Oud 28-06-2005, 17:04
Kanya
Kanya is offline
Dus kwas begonnen met een verhaal.. maar kwou gewoon ff kijken wat jullie ervan vonden.. dit is t dus



Ze kende hem al ruim een jaar. Tenminste, ze wist wie hij was. Hem echt kennen deed ze niet, maar dat was nergens voor nodig. Hij had haar aandacht niet, hij had die van haar vriendinnen. Stuk voor stuk waren ze bezeten van hem, alsof hij een schaduw was die hen langzaam had bekropen en ze nu niet meer losliet. Ze konden alleen nog maar over hem praten, die kleine jongen uit de andere klas, die zo’n schattig loopje had en van die mysterieuze donkere ogen die je soms aan konden kijken alsof hij je helemaal niet zag, maar met zijn hoofd ergens anders zat. Hij had volgens hen heerlijke zoenlippen die je niet kon weerstaan. ’s Nachts droomden ze van die lippen en als hij langs liep, viel er een stilte in hun groepje, die vaak werd doorbroken door haar eindeloze gekwebbel. Want dit alles, die bezetenheid, ging langs haar heen. Zij had er geen last van. Het was niet dat ze hem niet zag, met zijn loopje, donkere ogen en volle lippen. Hij bleef alleen niet in haar hoofd zitten. Maar dat was vroeger, toen Nerice Calderon nog niet precies wist wie Roman Corleone was. Ze zou er snel genoeg achterkomen.

