Oud 22-05-2004, 01:57
Een Tweeling
Avatar van Een Tweeling
Een Tweeling is offline
Hier is het begin van een fantasyverhaal van mij, waarmee ik in mijn hoofd al een stuk verder ben dan op papier. Ik vroeg me af of jullie de schrijfstijl goed bij het soort verhaal vinden passen - en wat je er verder van vind.

- - -

(Mogelijke titel) De Burcht van het Antwoord

De schemering viel in. De hemel begon vanuit het oosten donkerpaars te kleuren; de twee manen van Bishra stonden laag aan de horizon, links en rechts van de donkere, hoge Burcht. Als twee oranje ogen keken ze op me neer, alsof het mijn oppergod zelf was.
Ik stond voor een diep dal. Zó diep, dat de bodem niet eens te zien was. De steile rotswand verdween enkele tientallen meters onder mij in de mist. Voor mij lag de brede, zwartstenen brug die naar de poort van de Burcht leidde. De pilaren waarop de vijftig meter lange brug stond verdwenen in de diepte. Het was de enige toegang tot de Burcht van het Antwoord, die bovenop een gigantische rots middenin het bodemloze dal stond – en waar mijn missie eindigen zou. Of was het juist het begin?
Ik knielde neer aan het begin van de brug. De tocht ernaartoe was zwaar geweest. Twee dagen zonder te rusten door het ruwe landschap van de Grauwstreek. Het had een onmogelijke opgave geleken, maar Uru had me niet in de steek gelaten. Uru was een meter voor me neergestreken en keek me met haar grote, gele ogen aan. Toen draaide haar kopje honderd en tachtig graden, slaakte een hoge kreet en vloog op. Tien meter boven me begon ze weer rondjes te vliegen, zoals ze de afgelopen twee dagen had gedaan. Speurend naar onraad, water en voedsel voor ons beiden.
Ik stond op en trok mijn sterrenmachine uit de huls, die achterop mijn rug gehangen had. Ik trok een patroon van twintig vijfpuntssterren uit mijn rugtas en duwde hem met een forse duw in de machine. De zwarte doek die om mijn hals hing bond ik voor mijn neus en mond, ter bescherming van mijn longen. Mijn ravenzwarte haren wapperden in de wind, tezamen met m’n rode cape. Als laatst trok ik de veters van mijn zwarte, leren laarzen strak en rinkelde eenmaal met de sporen, waarop Uru uit de lucht naar beneden dook en op mijn linkerschouder neerstreek.
“Luister Uru, hoe en wat er precies gebeuren gaat weet ik ook niet. Wel weet ik, dat de Burcht mij niet zomaar zijn Antwoord gaat geven. Volgens de legende is de prijs je leven, iets wat ik op dit moment nog niet betalen kan. Vlieg naar de Burcht en geef je ogen de kost!”
Uru sloeg haar vleugels uit en vloog richting de Burcht. Ik ging weer op mijn knieën zitten, met mijn sterrenmachine in de aanslag. Ik zou veel sterren nodig hebben. Hopelijk zijn de laatste vier magazijnen voldoende, zodat ik nog niet de kracht van Alkandor zou hoeven te verspillen in mijn tocht naar het Antwoord.
Toen Uru neerstreek op de muur boven de poort van de Burcht van het Antwoord klonk er een geweldige, rauwe schreeuw vanuit de bovenste toren. De schreeuw echode lang na tussen de bergen die om het dal lagen. Ik spande mijn spieren, de eerste opdracht zou binnen nu en enkele minuten beginnen: we waren ontdekt.
De poort maakte heftige, knarsende geluiden voordat hij langzaam open begon te gaan. Nog voor hij geheel open was streek Uru alweer op mijn linkerschouder, nog nakrijsend van schrik. Nadat de twee zware, houten deuren geheel open waren gedraaid begon het ijzeren hek dat erachter verschenen was omhoog te rollen. Toen hoorde ik wat Uru waarschijnlijk al veel eerder gehoord had. Voetstappen, heel veel voetstappen. En ik zag ze: kleine, zwarte gedrochten kwamen in rijen van drie uit de poort stappen – zelfverzekerd en vlug, recht op mij af. Ze hadden zwarte harnassen aan en helmen met vizier op. In hun knoestige handen droegen ze grote, ijzeren bijlen waarvan de bladen flikkerden in het oranje schemerlicht.
Zeven rijen, een en twintig gevaarlijk ogende figuren liepen in flinke pas op mij af. Ik mocht nu niet aarzelen, niet falen. Het moest in één keer goed gaan, anders was mijn reis voor niets geweest.
Ik haalde de veiligheidspal van mijn vijfpuntssterrenpistool en mikte op het middelste figuur vooraan, die nu minder dan dertig meter van mij verwijderd was. Of precies in de rand tussen het harnas en de helm, of dóór het vizier heen, meer keus had ik niet. Ik haalde de trekker over en met een luide ‘djzieng’ schoot de vijfpuntsster weg. Met een afgrijselijke kreet greep het middelste gedrocht naar zijn keel en sloeg achterover. Het leek alsof de rest het niet gehoord hadden – zonder ook maar een krimp te geven liepen ze door in mijn richting, met nog minder dan twintig meter te gaan. ‘De aanval is de beste verdediging’ schoot het nog door mijn hoofd, voordat ik met het geweer voor me uit gestrekt in de richting van de twintig overgebleven bewakers begon te rennen. Mijn vinger liet de trekker niet meer los. Links en rechts grepen de wezens naar hun kelen of helmen, waarna ze druipend van het bruinrode bloed op de plavuizen van de brug stierven. Tien vijfpuntssterren afgeschoten, negen voltreffers, ik had er nog twaalf te gaan. Nog een paar meter tussen ons.
Met een flikflak naar links belandde ik op de reling van de brug. De vier linkslopende bewakers schoten op me af en hieven hun bijlen. Een salto achterover, tegelijkertijd vier keer de trekker overhalend en gelijk weer opspringend voor een bijlslag die het op mijn benen voorzien had zag ik weer drie gedrochten naar de grond gaan. Nog zeven sterren, negen te gaan. Concentreer je!
Weer haalde ik vier keer de trekker over, terwijl ik achteruit lopend over de balustrade van de brug rende. Door de vizieren van de helmen heen schoot ik de sterren achterin hun hersens. Veel tijd om het uit te schreeuwen hadden ze niet, ze stierven binnen een seconde. Het feit dat ik binnen een minuut zestien bewakers van de Burcht had afgemaakt gaf me vleugels. De laatste vijf ook leek het, want met wilde sprongen kwamen ze nu een voor een op me afgevlogen. Mijn laatste drie sterren waren voor meer dan zestig procent effectief – toen was de machine leeg. Tijd om te herladen had ik niet, ik moest rennen om geen bijl in mijn lichaam gepland te zien krijgen. Ik greep met mijn rechterhand op mijn rug en trok in één vlugge haal Alkandor uit haar schede. Ik rende twee passen naar voren, maakte een salto voorover en haalde tegelijk naar links uit. Het hoofd van de bewaker viel over de reling de mist in, het lichaam zakte op de grond. Gelijk toen ik neerkwam dook ik rechts naar de grond en sloeg met één haal beide benen van de een na laatste bewaker vandaan. Het gedrocht greep naar zijn benen, krijsend als een wild zwijn. Toen duwde in de punt van Alkandor door een spleet van het dichte vizier heen, recht in zijn keel. Nog een te gaan.
De laatste bewaker stond vijf meter voor me. Met twee handen om het handvat van Alkandor keek ik hem aan, wachtend tot hij op me af zou komen. Toen sloeg hij zijn vizier open. Ik moest walgen van het aangezicht: een uitgemergeld gezicht als van een trol, een rij scherpe tanden, een huid zo taai als varkensleer.
“Ook al maak je mij, de laatste bewaker van de Burcht van het Antwoord af, Antwoord zul je toch niet zomaar krijgen. Het Antwoord kost je je leven!” En met een hysterische lach begon het beest op me af te rennen, zijn dood tegemoet. Een goed geplaatste haal van Alkandor was genoeg om hem te onthoofden. De weg naar de ingang van de Burcht lag bezaaid met lijken, maar toch vrij voor me. Opgelucht haalde ik adem, de adrenaline nog gierend door mijn bloedvaten. Ik schoof beide wapens weer terug in de schede, trok de zwarte doek van mijn gezicht vandaan en floot naar Uru, die zich te goed zat te doen aan een van de onthoofde bewakers. Met bebloede snavel streek ze op mijn linkerschouder neer.
“Kom Uru, de weg is vrij. Laten we meester van het Antwoord, die ons het Antwoord op onze missie gaat geven gaan zoeken. Misschien dat we dan terug kunnen.”
Ik sloeg de rode cape om me heen en begon naar de poort te lopen. De twee manen waren achter de Burcht verdwenen. Het enige licht wat ik nu nog zag kwam uit de hoogste toren. Een rode, flikkerende gloed – een onheilspellend voorteken.
__________________
De dokter zei: 'volgens mij ben je schizofreen.' Maar wij denken van niet.
Met citaat reageren
Advertentie
Oud 22-05-2004, 13:01
duivelaartje
Avatar van duivelaartje
duivelaartje is offline
Wauw! Echt... echt mooi! Al bij de eerste zin had ik de drang om door te lezen. En toen m'n moeder me stoorde bij het lezen werd ik boos. Echt een mooi verhaal! Ik wacht op het vervolg!

Oh ja, een kleine opmerking. Ik stoorde me een beetje aan deze 2 dingetjes:
Citaat:
honderd en tachtig graden
Citaat:
een en twintig gevaarlijk ogende figuren
Niet bij elk "groot" getal het getal spreiden (ja, hoe zeg je dat? ). Een keertje is leuk en is eens een keertje wat anders, maar om dat bij elk getal groter dan tien te doen wordt een beetje storend. Probeer dat niet steeds te doen en eens gewoon honderdtachtig neer te zetten.
Verder geen spellingsfouten en foutjes in de interpunctie gevonden! Jij kan goed schrijven.

Laatst gewijzigd op 22-05-2004 om 13:33.
Met citaat reageren
Oud 22-05-2004, 13:05
Verwijderd
Citaat:
duivelaartje schreef op 22-05-2004 @ 13:01 :
schreven


Sorry, nutteloos. Ik zal het verhaal lezen en editen met mijn mening, hoor.

Citaat:
Een Tweeling schreef op 22-05-2004 @ 01:57 :
(...) en duwde hem met een forse duw in de machine.
Heel klein opmerkinkje hoor, maar ik zou 'forse zet' mooier vinden omdat je al 'duwde' gebruikt.

Citaat:
Uru sloeg haar vleugels uit en vloog richting de Burcht. Ik ging weer op mijn knieën zitten, met mijn sterrenmachine in de aanslag. Ik zou veel sterren nodig hebben. Hopelijk zijn de laatste vier magazijnen voldoende
Ineens 'Hopelijk zijn', moet dat niet 'Hopelijk zouden de laatste vier magazijnen voldoende zijn' zijn?

