Oud 28-08-2006, 22:49
Roosje
Avatar van Roosje
Roosje is offline
Comptine d'une vie, 12 oktober 2005.
Het leek of ze zweefde. Overal waar ze kwam, verdween de wereld voor haar voeten. Er was slechts duisternis rondom haar, donkerte waarin ze leek te verdrinken. Uit alle macht probeerde ze zichzelf bij elkaar te houden, maar de ruimte verbood haar dat. Haar lichaam, dat ooit zo stevig was, begon af te brokkelen en verhulde niets mee. In duizend kleine stukjes brak ze, duizend kleine stukjes die alle kanten op zweefden. Elke gedachte verwoordde zich in losse letters, elk gevoel viel uiteen in onbeschrijflijke plukjes verwarring, maar stoïcijns leefde ze door. Wat moest ze anders?

Zwart was zwart werd zwarter.
Zoals extreme dingen af en toe om kunnen slaan naar het andere uiterste, zo implodeerde haar wereld plotseling en onverwacht tot een kleurrijke massa. Hoewel het fijn was om weer iets anders om zich heen te hebben dan slechts een donkere leegte, moest ze er ontzettend aan wennen. Het leek alsof ze weer in elkaar werd gedrukt, haar duizend stukjes smolten samen tot één geheel en dingen leken te duidelijk om er nog aan te kunnen ontkomen. Het ontkennen, wat ze deed toen ze uit elkaar aan het vallen was, kon ze niet meer volhouden. Nu ze met haar neus op de feiten gedrukt werd, confronteerde ze zichzelf met andermans waarheid. Men vond dat ze op, nee, eigenlijk zelfs over het randje was geweest. Ze had gebalanceerd boven een dal, dat lieflijk was zolang de mist niet optrok. Pas als de wolken eindelijk begonnen te stijgen, kon je zien wat er mis was. Bomen die eerst groen en rond waren, bleken dat niet te zijn. Het water dat ooit helder en blauw scheen te zijn geweest, was het niet. Zelfs de zon, die de vallei trachtte te verlichten, was niet wat ze leek. Zij prees zichzelf gelukkig dat ze alleen had gewankeld en niet daadwerkelijk gevallen was.

…hoewel? Moest ze nu dan vrolijk en blij zijn, met een kakofonie van kleur om zich heen? Dat kon niet. Ze had te lang op zichzelf geleund, was te lang alleen geweest om nu alles zonder slag of stoot te kunnen accepteren. De eenzaamheid had haar uitgeput en de overspoeling van licht en geluid die daar bovenop was gekomen, maakte het alleen maar erger.

Ze zweefde. Boven haar brak de lucht open en de zon verwarmde haar lichaam. Onder zich zag ze nog steeds die wolken, de langgerekte slierten wittigheid. Eigenlijk beviel het haar daar wel. Lang bleef ze er, drijvend op niemandsland terwijl ze weer energie kreeg. Te lang. Toen ze probeerde terug te gaan, terug naar de zon en weg van de mist die haar nu pas angst begon aan te jagen, merkte ze dat het haar niet meer lukte. Langzaam raakte ze in paniek. De lucht, die steeds dunner leek te worden, benauwde haar. Alles moest eruit. De hemel werd zwakker. Hij was niet meer sterk genoeg om haar te dragen, ook al had hij het zo lang gekund. Die tijd was nu over. Op dat moment besefte ze wat er gebeuren ging. Ze zou vallen. Toen ze dat eenmaal wist, durfde ze zich te laten gaan. Terwijl ze windvlagen langs haar oren hoorde suizen, bleven haar gedachten achter op de plek waar ze gelukkig was geweest.
De klap kwam later.


Haar lichaam lag op de grond, levenloos. Om haar heen was weer duisternis, gekarteld en zwart. Haar ziel viel langer en verder dan ze ooit voor mogelijk had gehouden. Toen ze in zichzelf viel, leek het niet meer te passen. Gedachten en gevoelens waren gegroeid en veranderd, maar haar lijf was hetzelfde gebleven. Uiteindelijk stopte ze haar geest in zichzelf en stond op. Waar was ze?

