Britt,’zegt hij. Ik ga naast mam zitten, en leg m'n hand op die van haar. Mam trekt haar hand weg, en pakt de hand van Fenna. Ik begrijp er niks van, waarom doet ze nou zo raar? Ik kijk naar pap, maar hij heeft het niet gezien. Zijn blik is de hele tijd op Fenna gericht. Misschien moet ik me ook niet zo aanstellen. Fenna ligt hier doodziek en ik vraag hier een beetje om aandacht. Ik kan beter straks terugkomen.
‘Ik ga even een blokje om,’ zeg ik daarom. Pap knikt, en van mam krijg ik geen reactie.
Ik besluit om maar een rondje door het ziekenhuis te gaan lopen. Terwijl ik loop, probeer ik al m'n gedachten op een rijtje te zetten. Ik kan, en wil nog steeds niet geloven dat Fenna het niet haalt. Ik kan me geen leven voorstellen zonder Fenna. Ik wil het me ook niet voor kunnen stellen. Fenna mag niet dood. Het mag gewoon niet...

Na een half uurtje rond gelopen te hebben, loop ik weer terug naar de afdeling. Ik kijk in Fenna’s kamer. M'n ouders zijn weg, dus ik loop naar binnen. Behalve de zachte geluiden van de apparaten is het stil in de kamer. Ik kijk even om me heen. Wat is het hier ongezellig. Behalve een paar knuffels en een paar kaartjes is de kamer wit. Ik kijk naar buiten. De kamer kijkt uit op de parkeerplaats van het ziekenhuis. Er lopen mensen heen en weer, met bloemen en cadeautjes. Zouden die mensen zich ook zo rot voelen als ik me nu voel?
Ik ga naast het bed zitten. Voorzichtig pak ik de hand van Fenna. Zachtjes streel ik haar hand, en aai door Fenna’s haar. Ik sluit mijn ogen en laat mijn gedachten de vrije loop.
Ik weet niet hoelang ik daar gezeten heb, als ik voel dat er in m'n hand geknepen wordt. Ik kijk op en ziet dat Fenna haar ogen open heeft. Ze is wakker! Fenna kijkt me aan, en ik durf me niet te bewegen. Ik zie dat Fenna iets probeert te zeggen.
‘Britt….lief…’ Met moeite kan ik het verstaan.
Dan begint opeens één van de apparaten te piepen. Ik schrik en kijk naar Fenna. Haar ogen zijn gesloten. Het enige wat ik nog hoor is een lange, hoge pieptoon…
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.
Met citaat reageren
Advertentie
Oud 20-12-2003, 15:58
Love,SweetLove
Avatar van Love,SweetLove
Love,SweetLove is offline
heb alleen nog maar het begin gelezen maar het is net alsof ik over mezelf lees. Heel raar! Vind het zeer mooi!
Met citaat reageren
Oud 20-12-2003, 16:07
annuhh
Avatar van annuhh
annuhh is offline
heftug verhaal!!! lijkt net of je er zelf in zit!
__________________
...
Met citaat reageren
Oud 20-12-2003, 16:31
Love,SweetLove
Avatar van Love,SweetLove
Love,SweetLove is offline
Sorry maar vind het een vreselijk slecht einde. De rest is echt mooi! Helemaal niet te lang ofzo. Maar het was leuker geweest als je gewoon de laatste regels had weg gelaten. Dat Fenna nog even wakker wordt vind ik erg onecht en echt vreselijk zonde van het mooie verhaal
Met citaat reageren
Oud 21-12-2003, 09:24
lotjesnotje
Avatar van lotjesnotje
lotjesnotje is offline
echt een mooi verhaal.... komt er nog meer??
Met citaat reageren
Oud 21-12-2003, 19:52
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
Citaat:
Love,SweetLove schreef op 20-12-2003 @ 17:31:
Sorry maar vind het een vreselijk slecht einde. De rest is echt mooi! Helemaal niet te lang ofzo. Maar het was leuker geweest als je gewoon de laatste regels had weg gelaten. Dat Fenna nog even wakker wordt vind ik erg onecht en echt vreselijk zonde van het mooie verhaal
Het is nog niet afgelopen hoor!!
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.
Met citaat reageren
Oud 21-12-2003, 20:47
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
Even sta ik als bevroren te kijken. Wat gebeurt er? Op hetzelfde moment komen er allemaal artsen de kamer binnen. Ze praten allemaal door elkaar. Eén arts begint Fenna te reanimeren. Het lijkt niet op te houden. Dan word ik de kamer uitgebracht. Ik stribbel tegen, maar het helpt niet.
‘Laat me los! Ik wil erbij blijven, laat me los!’ schreeuw ik woedend. Ik wil bij Fenna blijven! Tranen stromen over m'n wangen. Ik word op een stoel in de gang gezet. Huilend sta ik weer op, maar ik word tegengehouden door twee sterke armen. Het is Alec. ‘Rustig Britt, je kan nu niks voor haar doen. Je moet echt hier blijven, want anders loop je de artsen in de weg, dat wil je toch ook niet?’ zegt Alec. Ik voel dat ik wat rustiger word. Wat gebeurt er toch allemaal? Dan zie ik m'n ouders. Ik omhels mam, maar ze duwt me van zich af. Ze loopt naar Fenna’s kamer, maar ook zij wordt tegengehouden. Ze begint te schreeuwen.
‘Laat me er langs, verdomme laat me er langs! Ik ben haar moeder!’ Maar het helpt niet. Pap pakt mama bij haar hand en zet haar op een stoel. Ik zit stil op een stoel voor me uit te kijken. Minuten lijken uren te duren. Ik voel dat ik zit te trillen. Alec merkt het ook, hij slaat een arm om me heen en houdt me stevig vast. Ik kan niet meer normaal denken, allerlei gedachten spoken door m'n hoofd.
‘Ze was wakker.’zeg ik. Alec kijkt me aan.
‘Wat zeg je nou?’
‘Fenna was net wakker. Ze kneep in mijn hand en had haar ogen open,' herhaal ik.
Net als Alec iets wil zeggen komen de artsen uit Fenna’s kamer lopen. Opeens is het ontzettend stil op de gang. Iedereen kijkt naar de artsen en wacht op de woorden die de arts elk moment kan gaan zeggen.

Ik kijk vol afwachting naar de arts. Die kijkt naar pap en mam. Hij schudt zijn hoofd. Meteen barst mam in tranen uit, en begint hard te huilen. Ook pap begint te snikken. Ik staar naar de arts. Wat bedoelt hij nou? Hij heeft toch nog niks gezegd? Ik begrijp er niets van. Ik kijk naar Alec. Ook bij hem staan de tranen in zijn ogen. De arts begint te praten.
‘Fenna heeft waarschijnlijk een hartstilstand gehad. Haar lichaam kon de tumor niet meer aan, en heeft het opgegeven,’ zegt hij. Nog steeds besef ik het niet.
‘Ze was net nog bij kennis,’zeg ik zachtjes.
‘Ze had haar ogen open en kneep in m’n hand. Ze zei zelfs nog dat ze me lief vond!’
‘Het spijt me,’ zegt de arts. ‘We hebben er alles aan gedaan om te proberen haar hart weer aan het kloppen te krijgen. Het is niet gelukt. Het spijt me ontzettend.’ De arts legt een hand op m'n schouder.
‘NEE!’ schreeuw ik, ‘Ze is niet dood! Dat kan helemaal niet!'
Ik duw de hand van de arts weg en ren de gang uit.
‘Britt! Wacht!’ roept Alec. Maar ik ben al weg.

Ik wil hier weg, ik wil het ziekenhuis uit. Ik ren door alle gangen heen. Ik zie nauwelijks nog iets door alle tranen. Ik bots tegen mensen op, maar ik merk het nauwlijks. Zo hard als ik kan ren ik het ziekenhuis uit. Ik blijf rennen, ik heb geen idee waar heen. M'n hoofd is leeg, er zitten geen gedachten meer in. Steeds maar blijf ik rennen, ik streek straten over, zonder uit te kijken. Ik hoor getoeter van auto's, geschreeuw van mensen, maar alles gaat langs me heen. Opeens sta ik voor het huis van Chris. Voordat ik aan kan bellen, doet Monique de deur al open.
‘Britt, meisje! Wat is er aan de hand!’ roept Monique verschrikt.
‘Fenna…dood…’ snik ik. Monique neemt me mee naar binnen. Ze zet me op de bank, terwijl Chris me een glas water geeft. Het voelt alsof ik niet meer kan huilen, mijn tranen zijn op. Chris en Monique kijken me aan, benieuwd naar wat ik ga zeggen. Maar ik zeg niks, ik krijg geen woorden meer uit m'n mond. Er is maar een ding waar ik aan kan denken: Fenna, m'n kleine zusje, is er niet meer. En ze komt nooit meer terug.