Citaat:
Ik haalde de veiligheidspal van mijn vijfpuntssterrenpistool
Eerst was het sterrenmachine en nu sterrenpistool?

Citaat:
Toen duwde in de punt
Moet ik zijn, neem ik aan


Nou goed, er waren nog wel meer kleine opmerkingen maar ik was te lui die allemaal neer te zetten.

Ik vind de stijl die je hebt gekozen in ieder geval wel kloppen. Diegene die zelf het verhaal achteraf verteld. Het loopt wel lekker en het is ook wel meeslepend. Het verhaal zelf vind ik wel okee. Ik vind het niet heel erg geweldig maar dat heeft misschien ook met smaak te maken en omdat het zo een kort stukje is.

Wanneer je meer hebt geschreven en je als lezer de hoofdpersoon en Uru beter leert kennen ga je ook veel meer met hen meeleven natuurlijk. Het is ook nog een mysterie wat ze daar doen, wie ze zijn, zijn ze goed of slecht etc. Wat dat betreft maakt het ook wel nieuwschierig en ik vind het in ieder geval een goed begin.

Laatst gewijzigd op 22-05-2004 om 13:19.
Met citaat reageren
Oud 22-05-2004, 13:32
duivelaartje
Avatar van duivelaartje
duivelaartje is offline
Citaat:
Dusjcrib schreef op 22-05-2004 @ 13:05 :
*knippie*
Ja oeps. Het is schrijven. Zal het nog even veranderen.

Ja, forse zet zal wel mooier klinken, maar forse duw kan ook goed.

Sterrenmachine en sterrenpistool... juist leuk dat er niet steeds hetzelfde woord voor wordt gebruikt. Maar dat is mijn mening.
Met citaat reageren
Oud 22-05-2004, 17:36
Een Tweeling
Avatar van Een Tweeling
Een Tweeling is offline
Thnx Duivelaartje en Dusjcrib voor dit commentaar, ik zal de foutjes binnenkort even aanpassen.

En ik wou inderdaad niet elke keer 'machine' schrijven, maar ook af en toe een ander woord gebruiken.

Ik was idd van plan later meer uit te gaan wijden over de hoofdpersonen, waarom ze er zijn en waar ze eigenlijk leven, maar eerst wilde ik een begin aan het verhaal schrijven!

Binnenkort komt het eerste vervolg!
__________________
De dokter zei: 'volgens mij ben je schizofreen.' Maar wij denken van niet.
Met citaat reageren
Oud 22-05-2004, 18:28
Verwijderd
Tijd om te herladen had ik niet, ik moest rennen om geen bijl in mijn lichaam gepland te zien krijgen

geplant > het verschil tussen plannen en planten
Verder zwaar cool verhaal

Grim
Met citaat reageren
Oud 24-05-2004, 17:07
Een Tweeling
Avatar van Een Tweeling
Een Tweeling is offline
Helaas ben ik te laat om de wijzigingen in het eerste deel te veranderen - kan een forumbaas mij daarmee helpen?

Hier is deel twee van het verhaal: geniet ervan.
__________________
De dokter zei: 'volgens mij ben je schizofreen.' Maar wij denken van niet.
Met citaat reageren
Oud 24-05-2004, 17:08
Een Tweeling
Avatar van Een Tweeling
Een Tweeling is offline
Het examen was zwaar geweest. Het eerste examen van de Vijf. Wanneer ik ze alle vijf afgesloten had, mocht ik mijzelf Strijder van Bishra noemen. Mijn vader, die zelf ook een van de Strijders was geweest, had al gauw gezien dat ik verschillende van de benodigde krachten in mij had om de zware beproeving te doorstaan. En door middel van het Zesde Zintuig konden mijn zwakke plekken zo goed als opgevuld worden. Mits ik een goed Zesde Zintuig koos als levenspartner.
De Strijders van Bishra hadden allemaal een Zesde Zintuig moeten kiezen, als eerste missie in de Proef van Vijf. In Bishra was een Zesde Zintuig een toevoeging aan je eigen kennen en kunnen. Het Zesde Zintuig was een dier, een levend beest, een medebewoner van Bishra. De hoge leermeesters wisten bij elke leerling al snel wat voor hem het beste Zesde Zintuig was. Ook bij mij, maar bij mij was het anders geweest. Veel leerlingen hadden al hun vijf zintuigen goed onder controle, het enige dat ze misten om een goed Strijder te worden was kracht, snelheid of durf.
Bij mij was het anders geweest. De kracht, snelheid en durf had ik al ontwikkeld door mijn liefde voor vechttechnieken en lichaamsverbetering. Het enige dat bij mij niet goed ontwikkeld was waren vier van mijn vijf zintuigen. Mijn ogen waren niet zo goed als ze eigenlijk hadden moeten zijn. Mijn neus rook geen voedsel, gevaar of brandluchten. Mijn oren hoorden geen geritsel in de struiken om mij heen, geen onraad. Maar met mijn mond en smaakpupillen was het het slechtst gesteld. Ik moest verschrikkelijk oppassen met wat ik at, en zelfs met wat ik inademde. Verkeerde smaken of gassen konden mijn longen laten verbranden, mijn slokdarm open laten springen en mij laten sterven.
Aan dat laatste mankement was niet veel te doen, behalve voorkomen. Het is een groot handicap, waar ik gelukkig mee heb leren leven. Doch heb ik altijd angst in mij gehad, dat ik ooit een keer door die handicap ergens niet goed vanaf kom – waar ik wel had moeten komen.
Met moeite had ik de eerste proef doorstaan. De leermeesters hadden me twee dagen laten overleven in de dichtbegroeide bossen rond de hoofd- en enige stad van Bishra: Bishmer. Het eerste dagdeel was voorspoedig verlopen, eten en drinken had ik gevonden, ik was niet aangevallen. Toen dacht ik nog dat ik niet eens een Zesde Zintuig nodig zou hebben, zo goed kon ik overleven in mijn eentje.
Tot de nacht inviel. In de schemering ging het allemaal nog best, maar hoe donkerder het werd, hoe meer mijn gezichtsvermogen afliep. ’s Nachts heb ik een enorm gevecht met een slang, die mij als zijn avondeten had gezien, bovennatuurlijk weten te overleven. Maar ik wist dat me dit geen tweede nacht zou lukken, in deze omstandigheden.
Toen, op de vroege ochtend van de tweede dag, was Uru naast mij neergestreken. Ze had een keer kort gekrijst en daarna opgevlogen. Ik volgde haar en kwam uit bij een meertje met zoet water, wat op dat moment een redding was geweest. Ik was haast uitgedroogd en moest de wonden, die ik in het gevecht met de wurgslang opgelopen had, verzorgen.
Ik was de hele dag met haar opgetrokken, ze had voor me naar eten gezocht, ze had me gewaarschuwd voor een tijger die me vanachter het struikgewas had beslopen. En ’s nachts had de uil de wacht voor me gehouden. Toen ik de volgende dag wakker werd en ze naast me op de tak zat, met een dood konijntje in haar klauwen, wist ik dat dit mijn Zesde Zintuig moest wezen. Geen grote leeuw die alles aankan, geen paard dat mij snel ergens heen kon brengen. Nee, het was een uil, het symbool van wijsheid. Met haar nachtogen, haar goede oren en haar reukvermogen kon ze drie van mijn vier missende zintuigen opvullen. Beter kon haast niet.
Na twee dagen en nachten was mijn proef voorbij en toen ik aankwam in Bishmer, met Uru op mijn linkerschouder, stonden mijn leermeesters me al op te wachten.
“Akuñar, je hebt de goede keus gemaakt. Je hebt de eerste van de Proef van Vijf doorstaan, wat wij eigenlijk ook niet anders verwacht hadden. Als je voor alle vijf de proeven slaagt, ben je na je grootvader de tweede Strijder die als Zesde Zintuig geen dier op vier poten heeft, maar een hemelbewoner, een vogel.
Onthoud wel, hoe het met je grootvader verlopen is. Wees daarom altijd op je hoede, zelfs wanneer Uru boven in de lucht voor jou op de uitkijk vliegt. Neem nu rust, over enkele dagen halen we je op voor de tweede proef.”
Ik was blij geweest en trots op mezelf, dat ik de eerste Proef van Vijf zo goed doorstaan had. Maar toch, wat ze me gezegd hadden zat me niet helemaal lekker. Wat bedoelden ze toen ze vertelden dat ik op moest passen, hoe wás het dan verlopen met mijn grootvader? Waarom hadden ze dat niet verteld, waarom moest ik daar zelf achter zien te komen? Ik had het niet begrepen.

Ik liep door de grote, openstaande poort de Burcht in en kwam uit op een verlaten binnenplaats, omringt door de zware, zwarte muur. Links en rechts in de hoeken zaten kleine deurtjes, die toegang gaf tot de twee hoektorens. Middenin de muur tegenover de poort zat een doorgang, die naar een kleine kamer voerde. Midden in het kamertje liep een wenteltrap omhoog: de weg naar het flakkerende, rode licht.
Maar ik twijfelde. Het was al donker. Mijn ogen zagen al niet veel meer, en hoewel Uru nog steeds op mijn linkerschouder zat en alles om ons heen op zich nam, wist ik niet of hij me ook kon helpen met hetgeen ik daarboven aan zou treffen. Want ik wist dat in dit kasteel meer leefde dan alleen de Man van het Antwoord. Ook hij zal een dier als levenspartner hebben – een Zesde Zintuig. Ik durfde de trap niet op.
Uru krijste twee keer kort en fladderde onrustig om mij heen. “Wat is er Uru, is het niet veilig daarboven? Ik wil dat je voor me gaat kijken – vlieg buitenom langs de toren omhoog en probeer uit te zoeken wat er bovenaan de trappen op ons wacht. Als het té gevaarlijk word vlieg je weg – ik heb er geen goed gevoel over.”
Ik liep terug naar de open binnenplaats en ging aan de zijkant tegen de muur zitten. Ik haalde de zak van mijn rug, maakte hem open en haalde er het twee na laatste sterrenpatroon uit. Ik voelde me niet veilig, en aan Uru te zien voelde ik dat heel goed. “Nog een momentje, mijn uil, je mag zo op onderzoek uit. Laat me mijn machine nog even laden.”
Met een forse zet drukte ik het patroon erin, klikte het vizier dat voorop de loop zat uit en mikte alvast richting de hoofdtoren, de hoogte in. “Ga Uru, je hebt mijn dekking!”
Ik zag haar gaan, in drie slagen was ze al enkele meters de lucht in geschoten en kon ik haar met het blote oog niet meer zien. Door mijn vizier heen zag ik haar steeds hoger en hoger vliegen, rondjes draaiend om de toren. Toen gebeurde het.
In een flits kwam er een lange, harige arm uit een van de bovenste raampjes van de toren en greep Uru aan een vleugel. Een geweldige krijs, één rake snavelpik en de arm trok zich terug. Maar toen schoot er een tweede arm uit het raam en een grote, bruine klauw klemde zich om haar kopje.
Nu was het mijn beurt – nu kon ze het niet meer aan. Binnen één seconde mikte en loste ik drie vijfpunssterren achter elkaar. Met grote kracht belandde er twee in de arm van het wezen. Een enorm, hartverscheurend gebrul klonk van bovenuit de toren. De klauw liet Uru los, die zich met een noodgang naar beneden liet vallen. De tweede arm verdween, maar het woedende gebrul bleef aanhouden.
Uru streek neer op mijn schouder, sidderend van angst. Heel hoog krijsend en met grote, verschrikte ogen. Ik wist dat ze nog nooit zo geschrokken was. “Ga slapen Uru, wees niet meer bang. Ik houd de wacht vannacht. We blijven hier tot de morgen invalt. Mijn machinegeweer zal constant op de onderste treden van de wenteltrap gericht zijn. Als daar iets vanaf komt wat ik niet plaatsen kan, heeft het zeventien sterren in zich. Dat verzeker ik je.”
__________________
De dokter zei: 'volgens mij ben je schizofreen.' Maar wij denken van niet.