Het donker was anders dan eerst. Nu kon ze vaag schimmen onderscheiden en alles voelde duizendmaal zo troosteloos. Scherp omringde deze mysterieuze plek haar. Ze kon er niets van thuisbrengen, behalve dan dat alles vijandig leek. Hier was ze niet gewenst, zoals de kleuren niet welkom waren geweest in haar oude vertrouwde ledigheid. Ze werd afgestoten door deze plaats, hij moest haar niet. Langzaam ging ze voort, langs een droge rivierbedding. De klei die het water had achtergelaten, was ingedroogd en gebarsten. De grijze kloven gaven haar een onheilspellend gevoel. Waar was ze, dat deze plek zo’n ongekende dreiging uitstraalde? Doodsbang werd ze ervan. Ze hoorde het bloed bonken in haar oren, alsof het er uit wilde spatten. Op het moment dat ze haar mond opende om te gaan gillen, verscheen er een schim in haar blikveld. Hij leek van watten gemaakt te zijn, doorzichtig en toch ook weer niet, maar bovenal licht. Waar hij liep, lichtte de wereld even op, alsof hij een god van vruchtbaarheid was. De grond die zijn voeten hadden aangeraakt, werd nadat hij verdween weer vruchteloos en donker.
‘Meisje,’ sprak hij. Zijn stem deed haar in elkaar krimpen van angst. Hoe mooi en hoopvol hij er ook uit kon zien, zijn stem klonk alsof hij haar doodsvonnis over haar afriep. ‘Meisje,’ herhaalde hij en vulde er de hele lucht mee. De geluidsgolven werden teruggekaatst door de omgeving en gaven duizenden echo’s. ‘Meisje,’ zei hij een laatste keer. Nu ging hij door: ‘Driemaal is scheepsrecht. Tweemaal stond je op het randje. Eenmaal kun je nog proberen. Je lot ligt in je eigen handen.’
Het was stil terwijl de schim haar naderde. Naast haar bleef hij stil staan. De grond onder zijn voeten was groen, maar zij stond buiten zijn cirkel van leven.
‘Waar ben ik?’
‘Je bent in gevaar,’ antwoordde hij. ‘Luister naar me.’
Van zo dichtbij rolde zijn stem over haar heen op dezelfde manier als dat golven op rotsen beuken: woest, gevoelloos en egoïstisch.
‘Eén kans heb je nog. Eén. Luister naar me.’ Hij ging verder, haar in opperste staat van verwarring achterlatend. Hysterisch probeerde ze hem na te gillen, maar ze kon geen geluid meer uitbrengen. De schim opende zijn mond voor de laatste keer, zonder zich om te draaien. ‘Luister naar me…’ De klanken stierven weg en hij verdween achter de horizon.

Stilte was alles wat restte, maar nog steeds hing er iets in de lucht en zij voelde dat. Ze bleef staan, haar armen strak langs haar lichaam. Dat was de enige manier waarop ze de angst niet de overhand kon laten krijgen. Pas toen ze haar paniek enigszins omlaag had gedrukt, bewoog ze zich weer. Toen ze het waagde om een stap te zetten, kwam alles in beweging – het leek of ze erop gewacht hadden. De wereld begon te vervormen, stuiptrekkend scheurde de lucht uiteen, kronkelend vonden barsten zich een weg door de grond, alles kwam op haar af en nam weer afstand. Wind striemde in haar gezicht, golven water sloegen over haar heen en gooiden haar van de ene kant naar de andere.

Niet dat het lang duurde, o nee, dat niet. Ze had nog niet de kans gehad om iets te doen of alles stopte al weer, maar de beelden bleven in haar hoofd hangen. Door één enkele pas had ze de wereld tijdelijk zichzelf doen vernietigen. Haat begon in haar maag op te borrelen. Haat jegens de schim, deze wereld, jegens zichzelf. Hij was sterker dan haar rationeel denkende verstand. Hij trok haar voeten los van de grond en liet haar rennen, terwijl er in de droogstaande rivierbedding een kolkende stroom verscheen. Haar haat uitte zich in agressief gebonk op de droge grond; de haat van de wereld gaf zich weer in het rondtollende water – zwart maar helder. Haar voeten stampten op de oever en deden pluimpjes donker stof opdwarrelen.

Ze sprong. Alsof haar rennen een ellenlange aanloop was geweest, zo sprong ze. Haar haat was echter niet sterk genoeg om haar naar de overkant van het water te dragen. Ze viel, midden in de woedende stroom. Kansloos.

Toen ze weer bovenkwam, leek alles hetzelfde. Dat verbaasde haar. In deze wereld, waar alles zichzelf leek te veranderen, kon daar ooit iets hetzelfde blijven? Ze had verwacht van niet, maar blijkbaar – blijkbaar zat ze fout met haar verwachtingen, zoals ze met zoveel dingen fout had gezeten. Slechts één ding was veranderd. Het water was gekalmeerd en stroomde nu zachtjes voort. Ze klom eruit en dacht na over de woorden van de schim. Driemaal? Drie kansen? Allemaal leuk, wel en aardig, maar drie kansen voor wat?

