| Advertentie | |
|
|
|
|
|
||
|
Citaat:
|
||
|
|
||
|
Citaat:
|
||
|
|
||
|
Citaat:
Je moet hier een onafhankelijke variabele toevoegen, dat heb ik gedaan en ook verbonden met afname_2, bij definitie heb ik ingevoerd: 0 + STEP(0.5,40) want na 40 jaar moet de helft van de middelgrote loddes worden weggevangen, en dan geeft het model een error
|
||
|
|
||
|
Citaat:
Vond het alleen wel een beetje wazig dat je bij vraag 8 volgens het erratum altijd de punten kreeg... Oh en ik ben ook benieuwd hoe dik 't vragen boekje bij bio is.. nu zijn ze meestal al bijna 20 pagina's, met dit grotere lettertype zou t best wel ns nog groter kunnen worden
__________________
On the internet, no one can hear you scream...
|
||
|
|
||
|
Citaat:
Over die dikte: Ja, shit. Bij muziek was dat boekje al dik, erg vervelend als je later nog alles door wil bladeren. Tel er bij bio dan nog maar 6 pagina's bij. Wordt leuk als je dat ding perongeluk van je tafeltje laat vallen. Voordat het weer op de goede volgorde ligt. |
||
|
|
||
Verwijderd
|
Citaat:
= 0,51 + 0,4118 + 0,0841 = 1,0 (Ik heb de opgave niet gelezen, maar zo kom ik dus ook niet op het juiste antwoord?) |
|
|
|
||
Verwijderd
|
Citaat:
|
|
|
|
||
|
Citaat:
Allel voor ingesneden is H, wat is de frequentie van H? Een plantje is dus ingesneden met genotype Hh en HH. Dit is 2pq+p^2. 2pq+p^2 = (306/600) = 0.51. q^2 is de kans op genotype hh. Dat is 294/600 = 0.49. q = 0.7. Gevraagd wordt de frequentie van allel H, dat is p. p+q = 1. Dus p = 1-0.7 = 0.3. Ik weet niet of iemand het volgt, maar zo kom je dus op het juiste antwoord.
__________________
I'm not afraid of happy endings. I'm just afraid my life won't work that way.
|
||
|
|
||
Verwijderd
|
Citaat:
|
|
|
|
||
Verwijderd
|
Citaat:
q^2 is de kans op genotype hh. Dat is 294/600 = 0.49. q = 0.7. Gevraagd wordt de frequentie van allel H, dat is p. p+q = 1. Dus p = 1-0.7 = 0.3. |
|
|
|
||
|
Citaat:
__________________
On the internet, no one can hear you scream...
|
||
|
|
||
|
Citaat:
|
||
|
|
||
|
Citaat:
Zeg alsjeblieft ja.
|
||
|
|
||
|
Citaat:
__________________
Arguing on the internet is like running at the Special Olympics: even if you win you're still retarded.
|
||
|
|
|
|
volgens www.watmoetikleren.nl komen de volgende onderwerpen/domeinen niet op het CSE
de relaties aangeven tussen de begrippen soort, populatie en ecosysteem. toelichting: En verder: wordt nader uitgewerkt 8 aangeven volgens welke criteria soorten zijn geordend en benoemd. toelichting: Soorten kunnen op grond van overeenkomst in bouw, verwantschap, verspreiding op aarde , voedsel etc. worden geordend. Ordening volgens de verwantschap heet natuurlijke ordening, de andere ordeningen zijn kunstmatig [maar niet minder zinvol !!] De bepaling van het DNA van soorten heeft tegenwoordig nogal eens als resultaat , dat een soort ergens anders in de systematiek geplaatst moet worden. 9 toelichten dat het biologische begrip soort verschillend gedefinieerd wordt door het verschil in betekenis dat wordt gehecht aan: bouw, verwantschap, mogelijkheid van vruchtbare nakomelingschap. 10 de regels van de binaire naamgeving herkennen en toepassen. toelichting: De wetenschappelijke naam van een soort bestaat uit twee gedeelten: de geslachtsnaam [die met een hoofdletter geschreven wordt] en de soortaanduiding [die met een kleine letter geschreven wordt] De soortnaam bestaat dus altijd uit beiden. Vaak staat de naam van de wetenschapper die de soort voor het eerst beschreven heeft er nog achter [L. voor Linnaeus] 11 een soort indelen in één van de vier rijken (planten, dieren, schimmels, bacteriën) aan de hand van afbeeldingen en gegevens over: voedingswijze (autotroof, heterotroof); grootte van cellen; aan- of afwezigheid van organellen (celkern, vacuole); aan- of afwezigheid van een celwand. toelichting: Zie ook tabel in BINAS. Schimmelcellen hebben dus ook een vacuole. 