Nadat ik een tijd lang zonder iets te zeggen op de bank heb gezeten, vraagt Chris voorzichtig wat er nou precies gebeurd is.
‘Ik..ik was bij Fenna. Toen kneep ze in mijn hand en ze had haar ogen open. Ze zei dat ze me lief vond…’ Ik onderdruk een snik, en probeer verder te praten.
‘Toen begon één van de apparaten op eens te piepen, en voordat ik het wist waren ze Fenna aan het reanimeren.’ In de kamer is het doodstil. Dan begint ook Christine te snikken.
‘Fenna is dood.’zeg ik na een tijdje. Dan sta ik op en loop zonder nog wat te zeggen het huis uit.

Het is laat en donker buiten. Het is een heel eind lopen naar het ziekenhuis, maar het maakt me allemaal niks meer uit. Ik loop…en loop…ik kijk om me heen, zonder wat te zien. Rond elf uur ’s avonds kom ik bij het ziekenhuis terug.
‘Britt, eindelijk, daar ben je. Ik heb me zo ongerust gemaakt!’roept pap als hij me ziet. Hij ziet er ontzettend slecht uit. Hij omhelst me en geeft me een kus op m'n voorhoofd.
‘Waar is mama?’vraag ik.
‘Die is bij Fenna. Als je wil, mag je zo ook bij haar kijken.’zegt pap. Ik schud m'n hoofd. Dan zie ik Alec. Zodra ik hem zie, begint ik weer te huilen. Ik wil helemaal niet huilen! Alec loopt op me af en omhelst me. Ik hou me echt niet meer goed, en ik blijf een tijd lang huilen, terwijl Alec me stevig aankruipt. Het maakt me allemaal niks meer uit.
‘Misschien kun je beter gaan slapen Britt,’zegt Alec als ik weer een beetje tot rust ben gekomen.
‘Ik kan toch niet slapen, papa en mama blijven hier in het ziekenhuis, ik wil bij ze blijven.’ antwoord ik zachtjes. Alec gaat zitten en wijst op de stoel naast hem.
‘Kom dan in ieder geval even bij me zitten.’zegt hij. Ik ga naast hem zitten en leg m'n hoofd op zijn schouder. Na een tijdje valt ik in een onrustige slaap.

Als ik die ochtend wakker word, lig ik op een bed. Ik geen idee hoe ik daar terecht ben gekomen, maar waarschijnlijk heeft Alec me daar neergelegd. Dan herinner ik me alles weer. Ik kleed me aan en loop de gang van het ziekenhuis op. Ik zie Alec, die bezig is met zijn ronde. Zodra Alec me ziet loopt hij op me af.
‘Hee meisje, hoe voel je je nou?’vraagt hij. Ik haal m'n schouders op.
‘Ik weet niet wat ik voel,’zeg ik. ‘Eigenlijk voel ik helemaal niets...’

Ik zit geloof ik in een soort van roes. De dag gaat voorbij zonder dat ik het door heb. Er komen veel mensen langs in het ziekenhuis. M'n oma. En m'n andere opa & oma. Chris, Mark en Monique. Verder nog allemaal mensen die ik nauwelijks ken. Iedereen huilt, en praat. Ze proberen allemaal mam zoveel mogelijk te troosten. Die heeft de hele dag nog niks anders gedaan dan huilen.
Ik merk het allemaal nauwelijks. Ik zit op een stoel. Ik hoor niks, zeg niks, en eet niks. Als Christine met me probeert te praten, reageer ik nauwelijks. Ik knik maar een beetje. Ik ben bang dat als ik begin te praten, ik weer begin te huilen. Ik vind dat ik me sterk moet houden tegenover pap en mam. Ze hebben het al zo moeilijk, als ze dan ook nog voor mij moeten zorgen, wordt het helemaal teveel voor ze. Daarom probeer ik me goed te houden. Rond vijf uur komt Alec weer langs. Hij duwt een broodje in m'n handen.
‘Dit moet je even opeten Britt, kom op,’ zegt hij dwingend. Met lange tanden en ontzettend langzaam kauw ik het broodje op. Alec gaat naast me zitten.
‘Je bent nog niet bij Fenna geweest of wel?’ vraagt hij. Ik schud m'n hoofd.
‘Als je wil, kunnen we er vanavond samen even heen gaan. Ik dwing je tot niets hoor, als je het niet wil moet je het zeggen,’ zegt Alec.
‘Graag Alec, ik wil graag even naar haar toe,’zeg ik, en ik probeer te glimlachen. Een glimlach die meer lijkt op een stuiptrekking. Alec geeft me een kus op m'n wang.
‘Ik ben trots op je,’zegt hij. Ik kijk hem verbaast aan.
‘Waarom?’ vraag ik.
‘Gewoon, ik ben gewoon trots op je…’ zegt Alec met een echte glimlach.

Die avond ga ik samen met Alec naar Fenna kijken. Morgenvroeg wordt Fenna naar huis gebracht, en daar blijft ze tot de begrafenis. Als ik voor de deur van de aula sta, stop ik.
‘Wil je toch liever niet naar binnen?’ vraagt Alec.
‘Ik ga wel naar binnen, maar gun me even de tijd,’ zegt ik een beetje kortaf. Daar heb ik meteen al weer spijt van, want Alec bedoelt het goed.
‘Zeg maar wanneer je er klaar voor bent.’ zegt hij. Na een paar minuten denk ik dat ik zover ben.
‘Wil jij eerst naar binnen gaan?’vraag ik aan Alec. Langzaam loop ik achter Alec aan de aula in. In de aula hangt een hele vreemde geur die ik niet kan thuis brengen. Vlakbij de kist blijf ik staan. Alec staat al naast de kist en kijkt naar het kleine meisje wat er in ligt. ‘Hoe…hoe ziet ze eruit?’vraag ik angstig.
‘Het lijkt net of ze slaapt. Het ziet er echt niet eng uit, kom maar kijken Britt,’zegt Alec. Voorzichtig en met een kloppend hart kijk ik in de kist. Daar ligt Fenna. Wat ziet ze er mooi uit. Haar haar zit mooi, en ze ziet er vredig uit. Ze heeft haar lievelingskleren aan, haar roze vestje met haar bruine broek. Naast Fenna ligt Pluisje, haar knuffelkonijn. Alec slaat een arm om me heen, als hij ziet dat ik huil. Zelf merk ik het niet eens. Ik sta een hele tijd naar de kist te staren.
‘Ze ziet er vredig uit,’zeg ik dan, en begin te snikken.
‘Ik wil naar huis. Wil je me brengen? Papa is al met mama naar huis. Ik heb genoeg van dit stomme ziekenhuis,’ snik ik. Alec knikt en neemt me mee de aula uit.

Als we in de auto zitten op weg naar mijn huis, wordt er geen woord gezegd. Alec weet niet wat hij moet zeggen, en ik ben bang om te gaan huilen als ik ga praten. En bovendien weet ik toch niks nuttigs te zeggen. Na een kwartiertje zet Alec me voor de deur af.
‘Sterkte meissie, je mag me altijd bellen of langskomen. Dat weet je hè?’ zegt hij als ik m'n gordel losmaak. Ik knik en geef Alec een knuffel en een zoen op z’n wang.
‘Bedankt voor alles, nogmaals…’ zeg ik, en stap snel de auto uit omdat ik weer tranen voel opkomen. Ik heb er zo’n hekel aan als mensen me zien huilen…

Als ik binnenkom, zit pap met zijn hoofd in z’n handen op de bank.
‘Pap…? Ik ben thuis…Waar is mama?’ Pap kijkt op. Zijn ogen zijn rood en opgezet.
‘Die ligt met een slaappil in bed. Ze is erg in de war,’zegt hij. Ik blijf een tijdje naar hem kijken, en loop dan naar de gang.
‘Ik ga ook naar bed pap, tot morgen.’ Ik loop de trap op. Snel loop ik langs de kamer van Fenna. Ik doe m'n pyjama aan. Dan zie ik vanuit mijn ooghoek de foto staan waar Fenna en ik samen opstaan. Die is vorig jaar gemaakt op vakantie in Italië. Met trillende handen pak ik de foto van het kastje. We staan op een heuvel en achter ons schittert de zee. Ik zet de foto met een klap terug op het kastje. Snel doe ik het licht uit, zodat ik niet de hele tijd naar de foto hoef te kijken. Het duurt tijden voordat ik in slaap val. Ik heb nog nooit zoveel gehuild als die nacht. Als ik de volgende ochtend wakker word, is m'n kussen drijfnat.

