Wat ik het beste aan dit gedicht, en het opvallendste ook trouwens, vind, is dat de ik-persoon er niet letterlijk in wordt genoemd terwijl deze toch zó duidelijk aanwezig is, ik wilde ook eerst gaan zeggen 'want een mooi samenspel tussen de ik- en jij-persoon', totdat ik besefte dat de ik-persoon niet expliciet wordt genoemd. Dat vind ik écht prachtig.
De herhaling van de eerste regel is erg positief en 'demonen in de dromen' is leuk. Ik zie dat er naar een meisje wordt gekeken die de schrijver adoreert, en het meisje is onzeker over haar toekomst, gaat stapje voor stapje vooruit.
Oh, moet het in de tweede regel van de laatste strofe niet zijn 'zet een stap vooruit', ipv 'zet een stop vooruit'?
__________________
eight days a week
|