Door gebruik te maken van Scholieren.com of door hiernaast op ‘akkoord’ te klikken, ga je akkoord met onze gebruiksvoorwaarden en geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Als je niet alle cookies wilt toestaan, ga dan naar ‘instellingen aanpassen’ om dit in te stellen. Ben je jonger dan 16 jaar? Zorg dan dat je toestemming hebt van je ouders om onze site te bezoeken. Hier lees je alles over hoe wij omgaan met je privacy.

Oud 03-01-2008, 19:26
Moscow
Avatar van Moscow
Moscow is offline
Vandaag ging ik op visite bij Anja, een zeventien jaar oud meisje uit Melle dat vastberaden is om ooit de gouden medaille te veroveren op de Olympische Spelen voor de discipline zwemmen. Klein detail: Anja's moeder is haar vergeten te voorzien van armen.
Het verhaal van haar ambitieuze levensdoel bereikte mij via een groepje jongeren in een club in Gent, de naam ervan is mij helaas ontgaan. Er speelde een groep waarvan ik één van de leden enkele dagen voordien had ontmoet. Zijn woorden waren vriendelijk en zijn meningen intelligent en oprecht, wat wel enige nieuwsgierigheid in mij opwekte, aldaar de reden van mijn aanwezigheid, want ik heb voor alles een reden.
Nu ja, ik zat daar dus een sigaretje te roken en naar een intrigerende foto in een tijdschrift te staren - waar ik geen nadere uitleg over ga geven - toen ik flarden van een luidruchtige en blijkbaar prettige conversatie opving, die woorden zoals 'gehandicapt', 'hilarisch' en 'Anja' bevatte.
Mijn poging om wat meer details uit hun smurrie van woorden - begeleid door een vreselijke 'studentenaccent' overigens - te halen, bleek weinig succesvol. Voor zulke situaties bestaat er echter een zeer eenvoudige oplossing.

"Excuseer, zou ik een minuutje van jullie tijd mogen?"
De jongeren - hoewel ik eigenlijk niet ouder ben - keken me even bedenkelijk aan, ik gunde hen wat tijd zodat ze hun eerste, goede indruk van mij konden creëren.
"Tuurlijk, tuurlijk", reageerde een jongen, lichtjes enthousiast.
Ik stelde mijzelf voor als een journalist van een verzonnen, regionaal krantje waar zij logischerwijs nog nooit van gehoord hadden.
"Het spijt mij, maar enkele van jullie woorden hebben mij bereikt en tegelijkertijd mijn interesse gewekt. Ik hoorde jullie praten over een zekere Anja, en zij leek een eerder fascinerend persoon te zijn. Toevallig heeft men mij niet zo lang geleden opgedragen een column te schrijven, waarin ik telkens een onbekende Vlaming moet portretteren. Mijn vorige subject was een bejaarde die in bepaalde kringen beroemd was om zijn grote rolstoeltalenten. Werkelijk een fascinerend man, ik heb veel geluk gehad hem te ontdekken."
Het merendeel van het groepje jongeren is alweer aan het roezemoezen, enkel de jongen tot wie ik mijn eerste blik wendde volgde me nog, lichtjes ongeïnteresseerd.
"Welnu, ik denk dat ik met Anja misschien weer een schot in de roos kan treffen. Zou u mij misschien haar achternaam kunnen geven? Of beter nog: haar adres of telefoonnummer?"
Ik wist zelf ook wel dat ik niet echt geloofwaardig over kwam, desalniettemin vertelde de jongeheer mij Anja's achternaam en de naam van de straat waarin zij woonde.
"Dank u zeer voor uw aandacht en informatie. Laat mij u nog snel een pintje trakteren."
Hij stak zijn hand in de lucht om te zeggen dat dat niet hoefde en ik stak mijn hand in de lucht om te zeggen dat ik doorging.