Als ik naar beneden loop, gaat pap net weg.
‘Ik ga naar het ziekenhuis, er zijn nog dingen die daar geregeld moeten worden,’zegt hij als hij mijn vragende blik ziet.
'Pas jij een beetje op mama?' Ik knik en ga bij mam aan de keukentafel zitten.
‘Wil je koffie?’vraag ik, en loop naar het aanrecht.
‘Dat je nu aan koffie kan denken, vind je het eigenlijk wel erg dat ze dood is? Het komt eigenlijk wel goed uit voor jou hè? Zo krijg jij alle aandacht!’ valt mam ineens uit. Ik schrik en laat het koffiekopje met inhoud vallen.
‘Wat is dat nou weer voor een opmerking?’ zeg ik boos.
‘Hoe durf je dat te zeggen!’ Huilend loop ik de kamer uit. Ik loop naar m'n kamer en pak een paar spullen bij elkaar. Ik wil echt niet bij mama thuis blijven. Wat denkt ze wel niet!
Zonder iets te zeggen loop ik een kwartiertje later het huis uit, en fiets naar Christine. Chris ziet me al aankomen en doet de deur open.
‘Britt? Waarom ben je niet thuis?’ Ik loop naar binnen en huilend vertel ik wat mam tegen me heeft gezegd. Monique, Chris en Mark luisteren verbaasd.
'Dit is helemaal niets voor je moeder,' zegt Monique. Ze loopt naar me toe en slaat troostend een arm om me heen.
Die avond besluit ik toch naar huis te gaan, pap is nu wel terug, dus ik zit niet alleen met mam.
‘Bedankt voor jullie steun,’ zeg ik als ik klaar sta om weg te gaan.
‘We zijn er voor je, dat weet je toch?’ zegt Christine. Ik knik en geef Chris en Monique een knuffel, en sla dan de deur achter me dicht.

Als ik thuis ben en de kamer binnenloop, zit pap weer op de bank.
‘Waar is mama?’ is het eerste wat ik vraag. Ik durf en wil mam liever niet zien.
‘Die ligt op bed. Britt, ik heb gehoord wat er vanochtend gebeurd is. Je moet je er niet te veel van aantrekken. Mama is heel erg in de war, ze krijgt er ook medicijnen voor. Dus probeer een beetje mee te werken Britt, oké?’ Pap legt zijn hand op m'n schouder. Ik knik, hoewel ik het er niet helemaal mee eens ben. Mam hoeft toch niet van die kwetsende dingen tegen me te zeggen? Ze is toevallig niet de enige die het moeilijk heeft! Dan bedenk ik me dat Fenna thuis moet zijn.
‘Waar ligt Fenna?’ vraag ik daarom voorzichtig.
‘Mama en ik hebben haar in haar eigen bed gelegd. Die kist vonden we helemaal niks.’ antwoordt pap.
‘Ik ga zo even bij haar kijken,’zeg ik, en maak aanstalten om naar boven te lopen.
‘Britt?’ Ik sta bij de deuropening en draai me om.
‘Ja?’
Pap wacht een tijdje.
‘We gaan de komende tijd een moeilijke tijd krijgen, maar we redden het wel. We moeten in onszelf blijven geloven. Het gaat ons lukken.’ zegt hij na een korte stilte. Ik knik even en loop dan naar boven. Voor de kamer van Fenna blijf ik eventjes staan, voordat ik naar binnen ga. Zachtjes open ik de deur. Ik denk terug aan de laatste keer dat ik hier was. Het is nog maar een paar dagen geleden, maar het lijkt al tijden geleden te zijn geweest, dat Fenna hier met koorts in bed lag en met spoed naar het ziekenhuis werd gebracht. Wat is het ontzettend snel gegaan. Ik begrijp er helemaal niks van. Als iemand een hersentumor heeft, duurt het toch altijd veel langer, en ze genezen toch ook heel vaak? Waarom Fenna dan niet? Waarom heeft Fenna nooit geklaagd over de hoofdpijn die ze zeker gehad moet hebben? Dan hadden ze haar misschien kunnen redden. Waarom heb ik er nooit wat van gemerkt? Ik weet dat ik op deze vragen nooit een antwoord zal krijgen.
Langzaam loop ik naar Fenna’s bed. Daar ligt ze, mijn kleine zusje. Onder haar lievelingsdekbed van Mickey Mouse, in haar lievelingspyjama. Alle uitdrukkingen op Fenna’s gezicht zijn weg. En toch lijkt ze gelukkig te zijn.
Ik vind het stil in de kamer en besluit zachtjes muziek op te zetten. Bij het horen van Dikkertje Dap begin ik te huilen. Ik denk aan de momenten dat ik met Fenna dit liedje zong. Het was één van de weinige momenten die we hadden zonder ruzie. Ik denk ook aan andere momenten met Fenna. Aan de momenten dat ik voor haar opkwam als dat nodig was, als Fenna werd gepest door buurkinderen omdat ze er anders uitzag. Aan de momenten van grote ruzies, en dat Fenna dan ontzettend hard kon gillen en knijpen. Aan de momenten toen we nog klein waren, en ik voor Fenna een hut ging maken, van doeken die ik over stoelen hing, en waar ze dan uren in kon spelen. Ze wilde er dan helemaal niet meer uit, en ze moest en zou in de hut blijven slapen. En aan de momenten dat Fenna altijd trots was op mij, op verjaardagsfeestjes bijvoorbeeld. Fenna mocht altijd een paar kinderen van het dagverblijf uitnodigen, en dan gingen ze video kijken, of verstoppertje. Fenna wilde dan altijd beslist dat ik mee deed, en iedereen moest duidelijk weten dat ik haar grote zus was. ‘Mijne tus,’ zei ze dan altijd trots.
Wel een half uur kijk ik naar Fenna, en luister naar de muziek van Dikkertje Dap. Tranen glijden over m'n wangen zonder dat ik het doorheb.

De dagen tot de begrafenis beleef ik nauwelijks. Het grootste deel van de dagen breng ik in Fenna's kamer door. Zoveel mogelijk, omdat het straks niet meer kan. Ik huil nauwelijks meer, het lijkt net of het niet meer wil. Ik kàn niet meer huilen, mijn tranen zijn op. Eten doe ik nauwelijks, ik heb geen honger.
Ik ontloop mam, en mam ontloopt mij. Ik probeer pap te helpen met het regelen van de begrafenis, maar dat valt me erg zwaar. Het is moeilijk om een mooie kist uit te zoeken, en welke bloemen er moeten komen. Maar het allermoeilijkste is nog wel de muziek. Er moesten drie liedjes komen. Eén voor de begrafenis, één tijdens de plechtigheid, en de laatste voor na de begrafenis. Mama helpt helemaal niet mee met regelen. Ze slaapt bijna de hele dag, en komt er alleen af om bij Fenna te zitten. Ik mag van pap één liedje zelf uit kiezen. Het wordt "nooit meer een morgen" van Marco Borsato. Dat nummer vind ik ontzettend mooi.
De dag vóór de begrafenis is alles geregeld. We hebben Fenna in een witte kist gelegd. Voor de boeketten zijn veel rode en witte rozen gebruikt. Omdat Fenna dol was op paarden, heb ik geregeld dat Fenna wordt vervoerd in een eenvoudige witte koets met twee witte paarden ervoor. Een klasgenoot van mij, Jessie, had mij de koets en de paarden aangeboden. Haar vader werkt namelijk bij een bedrijf dat lijkwagens en andere vervoersmiddelen voor begrafenissen en crematies verzorgt.
De deurbel gaat, en ik loop naar de deur om hem te openen. Het is Alec.
'Hee Britt, mag ik binnenkomen?' vraagt hij. Ik knik, en doe een stap opzij, zodat hij naar binnen kan gaan.
'Hoe gaat het met je?' vraagt hij, terwijl hij z'n jas aan de kapstok ophangt. Ik haal m'n schouders op.
'Met mijn moeder gaat het slecht. Ze is aan de medicijnen en ze ziet me niet meer staan. Ze is heel erg in de war,' zeg ik. Alec kijkt me aan.
'Dat vroeg ik niet, ik vroeg hoe het met jou ging.'
Ik begin te huilen.
'Ik weet het ook allemaal niet meer hoor! Mama ziet me niet meer staan en denkt dat ik het helemaal niet erg vindt dat Fenna dood is!' schreeuw ik.
'Kom, we gaan even zitten,' zegt Alec. Samen lopen we naar de kamer. Alec schenkt een glas water voor me in, en houdt het voor m'n neus.
'Drink dit eerst maar even op,' zegt hij. Met kleine slokjes drink ik het glas leeg. Als ik het op heb, zet ik het met een klap op tafel.
'Ik weet het niet meer hoor. Hoe moet het nou verder? Hoe moet het morgen met de begrafenis? Ik weet zeker dan mama dat niet aankan.' Ik zucht.
'Je moeder is heel erg in de war, ze kan het nog niet allemaal bevatten denk ik. Dat gaat over Britt. Het duurt een tijd, maar dan wordt het minder. Echt, geloof me.' Ik kijk Alec aan.
'Alec, ik wil je wat vragen. Zou je met mij mee willen morgen naar de begrafenis? Ik wil niet dat het lijkt alsof ik je gebruik ofzo, maar ik wil graag iemand die mij steunt. Papa moet er voor mama zijn.' Ik sla mijn ogen neer.
'Natuurlijk ga ik met je mee, daar was ik al vanuit gegaan!' Alec glimlacht, en geeft me een kus op m'n voorhoofd. Ik leun tegen Alec aan.
'Het lijkt zolang geleden dat ze hierboven ziek op bed lag. En het lijkt nog langer geleden dat ik voor het laatst ruzie met haar maakte. Ik begrijp het nog steeds niet. Ze moet toch pijn gehad hebben? Waarom liet ze dat niet merken?'
'Ik weet het niet. Ik weet het echt niet.' zegt Alec. Hij kijkt op zijn horloge.
'Ik moet gaan, ik moet werken. Ik ben hier morgen om half één, goed?' Alec staat op.
'Blijf jij maar zitten.' zegt hij als ik op wil staan. Alec loopt de kamer uit en een paar seconden later slaat hij de deur achter zich dicht.
Ik hoor niks anders dan de stilte van het lege huis.

