Misschien hebben er meer mensen deze opdracht moeten maken dus daar hoop ik maar op want ik kom er echtniet uit.
Dit is de opdracht:
De wolf en het lam
Een wolf ende een lam goedertieren (onschuldig)
Quamen drinken tere(bij een) rivieren;
Si ghingehen drinken in twee steden(plaatsen)
Die wolf dronk boven, dlam beneden
Doe seide die wolf: 'du bevulst(bevuilt) mi al
Dwater, dat ic drinken sal'
'Ay here,' sprac dlam, 'wat segdi?
Dwater comt van u te mi.'
'Ja', seide die wolf,'vloecstu mi toe?(scheld jij mij uit?)'
Dlam antworde:'here, in doe(dat doe ik niet)'
'Du doest,' sprac hi, 'dus(zo) dede dijn vader
Wilen eer(vroeger) ende dijn geslachte algader(heel je familie).'
Dlam sprac: 'in(ik)was doe(toen) niet gheboren,
Twi soudicker af hebben toren?'(waarom moet ik dat op mijn brood krijgen?)
'Noch', zeide die wolf'horic di spreken(tegenspreken)?'
Ic wane(denk) wel ic saels mi wreken.
Die wolf sloeg te sticken ende scoert(verscheurde het);
Dlam nochtan hads niet verboert(niets misdaan)
Dus vint een queat man occusoen(gelegenheid),
Als hi den goeden quaet will doen.
Dit oud nederlands fabeltje moet ik vertalen in modern nederlands en ook nog eens laten rijmen (eindrijm) Je mag de zinsbouw veranderen, woordjes toevoegen hoeft niet te letterlijk vertaald te worden. Maar ik kom er niet uit. Heeft 1 van jullie deze opdracht al een keer gemaakt of heeft er 1 van jullie een dichterlijke ziel

en wil die het proberen???