Ik belde aan. Een klein vrouwtje met kort haar opende de deur.
"Dag mevrouw, ik ben Tom Downing, journalist van het tijdschrift 'De Ochtendstok'. Onlangs heb ik u getelefoneerd om mijn bezoek aan te kondigen."
"Oh ja. Ja, dat klopt! Jij bent hier voor ons Anja zeker? Kom binnen, kom binnen."
Ik ging binnen en zette me neer in de fauteuil die het vrouwtje me aanwees, alsof ze hem er na mijn telefoontje speciaal voor mij daar had gezet.
"Ik zal ze gaan halen hoor, ik ben dadelijk terug. Doe alsof je thuis bent."
Ik deed niet alsof ik thuis was. Hoewel het tot dusver lijkt alsof ik dagelijks mijzelf in dit soort situaties sleur, is dat niet zo. Pas nu, nu dat ik in een bruinroze fauteuil zat, omgeven door lelijke en nutteloze spullen die het leven van de inwoners van dit huis moesten representeren, ja, pas nu besefte ik hoe absurd dit eigenlijk niet was, en hoe fout.
Enkel gekken doen dit, en ik ben toch geen gek? Misschien wel gek, bijvoeglijk, 'een beetje gek', maar toch niet de dorpsidioot die met een ondergescheten panty op zijn hoofd bij de bakker een stokbrood gaat kopen? Toch niet de oude man wiens vocabulaire niet verder rijkt dan 'm', 'o' en een geluid dat geproduceerd kan worden door te blazen met speeksel tussen je lippen?
Neen, ik was niet gek. Dit was iets dat ik moést doen, voor de literatuur, voor het leven. En misschien ook wel voor Anja. Uiteindelijk was dit wat zij wou, wat iedereen wil. Aandacht, een beetje bekendheid, erkenning. Beloond worden voor je harde werk door in een krantje te komen, hoe klein dat krantje ook is. 'Kijk, dat ben ik', zeggen ze dan. En de ouders zeggen: 'Kijk, dat is mijn zoon'. En zo zegt elke kennis van die persoon dan wel iets, uiteraard met een tikkeltje jaloezie. 'Was ik dat maar. Had ik maar iets gedaan met mijn leven.'
In mijn jeugd en nu nog schrikte het mij altijd af; iets doen, leven en misschien vooral iets doen mét dat leven. Nu niet meer, een verhevenheid heeft die pijn verzacht of gerelativeerd. Als ik iets wil doen, dan moet het groots zijn. Geen burgemeester worden, maar president. Geen goede minnaar zijn van één vrouw, maar een fantasie van duizenden vrouwen. Geen man zijn, maar een symbool.
En zelfs als ik die dingen niet kan zijn, dan geeft het niet, want uiteindelijk maakt het toch niets uit. De drang naar roem is uiteindelijk maar een ver doorgevoerde vorm van reproductieinstinct. De genen weer een generatie langer laten meegaan is niet meer genoeg, mensen willen zélf generaties langer meegaan.
Nee, wat ik nu aan het doen was, was niet moreel fout. Voor de literatuur, voor de kunst van het liegen, andere mensen meesleuren in je eigen illusies, zoals je iemand anders zou meenemen op reis. Vaak stribbelen ze tegen, maar uiteindelijk geven ze toe dat je gelijk had, de tijd van hun leven hebben ze dan gehad.