Het is midden in de nacht als ik wakker word van geschreeuw. Ik ga op m'n rug liggen en probeer te luisteren wat er gezegt wordt. M'n ouders zijn op de kamer van Fenna. Ik hoor dat mam overstuur is, en dat pap haar probeert te kalmeren.
'Als ze morgen wordt begraven dan zie ik haar nooit meer! Ik wil haar hier houden, ze mag niet weg, dat mag niet, hoor je me?!'
Ik kan het geschreeuw van mam niet langer aanhoren en loop naar de kamer van Fenna. Voor de deur blijf ik staan.
'Lieve schat, luister nou even naar me. Fenna is er niet meer, ze is dood en ze komt niet meer terug. Het is verschrikkelijk, heel verschrikkelijk, maar hiermee krijgen we Fenna niet terug. We geven Fenna de rust die ze nodig heeft. Alsjeblieft Marlies, luister nou.'
Ik hoor hoe wanhopig pap is. Zonder er bij na te denken doe ik de deur van Fenna's kamer open en stap naar binnen.
'Britt, lieverd, ben je wakker geworden? Er is niks aan de hand, ga maar weer slapen,' zegt pap.
'Er is niks aan de hand?' schreeuwt mam. 'Niks aan de hand? Er is van alles aan de hand! Fenna wordt morgen van ons weggenomen en ik laat het niet gebeuren! Echt niet!'
Mama, is echt overstuur, zo heb ik haar nog nooit gezien!
'Ja wat sta je daar nou te kijken? Je vindt het helemaal niet erg he, dat Fenna morgen begraven wordt! Wat denk je, lekker alle aandacht voor mij alleen? Nou, ik dacht het niet!'
Mam is lijkbleek. Ik ren de kamer uit en ga huilend in bed liggen. Ik hoor dat pap moeite heeft om mam in bed te krijgen. Ze zal wel medicijnen krijgen.. Na tien minuten is het rustig en komt pap m'n kamer binnenlopen.
'Het spijt me lieverd. Ik weet ook niet wat er met mama aan de hand is. Het spijt me zo ontzettend dat ze zo tegen je doet.' De tranen staat in zijn ogen.
'Pap, daar kan jij niks aan doen. We moeten toch proberen er zo goed mogelijk voor mama te zijn. Morgen vooral. We redden het wel pap.' Ik geef hem een knuffel.
'Ik hou van je pap.'
'Ik ook van jou.'
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.

Laatst gewijzigd op 21-12-2003 om 21:24.
Met citaat reageren
Oud 21-12-2003, 21:26
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
Dit is wat ik tot nu toe heb, ik ga deze vakantie bezig met het vervolg.

Ik hoor graag van jullie wat jullie er van vinden!

xXx Mar
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.
Met citaat reageren
Oud 22-12-2003, 15:52
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
*kuch*
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.
Met citaat reageren
Oud 22-12-2003, 17:18
erwtje
Avatar van erwtje
erwtje is offline
mooi verhaal.beeetje lang maar wel mooi
__________________
ik heb geen signature
Met citaat reageren
Oud 22-12-2003, 17:19
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
het is nog niet af hoor
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.
Met citaat reageren
Oud 22-12-2003, 18:50
lotjesnotje
Avatar van lotjesnotje
lotjesnotje is offline
sow... dis echt wel beter als dat andere... van uit dit oogpunt vind ik het echt veeeeeeel mooier
Met citaat reageren
Oud 22-12-2003, 19:37
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
thnx, leuk om te horen!
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.
Met citaat reageren
Oud 24-12-2003, 10:18
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
euhm ja...moet ik verder schrijven of niet?
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.
Met citaat reageren
Oud 24-12-2003, 10:21
Love,SweetLove
Avatar van Love,SweetLove
Love,SweetLove is offline
ja...nu zit er geen leuk einde aan vind ik
Met citaat reageren
Oud 24-12-2003, 10:55
lotjesnotje
Avatar van lotjesnotje
lotjesnotje is offline
jaaah.... ik wil meer... ut is echt supper goed vind ik....
Met citaat reageren
Oud 24-12-2003, 11:21
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
Citaat:
Love,SweetLove schreef op 24-12-2003 @ 11:21:
ja...nu zit er geen leuk einde aan vind ik
een *leuk* einde komt er ook niet...
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.
Met citaat reageren
Oud 24-12-2003, 15:57
lotjesnotje
Avatar van lotjesnotje
lotjesnotje is offline
Citaat:
tiram schreef op 24-12-2003 @ 12:21:
een *leuk* einde komt er ook niet...
neej dat lijkt me opzich wel logies....
Met citaat reageren
Ads door Google
Oud 29-04-2004, 11:06
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
Sorry sorry het heeft ECHT een hele tijd geduurd, maar ik ben nu weer met het verhaal bezig! Ik heb het echt ontzettend druk met mijn studie gehad, en nu kan ik eindelijk weer een beetje tijd vrij maken voor het verhaal. Jullie lezen zo snel mogelijk het volgende deel van het verhaal....

Ik zoek nog een betere titel...
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.

Laatst gewijzigd op 29-04-2004 om 11:09.
Met citaat reageren
Oud 29-04-2004, 11:53
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
Die nacht slaap ik nauwelijks. Als ik rond zes uur voor de zoveelste keer wakker word, heb ik er genoeg van en stap uit bed. Ik kijk naar de foto waar Fenna en ik samen op staan. De oogjes van Fenna zijn helderblauw en glinsteren door het zonlicht. Fenna zag er gelukkig uit. Ze is volgens mij ook altijd gelukkig geweest. Ze had het leuk op de opvang, ze had veel vriendjes en ze lachte altijd veel.
Ik zucht, en loop naar de badkamer. Als ik onder de douche sta, voel ik het warme water van de douche over m'n lichaam stromen. Ik sluit mijn ogen. Hoe zou het vandaag gaan?
Er zullen wel ontzettend veel mensen komen denk ik, mijn ouders kennen veel mensen.
En wat moet ik eigenlijk aantrekken? Iets zwarts? Nee, dat is veel te somber. Fenna hield van vrolijke kleuren. Na een tijd stap ik onder de douche vandaan en loop naar mijn kamer.
Ik kijk in mijn kledingkast en zoek de vrolijkste kleren uit. Het wordt een lichte broek met een rood truitje, Fenna haar lievelingskleur. Ik trek de kleren aan en ga voor de spiegel staan. Ik probeer niet op de donkere wallen onder mijn ogen te letten en borstel mijn haar. Als ik mijn make-up op wil doen, bedenk ik me net op tijd dat dat toch geen zin heeft, ik huil het er straks toch weer af. Als ik op de wekker kijk, zie ik dat het al half acht is. Dan heb ik best lang onder de douche gestaan. Als ik de kamer binnenloop zie ik mijn moeder op een hoekje van de bank zitten. Ik weet niet goed wat ik moet doen. Ze kijkt niet eens op, ze blijft staren naar een plekje op de muur. Ik hoef haar blik niet te volgen om te weten dat ze naar een foto van Fenna kijkt.
'Hoi mam', probeer ik. Ik krijg geen reactie. Als ik naast haar op de bank ga zitten, draait ze haar hoofd langzaam naar mij toe. Ze bekijkt me van top tot teen.
'Trek je dat aan vanmiddag?' vraagt ze. Ik knik en durf haar nauwelijks aan te kijken. Ze voelt echt als een vreemde voor me.
'Fenna vond dit mooi', zei ik zacht.
'Fenna VINDT dit mooi. Ze vindt het nog steeds mooi! Waarom denkt iedereen toch dat ze er niet meer is?' Mam staat op en loopt de kamer uit. De deur slaat ze met een klap achter haar dicht.