Het was half negen toen ze de tram instapte. Ze had om half negen op school moeten zijn, maar met het tempo van een oude dame, lijdend aan reuma, stapte ze in de tram. Wat haar betrof mocht de tijd zo langzaam als mogelijk was gaan. Iedere minuut die verstreek bracht haar dichter bij school en dat was juist de plaats waar ze niet heen wilde gaan. Het idee om weer eindeloze lessen door te brengen in lokalen die de zure geur van bruggers herbergden, stond haar absoluut niet aan. Natuurlijk vond ze het heerlijk dat ze haar vrienden, die ze de hele zomer had moeten missen, want ze had vakantie gevierd in Brazilië, weer zou zien, maar daar hield alle blijdschap dan ook wel op.
Nerice Calderon was niet het soort meisje dat graag naar school ging, terwijl ze, als ze er was, toch meestal veel lol had. Ze vermaakte zich altijd wel met het maken van stompzinnige opmerkingen tegen leraren, het uitvoeren van de meest vreselijke opdrachten omdat ze weer eens had verloren met kaarten of ze was weer aan het flirten. Want dat was een van haar favoriete bezigheden. Hoewel ze het meestal onbewust deed, wist iedereen dat Nerice een flirt was. Een vlinder die van de ene bloem naar de andere vloog. Tijdens gesprekken likte ze vaak haar lippen, wat sommige jongens behoorlijk op wond. Of ze lachte een van haar guitige glimlachjes. Het waren subtiele dingen, maar ze konden niemand ontgaan. Nu was Nerice niet een uitzonderlijk knap meisje, maar lelijk was ze ook zeker niet. Ze had een gemiddelde lengte, zo rond de een meter zeventig, maar was behoorlijk slank. De een vond het dun, de ander noemde het een ‘perfect lijf’. En of ze nu dun was of niet, ze had een mooi lichaam dat ze graag liet zien, maar dan ook weer op de aan haar bekende subtiele manier. Haar ogen waren amandelvormig en hadden een vreemde bruine kleur, die soms grijs, maar ook blauw leek te zijn. Je kon betoverd raken in haar ogen, maar ze maakten je soms ook bang, wanneer ze je aankeek met een blik in haar ogen alsof ze je met huid en haar wilde verslinden. Iedereen was het erover eens, dat Nerice een meisje was met een temperament. Geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. En dat deed men dus ook niet.
Nerice keek uit het raam en zuchtte toen ze merkte dat ze nog maar een halte van haar school verwijderd was. Ze hoefde niet op de stopknop te drukken, want het rode lichtje brandde al, maar toch bracht ze haar hand naar boven en drukte op de knop. Weer met het tempo van een oma, stond ze op en ging bij de deur staan. Er stond een auto op de trambaan en de tram minderde vaart tot hij uiteindelijk stilstond. Zwijgend vervloekte Nerice zichzelf dat ze zo vroeg was opgestaan. Ze haatte het om de enige in een tram te zijn die stond, vooral wanneer de tram niet reed. Ze bad in zichzelf dat de auto snel door zou rijden en keek strak uit het raam.
Als zij iemand zag staan, ver voordat diens halte op dook, lachte ze die persoon altijd in stilte uit. Ze had geen moeite zich voor te stellen dat er nu iemand in haar tram zat en hetzelfde over haar dacht, als wat zij altijd over de idioten die te vroeg opstonden dacht. Ze wierp een vlugge blik in de tram, maar zag dat er slechts een jongen zat, daar waar zij stond. Terwijl ze weer naar buiten keek, haalde ze zich het gezicht van de jongen voor de ogen. Hij was knap, met zijn lichtgetinde huidskleur. In gedachten maakte ze de losse lijnen die ze tijdens haar vlugge blik van hem had opgevangen tot een geheel.
Ze maakte hem tot een jonge Portugees, met een lichte baardgroei die aangaf dat hij zich al ruim een maand, waarschijnlijk de hele zomervakantie, niet had geschoren. Ze schatte hem zeventien, achttien jaar oud, zo rond haar leeftijd.
Hij had donkere ogen, die in het niets leken te staren, en een kleine neus die eindigde boven een mond met de mooiste lippen die Nerice ooit had gezien. Alles paste precies bij elkaar. Zijn scherpe kaaklijn, de baardgroei, de ogen. En het kwam Nerice zo bekend voor.
De tram begon te rijden en Nerice draaide zich weer om, kijkend of het beeld dat ze van de jongen had wel klopte. Ze keek hem recht in zijn ogen aan, maar hij leek het niet door te hebben. Toen plotseling drong het tot Nerice door. Ze herkende die blik uit duizenden, want zo vaak had ze erover horen praatten. Plotseling begon ze een beetje van de kranzinnigheid die haar vriendinnen had bezeten te begrijpen. Tenminste, ze begon te begrijpen waarom ze hem zo mooi vonden. De jongen stond op en hoewel zijn ogen op haar gericht waren, keek hij overduidelijk ergens anders naar. Toen plotseling veranderde zijn blik en keek hij wel naar Nerice. Hij glimlachte en kwam naast haar staan
‘Nerice Calderon, toch?’ zei hij. Het klonk als een vraag, maar het antwoord wist hij toch al. Hij moest alleen iets zeggen. Net zoals hoe zij in haar hoofd een beeld van hem had geschetst, deed hij hetzelfde, met korte blikken om daarna weer in de vergetelheid van zijn eigen bewustzijn te glijden en Nerice voor eeuwig vast te leggen in zijn hoofd. Hij keek haar weer aan en zij knikte als antwoord op zijn vraag.
De tram stopte. Ze stapten tegelijkertijd uit.
‘Nerice Calderon.’
Hij liet de naam over zijn tong rollen, alsof het een nieuw soort smaak was die hij voor het eerst proefde. Ze keek hem aan, half glimlachend, terwijl van binnen haar hart tekeer ging. Ze wist wie deze jongen was, ook al kende ze hem niet. Het afgelopen schooljaar had ze zoveel verhalen over hem gehoord, dat ze het gevoel had dat ze hem beter kende dan ze zichzelf kende. Misschien was dat ook wel zo, maar geen van hen besefte dat op dat moment. Ze keken elkaar alleen aan, staand bij de tramhalte, in stilte gehuld, tot Nerice uiteindelijk zei: ‘Roman Corleone, toch?’
Hij glimlachte, net zoals hoe zij had geglimlacht toen hij haar naam had gezegd, in een vraagvorm, hoewel voor beide duidelijk was dat het geen vraag was. Er heerste een vreemde spanning tussen hen, een onbeschrijfbare, een ongebrijpbare, maar later zouden ze het beide begrijpen.
Roman grijnsde en zei toen: ‘Ik zit bij je in de klas. Ik zag het op het rooster. Kom, anders komen we nog later dan we nu al zijn.’