12 aangeven dat virussen buiten de ordening in vier rijken vallen en de reden daarvan noemen. toelichting: Virussen hebben geen stofwisseling als ze niet in een levende cel zitten. Ook zijn er geen enzymen. 13 aangeven dat ordening mogelijk is op grond van gemeenschappelijke afstamming; in het bijzonder: evolutionaire verwantschap (zie ook bouw en samenstelling DNA). toelichting: Zie ook eindterm 8 Structuren van organismen 14 organen en typen weefsel bij planten en de mens benoemen in afbeeldingen en de opbouw uit cellen herkennen. toelichting: Deze eindterm wordt nader uitgewerkt voor typen weefsels en een aantal organen met functies. 15 functie(s) van verschillende typen weefsel bij zaadplanten aangeven; in het bijzonder: bescherming stevigheid fotosynthese transport opslag groei voortplanting toelichting: hout is in feite transportweefsel, maar heeft als functie ook stevigheid. Groei: toename van cellen door deling; er zijn deelweefsels in zaadplanten bij bv. worteltopjes, bij secundaire diktegroei tussen hout en bast en in de knoppen van planten. Namen voor deelweefsel: meristeem [aan top van stengel, wortel] en cambium [drie-dimensionaal als cylinder- cirkel op dwarsdoorsnede- of gedeelten hiervan] 16 functie(s) van organen bij de mens aangeven; in het bijzonder: stevigheid; gaswisseling; vertering en voedselopname; transport; uitscheiding; opslag; beweging; voortplanting; regulatie; waarneming. 17 functie(s) van verschillende typen weefsel bij de mens aangeven; in het bijzonder: bescherming; stevigheid; beweging; impulsgeleiding; opslag; groei; uitscheiding. aangeven welke weefsels en organen zaadplanten hebben voor opname van stoffen, voor transport en voor opslag en op welke wijze deze processen in deze weefsels en organen plaatsvinden. 85 randvoorwaarden voor fotosynthese noemen. 86 aangeven dat koolhydraten worden verbruikt bij opbouw, herstel, dissimilatie en vorming van reservestoffen. toelichting: zie ook bruto en netto primaire productie 87 aan de hand van de structuurformules polysachariden en disachariden herkennen als een aaneenschakeling van monosachariden. toelichting: zie ook BINAS 88 van de volgende mono-, di- en polysachariden de molecuulformule opzoeken en herkennen: glucose sacharose zetmeel glycogeen ribose toelichting: zie ook BINAS 89 de reactievergelijking in molecuulformules opschrijven van de vorming van een polysacharide uit glucose. toelichting: bij het ontstaan van een koppeling tussen twee glucosemoleculen ontstaat telkens één molecuul H2O. 90 de processen noemen waardoor in planten stoffen getransporteerd worden in experimentele en natuurlijke situaties en het principe van deze processen uitleggen in het bijzonder: diffusie, waaronder osmose actief transport stroming toelichting: osmose wordt dus als een vorm van diffusie beschouwd actief transport kost energie [bv. in de endodermis het doorgeven van de mineralen] Bij diffusie is er transport van een hogere naar een lagere concentratie; als er transport van een lagere naar een hogere concentratie optreedt is er altijd sprake van actief transport. Stroming in een plant vindt plaats in hout- en bast [=zeef]vaten; ook binnen een cel kan stroming optreden. 91 de route aangeven van CO2 en O2 in de plant in het bijzonder: opname via huidmondjes; transport via intercellulaire holten. 92 uitspraken doen over de gaswisseling van een plant op basis van gegevens over assimilatie en dissimilatie. toelichting: De scheikundige formules van fotosynthese [=koolstofassimilatie] en dissimilatie zijn elkaars omgekeerde. Als er CO2 verdwijnt uit een ruimte rondom een plant is er dus meer fotosynthese dan dissimilatie en omgekeerd. Denk er wel aan, dat de wortels van een plant geen fotosynthese vertonen. Kijk dus bij een examenvraag hierover goed naar wat er gemeten wordt en waar de meting plaatsvindt. Als er geen licht is vindt er slechts dissimilatie plaats. Om de fotosynthese-intensiteit te weten te komen moet je dus vaak nog rekening houden met de dissimilatie-activiteit van een plant. Daarbij wordt O2 verbruikt en CO2 gevormd. 