Het is twaalf uur. Ik voel me steeds zenuwachtiger en loop door de kamer heen. Ik ben alleen thuis. Pap en mam zijn een stukje lopen. Pap vertelde me dat mama de begrafenis waarschijnlijk niet aan kan. Mama wil niet inzien dat Fenna weg is, ze is weg en ze komt niet meer terug.
Ik ga op de bank liggen. Ik voel dat er wat onder het kussen ligt. Ik sta weer op, en haal het kussen van de bank af. De tranen springen in mijn ogen als ik zie wat daar helemaal plat en samengedrukt op de bank ligt. Een knuffeltje van Fenna. Een paar dagen voordat ze ziek werd, raakte ze het kwijt. Wat hebben we een drama gehad. Ze moest persé met dat knuffeltje naar bed. Pap en mam hebben het hele huis afgezocht, maar het knuffeltje was onvindbaar. Tenslotte viel Fenna laat in de avond boos en huilend in slaap. Ik pak het knuffeltje op en bekijk het. Het heeft kale plekken, Fenna stopte het altijd in haar mond. Ik weet niet hoelang ik naar het knuffeltje gekeken heb, maar ik schrik op als ik een autodeur hoor dichtslaan. Ik kijk uit het raam en zie Alec uitstappen. Als ik de deur open doe, kijkt hij me bezorgd aan.
'Je ziet er niet goed uit Britt. Heb je al wat gegeten vandaag?'
Ik schud mijn hoofd en loop terug naar de kamer.
'Ik heb geen honger.' Ik ga weer op de bank zitten en pak het knuffeltje van Fenna weer vast. Alec gaat naast me zitten en veegt een traan van mijn wang.
'Wat is dat?' vraagt hij zachtjes.
'Een knuffeltje van Fenna. Ze was het kwijt. Ik vond het net terug, het lag onder het kussen van de bank,' zeg ik, terwijl ik naar het knuffeltje blijf staren.
'Neem het zo meteen mee naar de begrafenis. Als je wil kun je het bij haar in de kist leggen.'
Ik kijk Alec aan.
'Dat lijkt me een goed idee,' zei ik, en geef hem een knuffel. Wat voelt dat goed. Dat gevoel dat er iemand voor je is, die je steunt als je dat nodig hebt. Alec staat op en loopt naar de keuken. Ik hoor hem rammelen met borden en bestek. Na een paar minuten zet hij twee boterhammen met kaas voor me neer.
'Opeten,' zegt hij vrij dwingend. Met lange tanden eet ik het op.
De achterdeur slaat dicht en pap en mam komen de kamer binnen. Mam gaat op een stoel zitten en zegt niks. Helemaal niks. Papa staat er net zo zwijgend naast.
'Het is tijd om te gaan,' zegt hij na een tijdje.
Ik knik en sta op. Het is zover. Het is tijd om echt afscheid van Fenna te nemen.
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.

Laatst gewijzigd op 29-04-2004 om 14:33.
Met citaat reageren
Oud 29-04-2004, 12:02
lotjesnotje
Avatar van lotjesnotje
lotjesnotje is offline
was lang geleden ik moest get opnieuw weer lezen maar ik vind het nog steeds echt supper goed... ik ben nieuwsgierig naar het vervolg.
Met citaat reageren
Oud 29-04-2004, 12:26
Verwijderd
ff mierenneuken

Citaat:
tiram schreef op 29-04-2004 @ 12:53 :
Er zullen wel ontzettend veel mensen komen denk ik. Mijn ouders kennen veel mensen, die zullen allemaal wel komen.
Beetje dubbelop, vind ik.

Citaat:
Pap en mam zijn een stukje (te) lopen.
'te' moet weg, denk ik.

Citaat:
Mama wil niet inzien dat Fenna weg is. Ze wil maar niet begrijpen dat ze is weg en ook niet meer terug komt.
Ook dubbelop.

Ik vind het een mooi verhaal (wel meer voor kinderen dan voor mensen van mijn leeftijd, maar dat geeft niet, lijkt me).
Met citaat reageren
Oud 29-04-2004, 13:03
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
bedankt voor je commentaar, ik verander het meteen
het is idd ook bedoeld voor euh...14/ 15-jarigen...
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.
Met citaat reageren
Oud 29-04-2004, 14:11
Alistar
Avatar van Alistar
Alistar is offline
I want more!
__________________
'Nee' heb je, 'ja' krijg je niet || Just smile and wave
Met citaat reageren
Oud 29-04-2004, 15:34
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
Bij de condoleance is het verschrikkelijk druk. De meeste mensen ken ik niet eens. Heel veel onbekende mensen geven me een hand en wensen me veel sterkte. Ik knik maar een beetje. Dan is het tijd om naar de begraafplaats te gaan. De koets met witte paarden ervoor staat al klaar. Pap en mam lopen voorop in de stoet, daarna kom ik, samen met Alec. Als we over het pad naar de begraafplaats lopen is het zo stil, dat je alleen het geknars van het grind hoort. Hier en daar fluit een vogel.
De uitvaartleider begint met zijn tekst. Ik hoor er geen woord van. Ik kijk naar de dichte witte kist. Voor de dienst heb ik het knuffeltje er nog ingelegd. We mochten allemaal nog een keer naar Fenna kijken, en toen werd de kist gesloten. Dat was een heel erg moeilijk moment. Mam wilde niet dat de kist gesloten zou worden, en klampte zich aan de kist vast. Papa kon haar met moeite bij de kist vandaan halen.
'Gaat het nog een beetje?' Ik schrik op uit mijn gedachten. Alec heeft een arm om me heen geslagen en kijkt me aan. Ik knik.
'Ja...ja het gaat wel.' Ik kijk naar mama. Ze kijkt een heel andere kant uit. Ze kijkt niet naar mij, niet naar de kist, en ook niet naar papa. Ik kan geen enkele emotie van haar gezicht aflezen.

'... en misschien dat er iemand nog wat wil zeggen?' De uitvaartleider kijkt naar ons.
Ik kijk om me heen en loop dan richting de kist.
'Ik wil wel graag wat zeggen,' zeg ik dan zachtjes. 'Ik wil graag zeggen dat Fenna altijd heel belangrijk voor me is geweest. Ze was mijn kleine zusje en zal dat ook altijd blijven...' Ik weet niet goed wat ik moet zeggen.
'Fenna, ik blijf je grote zus. Ik zal je missen. We zien elkaar weer terug.' Ik onderdruk een snik en loop terug naar Alec. Hij geeft me een knuffel.
'Goed van je, meid,' fluistert hij in mijn oor.
Weer kijk ik naar mam. Als ze ziet dat ik naar haar kijk, wendt ze haar hoofd af. Ik begrijp er niks van.
Het is tijd om de kist te laten zakken. Alle mensen gooien nog een witte roos op de kist. Dan wordt het door mij gekozen liedje gedraaid. Ik kijk om me heen. Bijna alle mensen huilen, Alec ook. Bijna alle mensen huilen, behalve mama. Mama beweegt niet, doet niets, zegt niets.
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.

Laatst gewijzigd op 29-04-2004 om 22:09.
Met citaat reageren
Advertentie
Oud 29-04-2004, 21:49
lotjesnotje
Avatar van lotjesnotje
lotjesnotje is offline
echt supper mooi weer
Met citaat reageren
Oud 30-04-2004, 09:40
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
Ik denk dat het nu tijd wordt om er een eind aan te gaan maken...anders wordt het te langdradig ben ik bang. Ik weet alleen nog niet zo goed hoe het moet gaan eindigen...
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.
Met citaat reageren
Oud 30-04-2004, 09:42
Verwijderd
Wanneer neem je contact op met een uitgever?
Met citaat reageren
Oud 30-04-2004, 09:45
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
Haha grapjas... Ik denk echt nietdat ze dit verhaal willen hebben ofzo...
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.
Met citaat reageren
Oud 03-05-2004, 09:19
Verwijderd
Citaat:
tiram schreef op 30-04-2004 @ 10:45 :
Haha grapjas... Ik denk echt niet dat ze dit verhaal willen hebben ofzo...
Er zijn ook boeken waar meerdere "verhaaltjes" in staan, dus waarom niet? Je schrijft er dan nog wat verhaaltjes bij.

Dit eerste verhaaltje kun je zowiezo laten zien bij een uitgeverij. Deze kunnen je ook feedback geven op het verhaal zelf.
Met citaat reageren
Oud 03-05-2004, 10:27
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
Ja oke, maar ik heb geen idee waar ik dan naar toe kan mailen...
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.
Met citaat reageren
Oud 03-05-2004, 11:25
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
Er gaan een paar dagen voorbij, zonder dat er veel gebeurt. Mama zit veel op haar kamer, ze wil met niemand praten. Mam heeft een soort altaar voor Fenna gemaakt. Op een tafeltje staan kaarsjes, foto's en knuffeltjes van Fenna. Hier zit ze dan de hele dag bij, en ze praat tegen de foto's. Papa heeft het erg zwaar. Hij laat het niet merken, maar ik ken hem goed genoeg om te weten dat hij het moeilijk heeft. Heel erg moeilijk. Hij doet erg zijn best om er voor mij te zijn, en ondertussen doe ik net zo hard mijn best om er voor hem te zijn. Ik probeer mama zo veel mogelijk met rust te laten, ze wil me niet zien, net zoals ze papa niet wil zien.
Alec komt veel langs. Hij is echt een grote steun voor me. De afgelopen tijd is hij steeds meer voor me gaan betekenen. Misschien wel te veel...

