Twee vissen
Een hond legde me als een gestolen schoen
te vondeling in mijn moeders tuin groeide
ik op samen met centimeters van mijn hakken
wanneer het regende, ging ik buiten mee proberen
huilen, kleurde met onverschrokken meisjesmoed
mijn lippen binnen de lijnen met gedachten over
later als ik groot zou zijn, gezeten onder mozaïeksterren
boven een baai getooid met lichtjes waar er op de tafel
ratatouille en rosé zou staan, ik door het flessenetiket
zou mijmeren over het dia-logen in het ruisen van onze
ademzee meanderde ik buiten oevers, sloeg op klippen
te pletter in het deinen van de onderstroom lieten
we luchtbellen te water vond een visser in zijn netten:
een verzopen schoen, het kadaver van een hond
en ons happend op het droge.
__________________
Je moet de kat niet bij de melk zetten. Ik ben de kat, wil jij dan de melk zijn?!
|