Laatst gewijzigd op 24-05-2004 om 20:20.
Met citaat reageren
Oud 24-05-2004, 18:07
duivelaartje
Avatar van duivelaartje
duivelaartje is offline
Waaaaaaaaw. Mooi mooi mooi mooi MOOOOOI!!!!

Even een klein foutje:
Citaat:
Toen, op de vroege ochtend van de tweede dag was Uru naast mij neergestreken.
Misschien geen fout, maar na "dag" misschien een komma.

Ik had nog 2 foutjes gezien tijdens het lezen, maar die kan ik niet meer terugvinden. (Ze waren ook heeel klein. Eentje was in de t.t geschreven i.p.v de v.t. en de ander had iets te maken met interpunctie... Misschien vind ik ze nog terug.)

Maar prachtig!
Met citaat reageren
Oud 24-05-2004, 18:22
Spacemonkey
Avatar van Spacemonkey
Spacemonkey is offline
Mooi verhaal hoor
Ik vind de schrijfstijl ook passen bij het soort verhaal..
Maar het boeide me eigelijk wel, dat heb ik niet zo vaak met dit soort verhalen...
Ik wacht op een vervolg, hoor wel van ej wanneer het erop staat.

Greetz Scoot
__________________
Why can't they see. It's complete insanity to argue with the man who is the judge of right en wrong.
Met citaat reageren
Oud 24-05-2004, 20:26
Een Tweeling
Avatar van Een Tweeling
Een Tweeling is offline
Je had gelijk Duivelaartje, ik heb het even veranderd.

Binnenkort komt het vervolg denk ik, ik heb er i.i.g. al wel ideeën over! Dus zo lang kan het niet duren.

@ Scootgirl: Thnx meisje
__________________
De dokter zei: 'volgens mij ben je schizofreen.' Maar wij denken van niet.
Met citaat reageren
Oud 24-05-2004, 20:31
Millroy
Avatar van Millroy
Millroy is offline
"’s Nachts heb ik een enorm gevecht met een slang..."in die zin schort er iets denk ik...
Mooi verhaal verder, leuke fantasy.
__________________
I can say what I want to, even if I'm not serious. Just kidding!
Met citaat reageren
Oud 29-05-2004, 00:44
Een Tweeling
Avatar van Een Tweeling
Een Tweeling is offline
Citaat:
Millroy schreef op 24-05-2004 @ 20:31 :
"’s Nachts heb ik een enorm gevecht met een slang..." in die zin schort er iets denk ik...
Ja beetje simpel hè... ik zal het meenemen bij het volgende stuk.
__________________
De dokter zei: 'volgens mij ben je schizofreen.' Maar wij denken van niet.
Met citaat reageren
Oud 29-05-2004, 11:31
Dreamerfly
Avatar van Dreamerfly
Dreamerfly is offline
Hoi.


Ik ben niet zo heel erg thuis in verhalen, maar in grote lijnen zal ik zeggen wat ik er van vind.

Allereerst spreekt mij het genre aan. Ik vind de manier/stijl waarop je schrijft daar goed bij passen. Mooi beeldend! .
Af en toe zou het misschien wat sterker kunnen in taalgebruik, ietswat meer bijzonder woordgebruik.(dat vind ik in deze genre wel belangrijk; mystiek/dromerig taalgebruik) Het verhaal neemt mij mee en dat vind ik een goed teken. Ben erg benieuwd naar het vervolg!.
__________________
Dat je wou dat je nog kind was...

Laatst gewijzigd op 29-05-2004 om 11:33.
Met citaat reageren
Oud 08-06-2004, 19:13
Een Tweeling
Avatar van Een Tweeling
Een Tweeling is offline
De nacht was lang, koud en eenzaam. Bishra's twee oranje manen waren over me heengetrokken en daalden nu steeds verder, richting de horizon aan de kant waar ik vandaan gekomen was. Langs de zijkanten van de hoge, middelste toren schenen de eerste roze zonnestralen van Bishra's ochtendzon. Over niet al te lange tijd zou de schemering volledig weggetrokken zijn. Bishra zou dan tot vroeg in de middag roze kleuren, totdat de middagzon vanuit het westen opkwam. Zij was donkerrood, heet en gevaarlijk. Wanneer je te lang in haar zonnestralen verbleef had je grote kans levend te verbranden. Daarom sliepen de meeste mensen in Bishmer in de vier uren waarin zij van west naar oost trok.
Nadat het zo licht geworden was dat ik de volledige binnenplaats van de burcht kon onderscheiden maakte in Uru wakker, die de gehele nacht op mijn linker schouder geslapen had. Terwijl ik opstond en mijn sterrenmachinegeweer weer terug op mij rug hing, voelde ik dat de nacht zonder slaap mij erg slecht had gedaan. Kramp in mijn benen, duizeligheid - ik vreesde het ergste voor vandaag. Maar ik kon hier niet langer blijven niksen dan noodzakelijk was. Ik moest zo gauw mogelijk bovenin die toren komen, langs het monster dat mijn Uru bijna had gedood, om antwoord te krijgen op de vraag - waarvan ik nog niet wist wat die eigenlijk was.
Ik had niets meer te eten. Het enige wat ik nog te drinken had was een beetje water uit Zima's Bron, die ik onderweg gevonden had. Ik pakte de platte, houten fles die aan mijn riem bevestigd zat en trok de kurk eraf. Het koele, heldere water maakte me wakker - gaf me nieuwe kracht. Kracht die ik vandaag zeker nodig zou hebben. "Kom Uru, het is tijd. Tijd om achter de waarheid te komen, de waarheid waarvoor we nu al weken op reis zijn. Vandaag is de dag."
Ik liep met Uru op mijn schouder naar de ingang van de hoofdtoren, maar voordat ik de eerste tree op was gestapt, was Uru krijsend van mijn schouder gevlogen. Ze streek neer op de muur die de binnenplaats omringde. Haar grote, gele ogen keken me verschrikt aan.
"Uru, kom op - niet bang zijn! Ik heb je nodig, ik heb je gele nachtogen nodig hier in deze donkere toren!"
Ze klapperde met haar vleugels en liet een korte, hoge krijs uit haar keel ontsnappen.
"Nee Uru, het zal niet weer gebeuren! Vertrouw me!" Iets in mij vertelde me dat Uru iets zou gaan overkomen, daarboven in de toren. Maar ik had haar nodig, ik met mijn slechte zicht kon die toren niet alleen ingaan, dan zou ik mijn doodvonnis bij voorbaat al tekenen.
Het had geholpen. Ze streek even later neer op mijn arm, die ik naar haar uitgestoken had. Ik aaide haar even over haar ruwe, grijze veertjes. "Uru, kijk hoe ver we samen gekomen zijn! Zonder jou was dit nooit gelukt, en gaat het ook niet lukken. Jou heb ik nodig!"
Toen ik voor de tweede keer de eerste traptrede opstapte bleef ze op mijn schouder zitten, bibberend. Haar grote, gele ogen schoten van links naar rechts, alsof ze nu al wist dat er zo iets gebeuren zou gaan.
De toren had een diameter van ongeveer tien meter. Langs de muur liep de wenteltrap omhoog, ongeveer een halve meter breed - zonder leuning. Om de halve ronde zat een klein raampje, waar je net doorheen kon kijken. Roze banen zonlicht schenen vanuit de noordkant de toren in. Meer licht was er niet.
Met mijn sterrengeweer in de aanslag begon ik aan de tocht omhoog. Mijn rug tegen de muur, stapje voor stapje klom ik hoger en hoger de trap op. Af en toe ontbrak er een stenen tree en hoe hoger ik kwam, des te smaller de treden werden.
Het was doodstil in de toren. Het enige wat ik hoorde waren mijn eigen voetstappen en het ruwe ademen van Uru, die als versteend op mijn schouder zat. Nadat ik ongeveer acht rondjes, zestien ramen gepasseerd was keek ik naar benenden - de diepte in. De grond was al niet meer zichtbaar, en boven mij het einde van de trap ook niet. Ik klom verder.
Op een gegeven moment, toen de treden niet breder meer waren dan twintig centimeters kon ik boven mij het einde van de trap zien. De treden gingen daar over in een soort balustrade, die langs de hele wand van de ronde toren hing, overal ongeveer een halve meter breed. Daarboven was het donker. Zo stil als ik kon, met mijn vijfpuntssterrengeweer naar boven gericht liep in de laatste twee rondes naar boven, en kwam uiteindelijk op de balustrade terecht. Nu zag ik pas, dat aan de andere kant van het balkon een ladder naar boven liep, de duisternis in. Ik zag er alleen een paar dikke dwarsbalken van links naar rechts lopen. De raampjes die om de halve ronde hadden gezeten stopten hier. Ik bedacht me dat het beest dat Uru gister bijna te pakken had gehad, hier gister had gezeten. Nu was er niets te zien of te horen. Maar ik voelde dat we bekeken werden vanuit daarboven. Ik voelde zijn aanwezigheid.
"Uru, ik kan niet verder naar boven zonder dat ik weet wat daar zit, en waar. Vlieg voor mij omhoog, en waarschuw me als je hem vind! Ik haal hem neer, voor hij jou te pakken heeft. Ga, Uru!"
Ze wilde niet, dat was duidelijk. Maar ze was mij altijd trouw geweest en gebleven, en ook nu bewees ze haar moed weer. Voorzichtig begon ze omhoog te fladderen en streek neer op de eerste balk, die twee meter boven mij dwars door de toren liep. Ze keek me aan, schudde met haar kopje en vloog verder – het donker in, waar ik haar niet meer kon zien. Toen hoorde ik hem.
Iets, bovenin de toren tussen de balken, bewoog zich van links naar rechts. Een zacht snuiven bereikte mijn oor, snuiven als van een stier die verschrikkelijk kwaad is. Uru had nog geen geluid gemaakt dat ze hem gezien had. Ik wachtte nog enkele seconden, tot onzekerheid mij rusteloos begon te maken. Waar bleef Uru? Zo hoog was die toren toch niet? Ze moest al lang gevonden hebben, wat ik gehoord had. Waar bleef ze!
Toen kwam er een grijs, gekruld veertje vanuit het duister naar beneden zweven. Een veertje van Uru.