Het oud vrouwtje kwam terug, samen met een meisje. Dat moest Anja zijn, de persoon waarvan ik enkel de naam wist en ook dat ze gehandicapt was, en hilarisch.
"Hier is ze, Anja. Kijk, dit is de meneer die met je wil praten", het leek alsof dat laatste ook naar mij gericht was, alsof ze mij vertelde dat ik inderdaad die meneer was. Een lichte tik tegen je been onder de tafel, daarmee kan je het vergelijken.
Anja was 'gehandicapter' dan ik dacht. Ik had me meer verwacht aan iemand die een beetje achterlijk was, of een vinger miste. Maar het meisje dat nu voor me stond, had geen armen. Ze droeg een groen-grijs gestreept T-shirt, de mouwtjes fladderden een beetje als ze bewoog, het waren net vleugeltjes. Eigenlijk had ze ook wel iets weg van een engel, Anja. Ze zag er best knap uit, ondanks haar arm-armoede. Een groot slank meisje, met kastanjebruin haar op schouderlengte. Ze keek af en toe vluchtig naar me met haar nieuwsgierige, lichtjes toegeknepen ogen. Blauw, zoals de strakke jeans die de vorm van haar lange, welgevormde benen erg complimenteerde.
Beleefd en zoals het hoort, stond ik op.
"Dag Anja", zei ik, en bijna stak ik mijn hand uit om haar te begroeten. Gelukkige kon ik deze in dit geval sadistische reflex nog net bedwingen. Ik gaf haar een knuffel. Dit hoorde niet, dat wist ik, maar wat moest ik anders doen? Vijf seconden hield ik haar vast, daarna liet ik haar langzaam uit mijn armen glijden. Eventjes hield ik haar schouders nog vast, alsof zij een standbeeld was dat ik bijna had omgestoten. Ze glimlachte verlegen, de gehele tijd had ze er een beetje ingehouden gestaan.
Misschien ook wel terecht. Ik kon ook een journalist zijn die niet sprak met mensen zonder armen. "Met jou spreek ik niet, jij hebt geen armen", zou zo'n journalist zeggen. "Bedankt om mijn tijd te verspillen, bedankt voor niets", zou hij zeggen en hij zou het niet menen. En dan zou hij woedend het huis uit lopen en de deur dichtslaan.
Na een korte doch zeer onaangename stilte en wat kennismakingpraat besloot ik dat het maar eens tijd was om te beginnen. Het oud vrouwtje begeleidde ons naar de deur van Anja's kamer. Dat leek mij een geschikte locatie voor een interview.
"Stoort het als ik erbij zit?", vroeg ze.
"Als ik heel eerlijk mag zijn, ben ik bang van wel. Soms zijn er bepaalde onderwerpen waar niet vrij over gepraat kan worden met kennissen in de buurt. Ik zeg niet dat dat in dit huishouden het geval is hoor, maar je weet maar nooit. En het is al vaak voorgevallen dat ik iemand vriendelijk verzocht heb de kamer te verlaten, en daar komt ruzie van. Dat weet ik nu eenmaal uit ervaring. Daar komt ruzie van en die ruzies die zijn als een vlammetje in een hoop stro. Eerst enkel ik en de andere, maar als je niet oppast kan het hele gezin ontvlammen. Dat is ethisch niet aanvaardbaar, vind ik, en mijn collega's vinden dat ook."
Het vrouwtje keek lichtjes teleurgesteld, maar tevens begripvol.
"Ik begrijp het, geen erg. Je drinkt toch nog een tas koffie na het gesprek? Ik ga beneden koffie zetten. Er zullen ook koekjes zijn."
Langzaam daalde ze van de trap af, ze deed me een beetje denken aan een mengeling tussen een geest en een futuristische huisrobot.
"Zullen we?" Het was meer een aankondiging dan een vraag. We zouden.
Anja vroeg waar ik wou zitten, waarop ik antwoordde dat zij mocht kiezen. Haar kamer was blauw, her en der hing een foto van Fred Deburghgraeve. In gekleurde letters stond in het groot 'Fred Raket' geschreven op een muur. Ik herinner mij hem nog van in mijn jeugdjaren. Dat is nog niet zo lang geleden, maar toch leek het voor mij alsof Fredje al vijftig jaar geleden overleden was. Er hingen ook wat posters op van Britney Spears en Jennifer Lopez. Oh, en daar hing er eentje van Kelly Clarkson. Mijn theorie dat ze zichzelf tien jaar in deze kamer had opgesloten was weerlegd. Nu ja, haar 'armloosheid' was ook wel genoeg om die te falsifiëren.