Dat was de eerste keer dat Nerice Calderon en Roman Corleone met elkaar spraken. Ze zaten al een jaar bij elkaar op school, hadden vrienden die op Nerice vielen, en vriendinnen die op Roman vielen, maar niet een keer hadden ze een woord gewisseld. Dit was de eerste keer, maar er zouden er nog vele volgen voor het einde. Mensen zouden later zeggen dat ze het al hadden gezien, die ene eerste schooldag dat ze samen het klaslokaal inliepen, natuurlijk ruim een half uur te laat, maar toch glimlachend en ontspannen. Mensen zouden later zeggen dat dat het moment was geweest dat ze het hadden gezien. Anderen meenden weer dat ze toen nog onschuldig waren, jong en onschuldig. Zij dachten dat het later was gebeurd, niet veel later, maar in elk geval later. Maar degenen die het dichtst bij Roman en Nerice stonden, hun beste vrienden, degenen die alles van hen hoorden te weten, zeiden dat niemand het aan had kunnen zien komen. Ze schudden hun hoofd als men hen ernaar vroeg en zeiden dat het niet te voorspellen was geweest. Of misschien wel, maar niet door hen. Niet door anderen. Niet eens door Nerice en Roman zelf.

Maar het was wel vanaf die dag dat ze elkaar kenden. Vanaf die dag zagen ze elkaar bijna iedere ochtend in de tram. Roman nam expres de tram, in plaats van de metro en zij liet iedere ochtend een tram aan zich voorbij gaan, omdat ze wist dat Roman altijd laat was. En als ze elkaar dan zagen in de tram, deden ze alsof ze elkaar niet zagen. Roman groette de andere mensen die hij kende die ook in de tram zaten of als hij alleen was, bleef hij ook alleen. En zij deed alsof er buiten dingen waren, interessanter dan haar mysterieuze klasgenoot, en als ze dan uit de tram stapte, was ze vaak aan de telefoon of waren haar gedachten zo ver weg dat ze Roman niet zag. Maar beide waren zich bewust van elkaars aanwezigheid. Ze konden je later altijd precies vertellen waar de ander had gezeten, ook al hadden ze die ander niet gezien. En ze wisten van elkaar dat ze de ander hadden gezien en dan vroegen ze zich altijd af waarom de ander niet groette. Bij Roman groeide het idee dat Nerice hem niet mocht, omdat ze hem op school ook vaak plaagde, en hij kreeg medelijden met zichzelf. Nerice meende dat Roman haar niet mocht, wellicht voelde hij zich te goed of hij was gewoon een gevoelloze lomperik. Ze werd nieuwsgierig naar wat er in de geest van deze gesloten jongen omging. Maar hij mocht haar niet, dacht ze, dus ze zou er waarschijnlijk nooit achterkomen. In feite dachten ze hetzelfde over elkaar. En daarom deden ze wat ze deden, behandelden ze elkaar hoe ze elkaar behandelden. Hun eerste relatie, eerste vriendschap of vijandschap zou gebaseerd zijn op misvattingen. Maar alles zou duidelijk worden, de waas zou vanzelf wel oplossen. Maar een ander zou ervoor in de plaats komen…