Ik verstijfde van angst. "URU! Waar ben je, kom terug!" schreeuwde ik naar boven, de duisternis in. Ik hoorde niets, geen krijs - geen klapperende vleugels. Alleen het gesnuif, het gesnuif van het beest dat mijn Uru iets aangedaan had, waarvoor het gestraft zou worden.
Een geweldige woede begon zich meester over mij te maken, en verblind door de razernij begon ik de ladder op te klimmen, het donker in. Bij de eerste balk aangekomen sprong ik achterover vanaf de ladder op de balk, en knielde erop neer. Ik richtte mijn machinegeweer boven mijn hoofd en schoot in vier richtingen een vijfpuntsster. De laatste raakte hem. Een geweldig gebrul klonk van bovenuit de toren, en ik hoorde het beest dalen, richting mij. Met mijn geweer in de aanslag zat ik zo stil en geconcentreerd mogelijk te wachten tot ik iets zag waar ik mijn magazijn op leeg kon schieten. Het duurde enkele seconden, het geluid van klimmende handen kwam steeds dichterbij tot ik hem zag. Twee rode, samengeknepen ogen keken mij vanaf linksboven aan – binnen een enkele seconde had ik een van zijn ogen in mijn vizier en haalde de trekker over. De ster plantte recht in het rechteroog van het beest, dat met een geweldige schreeuw terug omhoog klom. Tegelijkertijd haalde ik nog drie keer de trekker over, in de richting waarheen het monster gevlucht was. Het beest krijste weer en sprong vanuit het niets, in een keer op de dwarsliggende balk boven mij.
Nu kon ik hem pas echt goed zien. Een soort van gorilla met lange, behaarde armen en benen en met een kop – zó woest en lelijk – dat ik even schreeuwde van narigheid. Aan een van zijn armen slingerde hij naar mij toe, maar voordat zijn andere hand mij te pakken had, schoot ik de rest van het magazijn in zijn lichaam, van zijn onderbuik tot in zijn gezicht. Het beest begon angstaanjagend hard te krijsen en greep met beide handen naar de sterren, die in zijn lichaam zaten. Wankelend stond hij daar, vijf meters van mij af op de balk. Ik probeerde me zo klein mogelijk tegen de muur te drukken en hoopte dat hij naar beneden zou stortten, maar ondanks al zijn verwondingen vermande hij zich, en kwam schuimbekkend op mij af. Ik richtte, en haalde de trekker over van mijn machinegeweer, maar één luide klik vertelde me dat het magazijn leeg was. Zijn grote klauwen kwamen op me af – dit was mijn einde.
Toen vloog Uru met een harde, hoge kreet vanuit het donker in op het beest zijn gezicht, haar klauwtjes troffen hem recht in zijn andere oog. Het monster schreeuwde van de pijn, trok Uru uit zijn gezicht vandaan, wankelde en verloor zijn evenwicht. Met Uru nog in zijn klauw geklemd viel het beest de diepte in, waarna het met een geweldig harde klap op de bodem van de toren kwakte. Morsdood.
__________________
De dokter zei: 'volgens mij ben je schizofreen.' Maar wij denken van niet.

Laatst gewijzigd op 09-06-2004 om 13:54.
Met citaat reageren
Oud 08-06-2004, 20:41
duivelaartje
Avatar van duivelaartje
duivelaartje is offline
Prachtig! Wat een spanning. Geen spel- en taalfouten gevonden. Gewoon prima!

Vervolg graag.
Met citaat reageren
Oud 08-06-2004, 20:47
Millroy
Avatar van Millroy
Millroy is offline
Lucifer lucifer, je stelt me teleur.
Lees even de laatste zin opnieuw.
Van dat vervolg bedoel ik hé.
__________________
I can say what I want to, even if I'm not serious. Just kidding!
Met citaat reageren
Oud 08-06-2004, 21:13
Een Tweeling
Avatar van Een Tweeling
Een Tweeling is offline
Citaat:
Millroy schreef op 08-06-2004 @ 20:47 :
Lucifer lucifer, je stelt me teleur.
Lees even de laatste zin opnieuw.
Van dat vervolg bedoel ik hé.
En jij stelt mij teleur. Wat heb ik nou aan dit soort kritiek?

@ Duivelaartje: thnx meis! Soon komt het vervolg!
__________________
De dokter zei: 'volgens mij ben je schizofreen.' Maar wij denken van niet.
Met citaat reageren
Ads door Google
Oud 08-06-2004, 21:21
duivelaartje
Avatar van duivelaartje
duivelaartje is offline
Sorry Mill! Door de warmte heb ik dat over het hoofd gezien! Kan gebeuren .

Nogmaals:
Citaat:
waarna het met een geweldig harde klap op de boden van de toren kwakte
Boden = bodem.
Met citaat reageren
Oud 08-06-2004, 21:45
Millroy
Avatar van Millroy
Millroy is offline
Vergiffenis o Gemini
Ik had nix om over te zagen dusjaaaa
Het zijn mijn dagen van het jaar
(examens dus, ja kweet iedereen weet het ondertussen al en blabladieblablada, maar ik zit er toch mooi mee )
(zie onderschrift)
__________________
I can say what I want to, even if I'm not serious. Just kidding!
Met citaat reageren
Oud 08-06-2004, 22:12
Spacemonkey
Avatar van Spacemonkey
Spacemonkey is offline
Goedgekeurd

Heel mooi hoor, had niet zoveel anders verwacht van jou

Ik heb wel ergens een vaag foutje gezien, maar kan het zo snel even niet meer vinden ik ga dus even op zoek

B.
__________________
Why can't they see. It's complete insanity to argue with the man who is the judge of right en wrong.
Met citaat reageren
Oud 08-06-2004, 22:13
Spacemonkey
Avatar van Spacemonkey
Spacemonkey is offline
Citaat:
Een Tweeling schreef op 08-06-2004 @ 18:13 :

Het enige wat ik nog te drinken was was een beetje water uit Zima's Bron, die ik onderweg gevonden had.
Dat dus
__________________
Why can't they see. It's complete insanity to argue with the man who is the judge of right en wrong.
Met citaat reageren
Oud 08-06-2004, 22:49
Een Tweeling
Avatar van Een Tweeling
Een Tweeling is offline
Gelijk nog maar het vierde deel(tje). Kritiek a.u.b.!

- - -

Op de dag van mijn tweede examen waren de leermeesters mij vroeg in de ochtend op komen halen. Ik zat al voor de toren, waarvan ik de tweede verdieping bezat, op ze te wachten. Ik wist al dat ze vroeg op zouden dagen – ik had het al van mijn vader gehoord. Gisteravond was hij nog even bij mij langs geweest, om te vertellen dat vandaag een nog zwaardere dag zou volgen dan die van mijn afgelopen examen. “Ga op je intuïtie af zoon, meer raad kan ik je niet geven – en zal je niet nodig hebben.”
Meer had hij niet gezegd. Hij was gelijk weer vertrokken naar zijn derde verdieping van de toren.
Onze toren was hoog. Elke familie bezat een toren in Bishmer, en elke keer wanneer er een zoon werd geboren, werd de complete toren twee meter omhoog gehesen. In de ontstane ruimte werd dan een nieuwe verdieping geplaatst, waar de nieuwe zoon in kon trekken – als hij er klaar voor was. De toren van mijn familie bezat nu veertien verdiepingen: de entreeverdieping, de mijne op de tweede etage, de derde van mijn vader. Daarboven alle verdiepingen van mijn voorvaderen. In het appartement werd al standaard een kleine catacombe gebouwd, waarin mijn grootvaderen begraven zijn. Sommigen pas enkele jaren, anderen al honderden.
Te paard gingen we op weg naar de locatie van het eerste deel van mijn tweede examen – even gelegen buiten Bishmer. Het was een groot, open veld, ten noorden van de stad. Het doel van het tweede examen van de Vijf was het uitzoeken van een geschikt wapen – een wapen dat bij jou en je zintuigen past. In een rond, stenen gebouwtje aan het begin van het open veld hingen alle wapens en attributen, die ooit door de Strijders van Bishra waren ontwikkeld en gebruikt. Zwaarden, werpbijlen, vijfpuntssterren, vierpuntssterren, kruisbogen en gevechtstokken lagen er in alle soorten en maten. Attributen waren er in overvloed. Van schilden tot verrekijkers, helmen en werpkettingen – van alles. Omdat ik al van jongs af aan begonnen was met vechttechnieken te leren zocht ik naar een wapen waarmee ik van afstand mijn doel uitschakelen kon. Het werden de kruisboog en een stapel vijfpuntssterren.
Op het veld moest ik laten zien wat ik kon met deze wapens, hetgeen op verschillende manieren werd getest. Bewegende doelen raken, lange afstand schieten, korte afstand. Aan het eind van de dag, nadat ik ook nog andere wapens geprobeerd had, was ik toch weer teruggevallen op mijn eerste keus, een wapen voor lange afstanden. Met het zwaard was ik sterk geweest, maar het had niets aangevuld op mijn bovenontwikkelde vechtkunsten. De werpbijl vond ik niets, aangezien je naar een keer werpen al zonder wapen zat.
De leermeesters waren blij geweest met mijn keuze, al voegden zij er nog iets aan toe – iets wat mij heel goed van pas zou kunnen komen: een verrekijker. Ik met mijn slecht ontwikkelde ogen had dit zeker nodig. Ik was tevreden over de wapens en het attribuut dat ik voor eeuwig bij mij zou mogen dragen, maar een ding zat mij dwars. Het waren er drie. Dat betekende altijd meer kilo’s, altijd combineren en wat de kruisboog betreft: per schot herladen. Daarom besloot ik, na het wapenkeuze deel van proef twee, te gaan praten met een van de leermeester: de meester van de Wapens.
“Voor jou Akuñar, zal ik een wapen ontwikkelen dat nieuw is voor alle Strijders van Bishra. Een wapen dat jou twee wapens en verrekijker zal combineren tot een krachtig wapen. Je zult er eerst veel mee moeten oefenen, en in de loop der weken zal er nog het een en ander aan veranderd moeten worden. Maar ik denk dat jij met dit wapen, als je het goed weet te hanteren, een van de sterkste Strijders ooit kunt gaan worden.
Je tweede examen in de Proef van Vijf is hiermee afgesloten. Let wel, binnenkort zul je op moeten voor de derde missie. De zwaarste tot nu toe, de zoektocht naar de Burcht van het Antwoord. Daar zul je antwoord krijgen op de vraag die jou het meest dwarszit – de vraag waarvan je nu nog niet weet, wat die is. Maar vrees niet Akuñar, je komt er op tijd achter!”
__________________
De dokter zei: 'volgens mij ben je schizofreen.' Maar wij denken van niet.