Ondertussen zat ik neer op de bureaustoel van Anja. Zijzelf zat op haar bed, nog even ingetogen als daarstraks.
"En Anja, hoe is dat zo? Leven zonder armen?", vroeg ik. Recht voor de raap, direct erop, zo was ik nu eenmaal. Geen tijd verspillen, dat is uiteindelijk ook beter voor degene die geïnterviewd wordt.
"Oh, het went wel...", meer zei ze niet.
"Hm, interessant. En wat zijn jouw dromen, heb je ambities?"
"Ik zou graag ooit de gouden medaille halen voor zwemmen, op de Olympische Spelen."
"De Paralympische Spelen, bedoel je?"
"Neen, de Olympische."
Pijnlijke stilte.
"Hm, interessant. Oké, en ga jij ook naar school?"
Ze ging naar school. Ze had vier goede vriendinnen, en ook wat vrienden. De conversatie begon wat los te komen, school interesseerde haar blijkbaar.
"Maar hoe werkt dat dan? Je kan toch niet schrijven, neem ik aan?"
"Oh, jawel hoor.", antwoordde ze. Alsof het doodnormaal was. Ik vond er niets doodnormaal aan, ik was bijna verbaasd.
"Kan je mij dat dan eens tonen? Hoe doe je dat?"
Ze ging het mij eens tonen, ze wou me verrassen. "Ogen toe!", glimlachte ze. Ze was helemaal aan het open bloeien, Anja. Terwijl mijn ogen gesloten waren hoorde ik haar wat objecten verschuiven, een korte stilte en het kraken van haar bed.
"Je mag ze weer open doen."
Ik opende mijn ogen. Anja zat nog steeds voor me, tussen ons stond nu echter een tafeltje met een schriftje op waar uiteraard niets in geschreven was. Ongeduldig wachtte ik, elk moment kon het oude vrouwtje binnenwandelen met een trommel om het moment nog spannender te maken.
Toen hief ze plots haar been op, en zag ik tussen haar dikke teen en de teen erlangs een pen zweven, maar mijn aandacht werd al snel afgeleid door Anja's voet. Hoe sierlijk ze ermee naar het papier ging, hoe precies ze de voet kon bewegen. Het was werkelijk de mooiste voet die ik ooit gezien had, gebruind, nergens een eeltlaagje. Alsof ze elke dag gebaad werden in een gouden bubbelbad met rozenblaadjes. Haar teennagels waren gelakt, opvallend rood, zoals veel jonge meisjes tegenwoordig doen.
Men zegt wel eens dat je schoonheid op de gekste plaatsen vindt, en dat is ook zo. In de ogen van een vrouw, de glimlach van een baby, allemaal absurde plaatsen. Maar in een schoen? Daar zou ik nooit of te nimmer gezocht hebben. Een goddelijke schoonheid. Nederig, maar goddelijk. Anja was inderdaad een engel. Ze had haar armen moeten opofferen om Godinnen als voeten te hebben, die de Aarde zouden zegenen met elke stap.
"En, toch goed, hé?" Gelukkig leek het alsof ik onder de indruk was van haar schrijfkunsten, wat ook wel zo was, maar niet vergelijkbaar met het andere.
"Ja", zei ik, "Mooi. Heel mooi."

We babbelden nog wat na over (on)praktische zaken, haar Olympische droom en een beetje over mij. Hoewel ze meer informatie vrijgaf, was ze nog altijd erg timide. Haar voeten had ze al lang waar onder het tafeltje gezet, uit mijn gezichtsveld. Daar hebben we het jammer genoeg niet over gehad.
"Ik denk dat we klaar zijn, Anja. Het was zeer aangenaam om met je te spreken, heel leerrijk. Ik begrijp de wereld nu beter denk ik. Soms weten mensen zonder iets meer dan mensen mét iets. Mensen zonder armen, mensen zonder mentale gezondheid. Zullen we naar beneden gaan voor de koffie?"
Anja knikte. Ik hielp haar opstaan en samen daalden we de trap af, ik voorop, voor als ze zou vallen.
"En, hebben jullie een goede babbel gehad?", vroeg het oud vrouwtje aan me.
"Jawel", zei ik. "Jawel, het was erg verrijkend."
Ze glimlachte, oprecht voldaan, ook al had ze eigenlijk niets moeten doen. Koffie zetten, dat had ze wel gedaan, daar moest ik nog mijn oordeel over vellen. Dat deed ik ook. "Lekkere koffie", zei ik. Het oude vrouwtje hield Anja's tas vast en stak de koekjes in haar mond. Het was een vertederend schouwspel, een baasje dat bijna dood is en haar hondje. De afhankelijkheid, als het baasje sterft dan is het diertje in de problemen. Een soort liefde was het, geforceerde liefde. Liefde omdat het nu eenmaal niet anders ging, het was noodzakelijk om te overleven. Misschien is dat échte liefde, houden van iemand omdat het nu eenmaal moet, ook al vind je de andere een klootzak of een trut.
"Zeg," zei het vrouwtje opeens, "dadelijk gaat Anja oefenen. Kom je anders niet mee? Het is maar vijf minuutjes van hier, het zwembad. Een half uurtje kijken, niet langer. Je hoeft zelfs niet te blijven, maar het is misschien interessant voor jouw artikel..."
"Column", verbeterde ik. "Dat zie ik wel zitten", antwoordde ik. "Dan kan ik ineens wat foto's maken"
Ik had mijn fototoestel meegenomen, dat was ik bijna vergeten. Dat kwam professioneler over, dacht ik, en dat was ook zo. Bovendien was het ook een mooie toevoeging aan de column die er wellicht nooit zou komen. En uiteraard zou ik zo toch nog een tastbaar bewijs hebben van deze ervaring, van het bestaan van Anja.
"Oké, dan doen we dat!" Het vrouwtje was enthousiast. Woorden zijn één ding, maar zien is natuurlijk nog veel meer. De reactie van Anja was iets minder uitgelaten, ze keek naar de vloer. Een beetje angstig of verward, ik wist het niet, ik kon het niet goed zien.