Plotseling overviel het haar, beklemmend. Natuurlijk, dat was het, dat moest het zijn, het kon niet anders of ze had drie kansen om zichzelf te redden. Twee verbruikt, één over? Dat verklaarde veel, maar niet alles. Niet waarom ze hier was, alleen en verlaten, met kilte en bevriezing als een deken om haar heen. Toen hoorde ze de stem weer: koud en gevoelloos, angstaanjagend en tegelijkertijd geruststellend. Ze was niet alleen, toch niet. ‘Meisje,’ sprak hij. De klanken leken overal vandaan te komen en spoelden door de hele wereld heen. ‘Je luisterde niet. Drie kansen had je, twee verspild, één bleef over. Waarom was jouw gevoel sterker dan je lijf? Je eigen haat heeft je vermoord. Je bent dood, weet je dat?’

Vlinders werkten averechts.

--------------------------------------------------------------------------------------

Mijn lievelingsverhaal van afgelopen herfst. Ik ben er wel tevreden over, maar wat vindt men er hier van? Een voorstelling over de Odyssee heeft mij geïnspireerd tot het schrijven van dit verhaal, maar vraag maar niet hoe. En de titel is inderdaad afgeleid van Yann Tiersen. Brandt los.
__________________
Veel lopen, langzaam water drinken.

Laatst gewijzigd op 28-08-2006 om 22:53.
Met citaat reageren
Advertentie
Oud 29-08-2006, 19:03
hasseltboy
Avatar van hasseltboy
hasseltboy is offline
r4. verhulde niets mee(r) ?
__________________
Hasselt!|lid van Berlijn fanclub!|Gott mit uns
Met citaat reageren
Oud 30-08-2006, 15:13
Roosje
Avatar van Roosje
Roosje is offline
Citaat:
hasseltboy schreef op 29-08-2006 @ 19:03 :
r4. verhulde niets mee(r) ?
Oh ja, dat klopt, dank je.
__________________
Veel lopen, langzaam water drinken.
Met citaat reageren
Oud 31-08-2006, 15:07
Vogelvrij
Avatar van Vogelvrij
Vogelvrij is offline
Ik dacht eerst dat het te abstract ging worden, tegen het midden dacht ik dat het toch wel meeviel, toen die stem kwam en zo, maar aan het einde kwam ik tot de conclusie dat ik er eigenlijk niet zo heel veel van begreep. Maar je laatste zin klinkt ontzettend mooi
__________________
Het werkelijke leven is een veel oppervlakkiger gedoe dan men zichzelf bekennen wil. (T. Thijssen)
Met citaat reageren
Oud 31-08-2006, 20:08
Verwijderd
Een overdaad aan (bijvoeglijke naam-)woorden werkt averechts...

Ik vind het een hele mooie gedachte die je hier uitwerkt, begrijp me niet verkeerd, maar je woordkeus... De manier waarop je dingen omschrijft...
Al die woorden maken het verhaal er af en toe niet mooier op.

onbeschrijflijke plukjes verwarring bijvoorbeeld. Daarbij kan het woord "onbeschrijflijk" best weggelaten worden. Het voegt niets toe. "Plukjes verwarring" maakt al duidelijk dat iets wellicht moeilijk te omschrijven is.

Overal waar ze kwam, verdween de wereld voor haar voeten. Er was slechts duisternis rondom haar, donkerte waarin ze leek te verdrinken.
Als er slecht duisternis is, waarom ziet ze dan de wereld voor haar voeten verdwijnen?
De tweede zin zorgt ervoor dat het beeld dat je vormde bij de eerste zin verdwijnt. Het lijkt alsof deze twee zinnen elkaar tegenspreken en ik vond het persoonlijk erg verwarrend. Ik herlas dit stukje omdat ik dacht dat ik het misschien verkeerd begrepen had. Misschien heb ik het ook wel verkeerd begrepen...

Van zo dichtbij rolde zijn stem over haar heen op dezelfde manier als dat golven op rotsen beuken: woest, gevoelloos en egoïstisch.
Deze zin leest niet lekker. Verder is de vergelijking "van dichtbij rollen" en "beuken" (woest, gevoelloos en egoïstisch zelfs) misschien niet zo'n geschikte. Het rollen van een stem klink nu eenmaal niet zo indrukwekkend en agressief als de woorden "beuken, woest, gevoelloos en egoïstisch. Beuken golven überhaupt egoïstisch?