Laatst gewijzigd op 09-06-2004 om 10:22.
Met citaat reageren
Oud 09-06-2004, 06:56
Verwijderd
Leuk!

1 foutje

de derde van zijn vader

mijn vader, dacht ik toch echt.

meermeermeer!
Met citaat reageren
Oud 09-06-2004, 11:55
Astuanax
Avatar van Astuanax
Astuanax is offline
Superverhaal!
Ik stelde me het hoofdpersonage (naam effe kwijt) voor als een vrouw
Geen foutjes gevonden (enkel in de vorige stukken maar daar zal ik niet over beginnen zagen.)
__________________
Niets is helemaal waar en zelfs dat niet.
Met citaat reageren
Advertentie
Oud 09-06-2004, 13:59
duivelaartje
Avatar van duivelaartje
duivelaartje is offline
God prachtig.
Je hebt talent! Geen foutjes gezien.
Vervolg graag.
Met citaat reageren
Oud 09-06-2004, 23:56
Een Tweeling
Avatar van Een Tweeling
Een Tweeling is offline
Ik raak op dreef. Heeft iemand misschien ideeën voor een goede titel? Trouwens, kritiek is nog steeds welkom, zowel positieve als negatieve.

- - -

Ik staarde over de reling van de balustrade naar beneden, hopend dat Uru uit de duisternis omhoog zou komen vliegen. Maar er gebeurde niets. Na de geweldige smak was de doodse stilte teruggekeerd in de toren.
Tranen begonnen zich in mijn ooghoeken op te hopen. "Uru! Uru, leef je nog?" schreeuwde ik de diepte in. Mijn wanhoopskreet echode nog lang na, maar er gebeurde niets.
Ik werd radeloos. Wat moest ik zonder Uru! Zou ze echt overleden zijn, zou het beest haar mee hebben genomen, de Dodenwereld in? Zou ik haar daar ooit nog uit kunnen halen?
Plotseling hoorde ik boven mij een krakend geluid. Geschrokken keek ik op, bang voor een volgend monster dat mij wilde verscheuren. Maar het enige dat ik zag was een baan licht dat de ladder zichtbaar begon te maken, enkele meters boven mij. Er werd een luik opengeschoven. Een oude, krakende stem sprak mij toe.
"Kom naar boven, vreemdeling! Kom hier en stel me je vraag. Schiet op! Ik heb geen jaren de tijd, wat denk je wel!"
Ik aarzelde. De persoon die daar boven was kon mij makkelijk onthoofden, wanneer ik mijn hoofd door het luik zou steken. Maar aan de andere kant, hij wist ook waarvoor ik hier was. Ik had hem dan misschien wel zijn Zesde Zintuig weggenomen, maar de zijne ook de mijne.
Bedroefdheid om het verlies van mijn Uru begon plaats te maken voor razernij. Met vlugge stappen klauterde ik de ladder op. Ik zal hem wel krijgen, ik zal me wreken voor mijn Uru! Zonder enige vrees trok ik me door het gaat omhoog en trok gelijk mijn zwaard. "Blijf daar schurk, of je zult aan Alkandor geregen worden!"
De man die voor me stond begon te lachen. "Doe dat, jongeman, en je zult nooit een van de Strijders van Bishra worden! Dat is toch je wens? Wees geen domoor, laat zakken dat zwaard en luister naar mij!"
De laatste zin donderde door de torenkamer. Ik liet mijn zwaard zakken, maar bleef op mijn hoede. Ik keek vluchtig om me heen. Tegen de muur die het verst van mij vandaan was zat een open haard, waarin een paarsig vuur brandde. In het midden stond een tafel waarop een groot boekwerk lag, dat door ouderdom al half vergaan was. De man die tegenover me stond had een bruine pij aan. Zijn haar was grijs, lang en smerig. Zijn gezicht was vuil en onverzorgd, maar in zijn ogen zag ik iets goedaardigs vonken. Iets dat mij erop wees dat hij me helpen kon, en wilde.
"Ik heb het Antwoord voor je, Bishraleerling. Stel mij je vraag en je zult wederkeren, in de staat waarin je aangekomen bent."
"Dat denk ik niet. Uw Zesde Zintuig, dat verschrikkelijke monster dat mij hier weg probeerde te houden, heeft mijn Uru gedood. Ik zal zonder haar terugmoeten!"
"Het was voorbestemd. Ik zal je verte..." begon de man, maar kwaad onderbrak ik hem.
"Zwijg, gij bedrieger! Waarom moest mijn Uru dood, mijn laatste trouw en toeverlaat in deze donkere dagen en tijden? Zonder haar kan ik niet verder, begrijpt u dat niet? Ik kom hier om mijn vierde opdracht van de Proef van Vijf af te handelen, maar ik ben nog minder ver dan dat ik voorheen was..."
De man keek me een tijd lang peinzend aan en ging aan tafel zitten. Hij doopte de veer in het potje inkt dat naast het oude boek lag, en begon erin te schrijven. "Vertel me je naam, vreemdeling met pit!"
"Akuñar," prevelde ik, en vervolgde: "Akuñar van Ashlei-Bûr. Mét vier mislukte zintuigen, zónder mijn Zesde."
"Wat is je grootste wens?"
"Ik moet haar terug... Ik moet! Zonder haar ben ik niets, zij betekend erg veel voor mij!"
"Dus hoe luid je vraag...?"
Ik keek de man verbaasd aan. Hoorde dit erbij? Dit was de enige vraag die ik me kon bedenken, waarop ik antwoord MOEST weten! Was dit de vraag waarvoor ik naar de Burcht van het Antwoord gereisd was? Was dit het grote overwinnen van pijn? Het tonen van moed?
De oude man legde zijn veer neer en keek me aan. Toen sprak hij, alsof hij gedachten lezen kon: "Een Strijder van Bishra moet met én zonder Zesde Zintuig kunnen leven, mijn beste Akuñar. Elke Strijder heeft een tijd zonder Zesde Zintuig geleefd. De vijfde en laatste proef is het terughalen van jou verdwenen Zintuig.
Ik moést het op deze manier doen, deze nare manier. Zo'n sterk ontwikkelde Bishra-leerling als jou heb ik nog nooit meegemaakt. Ik vreesde zelfs dat je mijn Zesde Zintuig uit zou schakelen, met je overdonderende techniek en krachtige moordwapen, voordat hij Uru te pakken had gekregen. Het spijt me.”
“Hoe..! Hoe krijg ik mijn Uru terug?” Ik keek de man hoopvol aan, ik voelde dat mijn lot zich in zijn handen bevond.
“Het word je laatste proef, Bishraleerling. Hier is het Antwoord op de vraag, die jou je nu het liefst is van allemaal. Hiermee heb je de vierde proef afgesloten.” De man sloeg enkele bladzijden van het boek om en begon voor te lezen.

‘Hij, de Bishraleerling die aan de voet van zijn laatste beproeving staat, zal zijn verloren Zesde Zintuig op moeten halen uit het Dodenrijk. De tocht naar en in het rijk der Stervenden zal hij zonder zijn trouwe metgezel af moeten leggen.
Aan het eind van de Gang des Doods ligt de hal van Negrodiras, de Dodenteller. Hij zal je helpen de geest van de verloren Zesde Zintuig terug te vinden. Mits Negrodiras de Bishraleerling sympathiek, sterk en overtuigend genoeg vindt. Dit komt op de leerling zijn eigen kracht aan. Vrees niet, toekomstige Strijder van Bishra. Velen voor u hebben ook dit pad belopen, en velen zijn glansrijk geslaagd voor deze laatste proef.’


Ik staarde de oude man met open mond aan, vol van verbazing en ongekende angst. Ik moest het Dodenrijk betreden? Het rijk der Stervenden, het rijk van de Dodenteller? Hier had mijn vader nooit iets van verteld, en mijn voorouders evenmin. Waarom niet, was het soms té erg voor woorden geweest? Waar was dit überhaupt goed voor! Het was nog gevaarlijk ook, als ik de tekst uit het boek geloven moest.
“Maak je niet te druk, Bishraleerling! Sommige leerlingen hebben deze Vijfde, laatste proef inderdaad niet gehaald, maar de meeste wel! Dit is veruit de zwaarste, maar als Strijder van Bishra moet je ook deze proef kunnen doorstaan! De geesten zijn onze metgezellen, ze leven om ons heen in Bishra. Je zult je angsten voor ze moeten overwinnen, met ze kunnen communiceren en laten zien dat je ook zonder je Zesde Zintuig, Bishrastrijderwaardig bent!”
Mijn angsten voor de laatste proef verdwenen beetje bij beetje, maar nog steeds zat het me niet lekker. Hoe kon ik de donkere gang naar de hal van Negrodiras belopen, zonder de nachtogen van Uru? Moest dat op mijn gevoel?
“Meester van het Antwoord, hoe kan ik deze missie goed volbrengen zonder mijn Uru? Uru is niet alleen mijn Zesde Zintuig, ze dient ook als tweede, derde, vierde en vijfde! Mijn zintuigen zijn onderontwikkeld, het is een familiekwaal! Is dit wel te doen voor mij?”
De man stond op, liep naar me toe en legde zijn hand op mijn schouder. De schouder waar Uru op hoorde te zitten.
“Ik vreesde al voor deze vraag. Een tijd geleden heb ik gehoord dat de Leermeesters van Bishmer je nooit verteld hebben hoe het met je grootvader afgelopen is. Je grootvader, de enige Strijder die ook als Zesde Zintuig een vogel had, in plaats van een viervoeter.
Ik ga je dat ook niet vertellen, maar ik vertel je wel dat je extra op je hoede moet zijn in de onderwereld. Je grootvader had dezelfde handicap als jij hebt, hij heeft het verschrikkelijk moeilijk en zwaar gehad. Maar door zijn sterkte vertrouwen in zichzelf is hij geslaagd!”
Het antwoord van de oude man maakte me niet echt rustiger, maar ik begreep wel dat mijn afnemende zelfvertrouwen me fataal zou kunnen worden. Ik wilde Uru toch terug? Nou, kom op dan! Wees niet bang voor de schimmen van de Onderwereld, Negrodiras of wie dan ook!
Zelfverzekerder dan daarvoor liep ik naar het luik waardoor ik ook binnengekomen was. “Waar is de ingang, meester van het Antwoord? Ik wil gaan, ik wil dit zo snel mogelijk achter de rug hebben.”
De man stond op. “Beneden, op de bodem van deze toren, is nog een deur. Een kleintje, onder de trap. Vanaf daar loopt er een lange trap langs de rots, waarop deze burcht staat, het dal in. Na enkele meters, als de mist je volledig ingesloten heeft, zul je bij een brug aankomen die je naar de ingang van de tunnel zal leiden. Ik zal je de weg naar de deur wijzen. Kom, mijn beste Akuñar. Het is tijd voor de finale.”
__________________
De dokter zei: 'volgens mij ben je schizofreen.' Maar wij denken van niet.