Ik stond al klaar aan het zwembad. Mijn kleren had ik aangehouden, dat was geen probleem volgens de badmeester. In zijn koninkrijk mocht je met kleren rondlopen, zolang je maar slippers aanhad. "Anders gebeuren er ongelukken, of wordt alles vuil", dat was waarom. En het was waar, dan gebeuren er inderdaad soms ongelukken en wordt alles vuil. Dit was een wijze badmeester, hij had al veel gezien. Zijn ogen verraadden het. Even overwoog ik om de mensen die op mijn kot zouden komen ook te verplichten slippers aan te doen. Het maakte niet uit welke soort, welke kleur. Vijf paar zou ik aan mijn deur zetten, want mensen vergeten nu eenmaal soms dat soort dingen mee te nemen. Alleen ik zou schoenen mogen dragen, ik kende de gevaren van mijn kot. Ik wist waar het mis kon gaan. Een idee om te onthouden.
Anja was met het oud vrouwtje nog in een pascabine. Ze kon zich niet alleen omkleden, ze kon veel Anja, met haar mooie voeten, maar omkleden was nog te moeilijk.
De ingangsdeur ging open, Anja wandelde het zwembad binnen, gevolgd door het vrouwtje. Ze zag er goed uit, een welgevormd lichaam had ze. Grote ronde borsten, een stevige buik en ze had teenslippers aan. Ik legde het moment vast met mijn fotocamera.
De andere mensen in het zwembad staarden naar ons, vooral naar Anja. Een kleutertje wees, gelukkig zag ze het niet. Ik wou zijn wijsvinger breken en zijn ogen uitsteken, rotkleutertje.
"Kom, even stretchen, en dan gaan we beginnen", zei het vrouwtje. Ik trok een foto van haar, de trotse moeder. Trots dat ze wat misgelopen was in haar baarmoeder toch nog een beetje heeft kunnen goed maken. De moeder die de linker- en rechterarm van haar dochter was geworden. Alles wat haar oogappeltje deed, moest zij meedoen, of het lukte niet. Behalve schrijven, dat kon ze nog alleen.
Anja boog ondertussen wat naar voor, naar links, naar rechts. Uiteindelijk deed ze haar teenslippers uit. Ik was blij dat ik hier niet in mijn zwembroek stond.
"Ze is er klaar voor", zei de arm van Anja, die ook vaak haar mond bleek te zijn.
Daar stond ze dan. Rechtop, klaar om één te worden met het water. Er heerste een gespannen sfeertje. De mensen rondom ons probeerden te doen alsof er niets aan de hand was. Wat verderop zaten er stiekem mensen te kijken, achter een plantje of vanuit een ander zwembadje.
Het vrouwtje nam een chronometer uit haar zwembroekzak - ze had eigenlijk een bermuda aan en een wit T-shirt. Het moment was aangebroken, tromgeroffel in de hoofden van elk mens aanwezig.
"Klaar... Start!"