Zo kwam ik wel meer zinnen en omschrijvingen tegen die bij mij een hoop vraagtekens opriepen.
Nogmaals: ik vind het idee prachtig. Ik vind het ook heel origineel en gedurfd om zo veel abstractie in een verhaal te verwerken. Helaas is dat ook de moeilijkheid van het schrijven van een dergelijk verhaal. Daarbij is elk woord en elk bijvoeglijk naamwoord ontzettend belangrijk om het verhaal goed over te laten komen.


/EDIT
Waarom kies je eigenlijk voor een franse titel in plaats van een nederlandse?

Laatst gewijzigd op 31-08-2006 om 20:11.
Met citaat reageren
Oud 31-08-2006, 20:56
Roosje
Avatar van Roosje
Roosje is offline
@ NuncaMas: Dankjewel, daar heb ik iets aan! Ik zal er nog eens naar kijken, dat wil zeggen, als ik me ertoe kan zetten, want ik werd zelf stiekem bang van dit verhaal toen ik het schreef. Dat het om half drie 's nachts was hielp natuurlijk ook niet mee. Maar goed, de Franse titel komt van een liedje van Yann Tiersen, uit Amélie (Comptine d'un autre été). Dat liedje luisterde ik toen heel vaak en het leek wel ongeveer te kloppen.
__________________
Veel lopen, langzaam water drinken.
Met citaat reageren
Oud 01-09-2006, 13:55
Verwijderd
NuncaMas zegt zo'n beetje wat ik ook zou zeggen over dit stukje.

Het is té abstract naar mijn mening. Ik kon het gewoonweg niet volgen en dat is niet omdat ik me er niks bij kan voorstellen (juist wel, je schrijft lekker filmisch), maar omdat ik niet goed weet wat ik er achter moet zoeken. Het blijft voor mij een vage beschrijving van een aantal vage gebeurtenissen. (kan aan mij liggen.)
Het gaat ook wat veel heen en weer. Dan gaat het ''goed'', dan weer ''slecht'', dan wordt ze weer opgeslokt, dan weer uit elkaar getrokken, dan weer overvallen door iets. Ik mis de lijn een beetje.
Sommige zinnen, alinea's, vind ik echt super qua taalgebruik. Zoals:
Citaat:
stuiptrekkend scheurde de lucht uiteen
die ik al kende van je signatuur een tijdje geleden.
Andere zinnen vind ik enigszins lomp (vergeleken met de rest van het stukje) zoals
Citaat:
Haar lichaam lag op de grond, levenloos.
, of, zoals NuncaMas al zei, té vol van bijvoeglijke naamwoorden en/of vergelijkingen.
Verder vind ik het leuk dat je archaïsche woorden, zoals jegens en trachtte, gebruikt. Máár, het past niet zo goed meer als je er tegelijkertijd zinnen als
Citaat:
Nu ze met haar neus op de feiten gedrukt werd,
in staan, omdat dat juist weer zo'n ''moderne'' uitdrukking is.

Tenslotte: het is een mooi stuk, begrijp me niet verkeerd. Het leest alleen niet zo heel lekker.

Ps: Het valt me op dat (haast?) alles wat ik van je lees, geschreven is vanuit hetzelfde perspectief. Een meisje in de hoofdrol, gezien vanuit een verteller die haar in de derde persoon beschrijft (of zo... gvd, een half jaar geleden wist ik al die termen om dat uit te drukken nog) Schrijf je veel autobio?
Met citaat reageren
Oud 02-09-2006, 23:19
Roosje
Avatar van Roosje
Roosje is offline
@ Quis: Wat dat laatste heb je wel gelijk. Ik schrijf ook wel dingen vanuit een ander vertelperspectief, maar daar ben ik altijd minder tevreden over. Ik zou het eigenlijk vaker moeten doen, dan leerde ik het tenminste. En dankjewel voor je commentaar.
__________________
Veel lopen, langzaam water drinken.
Met citaat reageren
Advertentie
Reageren

Topictools Zoek in deze topic
Zoek in deze topic:

Geavanceerd zoeken

Regels voor berichten
Je mag geen nieuwe topics starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag geen bijlagen versturen
Je mag niet je berichten bewerken

BB code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit

Spring naar


Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 21:59.