Nerice keek naar het plafond van haar kamer. De wolken die ze erop had geschilderd leken net echt, ook al waren ze nog niet helemaal droog. En de vlinders die door de lucht vlogen, opgehangen door Meaghan, die naast Nerice lag, brachten de zomer in haar kamer. Het blauwe plafond, de pastelkleurige vlinders en dan de bamboehouten slaapmeubelen en bank gaven de kamer een exotisch uiterlijk. Beneden in de woonkamer stond de palm die Meaghan en Nerice met veel moeite van het tuincentrum naar Nerice’s huis hadden gebracht. Op de fiets. Ze waren een gevaar op de weg geweest, met de palm en nog enkele Aziatische plantjes met rode bloemetjes. Maar het was de moeite waard geweest. Zodra de hele kamer droog was, zouden ze de planten naar boven halen. Als ze daar de kracht nog voor hadden. Nerice stootte Meaghan plagend aan.
‘Je bent moe, he?’
Meaghan keek haar met een opgetrokken wenkbrauw aan. Zij en Nerice zagen er beide niet uit, met blauwe verf in hun haren en lijm tussen hun vingers. Ze had de halve dag onhandig balancerend op een gammele ladder gestaan, had zich meerdere keren met een hamer op de vinger geslagen en de andere helft van de dag had ze plantjes uitgezocht in het tuincentrum, om die daarna met pijn en tranen weer naar huis te vervoeren. Dat Nerice haar nu vroeg of ze moe was leek haar totaal overbodig. Ze wilde iets kattigs zeggen, maar toen ze de ondeugende glimlach om Nerices lippen zag, hield ze wijselijk haar mond.
Nerice was ook wel moe, maar ze had een grotere energievoorraad dan haar liefste vriendin. Ze zou zo nog een halve dag doorgaan, want ze vond het leuk. Schilderen, met handen en voeten als een klein kind en dan ook nog flinke potten verf verspillen door die over Meaghan heen te gooien zou ze het liefste vierentwintig uur per dag doen. Eigenlijk dacht Meaghan er precies hetzelfde over, want zij was flink in de weer geweest met de grote pot lijm die Nerice voor de gelegenheid had gekocht. Het zou een wonder zijn als Nerice haar haren nog zou kunnen wassen. Lijm schijnt namelijk immuun te zijn voor shampoo. Maar daar ging het niet om. Ze hadden lol gehad en dat was het belangrijkste. Met haar voeten raakte Nerice een van de vlinders aan. Het dingetje draaide rond en raakte verstrikt in een andere vlinder, maar Nerice had niet echt zin om het uit de knoop te halen.
‘Ze zijn wel mooi, die vlinders,’ zei ze meer tegen zichzelf dan Meaghan. ‘Ik zou er ook wel eentje willen zijn. Onbezorgd rondzwervend, rekening houdend met niemand behalve mezelf.’
Ze was even stil, in haar eigen gedachten verzonken, terwijl ze naar de vlinders keek.
‘Waarom kunnen mensen niet als vlinders zijn? Waarom moeten we altijd rekening houden met anderen? Zijn we niet allemaal individuen die hun eigen leven leiden zonder bemoeienis van anderen?’
Meaghan draaide zich om op haar buik en leunde op haar ellebogen. Ze kende deze buien van Nerice maar al te goed, de diepzinnige gedachten die in het hoofd van haar vriendin rondspookten moesten soms naar buiten komen. En daarom hield ze zoveel van haar. Omdat ze zei wat ze dacht, op de meest gekke momenten wanneer het toaal niet kon, maar het was wel altijd de waarheid. De waarheid die je aan het denken zette. Want zo was Nerice. Ze zei het hoe het was. Net als een vlinder. Ze verbaasde zich daarom ook over wat Nerice net zei.
‘Hoe bedoel je dat?’ vroeg ze. ‘Jij doet toch altijd wat je wil, je zegt toch altijd wat je wil?’
Nerice keek haar glimlachend aan en schudde langzaam haar hoofd. Ze ging rechtop zitten en trok haar benen op. Als zij altijd zei en deed wat ze wilde, zou ze nu waarschijnlijk ruzie hebben met de halve wereld. Zo zat ze niet in elkaar. Ze was wel impulsief en recht voor z’n raap, maar lang niet zoals hoe ze zelf wilde zijn. Ze moest altijd rekening houden met anderen, uit schuldgevoel. Of iets anders… Uit liefde? Omdat je degene om wie je geeft niet wilt kwetsen met zinloze uitlatingen die dan wel de waarheid zijn, maar daarom niet minder pijn doen? Ze zuchtte en keek Meaghan aan.
‘Waarom zijn mensen niet als vlinders?’ vroeg ze weer.
Meaghan keerde zich om en staarde uit het raam. De opgewonden sfeer van net was vervangen door een lounge-gevoel dat werd versterkt door de stem van Alicia Keys die de kamer zachtjes vulde en de vragen die Nerice hen stelde. Beide meisjes glimlachten tegelijkertijd en Meaghan antwoordde op de vraag.
‘Om liefde. Mensen zijn niet als vlinders om liefde.’
Ze keek naar Nerices brede glimlach en de sprankelende ogen en ze wist dat ze gelijk had. Het was inderdaad om de liefde. Dat zag ze aan Nerice. Aan de manier waarop ze lachte. Dat deed ze altijd, van die raadsels maken die ze dan in stilte oploste, waarna ze anderen hun hoofd erover liet breken. Maar deze was nog simpel geweest. Plotseling betrok Meaghan’s gezicht, want ze had in Nerices ogen iets gezien.
‘Sommige mensen zijn vlinders, omdat anderen niet snappen dat het niet meer dan een waan is…’
Ze sprak de zin langzaam uit, maar toen ze was uitgesproken, sprong Nerice op en ze klapte in haar handen.
‘Je hebt het antwoord geraden!’ riep ze opgetogen uit. Meaghan grijnsde en Nerice plofte weer naast haar neer op het bed.
‘Sommige mensen doen net als vlinders. Sommige mensen denken dat ze vlinders zijn. Maar diep van binnen zijn zij degenen die er het meest om geven. Mensen als Roman.’
‘En jij,’ zei Meaghan zacht.

