De irritante stem van Stephanie galmde nog na in mijn hoofd.
“Zullen we Julia maar laten keepen?”
Zoals gewoonlijk was iedereen het met haar eens, want niemand wilde ooit in het goal staan.
Ik ook niet, maar ik keek wel uit om er iets van te zeggen.
Achteraf kon ik mezelf dan wel voor mijn kop slaan, net als nu.
Waarom kwam ik nooit eens voor mezelf op? Wanneer deed ik mijn mond eens open?
Dat deed ik dus níet, helemaal nooit. Zo was ik, ik kende mezelf onderhand wel.
Ik voelde me vaak anders dan alle anderen. Ik was bijvoorbeeld vrij stil en dromerig en bovendien droeg ik geen merkkleding. Jongens interesseerden me weinig, dus ook daar sprak ik nauwelijks over.
Dit alles maakte dat ik erbuiten viel in mijn hockeyteam.
Met mijn hoofd in mijn handen, zat ik in het goal.
De keeperspullen lagen verspreid over het gras: ik weigerde om ze aan te trekken.
Als ik ze aantrok, ging ik er definitief mee akkoord dat ik daar de komende zeventig minuten zou staan.
In het goal.
Dromerig bleef ik zitten.
Ik deed het gewoon niet. Ik vertikte het. Deze keer zou ik niet aan ze toegeven. Het zou ze niet lukken om mij voor de duizendste keer te misbruiken…
Ach, dat stomme gedroom altijd van mij!
Ik durfde niet te protesteren, liet gemakkelijk over me heenlopen. Dat was nu zo en dat zou altijd zo blijven. Alleen in mijn fantasie had ik bijdehante antwoorden. Niet in het echt, niet op het hockeyveld. Soms bedacht ik iets om terug te zeggen, maar dan durfde ik niet meer. Zeker niet tegen Stephanie en haar aanhang.
Vroeger was ik echt ontzettend verlegen geweest, maar dat verdween langzaam omdat ik me vaker op mijn gemak voelde. Behalve als ik hockeyde.
Dan kwam die oude onzekerheid keihard terug.
Ik voelde me op die momenten weer het kleine, stille en verlegen meisje. Het kleine Juliaatje die nooit wat zei.
Nu ook.
Hoe graag ik het ook anders aangepakt zou willen hebben, ik wist toch wel dat ik gewoon zou gaan keepen.
Moedeloos haalde ik mijn schouders op.
Even later trok ik de keeperspullen aan. Ik had geen keus.
‘…bijna met Derk gegaan,’ hoorde ik Stephanie zeggen.
Een steek van verlangen schoot door me heen. Ik kon er niets aan doen.
Waarom was ik niet zoals zij?
Waarom kon ik niet feesten, drinken en met jongens zoenen?
Simpelweg omdat ik niet was zoals de rest van de wereld vaak leek te zijn.
Zonder mij was de wereld perfect, daar was ik opeens helemaal zeker van.
Inderdaad.
Ik kon er toch niets aan doen dat ik me niet voor jongens interesseerde?
Keepen stelt eigenlijk helemaal niets voor, ontdekte ik algauw.
Je kon tenminste rustig nadenken.
Goed, ik viel dan misschien wel niet op jongens, de meiden uit mijn team waren ook duizend keer niets. De arrogantie…hun gedrag sowieso…
Op wíe ik ooit verliefd zou worden, tenminste niet op één van hen.
Ik lachte en hield de bal die op me afkwam moeiteloos tegen.
‘Lekker, Juul!’ riep iemand.
Tot mijn grote verbazing had Stephanie dat gezegd.
Ja hoor, mij zeker even inpalmen als goede keep, zodat jij hier nooit meer hoeft te staan, schoot door me heen. Sorry, dan moet je bij iemand anders zijn.
“O, ben ik lekker? Dankje, maar jij in ieder geval niet!” dacht ik.
Ik had zin om het te roepen.
Wat kon mij hun reactie nou schelen? Ze konden mij helemaal niets schelen, zelfs. Wat had ik nou helemaal te verliezen?
Niks. Ik was alles al kwijt.
Maar natuurlijk hield ik mijn mond.
Ik bedankte mijn teamgenoot ook niet.
Ik leek wel gek als ik dat deed.
Thuisgekomen wist ik dat dit het juiste was om te doen.
“Lidmaatschap opzeggen? Schrijf een brief, liefst met opgaaf van reden, aan het ledensecretariaat…”
Opgaaf van reden?
Rot op, man.
Daar mochten ze zelf maar achterkomen…
__________________
You may say I'm a dreamer, but I'm not the only one...
|