Als mama na een week nog niets tegen mij heeft gezegd, heb ik er genoeg van. Ik loop naar boven. Voor de slaapkamerdeur blijf ik even staan. Dan klop ik zachtjes op de deur. Geen reactie. Voorzichtig open ik de deur. Ik zie mam op de grond voor het tafeltje zitten. Ze praat in zichzelf, ze heeft niet eens door dat ik naast haar ga staan.
'Mam?' zeg ik zachtjes. Ze kijkt niet op.
'Mam? Ik zou graag even met je willen praten,' probeer ik nog eens. Mam kijkt me aan en ik schrik me kapot. Die blik in haar ogen heb ik nog nooit gezien!
Ze zegt nog steeds niks. Een ijzige stilte vult de kamer.
Langzaam staat ze op.
'Jij wil met mij praten? Jij, degene die er altijd al alles voor gedaan heeft om alle aandacht voor zichzelf te krijgen? Degene die het eigenlijk totaal niet erg vindt dat haar zusje weg is?'
Ik herken mam niet meer terug.
'Mama, luister nou. Ik vind het net zo erg als jij dat Fenna dood is. Hoe DURF je te denken dat ik dat zo wilde!' ik schreeuw het uit.
'Fenna is niet dood! Ze is een tijdje weg en straks komt ze weer terug, waarom gelooft niemand mij?!' Mama loopt op me af en gaat dicht bij me staan.
'Ik zie jou niet meer als dochter. Als Fenna straks weer terug is, is zij mijn enige dochter.'
Ze weet niet wat ze zegt. Ze weet niet wat ze zegt, denk ik bij mezelf. Ik duw mam van me af en ren snikkend de kamer uit. Op de trap komt papa me tegemoet. Ik zie niks en ren het huis uit. In de slaapkamer klinkt geschreeuw en het geluid van vernieling.

Aan één stuk door ren ik naar de begraafplaats. Ik merk pas dat ik er ben, als ik het geluid van grind weer onder mijn schoenen hoor. Ik stop met rennen en ik loop rustig naar het graf van Fenna. Ze ligt op een mooie plek, in een hoek van de begraafplaats, onder een grote kastanjeboom. Zwijgend veeg ik een paar bladeren van het graf. Ik streel over de foto van Fenna en steek een kaarsje aan. Ik denk aan mama. Wat zou er met haar aan de hand zijn? Papa zei dat ze de dood van Fenna nog geen plaats heeft gegeven. Daarom denkt ze dat Fenna weer terug komt. Ik merk dat het al wat gaat schemeren. Ik moet naar huis, misschien wordt pap wel ongerust. Langzaam sta ik op en loop in een traag tempo naar huis. Elke onschuldige steen die voor mijn voeten ligt, wordt met een harde trap weggeschopt.
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.
Met citaat reageren
Oud 03-05-2004, 11:30
Verwijderd
Citaat:
tiram schreef op 03-05-2004 @ 11:27 :
Ja oke, maar ik heb geen idee waar ik dan naar toe kan mailen...
Thank god he invented Google

interresant vervolg weer
Met citaat reageren
Oud 03-05-2004, 11:50
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
Oh ik dacht, dat zoek jij wel even voor me op
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.
Met citaat reageren
Oud 03-05-2004, 12:01
Verwijderd
wow.
ik vind dit echt een pracht verhaal!
echt heel mooi.

ik heb geen kritiek, ook omdat ik zelf niet kan schrijven en erg veel bewondering heb.
Met citaat reageren
Oud 03-05-2004, 15:15
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
Als ik de kamer binnenloop, zit pap op de bank. De blik in zijn ogen zegt dat er wat mis is. Vragend kijk ik hem aan. Hij gebaart dat ik naast hem moet komen zitten. Snel ga ik naast hem zitten.
'Wat is er?' vraag ik ongerust.
'Mama is door het lint gegaan. Ze wist totaal niet meer wie ze was en wat ze deed. Toen jij de trap af liep ben ik naar mama toe gegaan. Ze herkende me niet meer...' Papa slikt even en veegt een paar tranen van zijn wang. Ik pak zijn hand beet. Dan gaat hij verder.
'Ze begon met dingen naar me te gooien. Beeldjes, foto's van ons samen, alles kreeg ik naar mijn hoofd. Toen kwam ze naar me toe en ze viel me aan. Ze schreeuwde dat jij en ik Fenna kwijt hadden gemaakt, en dat ik haar weer moest opzoeken.'
Ik luisterde naar wat pap zei, maar ik kon niks zeggen. Ik wachtte tot hij verder zou vertellen.
'Ze begon me te slaan en te schoppen. Ze was zo sterk Britt, ik kon haar niet aan. Die blik in haar ogen. Ik had haar nog nooit zo zien kijken, zo...haatdragend. Ik heb een ambulance gebeld, zij hebben haar medicatie gegeven, daarvan raakte ze loom en viel ze in slaap.'
Met open mond kijk ik pap aan. Mijn moeder, mijn eigen moeder die zich zo gedroeg.
'En nu?' vraag ik met een schorre stem.
'Ze ligt nu op de gesloten afdeling van het ziekenhuis. Het is niet zeker wanneer ze weer naar huis mag.' antwoordt pap.
'Ik... Ik weet niet goed wat ik moet zeggen.' We huilen nu allebei. Samen liggen we een tijd tegen elkaar aan. Na een tijdje duwt pap me zachtjes van zich af.
'Ik ga even naar het ziekenhuis.' Bij die zin krijg ik overal kippenvel. Dit zei pap ook nog niet zo lang geleden toen Fenna in het ziekenhuis lag.
Ik knik, en na een tijdje hoor ik de deur dichtslaan. Ik kijk op de klok en zie dat het zeven uur is. Alec is nu wel thuis van zijn werk. Ik bedenk me geen moment en fiets naar Alec.

Hij opent de deur al voordat ik aan kan bellen.
'Hey,' zeg ik zachtjes.
'Hoi meisje, hoe is het?' Alec doet een stap opzij, zodat ik naar binnen kan lopen. Ik schud mijn hoofd, en loop naar binnen voordat hij mijn tranen kan zien.
'Mijn moeder is opgenomen,' zeg ik terwijl ik op de bank neerplof.
'Wat? Waarom? Wat is er gebeurd?' Alec gaat naast me zitten en pakt mijn hand beet. Hoe ellendig ik me ook voel, toch voel ik een paar kriebels in mijn buik.
'Ze wist niet meer wat ze deed. Ze ligt op de gesloten afdeling.' Tot nu toe bleef ik nog rustig.
'Maar wat is er dan gebeurd, Britt?' Alec kijkt me vragend aan en streelt langzaam met zijn vinger over mijn hand. Ik probeer het gevoel te negeren en vertel het hele verhaal. Hoe meer ik vertel, hoe luider ik ga praten. Aan het einde van het verhaal huil ik de ogen bijna uit mijn hoofd en schreeuw ik het uit.
'Ik begrijp het niet, Alec. Ik begrijp er echt geen snars van! Mijn moeder verwijt me de dood van Fenna, ze herkent mijn vader niet meer, en ze denkt dat Fenna niet dood is, maar gewoon over een tijdje weer terug komt. En nu ligt ze verdomme op de gesloten afdeling! Wat heeft het eigenlijk nog voor nut dat ik leef? Mijn zusje is dood en mijn moeder is gestoord! Papa is de enige die nog om me geeft. Het zou me niks verbazen als hij me straks ook niet meer wil zien, ik heb mama tenslotte gek gemaakt!'
Ik kruip tegen Alec aan, en hij omhelst me stevig. Al die tijd heeft hij nog niks gezegd.
Nadat ik een paar minuten zo tegen Alec aan gelegen heb, pakt Alec mijn gezicht beet en dwingt hij me om hem aan te kijken.
'Lieve Britt, er zijn zo ontzettend veel mensen die om je geven. Wat dacht je van Christine? En van Mark?' Ik realiseerde me ineens dat ik al een tijdje niet meer met Christine gesproken had. Lekker, dat schuldgevoel kan er ook nog wel bij.
'En Britt, wat dacht je van mij?' Alec kijkt me aan en ik krijg een gevoel wat ik nog nooit eerder heb gehad.
'Ik geef heel erg veel om je Britt. In korte tijd ben jij zoveel voor me gaan betekenen. Ik vind je een bijzonder meisje, al vanaf de dag dat jij knock- out op de kraamafdeling lag.'
Alec glimlacht even en ik moet lachen en huilen tegelijk. Wat is hij lief. Ik geef hem een knuffel en Alec geeft me een kusje op mijn wang. Ik pak zijn hoofd tussen mijn handen en kus hem op zijn mond. Een minuut voelde ik me weer even de gelukkigste persoon op aarde.
Even voelt het goed, dan komen al mijn gedachten weer terug.
'Ik moet gaan, papa is vast al terug uit het ziekenhuis. Ik wil weten hoe het met mama is.'
Alec knikt begrijpelijk en geeft me nog een kus.
'Sterkte, en bel me als je meer weet. Moet ik anders met je mee gaan?'
Ik schud m'n hoofd.
'Nee, dat is niet nodig, het gaat wel.'