Laatst gewijzigd op 10-06-2004 om 16:41.
Met citaat reageren
Oud 10-06-2004, 10:47
Astuanax
Avatar van Astuanax
Astuanax is offline
Schitterend stuk!

foutjes:
"Mits Negrodiras de Bishraleerling sympathiekvol, sterk en overtuigend genoeg vind."

sympathiekvol zou je moeten vervangen door 'sympathiek'

vind is met dt
__________________
Niets is helemaal waar en zelfs dat niet.
Met citaat reageren
Oud 10-06-2004, 12:22
Een Tweeling
Avatar van Een Tweeling
Een Tweeling is offline
Bedankt Astuanax!
Ik heb de foutjes verbeterd / sorry voor die dt, ik ben daar niet zó geweldig in...
__________________
De dokter zei: 'volgens mij ben je schizofreen.' Maar wij denken van niet.
Met citaat reageren
Oud 10-06-2004, 13:04
Spacemonkey
Avatar van Spacemonkey
Spacemonkey is offline
't wordt echt steeds beter

Vervolg!!!!!!!!
__________________
Why can't they see. It's complete insanity to argue with the man who is the judge of right en wrong.
Met citaat reageren
Oud 10-06-2004, 16:16
duivelaartje
Avatar van duivelaartje
duivelaartje is offline
Spannend!!! Jij schrijft echt met spanning, geweldig!!!!!

2 foutjes:
Citaat:
Wat dit de vraag waarvoor ik naar de Burcht van het Antwoord gereisd was?
Wat = Was
Citaat:
Na enkele meters, als de mist je volledig ingesloten heeft zul je bij een brug aankomen, die je naar de ingang van de tunnel zal leiden.
Na "heeft" een komma. *...heeft, zul...*
Verder geen foutjes gevonden!

Vervolg graag, vind het echt spannend worden.
Met citaat reageren
Oud 10-06-2004, 16:42
Een Tweeling
Avatar van Een Tweeling
Een Tweeling is offline
Dank jullie wel, Scootgirl en Duivelaar! Door jullie krijg ik echt positieve-doorschrijf-energie!
__________________
De dokter zei: 'volgens mij ben je schizofreen.' Maar wij denken van niet.
Met citaat reageren
Oud 10-06-2004, 17:00
Millroy
Avatar van Millroy
Millroy is offline
Het verhaal bevalt me ook.
Maar ik heb nix zinnigs te zeggen.
Tenzij jullie willen weten dat het nationaal inkomen= Co+Yog+Cbo+Io+Ib+X-M, de nationale inkomens = Yog+Ybg+Tin+Sb, en de nationale bestedigingen = Cg+Snat.
Gebruik dat maar in je verhaal, als incantation
Ik hoop dat je door deze nieuw gevonden kennis ook zin krijgt om te schrijven.
Echt leuk verhaal.
A proper occupation is the way you go.
__________________
I can say what I want to, even if I'm not serious. Just kidding!
Met citaat reageren
Oud 11-06-2004, 00:03
Een Tweeling
Avatar van Een Tweeling
Een Tweeling is offline
Citaat:
Millroy schreef op 10-06-2004 @ 17:00 :
(...) het nationaal inkomen= Co+Yog+Cbo+Io+Ib+X-M, de nationale inkomens = Yog+Ybg+Tin+Sb, en de nationale bestedigingen = Cg+Snat.
Wie weet gebruik ik het nog, oké? Succes ermee, i.i.g.!
__________________
De dokter zei: 'volgens mij ben je schizofreen.' Maar wij denken van niet.
Met citaat reageren
Oud 11-06-2004, 12:25
Millroy
Avatar van Millroy
Millroy is offline
thnx, het is best goed gegaan.
Denk ik.
Je moet het niet gebruiken hoor, anders past het er misschien niet in
__________________
I can say what I want to, even if I'm not serious. Just kidding!
Met citaat reageren
Oud 11-06-2004, 20:04
Een Tweeling
Avatar van Een Tweeling
Een Tweeling is offline
Na drie dagen getraind te hebben met mijn nieuwe vijfpuntssterrengeweer en veel rust te hebben gehouden was het zover. De grote dag, het begin van mijn laatste drie proeven, was aangebroken.
Vroeg in de ochtend, toen de straten van Bishmer nog schemerig roze kleurden, ging ik op weg naar het Paleis van de Leermeesters dat op het grote, ronde plein midden in de stad gevestigd was. Het was een lage, brede toren met een glazen koepel als dak. De muren waren van wit graniet – met af en toe een klein, rond raampje en de trap die naar de ingang leidde was gigantisch breed.
Ik werd opgewacht door een lakei, die me naar de hoofdzaal bracht. Deze was gevestigd in de glazen koepel - waardoor je een prachtig vergezicht over Bishmer en een stuk van Bishra had.
Toen ik binnenkwam zaten de zeven leermeesters al op mij te wachten aan een lange tafel, die dwars in het ronde vertrek stond. Enkele meters voor de tafel stond een roodfluwelen stoel, waar ik op plaats mocht nemen.
De hoofdmeester stond op. "Geliefde Akuñar van Ashlei-Bûr, welkom in de Raadzaal van Bishmer-stad. Vandaag is de grote dag, de dag waarop jij aan de laatste drie proeven van de Proef van Vijf gaat beginnen, om uiteindelijk als volwaardig Bishrastrijder terug te keren."
"Dank u, meester," sprak ik, in verlegenheid gebracht door deze woorden: "Ik ben zeer benieuwd wat mij te wachten staat. Ik voel dat mijn tijd gekomen is, mijn gevoel zegt me zo snel mogelijk op pad te gaan."
Mijn vader was gisteravond wederom bij me gekomen en had me verteld wat me zo ongeveer te wachten ging staan. Maar hij was niet in details getreden. "Ondervind zelf, mijn beste Akuñar, wat de voor en tegenslagen van de laatste drie proeven zijn. Ik ga je dat niet vertellen, zoals mijn vader dat ook mij niet verteld heeft." Die woorden hadden me een beetje onzeker gemaakt. Onzeker voor wat er vandaag komen zal.
De leermeester die het meest rechts aan de tafel zat stond op en rolde een gelig perkament uit, dat voor hem op tafel had gelegen.

‘De derde proef van Vijf is de lange, gevaarlijke weg naar de Burcht van het Antwoord belopen, tezamen met het gekozen wapen en het Zesde Zintuig. Er mag geen bagage of proviand meegenomen worden - daar dient tijdens de reis zelf voor te worden gezorgd. Met deze tocht beproeven we de conditie, intuïtie en samenwerking met het Zesde Zintuig.
De vierde opdracht is antwoord krijgen op de vraag, die de leerling nog niet weet. De Meester van het Antwoord proberen om de leerling buiten zijn torenkamer te houden. Hij zal aanvallen op de kracht, sluwheid en het verdriet. Het is zwaar, maar onthoud dat het allemaal deel uitmaakt van de Proef van Vijf.
De finale van de Proef van Vijf, de laatste opdracht, zal zwaarder worden dan de andere vier bij elkaar. De leerling hoort, wanneer de vierde proef succesvol afgesloten is, van de Meester zelf wat de laatste missie is.
In de laatste proef zullen angst, zelfvertrouwen en diplomatie getest worden.
Wanneer de leerling na de laatste proef in dezelfde staat als dat hij vandaag uit Bishmer vertrekt terugkomt, is de Proef van Vijf behaald - en zal de leerling geridderd worden tot Strijder van Bishra.’


De zeven meesters keken mij aan. De hoofdmeester stond weer op en sprak: "Is alles wat je zojuist gehoord hebt je volkomen duidelijk, Akuñar?"
"Ja leermeesters van Bishmer. Ik wens te vertrekken."
"Ga dan naar huis, kleed je om en breng je Zesde Zintuig mee. Wees over tien minuten bij de Noorderpoort. De Raad is hiermee ten einde."
De andere zes meesters stonden op en tegelijk met de hoofdmeester bogen ze kort voor mij. Ik knikte vluchtig met mijn hoofd, draaide me om en liep de zaal uit – op weg naar huis. In mijn familietoren aangekomen kleedde ik me snel om. Mijn rode cape drapeerde ik om mijn schouders, een zwarte doek bond ik om mijn nek – ter bescherming van mijn luchtwegen. Ik trok mijn stevige, leren laarzen aan en pakte een lege waterfles, die ik aan mijn riem vastmaakte. Daarna vulde ik een rugzak met munitie en haalde mijn wapen uit zijn kist. Uru, mijn Zesde Zintuig, zat voor de toren op het hek te wachten. "Kom Uru, de tijd is daar," sprak ik haar toe, waarna ze opvloog en neerstreek op mijn linkerschouder. Samen liepen we naar de Noorderpoort, waar de leermeesters al op mij wachtten, tezamen met mijn vader.
"Het ga je goed," sprak hij, en vervolgde: "Ik wil je enkele raad geven voor onderweg, als de leermeesters dat goedkeuren." De meesters knikten, en mijn vader vervolgde: "Loop nooit te lang in de rode zon. Je longen kunnen de warme lucht niet goed aan, en je huid evenmin. Wees op je hoede in de Grauwstreek, er huist daar meer dan je denkt. En ga bij de Burcht van het Antwoord niet op de diplomatieke toer, maar vertrouw op je kracht en gratie! Succes, mijn zoon!"
"Maakt u zich geen zorgen om mij, ik zal laten zien dat onze familiekwaal geen reden is tot falen in de Proef van Vijf! Spoedig zal ik wederkeren."

