Citaat:
Hmm oké, ik had toch gedacht er vanaf óf ervan af. Weet hij het zeker?
|
Waar komen de spaties in 'We gaan er( )van( )uit dat het zal lukken' en 'We zijn er( )van( )uit( )gegaan dat het zou lukken'?
[!] Juist is: 'We gaan ervan uit dat het zal lukken' en 'We zijn ervan uitgegaan dat het zou lukken.'
Voorzetsels en het bijwoord er, daar, hier of waar worden aaneengeschreven (ervan, daarop, hiernaast, waarmee, etc.), maar een voorzetsel dat onderdeel is van een werkwoord, mag niet vast aan andere 'kleine woordjes'. In het genoemde voorbeeld gaat het om het werkwoord uitgaan (de constructie is: uitgaan van iets). Het voorzetsel uit is onderdeel van het werkwoord en mag daarom niet aan andere voorzetsels of bijwoorden worden verbonden.
Enkele andere voorbeelden ter verduidelijking:
* Ik ben er bekaaid van afgekomen.
(Toelichting: het werkwoord is afkomen, dus af mag niet vast aan van.)
* Ik ga ervandoor.
(Toelichting: het werkwoord is gaan; alle andere woordjes mogen aan elkaar).
* Ik bel hem daarover op.
(Toelichting: het werkwoord is opbellen, dus op mag niet vast aan daarover.)
* Heb je hierover ingezeten?
(Toelichting: het werkwoord is inzitten, dus in mag niet vast aan hierover.)
Of een voorzetsel onderdeel is van het werkwoord, hangt af van de betekenis. Vaak zult u dit in een woordenboek moeten nazoeken. Hieronder volgen een aantal veelvoorkomende combinaties:
* erdoorheen praten
* erin opgaan
* ernaartoe gaan
* eronderdoor gaan
* erop afkomen
* erop ingaan
* eropna houden
* eropuit zijn, gaan, trekken
* ertegenaan gaan
* ertussendoor lopen
* ertussenuit knijpen
* ervanaf vliegen
* ervan afhangen
* ervan afzien
* ervanlangs geven
* langs elkaar heen praten (elkaar is geen voorzetsel)
* om zich heen kijken
Een lastig geval is eruitzien. Dit staat als één woord in het Groene Boekje, maar het kan niet als één woord gebruikt worden in een zin als 'Ik ben benieuwd hoe de euro zal eruitzien.' Wel mogelijk zijn 'Ik ben benieuwd hoe de euro er zal uitzien' en 'Ik ben benieuwd hoe de euro eruit zal zien.' Omdat dit zo'n lastig geval is, dat zich bovendien afspeelt op het kruispunt van spelling en grammatica, lijkt het ons het best de in het Groene Boekje genoemde spelling als één woord over te nemen.
Combinaties van drie voorzetsels en er, daar, hier of waar worden bij voorkeur gesplitst in twee tweetallen: ervan opaan kunnen, eraan onderdoor gaan. Dit geldt niet voor erop vooruitgaan, omdat vooruitgaan hier één werkwoord is.
Verwante kwesties:
# 'Hij heeft zich er( )van( )af( )gemaakt.'
# er( )op( )af( )komen
# 'We gaan er( )op( )uit.'