Tijdens geschiedenis zei mijn lerares (die tamelijk kut is, trouwens): "ZEDENLOOSHEID! Weten jullie wat dat is?"
"Nee mevrouw, wat is het?"
"Een probleem! Dat is bijvoorbeeld prostitutie! drugsgebruik! homoseksualiteit!"
Klasgenoot (verstandige, bedachtzame jongen die alles zegt alsof het poëzie is): "Homoseksualiteit?"
"Ja! Dat is als een man en een man of een vrouw en een vrouw dingen met elkaar doen!"
"Ja, dat weet ik, maar dat is geen probleem."
"Jawel! Dat is zedenloos, zo horen mensen niet te doen!"
Klasgenote (andere): "Die mensen zijn gewoon als iedereen."
Lerares: "Niet waar! Heb je soms die film niet gezien eergisteravond? Die homoman sloeg zijn vrouw in elkaar!"
"Niet omdat hij homo was."
Ik: "Zulke mensen heb je overal en in alle soorten, dat heeft niks te maken met of hij homo is."
Klas sputtert massaal tegen de lerares.
"GOED EN NU STIL EN AAN HET WERK! SCHRIJVEN JULLIE!"
Meisje naast me kijkt me even aan en vraagt: "Bij jullie zijn zulke huwelijken toch toegestaan?"
Ik: "Ja."
Ze kneep haar ogen halfdicht, dacht na en zuchtte diep. "Geweldig."