Soms zijn er momenten dat alles in slow-motion gaat. Dat elke kleine beweging een speciale betekenis krijgt, elk detail is belangrijk. Dat één moment eigenlijk zelfs kan opgedeeld worden in meerdere momenten, zo lang duurt een seconde dan.
Hier echter, was dit niet het geval.
Anja dook met haar hoofd vooruit in het water. Wat volgde was een chaos. Water vloog in alle richtingen, bijna op mijn camera. Het duurde even voordat ik kon zien hoe dit zwemmen te werk ging, namelijk niet. Het was een gevecht, niet om te winnen maar om te overleven. Een opeenvolging van kopje onder, gevolgd door veel gespartel en dan eventjes kopje boven. Na een vijftiental seconden keek ik eventjes naar het vrouwtje, om te zien of dit wel normaal was. Ze stond er zelfverzekerd, te kijken op haar klein klokje. Ik wou in het water springen, dit kon ik niet langer aanzien. Dit was zelfmoord. Maar voordat ik daadwerkelijk overging tot handelen had het vrouwtje de chronometer al afgedrukt en sprong ze het water in om haar dochter op te vissen.
Vijf minuten duurde het alvorens ze Anja op het droge kon helpen. Het publiek deed alsof er niets gebeurd was, alsof dit elke week gebeurde. Misschien gebeurde dit wel elke week.
Ik stond er nog steeds vrij geshockeerd en verlamd bij, Anja keek me hoestend in de ogen. Daarna verliet ze huilend het zwembad. Haar moeder riep haar een beetje verrast terug, tevergeefs.
"Ik ga wel."
Dat zei ik, heel heroïsch, alsof iedereen verwachtte dat ik dit zou doen, alsof zij ook van mij verwachtte dat ik deze taak op mij zou nemen. Mijn lot was het, de held die zucht en vastberaden en met gefronste wenkbrauwen zegt: "Het is tijd."
De Grote Trooster.

Het vinden van Anja was slechts een kwestie van het volgen van haar snikgeluidjes.
"Anja?", vroeg ik zo kalmerend mogelijk toen ik voor de deur van haar kleedhokje stond.
"Anja, alsjeblieft, doe open." Ik klopte voorzichtig op de deur om mijn verzoek te versterken. Dit werkte beter dan ik dacht, want de deur ging bij elke stoot een beetje open. Uiteraard, want Anja had ze niet op slot kunnen doen.
"Daar zit je", zei ik. En daar zat ze inderdaad, op een klein bankje. Haar gezicht hing vol water en tranen en haar.
"Laten we die tranen even weg wrijven." Ik deed wat zij niet kon. Ze keek op, met half dichtgeknepen oogjes. Ik keek terug, we staarden. Even stond alles stil, daarna gaf ik haar een kus op haar voorhoofd en omhelsde ik haar.
"Het geeft niet, Anja. Het geeft niet. Het maakt niet uit, het maakt allemaal niet uit." Ze kuste mij in de nek. Het voelde aan alsof zij ook mij knuffelde, ook al was dat onmogelijk. Ik sloot mijn ogen en wat ik zag waren de voeten van Anja.

"Anja, ik moet je iets vragen. Iets wat nog niemand aan jou gevraagd heeft, en ik nog aan niemand gevraagd heb. Iets wat niet hoort, ik wou dat het zo niet hoefde, dat dit soort dingen ook subtiel kon gebeuren, maar dat gaat nu eenmaal niet."
Met haar blik gaf ze me toestemming.
"Anja, zou ik één van jouw tenen in mijn mond mogen steken? Maar heel eventjes?"
Ze moest lachen, vrij hard eigenlijk. Een vrij pijnlijke situatie voor mij, want ik maakte geen grapje. Volgens sommigen ben ik op mijn grappigst als ik doodserieus ben.
Nog enkele seconden lachte Anja verder, daarna leek ze te merken dat ik er nogal onwennig bijstond. Even volgde een oncomfortabele stilte.
"Ja", zei ze. Nog even grinnikte ze. "Ja, jij mag één van mijn tenen in jouw mond steken. Heel eventjes."
Omdat ik niet wist of zij wel serieus was, en omdat ik uiteindelijk toch een beetje verbaasd was van haar antwoord, zocht ik naar de finale bevestiging in haar ogen. Haar hoofd maakte een instemmend gebaar. "Ga je gang", was wat ze me zwijgend vertelde.
Vervolgens bracht ze haar voet naar mijn buik. Ik bukte me, nee, ik maakte een buiging, en streek met beide handen over haar dijbeen, haar kuit en uiteindelijk haar voet. Mijn lippen zoenden haar wreef, en toen stak ik de dikste van haar tenen in mijn mond.
Haast vanzelf sloten mijn ogen, het was alsof ik in een soort trance kwam. Lichtjes zoog ik, alsof dat in mijn natuur lag. Zoals de tepel van mijn moeder ooit mijn bron van melk was, zo was de dikke teen van Anja nu mijn bron van leven.
Vijf seconden later openden mijn ogen, net zoals die van Anja, zag ik. Een verlegen glimlach was wat volgde.
"Gaat het weer?", vroeg ik om weer te hervallen in een minder ongewone situatie. Ze antwoordde met een overtuigd doch kalm geknik (op en neer, niet links en rechts).