Ze hadden hun hand opgestoken, zich omgedraaid en terug in Bishmer gelopen. De grote, zware poortdeuren waren achter mijn rug dichtgevallen. Mijn reis begon.
Met stevige pas liep ik over het stoffige pad richting de Moeraswouden. Ik moest daar aangekomen zijn voordat de rode zon opkwam, anders zou mijn gezondheid al vroeg in tocht te zwaar op de proef gesteld worden. Uru vloog hoog boven mij in de lucht.
Het landschap waar ik doorheen moest tot aan de Moerwaswouden was kaal, vlak en stoffig. Het bestond uit geel zand, met hier en daar alleen wat verdord struikgewas. Voor de rest was er niets. Geen bomen, geen schaduw, geen water. Geen levende ziel. Alleen ik, Uru en het lange, stoffige pad.
Toen de eerste, donkerrode zonnestralen zich vanuit het westen lieten zien zag ik aan de horizon de Moeraswouden voor me opdoemen. Ik kon aan het landschap om me heen al zien dat ik er bijna was. De stof was verdwenen, het zand was bruiner geworden - en modderiger. Nog enkele kilometers te gaan.
"Uru, vlieg voor me uit en kijk of je ergens water ziet! In deze warmte zal ik het nodig hebben, vrees ik. Want ik denk niet dat ik de bosrand haal, voordat het rode gevaar opgekomen is."
Ze ving de waterfles die ik haar toegooide door met haar klauwtjes de lus te grijpen, die ik er voor haar aangemaakt had, en vloog met krachtige slagen voor me uit, in de richting van het woud. Ik versnelde mijn looppas en keek bezorgd richting het westen. Een randje donkerrood was al te zien. Het werd benauwder en hoewel mijn ademhaling het niet op prijs stelde, begon in harder te lopen. Nog een paar honderd meter te gaan. Mijn keel werd steeds droger en de zonnestralen die mijn huid bereikten, begonnen alsmaar warmer aan te voelen. De temperatuur liep gauw op, té gauw.
Ik was nog een kleine honderd meter van de eerste bomen vandaan toen het zwart voor mijn ogen werd, en ik struikelde. Ik smakte tegen de grond en begon te hyperventileren. Stof en zand blokkeerden mijn keel, de hitte van de rode zon werd onuitstaanbaar. Mijn onbedekte huid begon te gloeien en toen ik op probeerde te gaan staan zakte ik gelijk weer terug op de grond. De verschrikkelijke hitte had mijn krachten ontnomen.
Juist toen ik dacht dat ik mijn bewustzijn zou verliezen, hoorde ik een schel gekrijs. Uru. Mijn redder in nood kwam snel aanvliegen en zette de half gevulde waterfles naast mij neer. Ik greep het flesje beet en zette hem aan mijn mond. Het koele vocht was als een medicijn voor mijn uitgedroogde keel, en ik voelde nieuwe kracht in mijn lichaam vloeien. Uru klapperde met haar vleugels in mijn gezicht en liet korte, hoge geluiden hoorde. Moeizaam stond ik op, wankelde even en liep zo gauw mijn benen me dragen konden naar de rand van de Moeraswouden. Ik haalde het net, liet me uitgeput in de schaduw neervallen en viel in slaap. Uru zat op een tak boven mij, haar gele ogen hielden alles in de gaten.

Enkele uren later werd ik wakker. De rode zon was al achter de horizon in het oosten verdwenen, de twee oranje manen kwamen langzaam tevoorschijn. Voor me lagen enkele groene vruchten, die Uru voor me verzameld had. Ze zat nog steeds boven me op de uitkijk.
Ik stond op, klopte de aarde van mijn rode cape en keek om me heen, waar ik nu weer beland was. Het was schemerig in het woud. De bomen waren grijzig, kaal en geweldig hoog. Ik keek naar boven, maar kon de bladertoppen van de bomen niet zien, zo lang waren de stammen. De grond was drassig. Voor me zag ik de eerste houten hangbrug. Ze hing aan touwen die in de duisternis bovenin de bomen verdwenen, en vormde het enige pad door de Moerwaswouden. Onder de brug zag ik de zwarte moerasblubber. Als je daar inviel, was je verloren. De grote zuigkracht zou je binnen enkele minuten naar de bodem van het moeras hebben getrokken.
Via een klein, houten trappetje liep ik de hangbrug op. Het einde van de brug hing opnieuw aan touwen. Het was tevens het begin van de volgende hangbrug. Ik had gehoord dat er honderden bruggen achter elkaar hingen – die samen de enige weg door het Moerasbos vormden. Ik hoopte dat de houten planken waarover ik liep nog jong genoeg waren om mijn gewicht te houden. Hier zou ik niet snel op hulp kunnen rekenen, wanneer ik er in viel. En Uru zou ook niets kunnen beginnen.
Onder mij zag ik het in nevel gehulde moeras. Hier en daar borrelde het en dat was maar goed ook, want anders had je het zo voor aarde aan kunnen zien. De stammen van de immens hoge bomen verdwenen in het slijk. Er was geen wortel te zien.
Bij de eerste paar bruggen was mijn zicht nog redelijk, maar hoe verder ik liep hoe donkerder het werd. De nevel die eerst alleen boven het drijfzand had gehangen, hing nu overal om me heen. En het werd steeds kouder.
Ik sloeg mijn cape dichter om me heen en probeerde goed op te letten waar ik mijn voeten neerzette. Hier en daar waren er al planken doorgebroken, en het zag er naar uit dat het er niet beter op zou worden. De meeste waren verrot en gebarsten van ouderdom.
Uru zat op mijn linkerschouder onrustig in het rond te kijken. Af en toe klapperde ze even met haar vleugels en piepte ze bang in mijn oor, maar ik dacht alleen dat de omgeving haar niet aanstond. Maar ik had het mis.
Op een gegeven moment hoorde ik ze aankomen. Het waren er meer, en met grote snelheid hoorde ik ze tussen de bomen door rennen. Handen en voeten werden neergezet, bladeren ruisten. Ik keek omhoog, maar het was te donker iets te kunnen onderscheiden. Uru vloog verschrikt op en begon angstig krijsend om me heen te vliegen. Ze naderden me van alle kanten. Onrustig haalde ik een munitiepatroon uit mijn rugzak en laadde mijn machinegeweer. Ik was er klaar voor.
__________________
De dokter zei: 'volgens mij ben je schizofreen.' Maar wij denken van niet.

Laatst gewijzigd op 11-06-2004 om 22:56.
Met citaat reageren
Ads door Google
Oud 11-06-2004, 20:39
duivelaartje
Avatar van duivelaartje
duivelaartje is offline
Weer heel mooi.

Foutje:
Citaat:
van de Meester zelf wat dee laatste missie is.
Dee=de

Citaat:
Het einde hing opnieuw aan touwen, die in de lucht leken te verdwijnen.
Is dubbel, want een paar regels ervoor vertel je ookal dat de touwen in de lucht verdwijnen.

Maar echt prima!

Vervolg.
Met citaat reageren
Oud 11-06-2004, 20:56
Millroy
Avatar van Millroy
Millroy is offline
Trappetje ergens en in het begin: maar in detail getreden was hij niet zou beter maar hij was niet in detail getreden worden.
Wel zonder de worden en de zou beter en zonder de foute zin ervoor.
__________________
I can say what I want to, even if I'm not serious. Just kidding!
Met citaat reageren
Oud 11-06-2004, 21:16
Een Tweeling
Avatar van Een Tweeling
Een Tweeling is offline
Bedankt! Ik heb het aangepast...

Als trouwens iemand een x iets leest waar ik eerder over schreef maar ik verder vergeten ben - zeg me dat dan ook wil je?
Of iets dat in vergelijking met een vorig stuk niet overeen komt...
Thnx!
__________________
De dokter zei: 'volgens mij ben je schizofreen.' Maar wij denken van niet.
Met citaat reageren
Oud 11-06-2004, 21:36
Astuanax
Avatar van Astuanax
Astuanax is offline
De stof was verdwenen, het zand was bruiner geworden

Is het niet het stof? Of bedoel je met de stof de materie?


Ik volg ook effe niet meer met het verhaal. Was Uru niet juist gestorven en moest onze Held hem niet gaan terughalen uit de onderwereld (inspiratie gehaald uit de Odysseia?)
__________________
Niets is helemaal waar en zelfs dat niet.
Met citaat reageren
Oud 11-06-2004, 21:51
Een Tweeling
Avatar van Een Tweeling
Een Tweeling is offline
Eigenlijk bedoelde ik gewoon het zand dat op de grond lag. 't Was eerst geel en stoffig, maar hoe dichter hij bij de Moeraswouden kwam, hoe bruiner en natter het om hem heen werd...

Nou, het zijn ook telkens flashbacks hè! Das nogal duidelijk dat je dat ziet, anders snap je er idd helemaal geen hol meer van.

Het 1e verhaal is dat Akuñar bij de Burcht aankwam, en waarin hij nu zo de onderwereld in moet gaan (Griekse mythologie regeert ).
Het andere deel, de flashbacks gaan over de 3 proeven die voor het verhaal van de Burcht van het Antwoord zaten. Hij is daarin nu dus op weg naar de Burcht. Het 2e deel loopt dus naar het begin van het eerste deel. Snappie?
__________________
De dokter zei: 'volgens mij ben je schizofreen.' Maar wij denken van niet.
Met citaat reageren
Oud 11-06-2004, 22:39
Spacemonkey
Avatar van Spacemonkey
Spacemonkey is offline
Citaat:
Een Tweeling schreef op 11-06-2004 @ 19:04 :
[De andere zes meesters stonden op en tegelijk met de hoofdmeester bogen ze kort voor mij. Ik knikte vluchtig met mijn hoofd, draaide me op en liep de zaal uit – op weg naar huis.
draaide me om- denk ik

en er staat ergens een keertje keen in plaats van keek, maar kan hem dus even niet meer vinden..

Voor de rest vind ik het leuk om te lezen..
WE (naja ik iidergeval) WANT MORE
__________________
Why can't they see. It's complete insanity to argue with the man who is the judge of right en wrong.
Met citaat reageren
Oud 11-06-2004, 22:43
Astuanax
Avatar van Astuanax
Astuanax is offline
Citaat:
Een Tweeling schreef op 11-06-2004 @ 21:51 :
Eigenlijk bedoelde ik gewoon het zand dat op de grond lag. 't Was eerst geel en stoffig, maar hoe dichter hij bij de Moeraswouden kwam, hoe bruiner en natter het om hem heen werd...

Nou, het zijn ook telkens flashbacks hè! Das nogal duidelijk dat je dat ziet, anders snap je er idd helemaal geen hol meer van.

Het 1e verhaal is dat Akuñar bij de Burcht aankwam, en waarin hij nu zo de onderwereld in moet gaan (Griekse mythologie regeert ).
Het andere deel, de flashbacks gaan over de 3 proeven die voor het verhaal van de Burcht van het Antwoord zaten. Hij is daarin nu dus op weg naar de Burcht. Het 2e deel loopt dus naar het begin van het eerste deel. Snappie?
Ie snapt

Spijtig dat je het stuk over de onderwereld eruit hebt gelaten, zou je zeker nog wel een leuke scène uit kunnen fabriceren
(Griekse mythologie 'regeert' , studeer jij ook in de turnzaal? Waarom noemen ze in Nederland de Klassieke Talenrichting nu naar een sportzaal?? typisch...)
__________________
Niets is helemaal waar en zelfs dat niet.
Met citaat reageren
Oud 11-06-2004, 22:54
Een Tweeling
Avatar van Een Tweeling
Een Tweeling is offline
Citaat:
Astuanax schreef op 11-06-2004 @ 22:43 :
Spijtig dat je het stuk over de onderwereld eruit hebt gelaten, zou je zeker nog wel een leuke scène uit kunnen fabriceren
Mijn beste Astuanax,

Natúúrlijk ga ik dat nog schrijven! Ik schrijf meestal ongeveer om en om een stuk aan deel 1 en aan deel 2. Nu heb ik net weer een heel stuk over de reis naar de Burcht geschreven, waar denk je dat mijn volgende stuk op doorgaat... Juist.