Nauwelijks een kilometer verderop zat Roman in zijn kamer, net als Nerice, liggend op zijn bed starend naar het plafond, maar zijn stemming was precies het tegenovergestelde van opgewekt te noemen. Zijn ogen waren halfgesloten, maar in de ooghoeken zag je nog de sporen zitten. Je zag hoe zijn ogen lichtjes glansden en de rode strepen op zijn huid. Hij lag nu ogenschijnlijk kalm op zijn bed, maar nog geen kwartier eerder had hij schreeuwend door het huis gelopen, dingen opzij schoppend en zijn ouders uitschelden voor alles dat hij maar kon bedenken. Hij was naar zijn kamer gegaan en had de deur met een klap achter zich dichtgeslagen. Zijn borstkas ging op en neer, van woede, van onmacht. Hij wilde iets kapot maken, maar onderdrukte de behoefte door onder zijn oogleden door strak naar zijn plafond te staren. Zijn handen trilden licht, niet veel, maar ze trilden wel. Ze trilden genoeg om te laten zien dat Roman anders was. Anders dan hij zich voordeed. Hij beet op de binnenkant van zijn wang en onderdrukte emoties die alleen hij kende. Hij hoorde zijn ouders beneden nog schreeuwen en af en toe klonk de stem van zijn broertje er doorheen. Hij glimlachte toen hij hoorde hoe zijn broertje het voor hem op nam.
Hij wist dat zijn ouders misschien gelijk hadden. Dat hij te vaak van huis was. Dat hij met verkeerde mensen om ging. Dat hij een te grote mond had. Dat hij nooit deed wat hij beloofde. Maar moesten ze het iedere keer zo inwrijven. Hij was zeventien! Mocht hij geen vrijheid hebben? Of nam hij juist te veel vrijheid? Wat was zijn probleem? Hij wist het niet. Hij wist alleen dat zijn ouders hem gek maakten. Hij was hun zoon en toch schenen ze hem het slechtst van iedereen te kennen. Was er dan iets mis in hun gezin?
Hij schudde zijn hoofd toen hij zichzelf die rare vragen begon te stellen. Er was niets mis met hem of hun gezin. Er was iets mis met zijn ouders. Hij sloot zijn ogen nu helemaal en met zijn rechterhand draaide hij de volumeknop van de cd-speler omhoog. Zijn kamer werd nu gevuld door het geluid uit de speakers, zodat niemand zijn zachte huilen hoorde…
__________________
love isn't love untill you give it away
Met citaat reageren
Advertentie
Oud 28-06-2005, 21:38
Noddy
Noddy is offline
Ik vond het opzich wel een leuk verhaal. Ik denk dat het wel herkenbaar is. Ik vind het alleen een beetje langdradig.
__________________
Make that the cat wise
Met citaat reageren
Oud 28-06-2005, 22:22
Tegendraads
Tegendraads is offline
Nee, niet leuk, veel te Fancy. Het doet me denken aan de verhalen die ik schreef toen ik veertien was en waanzinnig verliefd (ben je dat toevallig, waanzinnig verliefd?).
Met citaat reageren
Advertentie
Reageren

Topictools Zoek in deze topic
Zoek in deze topic:

Geavanceerd zoeken

Regels voor berichten
Je mag geen nieuwe topics starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag geen bijlagen versturen
Je mag niet je berichten bewerken

BB code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit

Spring naar

Soortgelijke topics
Forum Topic Reacties Laatste bericht
Verhalen & Gedichten Ik had een droom over je
Verwijderd
2 30-11-2006 14:26
Verhalen & Gedichten Plaats hier gedichten die je mooi vindt van bekende dichters.
Dreamerfly
106 28-12-2004 21:45
Verhalen & Gedichten In een bui van melodrama, zoals ik.
xineof
5 01-08-2004 17:59
Verhalen & Gedichten Verhaal: Droom
Verwijderd
7 12-01-2004 00:15
ARTistiek een brief aan ...
-Enid-
2 21-02-2002 13:01
ARTistiek de engel die haar vleugels verloor [verhaal]
!KiTTiE!
4 16-01-2002 15:52


Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 17:06.