"Ik ga je moeder even zeggen dat alles oké is, tot zo!" Mijn lichaam was al bezig het kleedhokje te verlaten, totdat Anja het opeens met haar voet tegen de wand drukte. Voordat ik wist wat er gaande was, deed ze met haar andere voet het slotje van de deur behendig dicht. Haar blik was ondeugend, vurig. Niet wat je verwacht van een gehandicapt meisje, het was alsof ze getransformeerd was in een ware femme fatale. Neen, niet alsof. Ze was getransformeerd.
Ze bracht haar beide voeten tegen mijn borstkast en bleef me aanstaren. Haar ogen hielden me meer op mijn plaats dan haar benen, zo leek het.
Traag en zelfzeker ging ze met haar linkerbeen in s-vorm naar beneden, richting riem. Daarna volgde het andere, en samen deden ze mijn gesp los. Ik wist niet waar ik meer onder de indruk van moest zijn: hoe ongelooflijk het was wat nu gebeurde, of hoe geweldig veel dingen zij kon met enkel haar tenen.
Voor ik het wist stond ik er al met mijn broek op de grond. Met haar wreef streelde ze de toegelaten en de verboden zones van mijn halfnaakte lijf. Nog steeds haar ogen, nu ook haar lippen, haar tanden die er stout op beten, haar tong die ze bevochtigden. Even boog ik voorover om haar te zoenen, maar ze stootte me terug.
"Neem ze vast", half-fluisterde ze, en keek vluchtig naar haar voeten. Aarzelend nam ik ze vast, zachtjes. Vervolgens leidde zij mijn handen naar mijn... je weet wel. Ze omhelsde hem met haar voetzolen en begon hem sensueel te masseren. Het werd zwart voor mijn ogen, wellicht omdat ik ze sloot - maar dat had ik niet door. Alsof er niets meer bestond, alsof ik één was met de kosmos. Alsof mijn lul mijn derde oog was en haar voeten de poort naar een andere, goddelijke dimensie.
De sensatie werd steeds intenser, niet meer te beschrijven met normale termen. Misschien religieuze, aangezien de ervaring zo transcendent was. Gestreeld worden door duizenden engelen, geselecteerd door God himself. Eén zijn met het universum, Jahwe, Boeddha, Allah!
"Anja!" Ik schreeuwde het uit en stortte met hoge snelheid terug in deze wereld. Mijn zaad sijpelde tussen de tenen van Anja op de grond. Net zoals ik, tussen haar benen. Bijna instinctief boog ik voorover, met mijn hoofd op de vloer. Het was jammerlijk dat ik met mijn haar in mijn eigen sperma lag, maar dat was nu het minst van mijn zorgen.
"Het spijt me, dank je. Anja." Ik wist niet meer wat ik moest zeggen, misschien was niets nog de beste optie.
"Ik vergeef je alles, en ik dank jou, Downing." Ze bracht haar benen rondom mijn hijgende, uitgeputte lijf en zo zaten we daar nog enkele minuten. Vervolgens trok ik mijn broek op, gaf ik Anja een kus op haar voorhoofd en wreef ik wat door mijn haar om ongehoorde, liquide substanties te camoufleren. Alsof er niets gebeurd was ging ik tegen haar moeder zeggen dat alles in orde was.

En dat was het ook. Ik was Verlicht. Een andere term kan ik er niet voor vinden. Gevoetneukt, dat zou ook kunnen, maar dat woord is in geen enkel opzicht representatief voor wat ik net meemaakte. Beleefd dankte ik Anja en haar moeder voor de moeite, de leuke babbel en de heerlijke koffie. Ik gaf hen beide een knuffel en zei hen vaarwel. Toen ging ik huiswaarts. Nog vlug draaide ik me om en wuifde ik. Moeder wuifde terug, Anja niet.
Met citaat reageren
Advertentie
Reageren

Topictools Zoek in deze topic
Zoek in deze topic:

Geavanceerd zoeken

Regels voor berichten
Je mag geen nieuwe topics starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag geen bijlagen versturen
Je mag niet je berichten bewerken

BB code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit

Spring naar


Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 20:46.