@ Scootgirl: Thnx meisje, ik doe mijn best. Ik zal de foutjes er even uithalen!
__________________
De dokter zei: 'volgens mij ben je schizofreen.' Maar wij denken van niet.
Met citaat reageren
Oud 11-06-2004, 22:58
Astuanax
Avatar van Astuanax
Astuanax is offline
Citaat:
Een Tweeling schreef op 11-06-2004 @ 22:54 :
Mijn beste Astuanax,

Natúúrlijk ga ik dat nog schrijven! Ik schrijf meestal ongeveer om en om een stuk aan deel 1 en aan deel 2. Nu heb ik net weer een heel stuk over de reis naar de Burcht geschreven, waar denk je dat mijn volgende stuk op doorgaat... Juist.

@ Scootgirl: Thnx meisje, ik doe mijn best. Ik zal de foutjes er even uithalen!

Mijn beste Tweeling (leuke naam, ik ben ook een tweeling )

Waw die logica heb je zeker uit de turnzaal!
(Ik hou van je schrijfstijl!!)
__________________
Niets is helemaal waar en zelfs dat niet.
Met citaat reageren
Oud 21-06-2004, 01:11
Een Tweeling
Avatar van Een Tweeling
Een Tweeling is offline
Nadat de Meester van het Antwoord en ik de twaalf ronden van de wenteltrap af waren gelopen, stonden we voor de twee levenloze dieren - die gestorven waren voor mijn vierde proef. Het grote, kwaadaardige beest lag in een vreemde, onnatuurlijke houding op de grond. Zijn klauw zat nog stevig om Uru heen geklemd. De tranen kwamen terug. Zachtjes snikkend bevrijdde ik haar uit de grove vingers. Haar oogjes waren gesloten en haar veren hadden een doffe, grijzige glans gekregen.
"Lieve Uru, ik zal je terughalen! Al zal het me mijn leven kosten, al mislukt mijn laatste proef er door - ik zal je terughalen uit de Onderwereld! Ik beloof het je!" Grote tranen rolden nu over mijn wangen. Voorzichtig drukte ik een kus op haar met veren bedekte kop en legde haar
als een baby in mijn arm. "Ik ben er klaar voor. Wijs me de deur, Meester!"
De oude man liep naar me toe en pakte mijn arm vast. "Akuñar, ik wil je enige raad meegeven. De gang naar de hal van Negrodiras is donker, maar niet zo gevaarlijk. Als je gewoon doorloopt en je niet druk maakt om de dingen die om je heen zullen gaan gebeuren, zul je zonder problemen in de hal aankomen."
"En wat betreft Negrodiras; zal hij me Uru teruggeven? Of zal mijn zilveren Alkandor daarbij moeten helpen?"
De man keek me verschrikt aan. "Doe dat beslist niet! Gebruik geen wapens in de Onderwereld - ik weet dat je er niets mee kunt bereiken. Wel vrees ik dat als je je zwaard trekt, Negrodiras je niet levend uit de Onderwereld zal laten gaan."
Ik knikte, schudde zijn hand van mijn arm en veegde de tranen uit mijn gezicht. "Ik wens te gaan."
"Goed, ik zal de deur wijzen." De man liep voor me uit en maakte een kleine deur open, die mij door de wenteltrap aan het oog ontnomen was. Diep gebukt liep ik er door heen en stond opeens aan het begin van een smalle, uitgehakte trap. Ze liep langs de rots omlaag, de diepte in. Ik kon niet meer dan een tree of twintig zien, daarna verdween ze in de witte, dichte mist. Ik draaide me om en zag dat ik aan de achterkant van de Burcht van het Antwoord stond.
Met Uru liggend in mijn ene arm en Alkandor in mijn vrije hand begon in de trap af te dalen. Voorzichtig, goed kijkend waar ik mijn voeten neerzette. Waar zou ik zo uitkomen? Wat zouden de gevaren zijn van de Gang des Doods, waar ik van de Meester vooral niet op moest letten? En Negrodiras – zou hij te vertrouwen zijn? Ik was bang, maar gelukkig waren mijn verlangens naar een levende Uru sterker dan mijn angsten en ik stapte ferm door.
Na enkele meters gedaald te zijn kon ik niet verder zien dan een meter voor me uit. De witte mist hing overal om me heen. Ze was koud en vochtig en ik rilde ervan. Het was doodstil om me heen. Ik zag niets dan wit en vier of vijf stenen treden die me alsmaar dieper en dieper het dal in brachten. Uru’s lijfje lag levenloos in mijn arm. Wat zal het moeilijk worden zonder haar! Waar was ik toch, bij de Goden van Bishra, aan begonnen?
Nadat ik de dalende trap tientallen meters gevolgd was kwam ik aan bij een klein, vierkant plateautje. Een smalle, stenen brug met houten leuningen verdween recht voor me uit, de mist in. De brug naar de ingang van de Onderwereld. Ik vroeg me af hoe en door wie de brug hier ooit bevestigd was. Het leek me een onmogelijke, onuitvoerbare taak.
Nadat ik de helft van de brug afgelopen was keek ik even over de reling, maar zag nog steeds niets anders dat de dichte mist. Ooit had ik gehoord dat het dal oneindig diep was. Ik rilde even, drapeerde mijn cape om mij en Uru heen en liep vlug door in de richting van de Gang des Doods. De brug was lang en in het midden smaller dan aan het begin en eind, maar na enkele minuten lopen bereikte ik omgedeerd het einde. Ik kwam uit op een volgend plateau, waaraan de ingang van de hoge, donkere gang richting de Onderwereld gevestigd was.
Het was een grote, uitgehakte opening zonder enige herkenning als de ingang van het Dodenrijk. Ik was er. Hier begon mijn vijfde en laatste proef. De Gang des Doods door, Negrodiras duidelijk maken dat ik mijn Uru terugwilde en weer terug. Op dat moment, toen ik zo voor de ingang de duisternis inkeek, leek het een onmogelijke opgave. Maar onmogelijk of niet, ik moest en zou Uru terugkrijgen. "Voor jou Uru, voor jou," mompelde ik, en begon
aan de meest afschrikwekkende tocht van mijn leven. Iets méér beangstigend dan de Gang des Doods uitlopen om in de hal van de Dodenteller hem mijn sympathie te tonen leek me niet te bestaan.
Maar ik móést. En dus begon ik, naar enkele seconden voor de opening te hebben gestaan, aan mijn laatste missie. Stap voor stap liep in de grot in, met mijn ogen knipperend om zo snel mogelijk aan het duister te wennen. Maar het was té donker. Ik kon geen hand voor ogen zien, laat staan dat ik ook maar iets van de grond onder mijn voeten zag.
Na enkele meters rechtdoor in het niets gelopen te hebben, besloot ik de linkerwand te gaan volgen. Ik had Uru in mijn linkerarm liggen, op deze manier zou ik mijn zwaard tenminste in de aanslag kunnen houden. De Meester van het Antwoord had me wel gezegd dat ik geen wapens moest gebruiken, maar hier in de gang dacht ik er nog anders over. Elk moment verwachtte ik een of andere wolf of beer die uit de duisternis zou komen, omdat het hier had liggen slapen. Maar er kwam niets – er gebeurde niets.
Na een paar honderd meter begon de gang sterker te dalen. Ook bemerkte ik dat ze nauwer werd, aan de echo van mijn voetstappen. Nog steeds zag ik helemaal niets. Voor, achter, overal was het pikdonker.
Ik luisterde naar het ritme van mijn adem en van mijn voetstappen. Hoe ver moest ik nog? Zou de gang steeds maar rechtdoor lopen, of moest ik op een gegeven moment nog afslaan? Ik hoopte van niet, maar wat… Ik stopte met vragen bedenken waarvan ik het antwoord niet wist. Het was nutteloos.
Na ongeveer een uur gelopen te hebben besloot ik even te rusten. Ik ging tegen de wand van de gang zitten, en pakte mijn platte fles met water. Gulzig dronk ik ervan, en het deed me goed. Daarna pakte ik uit mijn rugzak een sterrenmagazijn en laadde mijn machinegeweer ermee. Ik had er nu nog één over. En ik moest nog terug naar Bishmer. Door de grauwstreek, met al haar gevaren. Ik was er nog lang niet.
Plotseling voelde ik een kille windvlaag langs mij trekken, snel en kort. Het leek of mijn oren een zacht gefluit hoorden, maar ik kon het niet bevestigen. Wat was dat? Ik had nog helemaal geen wind gevoelt, of zou ik er nu bijna zijn?
Opeens voelde ik de kille windvlaag terugkomen, en met een zachte, slissende stem sprak iets mij aan: “Akuñar… We weten dat je er bent. We weten het allemaal! Ga terug… TERUG! Onderschat nooit de kracht van Negrodiras en zijn metgezellen!”
“Wat… wie ben je?” vroeg ik, met trillende stem. Mijn hart bonsde luid in mijn keel. Wat waren dit voor duivelskunsten?
“Onderschat ons niet, Akuñar… Onderschat ons niet…” De stem vloog weg, dieper de Gang des Doods in: “…het Dodenrijk is niet op bezoekers gesteld. En zéker niet… …”
__________________
De dokter zei: 'volgens mij ben je schizofreen.' Maar wij denken van niet.
Met citaat reageren
Oud 21-06-2004, 11:27
duivelaartje
Avatar van duivelaartje
duivelaartje is offline
Prachtig! Mooi opschreven, ik krijg er echt een voorstelling bij. Ik kreeg zelfs af en toe de rillingen. Heel goed gedaan! Ik vind het echt spannend worden, ik zal wachten op het vervolg!
Met citaat reageren
Oud 21-06-2004, 12:19
Astuanax
Avatar van Astuanax
Astuanax is offline
Citaat:
duivelaartje schreef op 21-06-2004 @ 11:27 :
Prachtig! Mooi opschreven, ik krijg er echt een voorstelling bij. Ik kreeg zelfs af en toe de rillingen. Heel goed gedaan! Ik vind het echt spannend worden, ik zal wachten op het vervolg!
__________________
Niets is helemaal waar en zelfs dat niet.
Met citaat reageren
Oud 21-06-2004, 14:26
Een Tweeling
Avatar van Een Tweeling
Een Tweeling is offline
Hmm, dank jullie wel beiden!

Ik was iets minder tevreden om dit stuk - het lukte niet zo eerst. Maar is toch nog goed gekomen dan!
__________________
De dokter zei: 'volgens mij ben je schizofreen.' Maar wij denken van niet.
Met citaat reageren
Oud 21-06-2004, 21:27
Spacemonkey
Avatar van Spacemonkey
Spacemonkey is offline
Mooi hoor, nu ben ik heel benieuwd naar het vervolg

Tis spannend
__________________
Why can't they see. It's complete insanity to argue with the man who is the judge of right en wrong.

Laatst gewijzigd op 21-06-2004 om 21:29.
Met citaat reageren
Advertentie
Reageren

Topictools Zoek in deze topic
Zoek in deze topic:

Geavanceerd zoeken

Regels voor berichten
Je mag geen nieuwe topics starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag geen bijlagen versturen
Je mag niet je berichten bewerken

BB code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit

Spring naar


Alle tijden zijn GMT +1. Het is nu 12:28.