Als ik weer naar huis fiets heb ik een gemengd gevoel. Aan de ene kant voel ik me verliefd, aan de andere kant verschrikkelijk verdrietig. Ik zie dat pap al thuis is, de auto staat op de oprit. Ik durf eigenlijk niet goed naar binnen, ik ben bang voor het nieuws.
Als ik de kamer binnenloop, zit papa op de bank voor zich uit te staren. Hij kijkt op als ik naar hem toe loop.
'En?' vraag ik voorzichtig.
'Mama komt voorlopig nog niet thuis. Ik mocht eventjes bij haar kijken. Ze was versuft van de medicijnen, maar ze was wel wakker. Toen ik naast haar bed stond, keek ze me recht in m'n ogen.' Pap wachtte even. 'Ze zei dat ze me haatte.'
Ik schud zachtjes mijn hoofd.
'Zei ze ook nog wat over mij?' Het blijft een tijdje stil.
'Pap? Zei ze ook nog wat over mij?'
Pap kijkt naar de grond.
'Ja, ze zei wat over jou, maar dat maakt verder niks uit,' antwoordt pap.
'Ik wil weten wat ze zei! Wat zei ze pap?' Ik raak geïrriteerd. Waarom wil hij het niet tegen me zeggen?
'Ze zei dat jij ervoor hebt gezorgd dat Fenna "kwijtgeraakt" is, en dat ze je nooit meer wil zien.' Ik laat me languit op de bank vallen en kijk voor me uit.
'Denk er niet te veel aan, Britt. Mama is ziek.'
'Wat hebben de dokters over mama gezegd?' vraag ik.
'Ze kunnen nog niks over haar toestand zeggen. We moeten eerst afwachten hoe ze op de medicatie reageert.' Pap kijkt me aan. 'Tot die tijd zijn we met z'n tweetjes thuis, en we maken er wat leuks van, oké?'
Ik zie hoe hij z'n best doet om me op te vrolijken. Ik probeer te glimlachen, maar het lijkt meer op een zenuwtrekje.
'Ik denk dat ik maar ga slapen,' zeg ik dan.
'Is goed lieverd, slaap lekker.'
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.
Met citaat reageren
Ads door Google
Oud 03-05-2004, 16:15
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
Weken gaan er voor bij, zonder dat er iets gebeurd. Ik probeer bezig te blijven, zodra ik ga zitten niksen, komen allerlei gedachten weer boven. Gedachten over Fenna en gedachten over Mama. Ik stort me op school en ik ga vaak bij Christine langs. Ze steunt me ontzettend goed. Ze nam het me totaal niet kwalijk dat ik een tijdje niks van me heb laten horen. Zij durfde ook niet iets van zich te laten horen, ze dacht dat ik liever even alleen wilde zijn, wat op zich ook waar was. Pap en ik eten vaak bij Christine thuis.
Als ik niet bij Chris of op school ben, dan ben ik bij Alec. Hij is ontzettend lief voor me. Net als bij Chris kan ik ook bij hem al mijn gevoelens kwijt. Ben ik boos, dan mag ik dat op hem afreageren, hij vindt helemaal niks erg.
In deze periode ben ik er echt achter gekomen wat deze mensen voor mij betekenen. Ze zijn echt belangrijker voor me dan wat dan ook. En dat weten ze ook, ik vertel het ze vaak genoeg. Ze zeggen dan dat ik niet zo raar moet doen, dat het logisch is. Dat zal dan wel.
In ons huis heerst een enorme rust. Zo lang we bezig blijven gaat het goed met ons tweetjes.
Ik probeer elke dag bij het graf van Fenna langs te gaan. Dat doet me goed. Ik vertel haar wat ik die dag heb gedaan, en hoe het met me gaat. Ik hoop dat ze me kan horen.
Met pap gaat het redelijk goed. Hij bezoekt mama elke dag, ze wil nog steeds niet met hem praten, maar ze zegt niet meer dat ze hem haat. Maar het blijft heel erg moeilijk.
Ik ben nog niet bij mama langs geweest. Ik durf het niet. Ook ben ik bang dat het dan weer helemaal misgaat met haar, en dat wil ik niet. Maar ik mis haar ontzettend.

'Nee! Laat me los!' Lachend probeer ik uit Alec's armen te komen. 'Nee niet doen, dat kietelt, eikel!' Alec zit bovenop me en kietelt me verschrikkelijk.
'Vraag om genade! Toe dan? Ik hoor niks hoor!' zegt Alec met een gemeen lachje.
We worden onderbroken door de harde klap van de voordeur. Geschrokken gaan we rechtop zitten en kijken naar pap, die met een vreemde uitdrukking binnen komt lopen.
'Pap, wat is er?' vraag ik, nog nahijgend van de kietelpartij.
'Mama wordt overgeplaatst naar het psychiatrisch ziekenhuis. Ze verwachten niet dat het binnenkort beter met haar zal gaan,' zegt pap zacht. 'Ik wil beslist niet dat ze naar zo'n gekkenhuis gaat, beslist niet.' De woede in papa's ogen zegt genoeg.
'O nee...' zucht ik.'Wat kunnen we er aan doen? Kúnnen we er iets aan doen?' vraag ik, terwijl ik Alec ook aankijk.
Alec is diep in gedachten. Het blijft een hele tijd stil. Het getik van de klok is het enige wat hoorbaar is.
'Britt, ben jij al bij je moeder op bezoek geweest?' vraagt Alec na een tijdje. Ik schud mijn hoofd.
'Dat durf ik niet. Ik ben bang dat het dan weer helemaal mis gaat met mama. Bovendien is ze er nog steeds heilig van overtuigd dat ik Fenna heb "kwijt gemaakt".'
'Ja precies, dát is het grootste probleem. Je moeder wil niet inzien dat Fenna overleden is, en niet meer terug komt. En jullie willen haar er niet van overtuigen, omdat jullie bang zijn dat het dan nog erger wordt met haar, toch?' Pap en ik knikken instemmend.
'Maar ik ben van mening dat we haar moeten laten inzien dat Fenna dood is, anders komt ze nooit meer thuis.' Ik schrik van Alec's woorden, maar ik weet dat hij gelijk heeft.
'Hoe kunnen we dat haar duidelijk maken dan?' vraag ik aan Alec.
'Ik wil eerst zien hoe ze op jou reageert, Britt. Dan weten we wat we verder kunnen doen. Ik stel voor dat je vader nu eerst naar je moeder gaat, en haar voorzichtig verteld dat jij bent meegekomen,' zegt Alec. Pap knikt.
'Dat lijkt me een heel goed plan,' zegt hij dan ook.
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.
Met citaat reageren
Oud 03-05-2004, 16:55
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
Onderweg naar het ziekenhuis ben ik verschrikkelijk nerveus. En heel erg bang voor de reactie van mama. Alec zit naast me in de auto en hij merkt hoe ik me voel. Geruststellend legt hij zijn hand op die van mij.
'Het komt wel goed,' fluistert hij in mijn oor.
Voor mama's kamer blijven we even een tijdje staan. Papa gaat naar binnen. En ik moet wachten voor de grijze, kale deur.
'Wat duurt dat lang.' zeg ik tegen Alec, terwijl ik mijn negende nagel aan het afkluiven ben.
'Je vader is pas vijf minuten binnen, gun hem de tijd joh,' antwoordt Alec.
Na tien minuten komt papa naar buiten. Afwachtend kijk ik hem aan. Hij glimlacht.
'Je mag naar binnen, maar ga er niet vanuit dat ze wat tegen je zegt,' zegt hij.
Alec geeft me een duwtje en met een grote zucht open ik de deur. Voorzichtig stap ik naar binnen. Ik voel me weer precies hetzelfde als bij die keer dat ik voor het eerst Fenna's kamer binnen ging. Achter mij valt de deur in het slot. Ik weet dat we door een geblindeerd raam in de gaten worden gehouden.
'Hoi mam,' probeer ik. Mama zegt niks. Daar had ik al rekening mee gehouden. Ik twijfel of ik haar een kus moet geven, maar ik doe het wel. Ik ga op het krukje naast het bed zitten. Een hele tijd kijken we elkaar zwijgend aan. Ik heb echt geen idee wat ik moet gaan zeggen.
'Ik... ik heb je echt heel erg gemist.' Ik zou haar nu het liefst een dikke knuffel willen geven.
'Mam, je hoeft niks te zeggen, maar ik wil wel dat je naar me luistert.' Ik wacht even met praten. Mama kijkt me nog steeds strak aan.
'Wat er gebeurd is met Fenna, is verschrikkelijk. Ik mis Fenna heel erg. Net zo erg als jij haar mist, en net zo erg als papa haar mist. Maar lieve mama, Fenna komt niet meer terug. Ik heb haar niet kwijt gemaakt mam,' ik probeer mijn trillende stem te verbergen, maar dat mislukt.
Mama gaat wat meer recht op zitten.
'Waar is Fenna?' vraagt ze. Ik zucht diep. Dit gaat nooit lukken. Opeens bedenk ik me iets.
'Mama, vertel mij eens wat een begraafplaats is?' vraag ik haar dwingend.
'Doe niet zo raar, dat weet je zelf ook wel.' Mam kijkt me aan alsof ik gek ben.
'Ik wil graag dat je me het verteld,' zeg ik weer.
'Op een begraafplaats liggen mensen die zijn overleden,' zegt mama braaf.
'Ja, dat klopt.' Ik haal een foto uit mijn broekzak. Op de foto staat het graf van Fenna. Op de grafsteen staat duidelijk Fenna's naam.
'Mam, ik wil dat je goed naar deze foto kijkt, en me verteld wat er op staat.' Ik geef de foto aan mama, en ze pakt hem aan.
Ze kijkt het een hele tijd naar, maar het is net alsof ze niks ziet. Na een paar minuten lijkt het alsof ze wakker wordt. Ze pakt de foto met beide handen beet. Ze kijkt van de foto naar mij, en van mij weer naar de foto. Dan lijkt het alsof alles tot haar doordringt.
'Ligt Fenna hier?' Mam kijkt me aan, en tranen rollen over haar wangen. Ik knik voorzichtig.
'Ja, Fenna ligt daar. Ze is overleden aan een tumor in haar hoofd, weet je dat nog? Mama kijkt verstrooit.
'Ja. Ja, ik weet het. Ik weet het weer.' Mam begint luid te snikken.
'Fenna is echt dood hè? Ze komt niet meer terug hè?' Ze drukt de foto van het graf tegen zich aan. Ik sta er hulpeloos bij te kijken, en ik weet niet meer goed wat ik doen moet. Papa merkt wat er aan de hand is, en komt ook de kamer binnen. Alle emoties van de afgelopen weken van mama komen er nu in één keer uit. Het dringt allemaal nu pas tot haar door.
Papa en ik laten haar gewoon huilen, en we huilen met haar mee.
Na een tijd komt ze weer een beetje tot rust.
'Het...het spijt me,' is het enige wat ze uit kan brengen.
'Het is goed mam, het is goed,' zeg ik, terwijl ik haar haar streel. Na een tijdje valt ze in slaap.
Papa en ik kijken elkaar aan. Zonder iets te zeggen lopen we de kamer uit.
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.
Met citaat reageren
Oud 03-05-2004, 18:13
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
En dan hieronder het slot van het verhaal. Opmerking en kritiek zijn nog steeds altijd welkom. Ik weet nog niet wat ik met het verhaal ga doen. Ik ben bang dat het niet goed genoeg is om het naar een uitgever te sturen. Ach, voor later is het ook altijd leuk!
De uiteindelijke titel is trouwens