93 aangeven langs welke weg water en anorganische stoffen vanuit de bodem tot in alle cellen van de plant getransporteerd worden in het bijzonder: opperhuid; schors; endodermis; houtvaten; en de processen noemen die hierbij een rol spelen in het bijzonder: verdamping; stroming; worteldruk. toelichting: de worteldruk is een gevolg van het actieve transport van mineralen door de endodermiscellen naar het merg; hierdoor wordt water via osmose naar het merg getransporteerd en ontstaat er een opwaartse druk in de houtvaten. 94 uitleggen onder welke omstandigheden de plant water verliest door verdamping dan wel door druppelen. toelichting: Er ontstaan druppels aan de plant wanneer de luchtvochtigheid erg hoog is; veel planten bezitten aan het einde van het blad de mogelijkheid om druppels te laten ontstaan; aan de buitenkant van de huidmondjes is dit niet het geval. Eigenlijk vindt verdamping plaats op de grens van plantencel en intercellulaire ruimte; het water diffundeert vervolgend door het geopende huidmondje naar buiten. Dauwvorming is weer heel iets anders. Verdamping kan alleen van een hogere luchtvochtigheid naar een lagere luchtvochtigheid. 95 aangeven dat organische stoffen vanaf bladeren en vanuit opslagweefsels via bast- en houtvaten naar alle cellen in de plant getransporteerd worden. toelichting: Algemeen geldt dat water en anorganische stoffen vanaf de wortels via houtvaten getransporteerd worden en dat organische stoffen vanaf de bladeren via bastvaten verder vervoerd worden naar beneden. Vanuit opslagplaatsen worden ook organische stoffen via houtvaten vervoerd. 96 aangeven dat opslag van stoffen plaatsvindt in wortels, stengels, bladeren en zaden. hmm misschein had ik beter de link kunnen geven naar waar het staat
|
|
|
|
||
|
Citaat:
maar je vergeet dat als 1 van de ouders Ia i heeft en de andere Ib i dat daar toch een Ib i (dus bloedgroep B) uit kan komen. |
||
|
|
||
|
Citaat:
__________________
On the internet, no one can hear you scream...
|
||
|
|
||
|
Citaat:
Vaak staat er ook toon aan dat de afwijking dominant / recessief is. Zo kun je uitsluiten dat als 2 personen met die afwijking een kind krijgt dat de afwijking niet heeft, dat de afwijking recessief is. En zo moet je zelf wat situaties opschruiven waarbij je uit kunt sluiten of het Xchromosomaal/autosomaal is en recessief/dominant. |
||
|
|
||
|
Citaat:
--> dit doe je dus ook als recessief wel volledig klopt, dan kan dominant of ook kloppen of tegenstrijdigheden geven. Als meedere mogelijkheden kunnen dan luidt het antwoord: kan niet uit de stamboom worden opgemaakt. let op: KIJK NIET NAAR AANTALLEN. dat zeg namelijk helemaal niets aangezien je ook nog met een kans van 1/2 dat je of een jongen of meisje krijgt en aangezien er gezinnen zijn met alleen maar jongens ..... kun je daar niets over zeggen op basis van aantallen aangedane meisjes
Laatst gewijzigd op 29-05-2007 om 21:21. |
||
| Advertentie |
|
|
|
|
Soortgelijke topics
|
||||
| Forum | Topic | Reacties | Laatste bericht | |
| Algemene schoolzaken |
Biologie halen buiten standaard school om Stam | 2 | 22-08-2016 09:23 | |
| Huiswerkvragen: Exacte vakken |
[BIO] PTA Biologie (Hulp antwoorden nodig van vragen) Haron555 | 2 | 06-06-2012 21:36 | |
| Huiswerkvragen: Exacte vakken |
[BIO] Vraag over biologie annoniempjes | 1 | 14-05-2011 22:39 | |
| Huiswerkvragen: Klassieke & Moderne talen |
biologie in het engels puelle | 0 | 26-09-2001 05:02 | |
| Huiswerkvragen: Exacte vakken |
Wie heeft er een verslag over tuinkersen/watervlooien in GIF?!! MusicMasterK | 0 | 29-03-2001 21:25 | |
| Huiswerkvragen: Exacte vakken |
Heeft iemand een werkstuk van biologie???????????????? DJ_Minik | 6 | 10-03-2001 14:42 | |