kijk niet achterom

Bedankt voor het lezen, en misschien post ik hier wel weer eens een verhaal!

Liefs, Marit



'En?' vraagt Alec als we weer op de gang staan. Ik haal mijn schouders op omdat ik niet weet wat ik moet zeggen, en ik kruip tegen hem aan.
'Ik ga naar de dokter om dit te vertellen.' zegt papa. Alec knikt voor mij en houdt me stevig vast. Na een tijdje vertel ik wat er gebeurd is. Alec glimlacht.
'Dat is een goed teken zeg!' roept hij enthousiast.
'Ik weet niet goed hoe ik me moet voelen. Ik voel me best opgelucht, maar ik weet niet hoe het nu met mama gaat,' zeg ik schor.
'Daar komen we snel genoeg achter,' zegt Alec, terwijl hij een blik in de gang werpt. Ik volg zijn blik en zie dat papa daar komt aanlopen, samen met de dokter.
Vragend kijk ik papa aan, waarop die naar de dokter kijkt.
'Volgens de dokter heeft mama al die weken in een soort shock, een soort roes gezeten. Het is een heel ingewikkeld verhaal, maar het komt vaker voor als mensen onverwacht een dierbare verliezen. Ze willen niet inzien dat die persoon echt overleden is. Zo'n roes kan een poosje duren, maar bij mama duurde het erg lang. Maar Britt, jij hebt haar eruit gehaald, en daarom ben ik zo ontzettend trots op je!' zegt papa terwijl hij me tegen zich aandrukt.
'Alles komt nu goed Britt, alles komt nu goed. Mama moet voor de zekerheid en de afbouw van de medicatie nog een paar dagen in het ziekenhuis blijven, en als alles goed gaat dan mag ze daarna naar huis.'
We glimlachen alledrie, en dicht tegen elkaar aan lopen papa, Alec en ik het ziekenhuis uit.


...2 maanden later...


'Ben je zover?'
Ik knoop mijn sjaal om mijn nek en rits mijn jas dicht.
'Ik ben zover,' zeg ik, terwijl ik mam bezorgt aankijk.
'Weet je zeker dat je er aan toe bent?'
'Ja Britt, ik weet het zeker. Het heeft een hele tijd geduurd, maar ik voel dat ik er nu klaar voor ben.' Mam bekijkt me eens goed. 'Echt waar lieverd.'
'Waar blijft papa nou dan?' zeg ik lichtelijk geïrriteerd.
'Ja ja, ik ben er al!' roept papa terwijl hij de trap af komt stuiven.
'Dat zal tijd worden, Alec staat buiten te verkleumen.' zeg ik quasi boos.
'Nou hij mag anders best binnenkomen hoor, ik bijt niet.' antwoordt mama daarop. Ik glimlach.
'Dat weet je maar nooit!'
Lichtelijk gespannen vertrekken we. We gaan naar het graf van Fenna. Het is na de begrafenis de eerste keer voor mama dat ze er heen gaat. Een erg spannend moment dus.
Papa en mama lopen voor Alec en mij. Ik zie dat mama papa's hand beetpakt en er zachtjes in knijpt. Als een soort automatisme doe ik het zelfde bij Alec. Hij geeft een kusje op m'n wang en haalt een pluk haar uit m'n gezicht.
'Ik weet zeker dat ze het wel aan kan,' zegt Alec bemoedigend. Als we met z'n vieren voor het graf staan, is er niks te horen, behalve het ruisen van de wind door de kastanjeboom.
Mama gaat op haar hurken voor het graf zitten.
'Hoi meisje,' fluistert ze. Ze streelt over de foto heen, precies op dezelfde manier als ik dat een tijdje geleden deed. Zwijgzaam maken we met z'n vieren het grafje in orde. We hebben alle vier een bloem meegenomen, en die zetten we één voor één op het graf.
'Het is goed, we kunnen naar huis,' zegt mama nadat ze een poosje stil naar het graf heeft gekeken..
'Het voelt goed zo.' Ze loopt op me af en omhelst me.
'Het spijt me verschrikkelijk wat ik je heb aangedaan de laatste tijd. Je moet weten dat dat nooit mijn bedoeling is geweest. En dat zelfde geldt ook voor papa.' Ze loopt naar papa toe en geeft hem een kus op zijn voorhoofd.
'Dat weet ik mam, het is goed.' Papa knikt instemmend.
'We kijken niet meer achterom jongens. Het is tijd om vooruit te kijken.'
En met die woorden lopen we de begraafplaats af.
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.

Laatst gewijzigd op 03-05-2004 om 18:17.
Met citaat reageren
Oud 03-05-2004, 22:43
Verwijderd
Ik vraag me wel af waar je de inspiratie vandaan hebt gehaald.
Met citaat reageren
Oud 04-05-2004, 15:13
Susu
Avatar van Susu
Susu is offline
Echt goed geschreven
ben iid ook wel benieuwd naar de inspiratie..
Met citaat reageren
Oud 05-05-2004, 10:51
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
Pff...ik ben gewoon gaan schrijven, en hoe meer ik schreef, hoe meer er in me op kwam
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.
Met citaat reageren
Oud 05-05-2004, 14:16
lotjesnotje
Avatar van lotjesnotje
lotjesnotje is offline
echt supper goed ook dat einde
Met citaat reageren
Oud 05-05-2004, 15:19
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
op mijn site kan je het hele verhaal lezen, en commentaar geven!
Zet ook ff iets in mijn gastenboek...
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.

Laatst gewijzigd op 05-05-2004 om 15:22.
Met citaat reageren
Oud 11-05-2004, 19:17
roosju
Avatar van roosju
roosju is offline
Echt een heel mooi verhaal! ik heb het in 1x gelezen Het is echt super goed! Ga je nog een keer een verhaal schrijven?
Met citaat reageren
Oud 12-05-2004, 15:02
tiram
Avatar van tiram
tiram is offline
Dankje!
Ja, als ik weer een idee krijg misschien wel!
__________________
marit. 18 jaren. 1730 mm. blauwe ogen. "rood". nadenkend. betrouwbaar. dromerig. heus lief. soms ook niet. vaak vrolijk. vaak niet. gewoon, 'n mens.
Met citaat reageren
Advertentie
Reageren

Topictools Zoek in deze topic
Zoek in deze topic:

Geavanceerd zoeken

Regels voor berichten
Je mag geen nieuwe topics starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag geen bijlagen versturen
Je mag niet je berichten bewerken

BB code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit

Spring naar

Soortgelijke topics
Forum Topic Reacties Laatste bericht
ARTistiek Wie wil mij helpen?
tiram
18 03-05-2004 20:47
Verhalen & Gedichten De wals van de enen.
Mindfields
8 24-12-2003 21:24
Levensbeschouwing & Filosofie Leven: "Evolutie of schepping?"
BiL@L
13 03-12-2003 11:02


Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 08:40.